Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8937

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-09-2019
Datum publicatie
18-11-2019
Zaaknummer
10/200820-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mensenhandel, ernstige bedreigingen en pogingen tot afpersing tot een gevangenisstraf van 42 maanden. Vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/200820-18

Datum uitspraak: 19 september 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

wonende op het adres: [adres verdachte] te [woonplaats verdachte] (België),

preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting De IJssel, Van der Hoopstraat 100 te Krimpen aan den IJssel.

Raadsman mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 september 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, alsmede oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht – dadelijk uitvoerbaar – voor de duur van 3 jaar, inhoudende een contactverbod met [naam slachtoffer 1] , [naam slachtoffer 2] (dochter van [naam slachtoffer 1] ), [naam slachtoffer 3] , [naam slachtoffer 4] en [naam slachtoffer 5] , met toepassing van 2 weken hechtenis per overtreding, met een maximum van 6 maanden hechtenis, voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan.

4 De verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2, 4 en 5 en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 3.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Feit 1

Met betrekking tot dit feit acht de rechtbank alleen wettig en overtuigend bewezen de tenlastegelegde feitelijkheden die niet alleen blijken uit de aangiften/verklaringen van aangeefster [naam slachtoffer 1] maar die ook worden bevestigd dan wel ondersteuning vinden in enig ander bewijsmiddel.

5.2.

Feit 2

Aangeefster [naam slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van diefstal van haar creditcard en bankpas door de verdachte in de tenlastegelegde periode. In haar aangifte heeft aangeefster verklaard dat de verdachte in die periode meermalen zonder haar toestemming voornoemde betaalmiddelen heeft weggenomen en daarvan gebruik heeft gemaakt. De verdachte heeft verklaard dat hij voornoemde betaalmiddelen steeds heeft gebruikt met (min of meer) impliciete toestemming van aangeefster omdat aangeefster hem daarop nooit heeft aangesproken. In haar verklaring bij de rechter-commissaris heeft aangeefster verklaard dat zij in de tenlastegelegde periode zelf ook gebruikt heeft gemaakt van voornoemde betaalmiddelen.

Op grond van het vorenstaande heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen dat de verdachte voornoemde betaalmiddelen telkens heeft weggenomen met het oogmerk om daarover op die momenten wederrechtelijk als heer en meester te kunnen beschikken. Dit betekent dat het feit niet kan worden bewezen.

De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van dit feit.

5.3.

Feit 4

De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte het betreffende wapen met bijbehorende munitie op enig moment aanwezig heeft gehad in de woning van zijn vriendin, dat zijn vriendin daarna het wapen heeft meegenomen naar de woning van haar moeder, dat het wapen vervolgens door de zus van zijn vriendin in de schuur van laatstgenoemde woning is verstopt en dat de politie het wapen op 10 oktober 2018 aldaar heeft aangetroffen. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat de verdachte wist dat het wapen in de betreffende schuur was verstopt. Dit betekent dat de verdachte op 10 oktober 2018 niet de beschikkingsmacht over het wapen had waardoor niet kan worden bewezen dat hij op die datum (zoals is tenlastegelegd) het wapen voorhanden heeft gehad.

De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van dit feit.

5.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten 1, 3 en 5 heeft begaan op die wijze dat:

1

hij,

in de periode van 15 januari 2018 tot en met 1 juli 2018 te

Dordrecht en Vianen en Oosterhout ,

een ander, genaamd [naam slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ),

telkens met één of meer van de onder lid 1, sub 1 van artikel 273f

Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en

geweld en een andere feitelijkheid en dreiging met geweld of een

andere feitelijkheid en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie

2) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel enige

handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist dat die [naam slachtoffer 1] zich daardoor

beschikbaar zou stellen tot het verrichten van

arbeid of diensten van seksuele aard (artikel 273f lid 1 sub 4), en

3) heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de

opbrengst van seksuele handelingen van die [naam slachtoffer 1] met of voor een

derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 9), en

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die

[naam slachtoffer 1] (artikel 273 f lid 1 sub 6),

waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met

geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit het:

