Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10073

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-10-2020
Datum publicatie
09-11-2020
Zaaknummer
10/960045-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Basset

De verdachte heeft zich samen met zijn vrouw bijna ruim tweeënhalf jaar lang bezig gehouden met het witwassen van bitcoins. In totaal is een bedrag van ruim zestien miljoen euro witgewassen door de verdachte en zijn mededader.

Straf: een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Als bijkomende straf worden een groot aantal goederen verbeurdverklaard.

De rechtbank verklaart eveneens verbeurd 1488 bitcoins waar geen beslag op lag, waarbij de verdachte de keuze wordt gelaten om het OM de volledige beschikkingsmacht over deze specifieke bitcoins te verschaffen, of de koerswaarde te betalen zoals deze heeft gegolden op de datum van de uitspraak, te vervangen door 12 maanden vervangende hechtenis (toepassing artikel 34, lid 2 Sr).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/960045-15

Datum uitspraak: 23 oktober 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. P.P.J. van der Meij, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 26 augustus 2020, 28 september 2020 en 9 oktober 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 26 augustus 2020 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N.M. Smits heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, primair, ten laste gelegde feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen en het onder 2, impliciet primair, ten laste gelegde witwassen;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    verbeurdverklaring van de hierna onder 9 te noemen inbeslaggenomen gelden en goederen;

  • -

    verbeurdverklaring en uitlevering daarvan overeenkomstig artikel 34 Sv door de verdachte van 1488 bitcoins, bij gebreke waarvan de officier van justitie de tegenwaarde daarvan verzoekt te bepalen aan de hand van de koerswaarde op 1 augustus 2017;

  • -

    de onttrekking aan het verkeer van een tweetal jammers.

4. Ontvankelijkheid officier van justitie

4.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.

Daartoe heeft zij als eerste aangevoerd dat in de periode van 10 juli 2015 tot en met 13 augustus 2015 sprake is geweest van onrechtmatige pseudokoop. Niet alleen ontbrak een bevel tot pseudokoop als bedoeld in artikel 126i, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), maar ook is bij de uitvoering van die pseudokoop het Tallon-criterium geschonden.

De verbalisant heeft immers zelf aan de verdachte medegedeeld bij de transactie anoniem te willen blijven. Ook heeft de ontmoeting op initiatief van de verbalisant plaatsgevonden op een openbare plaats. Op deze wijze heeft de verbalisant de verdachte bewogen tot andere handelingen dan waarop zijn opzet aanvankelijk was gericht en dus is sprake van een schending van het Tallon-criterium.

Ten tweede is sprake van een zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn met twee jaar en zeven maanden.

Deze omstandigheden dienen ieder voor zich, maar in ieder geval in samenloop met elkaar te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie.

4.2.

Beoordeling

Beoordelingskader

Vooropgesteld wordt dat de toepassing van artikel 359a Sv is beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek, waaronder begrepen normschendingen bij de opsporing. Indien sprake is van een dergelijk - niet voor herstel vatbaar - vormverzuim, maar de rechtsgevolgen ervan niet uit de wet blijken, dan zal de rechter moeten beoordelen of aan dat verzuim een rechtsgevolg verbonden moet worden en zo ja, welk rechtsgevolg. Daarbij dient de rechter rekening te houden met de in lid 2 van artikel 359a Sv genoemde factoren, te weten het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van de schending en het door de schending veroorzaakte nadeel, waaronder te begrijpen de eventuele schade die verdachte in zijn verdediging heeft opgelopen. Voor de sanctie van niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, zoals door de verdediging bepleit, is slechts plaats indien opsporingsambtenaren of het Openbaar Ministerie een ernstige inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte van diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Pseudokoop

Op 27 juli 2015 heeft verbalisant [verbalisantnummer] in het kader van een uit te voeren pseudokoop contact gelegd met de verdachte, hierna [naam verdachte] te noemen, met de bedoeling om aan hem bitcoins te verkopen tegen cash. Op 13 augustus 2015 heeft uiteindelijk de verkoop plaatsgevonden in [naam hotel] . Daarbij heeft de verbalisant tien bitcoins verkocht aan [naam verdachte] tegen een wisselkoers van € 2.142.-.

Vaststaat dat deze pseudokoop heeft plaatsgehad zonder een daaraan voorafgaand bevel van de officier van justitie, terwijl dit in artikel 126i Sv wel is voorgeschreven. De rechtbank is van oordeel dat daarmee sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Dit is weliswaar onrechtmatig, maar daarbij is niet aannemelijk geworden dat hiermee doelbewust en met grove veronachtzaming tekort is gedaan aan het belang van de verdachte van diens recht op een eerlijk proces.

Op grond van artikel 126i lid 2 Sv mag een opsporingsambtenaar bij de uitvoer van een pseudokoop een verdachte niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht (het Tallon-criterium).

Als uitgangspunt heeft hier te gelden dat de verbalisant heeft gereageerd op het reeds bestaande aanbod van de verdachte en de betrokken vennootschappen om bitcoins in te kopen tegen contanten. Uit het feit dat de verbalisant voorafgaand aan de uiteindelijke bitcointransactie heeft gevraagd om anoniem te blijven en heeft voorgesteld de transactie op een openbare plek te verrichten, volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de verbalisant de verdachte daarmee tot andere handelingen heeft gebracht dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht.

Een en ander betekent dat niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie hier niet aan de orde is.

Overschrijding redelijke termijn

Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn eventueel wordt gecompenseerd met strafvermindering.

4.3.

Conclusie

Gelet op het voorgaande dient het door de verdediging gedane beroep op de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie op de daartoe aangevoerde gronden, zowel op zichzelf beschouwd als in onderling verband en samenhang bezien, te worden verworpen. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.

5. Waardering van het bewijs

5.1.

Bewijswaardering

5.1.1.

Inleiding

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is het volgende komen vast te staan. De verdachte heeft samen met zijn vrouw, medeverdachte [naam medeverdachte 1] (hierna verder ook [naam medeverdachte 1] ) in de tenlastegelegde periode gehandeld in bitcoins. Zij zijn hierbij ook geassisteerd door medeverdachte [naam medeverdachte 2] (hierna: [naam medeverdachte 2] ) respectievelijk hun zwager en broer.

