Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:10008

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-09-2020
Datum publicatie
09-11-2020
Zaaknummer
C/10/603217 / FA RK 20-6583
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Art. 6:4 WvGGZ. Zorgmachtiging. Toewijzing 6 maanden. Schizofrenie. Uitspraak drietrapsmodel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2020-0316
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/603217 / FA RK 20-6583

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 7 september 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. P.C. van Houten te Dordrecht.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 28 augustus 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 21 augustus 2020;

  • -

    het zorgplan van 18 augustus 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 september 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met haar partner [naam partner betrokkene] , die zij ook als haar vertegenwoordiger heeft aangewezen. Zij werden thuis telefonisch gehoord;

  • -

    haar hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam psychiater 2] , psychiater, verbonden aan Yulius.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen .

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar alsmede ernstig lichamelijk letsel.

Betrokkene is bekend met schizofrenie waarvoor zij het afgelopen jaar vier maal klinisch opgenomen is geweest. Bij laatste twee (recente) opnames was er sprake van een manisch psychotisch toestandsbeeld, waarbij betrokkene zich op de afdeling verbaal agressief gedroeg en zich dreigend uitte met een mes. In de thuissituatie vertoonde betrokkene ook dreigend en overlastgevend gedrag richting de buurtbewoners.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Er is een matig ziektebesef- en inzicht en betrokkene wil alleen behandeld worden voor haar trauma’s. Betrokkene weigert met regelmaat haar depot medicatie en zij heeft veel weerstand tegen Yulius. Om die reden is verplichte zorg nodig. Betrokkene wil graag overgaan op Zyprexa, hetgeen zij vrijwillig wil slikken. Psychiater [naam psychiater 2] heeft te kennen gegeven dat hij openstaat voor een gesprek hierover. Betrokkene heeft toegezegd dat zij dit gesprek wil voeren met hem. Betrokkene heeft verteld dat zij van het huidige depot dagenlang alleen maar slaapt. Haar partner heeft dit bevestigd. De psychiater heeft gelet op het afgelopen jaar op dit moment te weinig vertrouwen in een vrijwillig traject. De rechter sluit hierbij aan, gelet op de vier opnames die afgelopen jaar nodig zijn geweest.

2.5.

De rechtbank gaat ervan uit dat de wetgever heeft beoogd dat zorgverlening ter voorkoming van ernstig nadeel mogelijk moet zijn. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg opgenomen worden in de zorgmachtiging waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in voorzienbare crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt immers op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna een wijzigingsverzoek kan worden gedaan door de officier. Per geval dient te worden beoordeeld welke verplichte zorg continu gegeven mag worden, welke zorg in crisissituaties gegeven mag worden en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging en waar slechts in noodsituaties gebruik van mag worden gemaakt.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Tijden de zitting verklaart de psychiater dat betrokkene gezien de recente opnames nog kwetsbaar is. Om die reden is depotmedicatie nog noodzakelijk. Er bestaat nog onvoldoende vertrouwen in betrokken dat zij de medicatie in pilvorm consistent gaat innemen. Wanneer betrokkene stopt met de medicatie raakt zij ontregeld met als gevolg weer overlastgevend gedrag. Volgens de psychiater is overleg met elkaar over de medicatie altijd mogelijk, maar de afgelopen maanden is er geen goed contact met betrokkene geweest. Er wordt altijd gestreefd naar ambulante behandeling. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden.

‘Reguliere verplichte zorg’

De rechtbank acht de volgende vormen van reguliere verplichte zorg noodzakelijk gedurende zes maanden:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles;

  • -

    het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen: in de ambulante setting wekelijks contact en huisbezoeken. Frequentie daarvan kan aan de hand van het beeld worden aangepast;

‘Verplichte zorg in crisissituaties’

In crisissituaties mag binnen de komende zes maanden gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg:

  • -

    het opnemen in een accommodatie: bij weigering depot waardoor er ernstig nadeel voortvloeit vanuit de stoornis;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid: gekoppeld aan de opname;

  • -

    het insluiten: gekoppeld aan de opname;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene: gekoppeld aan de opname;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam: gekoppeld aan de opname;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen: gekoppeld aan de opname;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen: gekoppeld aan de opname.

Als het gaat om opname geruime tijd nadat de zorgmachtiging is verleend, moet aan die vrijheidsbeneming een recente medische beoordeling ten grondslag liggen. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens verlangt altijd een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek bij vrijheidsbeneming als deze. (zie de nadere uitleg in onder meer EHRM 24 september 1992, Herczegfalvy v. Austria, 10533/83, r.o. 63 en EHRM 5 oktober 2000, Varbanov v. Bulgaria, 31365/96, r.o. 47). In de praktijk betekent dit dat bij een vrijheidsbeneming van betrokkene na vier maanden vanaf heden de zorgaanbieder opnieuw uitvoering dient te geven aan een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek. Dat mag door de geneesheer-directeur plaatsvinden, op voorwaarde dat hij niet bij de behandeling betrokken is.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en het toedienen van voeding worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 maart 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 7 september 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 10 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.