- mishandelen van die [naam slachtoffer 1] ( door die [naam slachtoffer 1] te

slaan en te schoppen en door voorwerpen tegen de

benen van die [naam slachtoffer 1] te gooien en door die [naam slachtoffer 1] (stevig)

bij de armen te pakken en door de keel van die [naam slachtoffer 1] dicht te

knijpen) en

- bedreigen van die [naam slachtoffer 1] met de dood en (hierbij) tonen van

een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan

die [naam slachtoffer 1] en zetten en houden van een vuurwapen, althans

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die

[naam slachtoffer 1] en

- het (in ernstige mate)

beperken van de bewegingsvrijheid van die [naam slachtoffer 1] , en

- zich op boze en agressieve en (anderszins) dreigende en

overheersende toon/wijze uiten tegen die [naam slachtoffer 1]

en

- brengen van die [naam slachtoffer 1] in een positie waar zij niet

over haar eigen financiële middelen en/of bankpas kon beschikken

en waarbij voornoemde (onder 2) “enige handeling” heeft bestaan uit

het:

- ( door die [naam slachtoffer 1] laten) boeken en/of ter beschikking stellen van

hotelkamers en een vakantiewoning als werkplek voor die [naam slachtoffer 1]

en

- ( laten) regelen van werkplekken voor die [naam slachtoffer 1] en

- huren van auto’s door die [naam slachtoffer 1] en

- afsluiten van een telefoonabonnement door die [naam slachtoffer 1]

3

hij op 28 mei 2018 te Dordrecht

[naam slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht,

door die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "ga de politie

maar bellen, dan ga ik 3 dagen zitten, daarna jaag ik of iemand ander jou

een kogel door je kop", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking en door een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp op/tegen haar hoofd te zetten en te houden;

5

hij

in de periode van 01 januari 2018 tot en met 28 februari

2018 te Utrecht en/of Nieuwegein,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door bedreiging met geweld [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] te dwingen tot afgifte van enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan deze [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4]

toebehoorde(n) aan die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] heeft medegedeeld

-zakelijk weergegeven- dat zij geld aan hem, verdachte, moesten geven,

zodat hij zijn criminele vrienden kon afkopen/vrijkopen en wanneer

zij niet zouden betalen er gevolgen aan zouden zitten en dat hij,

verdachte, een vuurwapen had, en het wel eens helemaal verkeerd zou

kunnen aflopen als hij politie zou zien,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. en 3: eendaadse samenloop van:

MENSENHANDEL, MEERMALEN GEPLEEGD,

en

BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT;

5 POGING TOT AFPERSING, MEERMALEN GEPLEEGD.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering straf en maatregel

8.1.

Algemene overweging

De straffen en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna zes maanden schuldig gemaakt aan kortgezegd mensenhandel.

Hij heeft het slachtoffer zodanig mishandeld, bedreigd, geïntimideerd en in een positie gebracht dat zij zich gedwongen voelde om dan wel werd bewogen tot het zich beschikbaar stellen voor prostitutiewerkzaamheden. Voorts heeft hij met het oogmerk tot seksuele uitbuiting van het slachtoffer werkplekken (laten regelen) voor het slachtoffer, het slachtoffer begeleid naar die werkplekken en heeft hij een telefoonabonnement voor zichzelf laten afsluiten ten koste van het slachtoffer. De verdachte parasiteerde op het slachtoffer. De verdiensten uit de werkzaamheden van het slachtoffer stelden verdachte in staat een luxe levenswijze erop na te houden. Deze levenswijze bracht het slachtoffer nog verder in de schulden.

Dergelijk handelen is strafbaar gesteld om tegen te gaan dat personen die zich in een kwetsbare positie bevinden, worden uitgebuit. Naar het oordeel van de rechtbank verdient mensenhandel een forse bestraffing, gelet op de inbreuk die daarbij wordt gemaakt op fundamentele rechten als de menselijke waardigheid en de persoonlijke vrijheid. Mensenhandel is een zeer vergaande manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers geheel ondergeschikt wordt gemaakt aan het geldelijk gewin van de dader.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing van een

ex-vriendin en haar vader.