[naam verdachte] en [naam medeverdachte 1] maakten daarbij onder meer gebruik van de rechtspersonen [naam medeverdachte rechtspersoon 1] en [naam medeverdachte rechtspersoon 2] [naam verdachte] en [naam medeverdachte 1] hebben deze vennootschappen (tevens medeverdachten) opgericht, zijn beiden bestuurders respectievelijk vennoten van deze rechtspersonen en hebben verklaard steeds samen aan deze vennootschappen feitelijk leiding te hebben gegeven.

[naam verdachte] en zijn medeverdachten boden (via internet) bitcoineigenaren aan om hun bitcoins om te zetten in contanten. De bitcoineigenaren schreven hiertoe de bitcoins over naar één van de wallets (virtuele portemonnees) van de verdachten en kregen de tegenwaarde minus een commissiepercentage direct in contanten uitbetaald.

De verdachten verkochten de aldus verkregen bitcoins vervolgens aan de reguliere bitcoin-exchange bedrijven, zoals [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] en ontvingen de verkoopprijs daarvan (na aftrek van commissie) onder meer op door de verdachten gebruikte bankrekeningen van ABN AMRO (hierna: ABN) en ING. Deze bankrekeningen stonden op naam van [naam medeverdachte rechtspersoon 1] en [naam medeverdachte rechtspersoon 2]

Reguliere bitcoinexchanges hanteren een commissie variërend tussen circa 0,03% en 2,84%.

De verdachten namen ten behoeve van de aankoop van bitcoins grote contante geldbedragen op bij ABN en ING, evenals vanaf een drietal Poolse bankrekeningen. In de periode 19 september 2013 tot en met 4 december 2014 is ten laste van de ING-bankrekening op naam van [naam medeverdachte rechtspersoon 2] een bedrag van € 3.665.773,- contant opgenomen, waarvan meerdere keren € 99.999,- per opname. In die periode is ook van de ING-rekening van [naam medeverdachte rechtspersoon 1] een bedrag van € 70.000,- contant opgenomen.

Nadat de ABN en de ING niet langer dergelijke contante opnames wilden faciliteren, hebben de verdachten vanaf februari 2015 de contante geldopnames verlegd naar een in België gevestigd bedrijf, genaamd [naam bedrijf 3] .

In de periode 4 februari 2015 tot en met 28 januari 2016 is daartoe onder meer ten laste van de ING bankrekening op naam van [naam medeverdachte rechtspersoon 1] een bedrag van in totaal € 12.989.602,65 overgemaakt naar een Belgische bankrekening op naam van [naam bedrijf 3] . Dit bedrag is vervolgens direct contant opgenomen, doorgaans door [naam verdachte] . In totaal is door de verdachten in de ten laste gelegde periode voor een bedrag van € 20.838.233,10 aan contante opnames gedaan.

Bij de doorzoeking op 1 februari 2016 van de woning van de verdachten zijn de onder 2 in de tenlastelegging genoemde geldbedragen en bitcoins aangetroffen en in beslag genomen, te weten in totaal € 261.830,- en 1.044 bitcoins.

5.1.2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen van geldbedragen en bitcoins. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de bitcoins die hij aangeboden kreeg uit misdrijf afkomstig waren. De verdachte heeft immers onder andere op darkmarkets alsook op specifieke bitcoin-websites kenbaar gemaakt tegen contant geld bitcoins te willen inkopen, met een garantie van anonimiteit van de verkopers van de bitcoins. Daarom rekende de verdachte ook een aanzienlijk hogere commissie dan op de reguliere bitcoinmarkt gebruikelijk is. Door van de verkoper geen persoonsgegevens te vragen en geen onderzoek te verrichten naar de herkomst van de aangeboden bitcoins en betaling in contant geld aan te bieden, heeft de verdachte - gezien deze witwasindicatoren - tenminste de aanmerkelijke kans aanvaard dat malafide bitcoineigenaren gebruik maakten van deze diensten en de door hem in cash omgezette bitcoins dus een criminele herkomst hadden, aldus de officier van justitie.

5.1.3.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen van (gewoonte)witwassen. Daartoe is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de ten laste gelegde geldbedragen en bitcoins van misdrijf afkomstig zijn. De verdediging heeft betoogd dat de door de officier van justitie genoemde witwasindicatoren zich niet voordoen danwel deze omstandigheden het vermoeden van witwassen niet rechtvaardigen. De door de verdediging ingenomen standpunten ten aanzien van de witwasindicatoren zullen, voor zover van belang, hieronder worden besproken.

Voor het geval de rechtbank wel uitgaat van een criminele herkomst, heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachten dit niet wisten en dit evenmin redelijkerwijs moesten vermoeden. Alle transacties zijn keurig geadministreerd en er was geen reden om aan de bonafide hoedanigheid van de klant te twijfelen.

5.1.4.

Beoordeling

Om tot een bewezenverklaring van witwassen te kunnen komen is onder meer vereist dat het voorwerp dat wordt witgewassen afkomstig is uit een voorafgaand misdrijf. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen de aangekochte bitcoins en een bepaald, nauwkeurig aangeduid, misdrijf.

Dat de door de verdachte aangekochte bitcoins en de contante geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn, kan echter niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is.

Vermoeden van witwassen?

De rechtbank zal daarom nagaan of de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden het vermoeden rechtvaardigen dat de door de verdachte en zijn medeverdachten aangekochte bitcoins en daarmee ook de opbrengst na verkoop van die bitcoins - onmiddellijk of middellijk - een criminele herkomst hebben. De rechtbank acht daarbij de navolgende feiten en omstandigheden van belang.

Wie is de klant? Wat is geadministreerd?

De verdachte bood (via internet) bezitters van bitcoins aan om hun bitcoins om te zetten in contant geld. De klanten maakten bitcoins over naar één van de wallets van de verdachte en/of de aan hem gelieerde bedrijven en kregen vervolgens de tegenwaarde van deze bitcoins minus een commissiepercentage direct in contanten uitbetaald.

De verdachte heeft de identiteit van zijn klanten echter niet deugdelijk vastgesteld en vastgelegd, zodat daaruit niet heeft kunnen blijken dat het steeds om bonafide bezitters van bitcoins heeft gehandeld, noch dat de herkomst van die bitcoins legitiem is geweest.

Dit is juist van belang wanneer sprake is van het omzetten van bitcoins naar cash, nu het hier om geldvormen gaat, die niet op naam zijn gesteld, en waarvan de eigenaar niet op eenvoudige wijze getraceerd kan worden.

