Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10059

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-08-2020
Datum publicatie
10-11-2020
Zaaknummer
C/10/602429 / FA RK 20-6205
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 6:4 WvGGZ. Zorgmachtiging.Toewijzing 6 maanden. Betrokkene ruim 20 jaar in de GGZ zorg. Schizofrenie, chronisch psychotisch en cannabisverslaving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/602429 / FA RK 20-6205

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 31 augustus 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te Antes, locatie Albrandswaardsedijk, Albrandswaardsedijk 74, 3172 AA Poortugaal,

advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 14 augustus 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 6 augustus 2020;

  • -

    de zorgkaart van 23 juli 2020;

  • -

    het zorgplan van 22 juli 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.

  • -

    de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam verpleegkundige specialist] , verpleegkundige specialist, en

  • -

    [naam co-assistent] , co-assistent, beiden verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen, gedragsstoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept alsmede de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene is bekend met de diagnose schizofrenie en is chronisch psychotisch en verslaafd aan cannabis. Betrokkene is al sinds 1996 in zorg binnen de GGZ welke periode wordt gekenmerkt door meerdere gedwongen opnames vanwege psychotische decompensaties, die worden veroorzaakt door medicatie ontrouw en middelenmisbruik. Wanner betrokkene drugs gebruikt, nemen de psychotische symptomen toe en wordt zijn gedrag dreigend en agressief. Betrokkene heeft tevens een uitgebreide justitiële documentatie. Betrokkene is van mening dat hij niet ziek is en dat hij geen medicatie behoeft.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden, om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Ter zitting verklaart de verpleegkundige specialist dat betrokkene op dit moment wordt ingesteld op clozapine. Wanneer uit de bloedcontroles blijkt, die de eerste periode elke twee tot drie weken plaatsvinden, dat de spiegel stabiel is, kan er een volgende stap gezet worden. Betrokkene zal dan, zoals gepland, worden aangemeld voor een begeleide woonvorm. Betrokkene is nu al wat milder gestemd wat de samenwerking ten goede komt.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden voor de duur van zes maanden:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles;

  • -

    het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht, het toedienen van voeding en het uitoefenen van toezicht op betrokkene, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.5.

De advocaat verzoekt namens betrokkene om afwijzing, omdat betrokkene vindt dat hij geen stoornis heeft en geen medicatie nodig heeft. Betrokkene heeft vooral behoefte aan een eigen woning.

De rechtbank ziet echter geen minder bezwarende alternatieven dan een gedwongen opname en voornoemde vormen van verplichte zorg, die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag, in de hoop dat betrokkene binnen deze zes maanden kan overgaan naar een beschermde woonvorm.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 februari 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 31 augustus 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 9 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.