De rechtbank neemt het de verdachte uiterst kwalijk dat hij zich bij het plegen van de feiten uitsluitend heeft laten leiden door geldelijk gewin en puur persoonlijk belang en zich op geen enkele manier heeft bekommerd om de gevolgen voor de betrokkenen.

De rechtbank is van oordeel dat het verwerpelijke feiten betreft en dat de verdachte door het plegen van deze feiten ernstig over de schreef is gegaan en rekent hem dat zwaar aan.

8.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

8.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 mei 2019 waaruit blijkt dat de verdachte eerder is met de politie, justitie en de strafrechter in aanraking is gekomen.

8.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland te Rotterdam heeft rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd 28 december 2018 en 20 augustus 2019. De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

Dr. drs. L.E.E. Ligthart, klinisch psycholoog & klinisch neuropsycholoog, heeft op 30 april 2019 gerapporteerd dat de verdachte zijn medewerking aan Pro Justitia rapportage heeft geweigerd. De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Het uitgangspunt van de officier van justitie, een gevangenisstraf van 42 maanden, past hier ook bij. De officier van justitie heeft – enigszins in lijn met het laatste reclasseringsadvies van 20 augustus 2019 – gevorderd om een deel van de door haar gevorderde gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen met daaraan verbonden een aantal bijzondere voorwaarden. De rechtbank ziet daarvoor echter geen aanleiding nu de verdachte ter terechtzitting niet alleen heeft verklaard geen hulpvragen te hebben maar bovenal geen enkele intrinsieke motivatie heeft getoond om daaraan zijn medewerking te verlenen. De rechtbank ziet dan ook geen heil in het opleggen van bijzondere voorwaarden en het daarmee belasten van de hulpverlening. De kostbare tijd en inspanningen van de reclassering en de andere hulpverleners kunnen beter worden ingezet voor verdachten die daartoe wel gemotiveerd zijn.

Hiermee, maar ook omdat de rechtbank minder feiten bewezen heeft verklaard, legt de rechtbank dus een hogere straf op dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank vindt deze straf, gelet op al het voorgaande, passend.

Ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan de verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaar opgelegd, inhoudende een contactverbod met [naam slachtoffer 1] , haar dochter [naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 3] , [naam slachtoffer 4] en [naam slachtoffer 5] .

Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens voornoemde personen wordt bevolen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

9 Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , gemachtigd raadsvrouw mr. N. Stolk, advocaat te Rotterdam, ter zake van de feiten 1, 2 en 3.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 25.212,34 aan materiële schade en een vergoeding van € 25.000,00 aan immateriële schade.

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering.

9.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft - in lijn met zijn vrijspraakbetoog - primair gepleit voor niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij en heeft subsidiair gepleit voor niet-ontvankelijkverklaring van de vordering omdat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

9.3.

Beoordeling

Met de raadsman is de rechtbank eens dat uit het dossier is gebleken dat de bankrekening van [naam benadeelde] niet alleen door verdachte, maar ook door haar zelf werd gebruikt, zodat niet zonder nader, bewerkelijk onderzoek kan worden vastgesteld welke onderdelen van de vordering enkel aan verdachte kunnen worden toegerekend. Vast staat wel dat [naam benadeelde] schade heeft geleden als gevolg van het hierboven bewezen verklaarde feit. De rechtbank ziet aanleiding voor de vaststelling van die schade bij wijze van schadebegroting aansluiting te zoeken bij het wederrechtelijk verkregen voordeel dat door verdachte is genoten. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal bevindingen analyses verdiensten uit mensenhandel. Het daar berekende voordeel voor verdachte is 12.070,05 euro. Dit voordeel, zijnde de inkomsten uit mensenhandel die de verdachte heeft genoten als opbrengst van de prostitutiewerkzaamheden van [naam benadeelde] , dient aan [naam benadeelde] toe te komen. De rechtbank wijst om die reden de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade toe tot dat bedrag. Voor het overige vormt dit onderdeel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding, zodat [naam benadeelde] in zoverre in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Bovendien is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 12.500,00. De benadeelde partij zal voor het overige van de immateriele schade niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering thans ontoereikend zijn.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 15 januari 2018.