De enkele verklaring van de verdachte ter zitting dat hij bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de klant en de legitieme herkomst van de bitcoins afgingen op hun intuïtie en het al dan niet “verdachte” internetgebruik van de klant is niet onderbouwd en daarvoor ten enenmale onvoldoende.

De FIOD heeft bij de doorzoekingen en uitleveringen geen (klanten)administratie aangetroffen. Het dossier bevat slechts bankafschriften waaruit blijkt welke bedragen zijn gestort en contant zijn opgenomen, maar van de inkoop van de bitcoins (van wie, wanneer, hoeveel bitcoins en tegen welke prijs is aangekocht) is niets geadministreerd. Daarmee is de administratie niet toereikend.

Daar waar aan de rechtbank ten behoeve van de zitting nog enkele bladzijden met enige gegevens ten aanzien van data, namen en bedragen zijn overgelegd, heeft de rechtbank noch voor wat betreft de daar genoemde personen, noch voor wat betreft de omvang van de transacties enige relatie kunnen vaststellen met de (omvang van de) door de verdachte en zijn medeverdachten gevoerde bedrijfsactiviteiten.

Dat de verdachten niet aan de FIOD hebben willen aangeven waar deze administratie zich (al dan niet in het beslaggedeelte) bevond, omdat zij de FIOD niet vertrouwden, acht de rechtbank verder geen rechtvaardiging, laat staan een afdoende verklaring. Evenmin heeft de verdachte voldaan aan het verzoek van de FIOD om kennelijk nog niet in beslag genomen administratie aan de FIOD te overhandigen, zodat daaruit een beter beeld hiervan verkregen zou hebben kunnen worden.

Het verweer van de verdachten dat zij in de veronderstelling verkeerden dat het verboden zou zijn om de transacties vast te leggen op naam en en de gegevens van de verkopers te bewaren kan de verdachte evenmin baten. Nog daargelaten de juistheid daarvan, is het aan de verdachte als handelaar om de betrouwbaarheid van zijn klant en de legitieme herkomst van diens bitcoins na te gaan. Daarbij geldt dat bij het verhandelen van bitcoins de feitelijke en exclusieve heerschappij over de bitcoin ligt bij degene die toegang heeft tot een wallet. Daarmee is de transactie, die vanuit die wallet wordt gedaan, op zich wellicht nog traceerbaar, maar de persoon die de transactie verricht of de wallet beheert niet. Een wallet staat immers niet “geregistreerd” op naam van een persoon en is daar ook na uitvoerig onderzoek meestentijds niet of nauwelijks op terug te voeren. Dit maakt dat een administratieve vastlegging van de transacties en diegenen waarmee deze zijn afgesloten en zoals dit in de reguliere bitcoinhandel plaatsvindt, des te noodzakelijker.

Transacties op openbare plaatsen en anonimiteit van de verkopers?

Vast is komen te staan dat de bitcointransacties van de verdachte in veel gevallen op openbare plaatsen hebben plaatsgevonden. Voor zover de verdachte dit betwist volgt de rechtbank dat niet. Zo verklaart [naam 1] onder andere in een chatgesprek tussen “ [naam 1] ” en “ [naam 2] ” dat de afspraken meestal in de McDonalds in een grote stad plaatsvinden. Het verweer van de verdachten dat zij niet actief zouden zijn geweest onder de naam [naam 1] acht de rechtbank niet geloofwaardig, met name omdat de medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat deze naam bij hun bedrijf heeft behoord en voorts dat tijdens de aanhouding van de verdachte op diens Apple Macbook Air de website “ [website] ” open stond waarbij de verdachte als [naam 1] was ingelogd. Met het verrichten van contante transacties op openbare plaatsen hangt eveneens samen dat de verkopers anoniem hebben kunnen blijven. Dat verkopers er kennelijk belang bij hadden anoniem te blijven, is eveneens een indicatie dat de door hen te verkopen bitcoins uit misdrijf afkomstig zijn.

Ongewoon hoge commissiepercentages?

Uit in het strafdossier opgenomen chatberichten blijkt dat het commissiepercentage dat de verdachte hanteerde voor zijn diensten tussen de 9,5 en 15% van de totale transactie lag, terwijl dit percentage bij de reguliere bitcoinexchanges doorgaans tussen de 1 en 3 % ligt.

De verdediging heeft als verklaring voor die hoge commissie aangevoerd dat de verdachten, in tegenstelling tot andere bitcoinhandelaren, geen transactiekosten in rekening brachten en dat zij het schaalvoordeel en de efficiency van de grotere bitcoinexchangers misten. Verder heeft de verdediging aangevoerd dat juist het in rekening brengen van een hoge commissie en de inzet van zijn privévermogen de verdachte als betrouwbaar in de markt bekend deed staan.

Vooropgesteld wordt dat de verdachte al niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hoog de transactiekosten waren in verhouding met reguliere bitcoinexchanges. Maar ook al zou de verdachte enig efficiencyvoordeel hebben gemist, dan nog kan dit niet het aanzienlijke verschil met een reguliere commissie verklaren. Zou dit standpunt van de verdachte wel reëel geweest zijn dan had een onderbouwde verklaring daarvoor in de rede gelegen, al was het maar om niet de indruk te wekken zonder reden veel duurder te zijn dan andere partijen in de markt.

Dat de reden voor de hoge commissie gelegen zou zijn in het financiële risico dat de verdachte in privé liep of dat daaruit diens betrouwbare imago afgeleid kan worden, is evenmin begrijpelijk of anderszins aannemelijk geworden.

De rechtbank concludeert dan ook dat de verdachten een ongewoon hoog commissiepercentage voor hun diensten hebben gerekend.

In dat licht is deze handelwijze van de verdachten in lijn met de ervaringsregel dat juist niet bonafide aanbieders van bitcoins bereid zijn om voor het anoniem blijven en het doen van een cashtrade een veel hogere tradeprijs te betalen dan die op de reguliere wisselmarkt gebruikelijk is.

Contante aankoop en de omvang van bitcoinhandel?

Ook de omvangrijke aankoop van bitcoins in contanten door de verdachte en diens medeverdachten, zoals hierboven onder 5.1.1. uiteengezet, wijkt af van de reguliere handel in bitcoins. De verdachte heeft erkend dat “veel contant werd betaald”. Volgens de verdachte had dat de voorkeur, omdat het een stuk koersgevoeliger was om de betalingen per bank te laten lopen in verband met het tijdsverloop gemoeid met de overboeking en het daaraan verbonden koersrisico. Niet valt echter in te zien waarom dit koersrisico enkel op de door de verdachten aangegeven werkwijze zou hebben kunnen worden ondervangen.

