Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:9582

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-03-2019
Datum publicatie
09-12-2019
Zaaknummer
C/10/570467 / JE RK 19-878
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling toegewezen. Plan om minderjarige binnen het netwerk te plaatsen blijkt niet door te kunnen gaan, waardoor de gecertificeerde instelling een nieuw plan heeft moeten maken. Voor dit nieuwe plan is mogelijk een voorwaardelijke machtiging nodig. Verwijzing naar de visie van de gedragswetenschapper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/570467 / JE RK 19-878

datum uitspraak: 27 maart 2019

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2002 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:


- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 19 maart 2019, ingekomen bij de griffie op 22 maart 2019;

- de verklaring van 20 maart 2019 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- het faxbericht met bijlagen van de GI van 25 maart 2019;

- de instemmende verklaring van 25 maart 2019 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 27 maart 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [voornaam minderjarige] , tevens apart gehoord, bijgestaan door mr. H.J. Andel,

- de moeder,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.

Bij beschikking van 17 juli 2018 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot

4 augustus 2019.

Bij beschikking van 10 september 2018 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp verleend, met ingang van 3 oktober 2018 tot 3 april 2019, betreffende [voornaam minderjarige] .

Het verzoek van de GI

De GI heeft een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.

De GI heeft ter zitting het verzoek gewijzigd, in die zin dat nu wordt verzocht om een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Het standpunt van de GI

De GI heeft ter zitting het gewijzigde verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht.

De GI was voornemens om [voornaam minderjarige] bij een tante van moederszijde te plaatsen. Recent heeft de tante van moederszijde aangegeven niet in staat te zijn om [voornaam minderjarige] op te vangen. Hierdoor was de GI genoodzaakt om een nieuw plan op te stellen voor [voornaam minderjarige] . Hij heeft zelf aangegeven niet naar een open groep te willen. Ook staat hij niet open voor plaatsing in een kamertrainingscentrum. Om deze reden zal er in het nieuwe plan worden toegewerkt naar een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] , waarbij hij naar school gaat, aan zijn doelen kan werken en waarbij de moeder in staat is [voornaam minderjarige] aan te sturen. [voornaam minderjarige] functioneert wisselend op de groep. Enerzijds laat hij zien dat hij zijn best doet en aan zijn doelen werkt. Anderzijds gaat [voornaam minderjarige] niet altijd naar school en komt hij te laat terug van zijn verlof. Ook is er sprake geweest van een incident met een fiets. Er loopt een jeugdreclasseringsmaatregel en [voornaam minderjarige] voert momenteel een taakstraf uit, waardoor zijn verlofregeling is aangepast. De verloven van [voornaam minderjarige] worden in de komende periode uitgebreid, omdat er toegewerkt wordt naar een thuisplaatsing. Er wordt gedacht om [voornaam minderjarige] aan te melden voor School2Care. Hier is een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor vereist. Schakenbosch zal Flexible Assertive Community Treament (FACT) inzetten. Ook zal de GI MultiDimensionele Familie Therapie (MDFT) aanvragen.

Het standpunt van de belanghebbende

De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat het voor haar en [voornaam minderjarige] een teleurstelling is dat [voornaam minderjarige] op dit moment niet naar huis komt. De moeder denkt wel dat [voornaam minderjarige] nog een aantal zaken moet leren bij Schakenbosch.

Het standpunt van de minderjarige

Namens [voornaam minderjarige] is ter zitting meegedeeld dat het teleurstellend is dat het plan, om [voornaam minderjarige] bij de tante te plaatsen, niet uitgevoerd kon worden. [voornaam minderjarige] doet hard zijn best. Het is goed dat de moeder aangeeft dat [voornaam minderjarige] zich aan de afspraken moet houden en daaraan moet werken. De GI dient alles op alles te zetten om, het liefst binnen vier maanden, toe te kunnen werken naar een thuisplaatsing bij de moeder. Indien [voornaam minderjarige] is thuisgeplaatst kan hij deelnamen aan School2Care.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] op dit moment in de gesloten jeugdhulpinstelling Schakenbosch verblijft. Hier laat hij een prille, positieve ontwikkeling zien. [voornaam minderjarige] gaat zelfstandig naar zijn stage in Den Haag en de verloven worden uitgebreid. Wel zijn er nog een aantal zorgpunten. In de afgelopen periode is er sprake geweest van schoolverzuim. Bij [voornaam minderjarige] is sprake van zelfbepalend gedrag. Ook heeft [voornaam minderjarige] moeite om zich aan afspraken te houden.

In de afgelopen periode is vanuit Schakenbosch toegewerkt naar een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de tante van moederszijde. Nu de tante van moederszijde recent heeft aangegeven niet in staat te zijn om de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] op zich te nemen, heeft de GI een alternatief plan moeten opstellen. Voor [voornaam minderjarige] is deze gang van zaken teleurstellend.

Besloten is dat er in de komende maanden toegewerkt zal worden naar een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] ; dat is wat hij graag wil. Alvorens een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] gerealiseerd kan worden zijn er nog enkele behandeldoelen te behalen, onder meer gericht op het omgaan met spanningen en het zich houden aan afspraken. In de komende periode zal FACT en MDFT worden ingezet. Op dit moment is [voornaam minderjarige] nog gebaat bij de structuur en ondersteuning die hem bij Schakenbosch geboden worden. Bezien moet worden op welke termijn [voornaam minderjarige] kan starten met School2Care. De kinderrechter acht het van belang dat er in de komende maanden, door middel van een uitbreiding van de verlofmomenten van [voornaam minderjarige] , wordt toegewerkt naar een thuisplaatsing. De gedragswetenschapper heeft ook aangegeven dat een stapsgewijs traject richting een thuisplaatsing wordt aanbevolen, eventueel op termijn binnen het kader van een voorwaardelijke machtiging.

Gelet op het vorenstaande zal de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 4 augustus 2019.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp, met ingang van 3 april 2019 tot

4 augustus 2019, betreffende [voornaam minderjarige] .

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2019 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.G.L. van der Linden als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 april 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.