De verdachte zal worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

9.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 24.570,05 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 38v, 38w, 45, 55, 57, 63, 273f, 285 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van 3 (drie) jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

1. zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer 1] ,

2. zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer 2] (dochter van

[naam slachtoffer 1] ),

3. zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer 3] ,

4. zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer 4] ,

5. zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer 5] ,

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur 2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

de benadeelde partij

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 24.570,05 (vierentwintigduizend vijfhonderdzeventig euro en vijf cent), bestaande uit € 12.070,05 aan materiële schade en € 12.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil aan salaris voor de raadsvrouw en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 24.570,05 (vierentwintigduizend vijfhonderdzeventig euro en vijf cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 24.570,05 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 158 (honderdachtenvijftig) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,

mr. I.M.A. Hinfelaar en mr. A.B. Baumgarten, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij,

in of omstreeks de periode van 15 januari 2018 tot en met 1 juli 2018 te

Dordrecht en/of Vianen en/of Oosterhout en/of elders in Nederland,

een ander, genaamd [naam slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ),

(telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1 van artikel 273f

Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of

geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een

andere feitelijkheid en/of door afpersing en/of door fraude en/of door

misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1), en/of

2) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel enige

handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist(en) of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [naam slachtoffer 1] zich daardoor

beschikbaar zou stellen tot het verrichten van

arbeid of diensten (van seksuele aard) (artikel 273f lid 1 sub 4), en/of

3) heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de

opbrengst van seksuele handelingen van die [naam slachtoffer 1] met of voor een

derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 9), en/of

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die

[naam slachtoffer 1] (artikel 273 f lid 1 sub 6),

waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met

geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit het:

- mishandelen van die [naam slachtoffer 1] (onder andere door die [naam slachtoffer 1] te

slaan en/of te schoppen en/of door een of meer voorwerpen tegen de

benen van die [naam slachtoffer 1] te gooien en/of door die [naam slachtoffer 1] (stevig)

bij de armen te pakken en/of door de keel van die [naam slachtoffer 1] dicht te

knijpen) en/of

- bedreigen van die [naam slachtoffer 1] met de dood en/of (hierbij) tonen van

een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan

die [naam slachtoffer 1] en/of zetten en/of houden van een vuurwapen, althans

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die

[naam slachtoffer 1] en/of

- opsluiten en/of opgesloten houden, althans het (in ernstige mate)

beperken van de bewegingsvrijheid van die [naam slachtoffer 1] , en/of

- foto’s maken van die [naam slachtoffer 1] zonder of slechts in weinig verhullende

kleding en/of waardoor bij die [naam slachtoffer 1] de vrees ontstond dat (een)

ander(en) kennis van die foto’s zouden kunnen krijgen en/of

- dreigen op internet foto’s en/of filmpjes te publiceren van voor die

[naam slachtoffer 1] compromitterende aard, en/of

- dreigen aan anderen te vertellen dat die [naam slachtoffer 1] als prostituee

werkzaam was en/of

- zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of

overheersende en/of denigrerende toon/wijze uiten tegen die [naam slachtoffer 1]

en/of

- brengen en/of houden van die [naam slachtoffer 1] in een positie waar zij niet

over haar eigen financiële middelen en/of bankpas(sen) kon beschikken,

althans gebruik maken van de bankpas(sen) van die [naam slachtoffer 1] en/of

- dwingen van die [naam slachtoffer 1] tot seks door het uit elkaar duwen en/of

trekken van de benen van die [naam slachtoffer 1] en/of (vervolgens) brengen

en/of houden van zijn, verdachtes, penis en/of een dildo in de vagina

van die [naam slachtoffer 1] ,

en/of waarbij voornoemde (onder 2) “enige handeling” heeft bestaan uit

het:

- ( door die [naam slachtoffer 1] laten) boeken en/of ter beschikking stellen van

hotelkamer(s) en/of een vakantiewoning als werkplek voor die [naam slachtoffer 1]

en/of

- ( laten) regelen van (een) werkplek(ken) voor die [naam slachtoffer 1] en/of

- begeleiden naar en/of behulpzaam zijn bij instanties (waaronder in elk

geval de gemeente en/of de kamer van koophandel) en/of het (daarmee)

behulpzaam zijn bij het regelen van (in elk geval) een sofinummer en/of

een

inschrijving bij de kamer van koophandel voor die [naam slachtoffer 1] en/of

- maken van foto’s voor advertenties op één of meer website(s) waarin

die [naam slachtoffer 1] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of

- aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het “omhoog

plaatsen’) van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin

die [naam slachtoffer 1] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of

- geven van uitleg en/of instructie aan die [naam slachtoffer 1] met betrekking tot

de door die [naam slachtoffer 1] te verrichten prostitutiewerkzaamheden en/of

- onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met

(potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [naam slachtoffer 1] en/of het maken

van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de

prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen en/of

- bepalen welke klanten die [naam slachtoffer 1] moest aannemen voor haar

prostitutiewerkzaamheden en/of

- instrueren van die [naam slachtoffer 1] (per telefoon) wanneer zij klaar moest

staan voor prostitutiewerkzaamheden en/of

- bepalen of die [naam slachtoffer 1] prostitutiewerkzaamheden met of zonder

condoom moest verrichten en/of

- ter beschikking stellen van een (werk)telefoon voor de

prostitutiewerkzaamheden van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ter beschikking stellen van werkkleding (lingerie) voor de

prostitutiewerkzaamheden van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ter beschikking stellen van condooms en/of sponsjes voor de

prostitutiewerkzaamheden van die [naam slachtoffer 1] en/of

- huren van auto’s door die [naam slachtoffer 1] en/of

- begeleiden van die [naam slachtoffer 1] naar een of meer “werkadressen” en/of

- afsluiten van een of meer telefoonabonnementen door die [naam slachtoffer 1]

en/of

- innen van het geld dat die [naam slachtoffer 1] voor haar

prostitutiewerkzaamheden verdiende;

2

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2018 tot en met 27 juni 2018 te

Dordrecht

een creditcard en/of een bankpas en/of een geldbedrag, in elk geval enig

goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 1]

,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3

hij op of omstreeks 28 mei 2018 te Dordrecht

[naam slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "ga de politie

maar bellen, dan ga ik 3 dagen zitten, daarna jaag ik of iemand ander jou

een kogel door je kop", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking en/of door een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp op/tegen haar hoofd te zetten en/of te houden;

4

hij op of omstreeks 10 oktober 2018 te Alphen aan den Rijn

(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 4º van de Wet

wapens en munitie,

te weten een alarmpistool, merk BBM, model GAP, kaliber 8 mm,

voorhanden heeft gehad en/of bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad;

5

hij

in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 28 februari

2018 te Utrecht en/of Nieuwegein,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] te dwingen tot afgifte van

6.000 euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), dat geheel of ten dele aan

deze [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] of aan een derde,

toebehoorde(n)

aan die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] heeft medegedeeld

-zakelijk weergegeven- dat zij geld aan hem, verdachte, moesten geven,

zodat hij zijn criminele vrienden kon afkopen/vrijkopen en/of wanneer

zij niet zouden betalen er gevolgen aan zouden zitten en/of dat hij,

verdachte, een vuurwapen had, en het wel eens helemaal verkeerd zou

kunnen aflopen als hij politie zou zien,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij

in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 28 februari

2018 te Utrecht en/of Nieuwegein

[naam slachtoffer 3] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door aan die [naam slachtoffer 3] dreigend mede te delen -zakelijk

weergegeven-

dat hij, verdachte, (een) vuurwapen(s) had en/of hij, verdachte, zou

gaan schieten en/of hij, verdachte, beslist geen politie in de buurt van

de winkel wilde zien, omdat hij anders zou gaan flippen,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.