Deze gang van zaken wijkt ook zonder aannemelijke reden af van andere vormen van transacties waarbij koerswisselingen eveneens een rol spelen, zoals transacties in de valuta- en aandelenhandel.

Bovendien hebben de verdachten zelf de verkooptransacties van de door hen contant aangeschafte bitcoins wel steeds giraal/bancair verricht. De verdachten hebben desgevraagd op zitting niet kunnen verklaren waarom de genoemde bezwaren – te weten een sterk schommelende wisselkoers – wel bij de inkoop van de bitcoins een probleem waren en deze bij de verkoop kennelijk geen rol meer zouden spelen. Dit duidt er op dat het belang om in contanten aan te kopen niet zozeer daarin was gelegen, maar veeleer past bij het doen van zaken met een klant die er de voorkeur aan geeft zijn persoon en de herkomst van zijn vermogen bewust af te schermen om nadien over zijn vermogen in - niet traceerbare - contanten te kunnen beschikken.

De hiervoor weergeven feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, rechtvaardigen de conclusie dat het niet anders kan dan dat de aangekochte bitcoins, en het geld verkregen uit de verkoop van de bitcoins, (middellijk dan wel onmiddellijk) uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachten hiervan wetenschap hebben gehad.

Aannemelijke verklaring van verdachten?

Nu de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden van witwassen rechtvaardigen, mag van de verdachten worden verlangd dat zij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geven waaruit zou kunnen volgen dat de bitcoins en het geld niet uit misdrijf afkomstig zijn.

Beide verdachten hebben verklaard dat zij hooguit tien klanten per dag op kantoor ontvingen en slechts voor kleine bedragen bitcoins aankochten. Per transactie zou het gaan om bedragen van € 750,00 tot € 4.000,-.

De onder feit 2 genoemde contante geldbedragen waren volgens de verdachten afkomstig van [naam bedrijf 3] en bedoeld als handelskapitaal voor de handel in bitcoins.

De verklaring die de verdachten hebben aangevoerd om aan te tonen dat zij een legale handel hadden, is onvoldoende concreet, onvoldoende verifieerbaar en/of onaannemelijk. Het door verdachten geschetste beeld van de bitcointransacties is niet onderbouwd en vindt geen steun in het dossier. De verdachte is meerdere malen aangehouden met tienduizenden euro’s op zak. Bovendien blijkt uit de hoogte en de veelheid aan contante geldopnames dat sprake is geweest van grootschalige contante bitcoinhandel, een schaal die niet is te rijmen met het beeld dat de verdachten ter zitting van hun handel hebben geschetst.

De verklaring van de verdachten dat de bitcoins geen criminele herkomst hadden, althans dat zij dit niet wisten en zij zich juist hebben laten ondersteunen door deskundigen om witwassen te voorkomen, vindt geen steun in de ingebrachte verklaringen.

De getuige [naam getuige 1] , door de verdachten aangewezen als hun jurist, heeft verklaard onvoldoende door hen geïnformeerd te zijn om een goed advies te kunnen geven omtrent hun bitcoinhandel. De getuige [naam getuige 2] (accountant) heeft verklaard niet bij de bitcoinhandel van de verdachten betrokken te zijn geweest. De getuige [naam getuige 3] , die als medewerkster de administratie van de beide gedagvaarde rechtspersonen in een deel van de ten laste gelegde periode heeft verzorgd, heeft ten aanzien van de bitcoinhandel aangegeven nauwelijks enige administratie gezien te hebben met uitzondering van bankafschriften, geen klanten op kantoor gezien te hebben en niet betrokken te zijn geweest bij deze bitcoinhandel.

Evenmin volgt de legitimiteit van hun handelen, zoals hiervoor al overwogen, uit de overgelegde administratie. De verdachten hebben met hun handelwijze de deur wijd open gezet voor malafide bitcoineigenaren en geen enkele moeite gedaan om de achtergrond van deze eigenaren en de herkomst van de bitcoins te onderzoeken.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verklaringen van de verdachten dan ook geenszins voldoende om te weerleggen dat de bitcoins een criminele herkomst hadden en dat de verdachten daarvan wetenschap hadden of ten minste hadden moeten hebben.

De verklaring en de overgelegde stukken bieden aldus geen reëel tegenwicht aan het vermoeden van witwassen. Enige aanleiding voor het Openbaar Ministerie om over te gaan tot nader onderzoek naar een legale herkomst van de bitcoins en de geldbedragen ontbreekt. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat de bitcoins en de geldbedragen die de verdachte in de ten laste gelegde periode voorhanden heeft gehad, een legale herkomst hadden. Bewezen is derhalve dat de bitcoins en de in beslag genomen geldbedragen van enig misdrijf afkomstig waren.

Opzet en conclusie met betrekking tot het witwassen

Door persoonsgegevens niet te vragen en vast te leggen, betaling in contant geld aan te bieden en transacties te sluiten op openbare plaatsen, heeft de verdachte tenminste de aanmerkelijke kans in het leven geroepen en aanvaard dat malafide bitcoineigenaren gebruik zouden maken van zijn diensten en dat de door hem omgezette bitcoins een criminele herkomst hadden. Daarmee is bewezen dat de verdachte tenminste voorwaardelijk opzet heeft gehad op het witwassen van bitcoins en geldbedragen.

Het feit dat de verdachte in eerste instantie heeft verklaard de cash bedragen in het casino te hebben gewonnen en later dat deze zouden zijn verdiend met de verkoop van verwarmde banken, terwijl [naam medeverdachte 1] zelfs in eerste instantie verklaarde dat helemaal geen sprake zou zijn geweest van cash transacties, laat zien dat de verdachte en zijn medeverdachten ook zelf tenminste ernstige twijfel hadden over de legitieme herkomst van gelden die met hun bitcoinhandel gemoeid waren. Ook de omstandigheid dat [naam medeverdachte 1] aan de compliance manager van [naam bedrijf 3] heeft gemaild dat de contante opnames nodig waren om hun bitcoin-cashmachines te vullen en bitcoins aan te schaffen op contante veilingen, laat zien dat de verdachten zich ook toen al bewust waren van hun onoirbare handelwijzeen het nodig vonden het bedrijf een rad voor ogen te draaien.

