Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:9041

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
06-12-2019
Zaaknummer
C/10/583685 / JE RK 19-3104
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Verzoek uithuisplaatsing 17-jarige afgewezen. Inhoud verzoekschrift is ten onrechte niet met de minderjarige besproken. Alle omstandigheden afwegend, ook het feit dat er geen plek beschikbaar is voor de minderjarige, wijst de kinderrechter het verzoek af.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2020/27.10
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/583685 / JE RK 19-3104

datum uitspraak: 29 oktober 2019

beschikking

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2002 te [geboorteplaats kind] ,

hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 11 oktober 2019, ingekomen bij de griffie op 14 oktober 2019.

Op 29 oktober 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [naam kind] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. S. Broekzitter-Nieuwland,

- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 26 maart 2019 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot

27 maart 2020.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] gedurende dag en nacht verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. Hulpverlening van MPG+ is ingezet in de thuissituatie. Er zijn toen zorgen geuit over het gedrag van [naam kind] . Hij luistert niet naar de moeder en vertoont agressief gedrag. Het is een groot gezin dat in een kleine woning woont, waardoor het extra belangrijk is dat de kinderen naar de moeder luisteren. Ook kan [naam kind] zich niet terugtrekken in huis, omdat hij geen eigen kamer heeft. Omdat een incident tussen [naam kind] en zijn zus heeft plaatsgevonden, waarbij een ruit kapot is gegaan, heeft de GI dit verzoek gedaan; door deze gebeurtenis is een grens overschreden. Het is van belang dat [naam kind] een eigen plek krijgt. Wel merkt de GI op dat er op dit moment nergens een plek voor [naam kind] beschikbaar is.

De standpunten

De moeder verzet zich, deels bij monde van haar advocaat, tegen het verzoek van de GI. Er zijn spanningen in huis, maar dat ligt zeker niet alleen aan [naam kind] . De moeder woont met zes kinderen in een klein huis. Ook hebben de kinderen verschillende trauma’s in het verleden opgelopen. Er is de afgelopen twee jaar geen hulpverlening ingezet. [naam kind] ging wel naar school en was op tijd thuis. Er heeft alleen één incident plaatsgevonden, alweer even geleden. Passend was mogelijk geweest om [naam kind] toen voor de duur van maximaal een week uit huis te plaatsen. Het verzoek van de GI, zoals dat nu luidt, kwam geheel onverwachts. De moeder vindt dat [naam kind] een tweede kans verdient, zeker nu het sinds het incident weer goed gaat thuis.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind] opgroeit in een drukke thuissituatie. De moeder woont met zes kinderen in een (te) klein huis. Alle kinderen hebben veel meegemaakt. Sinds september 2019 is hulpverlening van MPG+ ingezet om te zien welke hulpverlening nodig is om de situatie zo rustig en stabiel mogelijk te houden.

De kinderrechter ziet, alles afwegend, op dit moment geen aanleiding om [naam kind] uit huis te plaatsen. Ten eerste constateert de kinderrechter dat de GI verzuimd heeft het verzoekschrift met [naam kind] te besproken. Daarnaast blijkt het incident dat de aanleiding vormde voor de indiening van het verzoek, alweer enige tijd geleden te hebben plaats gevonden en mag het incident niet geheel aan [naam kind] verweten worden. Sinds het incident luistert [naam kind] naar zijn moeder; het belang hiervan lijkt goed tot hem te zijn doorgedrongen. Van belang is ook dat [naam kind] binnenkort naar de Stichting Opboxen zal gaan, waarmee hij een nieuwe kans krijgt om zijn schoolgang te hervatten. Te prijzen valt overigens dat [naam kind] de periode dat hij niet naar school ging, wel structureel aan het werk was. Tot slot is van belang dat de GI ter zitting heeft aangegeven dat er op dit moment geen plek beschikbaar is voor [naam kind] , ook al wordt de machtiging afgegeven. Het verzoek van de GI zal op grond van vorenstaande worden afgewezen, omdat daaruit volgt dat een machtiging tot uithuisplaatsing op dit moment niet het belang van [naam kind] dient. De kinderrechter gaat er daarbij vanuit dat [naam kind] zich thuis aan de regels van de moeder blijft houden en conform de vereisten van Opboxen het programma aldaar zal gaan volgen.

De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek van de GI af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2019 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 november 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.