Gewoontewitwassen

Gezien de periode, de omvang van de contante geldbedragen en de frequentie waarmee deze werden opgenomen acht de rechtbank bewezen dat van gewoontewitwassen sprake is.

Medeplegen en feitelijk leidinggeven

Uit de bewijsmiddelen (de verklaring van de verdachte, de WhatsApp gesprekken en de verklaringen van de medeverdachten) blijkt genoegzaam dat de verdachte het witwassen in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte [naam medeverdachte 1] en (als feitelijk leidinggever van) [naam medeverdachte rechtspersoon 1] en [naam medeverdachte rechtspersoon 2] heeft begaan.

Aan de voorwaarden van strafbaarheid van feitelijk leidinggeven is voldaan.

5.1.5.

Eindconclusie:

De verdachte heeft gehandeld als leidinggevende van de vermelde rechtspersonen.

Het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

5.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, primair, en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1. primair)

[naam medeverdachte rechtspersoon 1] (KvK [kvk-nummer 1] ) en [naam medeverdachte rechtspersoon 2] (KvK

[kvk-nummer 2] ),

op meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2013

tot en met 1 februari 2016 te Hilversum en/of in een of meer plaats(en) in Nederland en/of België,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

­van­ voorwerpen, te weten ­van­ een ­groot­ aantal ­virtue­­­l­e­­

geldbedrag­en­, met een totale waarde van in totaal ­ten minste­

16.000.000,00 euro

de herkomst heeft verhuldof

verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen waren, en/of heeft

verborgen en/of verhuld wie die voorwerpen voorhanden hebben gehad

en/of

- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en

heeft omgezet en gebruik heeft gemaakt

terwijl [naam medeverdachte rechtspersoon 1] (KvK [kvk-nummer 1] ) en [naam medeverdachte rechtspersoon 2]

(KvK [kvk-nummer 2] ) en zijn mededaders wisten, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

en [naam medeverdachte rechtspersoon 1] (KvK [kvk-nummer 1] ) en [naam medeverdachte rechtspersoon 2] (KvK

[kvk-nummer 2] ) en zijn mededaders van het plegen van dit feit een

gewoonte hebben gemaakt,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte,

tezamen en in vereniging anderen , feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

hij,

op 1 februari 2016 te Hilversum, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander ,

van voorwerpen, te weten

- 136.850 euro en

- 2.760 euro en

- 75.000 euro en

- 12.220 euro en

- 35.000 euro, en

- 990 en 10 bitcoins, en

- 1488 bitcoins,

voorhanden hebben gehad

terwijl hij en/of zijn mededaders wisten, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

de eendaadse samenloop van:

ten aanzien van feit 1 (primair):

medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. Motivering straf

8.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met zijn vrouw bijna ruim tweeënhalf jaar lang bezig gehouden met het witwassen van bitcoins. In totaal is een bedrag van ruim zestien miljoen euro witgewassen door de verdachte en zijn mededader. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. Het vormt bovendien een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de integriteit van het financiële handelsverkeer. Ook worden op deze manier inkomens en vermogens onttrokken aan het zicht van de belastingdienst. Het kan niet anders dan dat de verdachte bij dit alles zich enkel heeft laten drijven door winstbejag, zulks ten koste van de samenleving.

8.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 juli 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond binnen twee jaar nadat vervolging is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden.

De rechtbank houdt slechts rekening met een deel van de overschrijding van de redelijke termijn, nu niet het volledige tijdsverloop aan het Openbaar Ministerie kan worden toegerekend. Vaststaat wel dat de gevolgen van het tijdsverloop voor de verdachte en zijn gezin groot zijn geweest.

Voorts houdt de rechtbank rekening bij het bepalen van de hoogte van de straf enerzijds in het nadeel van de verdachte rekening met de omvang van het witgewassen geldbedrag en de duur van de feiten, maar anderzijds ook met het feit dat de verbeurdverklaring van een groot aantal vermogensbestanddelen en voorwerpen waarmee het bedrijf werd uitgeoefend eveneens deel uit maken van de straf. De rechtbank ziet daarnaast aanleiding om een gedeelte van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

9. In beslag genomen voorwerpen, alsmede de uitlevering van voorwerpen

9.1.

Standpunt officier van justitie

9.1.1.

Verbeurdverklaring

De officier van justitie heeft gevorderd de volgende in beslag genomen goederen en vermogensrechten verbeurd te verklaren.

Geldbedragen en bitcoins

10 bitcoins (6056008_32973);

990 bitcoins (6056008_33253);

44 bitcoins (6056008_32974);

€ 175,- (6056008_32941);

€ 100.000,- (6056008_32942);

€ 25.000,- (6056008_32943);

€ 10.000,- (6056008_32944);

€ 1.850,- (6056008_32945);

€ 1.425,- (6056008_32946);

€ 1.160,- (6056008_32947);

€ 20,- (6056008_32981) (20,- USD);

€ 12.200,- (F01.005);

€ 75.000,- (F.02.011);

€ 2.500,- (6056008_33396);

€ 5.569,31 (6056008_33397) (4.500,- Britse Pond);

€ 19.200,32 ( [procesverbaalnummer] ) (€ 19.855,- met aftrek van € 654,68 dat aan het CJIB is betaald);

Vorderingen

een vordering op het banksaldo van € 484,97 van rekening [bankrekeningnummer 1] ten name van [naam verdachte] /E.R. [naam medeverdachte 1] ;

een vordering op het banksaldo van € 4.018,06 van rekening [bankrekeningnummer 2] ten name van [naam verdachte] .

Andere waardebestanddelen

OI2615-6056008_33004 Personenauto MINI COOPER S Kl:wit auto kenteken [kentekennummer] ;

OI2615-6056008_33394 Sieraad Kl:zilver Zilverkleurige ring in doos;

OI2615-6056008_32953 Horloge Kl:metaal avenger heren horloge Breitling in doos met rekening.

Alle andere computer gerelateerde goederen

OI2615-6056008_32818 harde schijf WD My Passport kl:zwart;

OI2615-6056008_32823 Mobiele telefoon Blackberry Bolt kl:zwart;

OI2615-6056008_32826 Nokia N95 Mobiel kl:zwart 8GB FCC ID:PDNRM-320;

OI2615-6056008_32830 harddisk Seagate kl:zwart P/N1K2 -500;

OI2615-6056008_32886 GSM zaktelefoon K1:zilver SAMSUNG;

OI2615-6056008_32887 GSM zaktelefoon K1:zilver SAMSUNG;

OI2615-6056008_32889 randapparatuur kl: zwart USB stick 16 GB Hema;

OI2615-6056008_32890 randapparatuur kl: zwart USB stick 16 GB Hema;

OI2615-6056008_32891 Randapparatuur Kl:zilver wit USB stick BMS Autobekleding;

OI2615-6056008_32893 Randapparatuur Kl:geel zilvr USB stick geel zilver;

OI2615-6056008_32902 Harddisk HITACHI Harde schijf nr [nummer 1] ;

OI2615-6056008_32908 Randapparatuur HEMA USB stick 16 GB;

OI2615-6056008_32909 Randapparatuur Kluis met micro SD en USB;

OI2615-6056008_32918 Harddisk Harde schijf 10 Mega;

OI2615-6056008_32922 Harddisk SEAGATE externe USB harde schijf;

OI2615-6056008_32927 Harddisk 2x harde schijf+simk Lyca;

OI2615-6056008_32929 Randapparatuur Pelican1120 Case niet 3x USB stick, lx battery charg;

OI2615-6056008_63203 Randapparatuur USB stick blauw;

OI2615-6056008_33050 Harddisk WESTERN DIGITAL externe harde schijf [nummer 2] ;

OI2615-6056008_33051 GSM zaktelefoon Kl:wit SAMSUNG SM—N91OF;

OI2615-6056008_33052 Randapparatuur SANDISK USB stick;

OI2615-6056008_33071 Randapparatuur MT . GOX USB stick;

OI2615-6056008_33077 Harddisk TOSHIBA externe harde schijf 40 GB;

OI2615-6056008_33102 Zendapparatuur GPS tracker met diamant logo;

OI2615-6056008_33103 Harddisk FUJITSU harde schijf [nummer 3] ;

OI2615-6056008_33104 Harddisk SEAGATE Barracuda harde schijf 250 GB;

OI2615-6056008_33105 Harddisk WESTERN DIGITAL Caviar harde schijf WD400;

OI2615-6056008_33176 zaktelefoon Kl:zwart mobiele telefoon Blackberry;

OI2615-6056008_33178 Zendapparatuur Tracker met simkaart Hi;

OI2615-6056008_33187 GSM zaktelefoon Kl:zwart Blackberry met losse batterij;

OI2615-6056008_33188 GSM zaktelefoon K1:zwart LG NEXUS LG-D820 Mobiele telefoon LG;

OI2615-6056008_33190 GSM zaktelefoon Kl:wit Mobiele telefoon Blackberry;

OI2615-6056008_63188 Randapparatuur USB stick met opschrift;

OI2615-6056008_63189 Randapparatuur USB stick bruin;

OI2615-6056008_63190 Randapparatuur USB stick Planium;

OI2615-6056008_63191 Randapparatuur USB stick Hema 8 GB;

OI2615-6056008_63192 Randapparatuur USB stick zwart 16 GB;

OI2615-6086008_63194 Randapparatuur USB stick Transend;

OI2615-6056008_63195 Randapparatuur USB stick vorm van sleutel;

OI2615-6056008_63200 Randapparatuur Sony memory stick duo 32 GB;

OI2615-6056008_33189 Zaktelefoon SAMSUNG GT-18190.

Goederen ter inbeslagneming

OI2615-6056008_32903 Iphone Wit in Chanel bumper;

OI2615-6056008_33195 Apple macbook Air 13’, Model A1466 + Losse Card;

OI2615-6056008_32828 ICT i-phone 6 kleur wit, met beschermhoesje;

OI2615-6056008_33054 Samsung Galaxy 6 Edge goudkleurig;

OI2615-6056008_33194 Apple iPad in transp hoes, barst in scherm, type A1550;

OI2615-6056008_32920 Apple Laptop Macbook Pro, A1278Se;

OI2615-6056008_32906 Ipad wit in blauwe tablethouder Serienr [serienummer 1] ;

OI2615-6056008_33189 Samsung smartphone type GT-18190;

OI2615-6056008_32910 Ipad Mini in doos, type A1550 volgens doos.serienr [serienummer 2] ;

OI2615-6056008_32829 ICT apple Macbook Pro, mcl Thule cover;

OI2615-6056008_63198 Apple iPad Mini A1455, met barst in scherm;

OI2615-6056008_32817 mini pad Apple model A1432 met beschermhoes;

OI2615-6056008_32937 Iphone 4s wit (gebroken) in doorzichtige bumper.

9.1.2.

Onttrekking aan het verkeer

De officier van justitie heeft gevorderd de volgende in beslag genomen Jammers te onttrekken aan het verkeer.

O12615-6056008_33133 GSM Jammer ST-900A in doos met lader;

O12615-6056008_32928 goudkleurige wifi jammer + 4 losse batterijen l7038.

9.1.3.

Overig

1488 bitcoins

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat op 1488 bitcoins - waar zij geen beslag op heeft kunnen leggen omdat geen toegang tot de wallets is verkregen - eveneens verbeurd te verklaren overeenkomstig artikel 34 van het Wetboek van Strafrecht door de geldelijke waarde van de bitcoins vast te stellen aan de hand van de koerswaarde op 1 augustus 2017, en te bepalen dat deze waarde door de verdachte moet worden betaald.

Buitenlands beslag

De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen over de inbeslaggenomen NBU GB 220 bitcoins.

9.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft - gelet op het standpunt dat de verdachte dient te worden vrijgesproken - bepleit dat alle in beslag genomen zaken en vermogensrechten, alsmede de 1488 bitcoins waar geen beslag op rust, geretourneerd dienen te worden aan de verdachte.

9.3.

Beoordeling

Onttrekking aan het verkeer

De in beslag genomen Jammers zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen zijn in strijd met de wet en het algemeen belang.

Verbeurdverklaring

De onder 9.1.1. genoemde in beslag genomen voorwerpen, alsmede de in beslag genomen 220 (NBU GB) bitcoins, zullen worden verbeurd verklaard, nu dit voorwerpen betreffen die door middel van de onder 1 primair, en 2 bewezen feiten zijn verkregen of met behulp van welke deze feiten zijn begaan of voorbereid.

1488 bitcoins

Ten aanzien van de verbeurdverklaring van niet in beslag genomen voorwerpen, stelt de rechtbank het volgende voorop. Vereist voor de verbeurdverklaring is in beginsel dat de voorwerpen aan de verdachte toebehoren. Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachten [naam verdachte] en [naam medeverdachte 1] is de papieren back-up van de ‘private keys’ van een dertiental bitcoinwallets gevonden, waarin zich in totaal 1488 bitcoins bevonden en nog bevinden. Ook op de laptop van de verdachte is ditzelfde bestand met ‘private keys’ aangetroffen.

Met behulp van de ‘public key’ van de wallet zou het mogelijk zijn om over de bitcoins in deze wallets te kunnen beschikken. Deze codes bleken echter eveneens versleuteld en de ontsleuteling daarvan is door de verdachte niet prijsgegeven. Uit de verklaring van de compliance manager van [naam bedrijf 3] kan worden afgeleid dat de verdachte gebruik maakt van een QR-code, waarmee het IP-adres is geregistreerd in combinatie met een vingerscan. Om die reden heeft het beoogde beslag door het Openbaar Ministerie feitelijk niet geëffectueerd kunnen worden. De bitcoins bevinden zich ook nu nog in die wallets.

Deze bitcoins zullen worden verbeurd verklaard, nu ook dit voorwerpen betreffen die door middel van de onder 1 primair, en 2 bewezen feiten zijn verkregen of met behulp van welke deze feiten zijn begaan of voorbereid.

Ervan uit gaande op grond van het voorgaande dat de verdachte heeft kunnen beschikken over deze wallets (met dien verstande dat dit nu nog slechts met medewerking van de FIOD voor wat betreft het ter beschikking stellen van de ‘private keys’ kan geschieden) houdt de rechtbank het er dan ook voor dat deze bitcoins hem in strafrechtelijke zin toebehoren en zal de rechtbank de verdachte in de gelegenheid stellen in het kader van de verbeurdverklaring daarvan die bitcoins uit te leveren als bedoeld in artikel 34, lid 2, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) dan wel de waarde daarvan op de datum van de uitspraak van dit vonnis te betalen. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de uitlevering zal geschieden in samenwerking met de FIOD/het Openbaar Ministerie.

De rechtbank verklaart daarom de 1488 bitcoins verbeurd, waarbij de verdachte de keuze wordt gelaten om het Openbaar Ministerie binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis de volledige beschikkingsmacht over deze bitcoins te verschaffen, danwel binnen 2 weken na het onherroepelijk worden van dit vonnis de geschatte waarde te betalen. De rechtbank stelt de waarde van de 1488 bitcoins vast tegen de wisselkoers daarvan op de datum van de uitspraak.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 33, 33a, 34, 36b, 36d, 47, 51, 55, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

11 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart onttrokken aan het verkeer:

O12615-6056008_33133 GSM Jammer ST-900A in doos met lader;

O12615-6056008_32928 goudkleurige wifi jammer + 4 losse batterijen l7038.

- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 primair, en 2:

Geldbedragen en bitcoins

10 bitcoins (6056008_32973);

990 bitcoins (6056008_33253);

44 bitcoins (6056008_32974);

€ 175,- (6056008_32941);

€ 100.000,- (6056008_32942);

€ 25.000,- (6056008_32943);

€ 10.000,- (6056008_32944);

€ 1.850,- (6056008_32945);

€ 1.425,- (6056008_32946);

€ 1.160,- (6056008_32947);

€ 20,- (6056008_32981) (20,- USD);

€ 12.200,- (F01.005);

€ 75.000,- (F.02.011);

€ 2.500,- (6056008_33396);

€ 5.569,31 (6056008_33397) (4.500,- Britse Pond);

€ 19.200,32 ( [procesverbaalnummer] ).

Vorderingen

een vordering op het banksaldo van € 484,97 van rekening [bankrekeningnummer 1] ten name van [naam verdachte] / [naam medeverdachte 1] ;

een vordering op het banksaldo van € 4.018,06 van rekening [bankrekeningnummer 2] ten name van [naam verdachte] .

Andere waardebestanddelen

OI2615-6056008_33004 Personenauto MINI COOPER S Kl:wit auto kenteken [kentekennummer] ;

OI2615-6056008_33394 Sieraad Kl:zilver Zilverkleurige ring in doos;

OI2615-6056008_32953 Horloge Kl:metaal avenger heren horloge Breitling in doos met rekening.

Alle andere computer gerelateerde goederen

OI2615-6056008_32818 harde schijf WD My Passport kl:zwart;

OI2615-6056008_32823 Mobiele telefoon Blackberry Bolt kl:zwart;

OI2615-6056008_32826 Nokia N95 Mobiel kl:zwart 8GB FCC ID:PDNRM-320;

OI2615-6056008_32830 harddisk Seagate kl:zwart P/N1K2 -500;

OI2615-6056008_32886 GSM zaktelefoon K1:zilver SAMSUNG;

OI2615-6056008_32887 GSM zaktelefoon K1:zilver SAMSUNG;

OI2615-6056008_32889 randapparatuur kl: zwart USB stick 16 GB Hema;

OI2615-6056008_32890 randapparatuur kl: zwart USB stick 16 GB Hema;

OI2615-6056008_32891 Randapparatuur Kl:zilver wit USB stick BMS Autobekleding;

OI2615-6056008_32893 Randapparatuur Kl:geel zilvr USB stick geel zilver;

OI2615-6056008_32902 Harddisk HITACHI Harde schijf nr [nummer 1] ;

OI2615-6056008_32908 Randapparatuur HEMA USB stick 16 GB;

OI2615-6056008_32909 Randapparatuur Kluis met micro SD en USB;

OI2615-6056008_32918 Harddisk Harde schijf 10 Mega;

OI2615-6056008_32922 Harddisk SEAGATE externe USB harde schijf;

OI2615-6056008_32927 Harddisk 2x harde schijf+simk Lyca;

OI2615-6056008_32929 Randapparatuur Pelican1120 Case niet 3x USB stick, lx battery charg;

OI2615-6056008_63203 Randapparatuur USB stick blauw;

OI2615-6056008_33050 Harddisk WESTERN DIGITAL externe harde schijf [nummer 2] ;

OI2615-6056008_33051 GSM zaktelefoon Kl:wit SAMSUNG SM—N91OF;

OI2615-6056008_33052 Randapparatuur SANDISK USB stick;

OI2615-6056008_33071 Randapparatuur MT . GOX USB stick;

OI2615-6056008_33077 Harddisk TOSHIBA externe harde schijf 40 GB;

OI2615-6056008_33102 Zendapparatuur GPS tracker met diamant logo;

OI2615-6056008_33103 Harddisk FUJITSU harde schijf [nummer 3] ;

OI2615-6056008_33104 Harddisk SEAGATE Barracuda harde schijf 250 GB;

OI2615-6056008_33105 Harddisk WESTERN DIGITAL Caviar harde schijf WD400;

OI2615-6056008_33176 zaktelefoon Kl:zwart mobiele telefoon Blackberry;

OI2615-6056008_33178 Zendapparatuur Tracker met simkaart Hi;

OI2615-6056008_33187 GSM zaktelefoon Kl:zwart Blackberry met losse batterij;

OI2615-6056008_33188 GSM zaktelefoon K1:zwart LG NEXUS LG-D820 Mobiele telefoon LG;

OI2615-6056008_33190 GSM zaktelefoon Kl:wit Mobiele telefoon Blackberry;

OI2615-6056008_63188 Randapparatuur USB stick met opschrift;

OI2615-6056008_63189 Randapparatuur USB stick bruin;

OI2615-6056008_63190 Randapparatuur USB stick Planium;

OI2615-6056008_63191 Randapparatuur USB stick Hema 8 GB;

OI2615-6056008_63192 Randapparatuur USB stick zwart 16 GB;

OI2615-6086008_63194 Randapparatuur USB stick Transend;

OI2615-6056008_63195 Randapparatuur USB stick vorm van sleutel;

OI2615-6056008_63200 Randapparatuur Sony memory stick duo 32 GB;

OI2615-6056008_33189 Zaktelefoon SAMSUNG GT-18190

Goederen ter inbeslagneming van de 1488 bitcoins

OI2615-6056008_32903 Iphone Wit in Chanel bumper;

OI2615-6056008_33195 Apple macbook Air 13’, Model A1466 + Losse Card;

OI2615-6056008_32828 ICT i-phone 6 kleur wit, met beschermhoesje;

OI2615-6056008_33054 Samsung Galaxy 6 Edge goudkleurig;

OI2615-6056008_33194 Apple iPad in transp hoes, barst in scherm, type A1550;

OI2615-6056008_32920 Apple Laptop Macbook Pro, A1278Se;

OI2615-6056008_32906 Ipad wit in blauwe tablethouder Serienr [serienummer 1] ;

OI2615-6056008_33189 Samsung smartphone type GT-18190;

OI2615-6056008_32910 Ipad Mini in doos, type A1550 volgens doos.serienr [serienummer 2] ;

OI2615-6056008_32829 ICT apple Macbook Pro, mcl Thule cover;

OI2615-6056008_63198 Apple iPad Mini A1455, met barst in scherm;

OI2615-6056008_32817 mini pad Apple model A1432 met beschermhoes;

OI2615-6056008_32937 Iphone 4s wit (gebroken) in doorzichtige bumper.

Buitenlands beslag

NBU GB 220 bitcoins.

Niet in beslaggenomen goederen (1488 bitcoins)

verklaart verbeurd 1488 bitcoins, waarbij de verdachte de keuze wordt gelaten om -al dan niet in samenwerking met het Openbaar Ministerie de volledige beschikkingsmacht over deze specifieke bitcoins te verschaffen, of de koerswaarde te betalen zoals deze heeft gegolden op de datum van de uitspraak, te vervangen door 12 maanden vervangende hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.P. van de Beek, voorzitter,

en mrs. C.G. van de Grampel en W.M. Stolk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.D.B. Reuter, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 oktober 2020.

De jongste en oudste rechters en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

[naam medeverdachte rechtspersoon 1] (KvK [kvk-nummer 1] ) en/of [naam medeverdachte rechtspersoon 2] (KvK

[kvk-nummer 2] ),

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 juni 2013

tot en met 1 februari 2016 te Hilversum en/of Schiphol en/of Laren,

althans in een of meer plaats(en) in Nederland en/of België,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(van) voorwerpen, te weten (van) een (groot) aantal (virtue(e)l(e))

geldbedrag(en), met een totale waarde van in totaal (ten minste)

- 18.349.816,37 euro (inkomsten ING) en/of

- 1.861.002,03 euro (inkomsten ABN)

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of

verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen waren, en/of heeft

verborgen en/of verhuld wie die voorwerpen voorhanden hebben gehad

en/of

- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt

terwijl [naam medeverdachte rechtspersoon 1] (KvK [kvk-nummer 1] ) en/of [naam medeverdachte rechtspersoon 2]

(KvK [kvk-nummer 2] ) en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs

moest(en) vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

en [naam medeverdachte rechtspersoon 1] (KvK [kvk-nummer 1] ) en/of [naam medeverdachte rechtspersoon 2] (KvK

[kvk-nummer 2] ) en/of zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een

gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich schuldig heeft/hebben

gemaakt aan (schuld)witwassen,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven

verboden gedraging(en) verdachte, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij,

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1

januari 2013 tot en met 1 februari 2016 te Hilversum en/of

Schiphol en/of Laren, althans in een of meer plaats(en) in

Nederland en/of België,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen,

(van) voorwerpen, te weten (van) een (groot) aantal

(virtue(e)l(e)) geldbedrag(en), met een totale waarde van in

totaal (ten minste)

- 18.349.816,37 euro (inkomsten ING) en/of

- 1.861.002,03 euro (inkomsten ABN),

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de

vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld,

en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die

voorwerpen waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie die

voorwerpen voorhanden hebben gehad

en/of

- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans

redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die voorwerpen geheel

of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren

uit enig misdrijf;

en hij en/of zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een

gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich schuldig

heeft/hebben gemaakt aan (schuld)witwassen.

2.

hij,

op of omstreeks 1 februari 2016 te Hilversum, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander althans alleen,

(van) voorwerpen, te weten

- 136.850 euro, althans (een) geldbedrag(en) en/of

- 2.760 euro, althans (een) geldbedrag(en) en/of

- 75.000 euro, althans (een) geldbedrag(en) en/of

- 12.220 euro, althans (een) geldbedrag(en) en/of

- 35.000 euro, althans (een) geldbedrag(en),

- 990 en 10 bitcoins, althans (een) (virtueel) geldbedrag(en),

- 1488 bitcoins, althans (een) (virtueel) geldbedrag(en),

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of

verhuld wie de rechthebbenden op die voorwerpen waren, en/of heeft

verborgen en/of verhuld wie die voorwerpen voorhanden hebben gehad

en/of

- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruikt heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs

moest(en) vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.