Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8727

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
04-03-2020
Zaaknummer
C/10/575053 / JE RK 19-1683
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Korte verlenging ondertoezichtstelling onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Dringend verzoek aan de GI om per omgaande een vaste jeugdbeschermer aan te stellen.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/575053 / JE RK 19-1683

datum uitspraak: 15 oktober 2019

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2013 te [geboorteplaats kind] ,

hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

mr. E.A. KOOL,

hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van 24 juni 2019 en de daarin genoemde stukken,

- de briefrapportage van de bijzondere curator van 9 oktober 2019, ingekomen bij de griffie op 9 oktober 2019.

Op 15 oktober 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. A. Aksu,

- de vader,
- de bijzondere curator.

Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is niet verschenen dhr. [naam 1] van de GI. Hij zou mogelijk wel in het gebouw van de rechtbank zijn, maar heeft niet gereageerd op een omroepbericht van de bode. Mw. [naam 2] heeft uiteindelijk voor hem waargenomen, maar is niet inhoudelijk op de hoogte van de zaak.

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 24 juni 2019 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot

5 november 2019. Tevens heeft de kinderrechter mr. E.A. Kool benoemd als bijzondere curator voor de duur van de onderhavige procedure. De beslissing voor het overige verzochte is aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De GI heeft oorspronkelijk verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van negen maanden. De periode tot 5 april 2020 resteert.

De standpunten

Door en namens de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat de jeugdbeschermer, dhr. [naam 1] , per 1 augustus 2019 is gestopt als vaste jeugdbeschermer. Daarna is er geen contact meer met de GI geweest. De moeder wil zo min mogelijk juridische procedures starten in het belang van [naam kind] . De conclusie van de bijzondere curator is gebaseerd op te weinig informatie. [naam kind] is gediagnosticeerd met [naam aandoening].de heer [naam 1] is hiervan op de hoogte. Gelet daarop heeft de moeder er bezwaar tegen om de omgang op gang te brengen tussen [naam kind] en de vader. [naam kind] is aangemeld bij [naam stichting]. [naam kind] en de moeder gaan een traject in om beter te leren omgaan met de medische aandoening. De moeder wil zich volledig richten op de zorg voor [naam kind] om te voorkomen dat hij spanning en stress ervaart. De medische aandoening van [naam kind] dient op dit moment zwaarder te wegen dan het recht op omgang van de vader met [naam kind] .

Verzocht wordt om het resterende verzoek tot ondertoezichtstelling af te wijzen, omdat niet aan de gronden wordt voldaan.

De vader heeft ter zitting aangegeven dat hij tevreden is over het rapport van de bijzondere curator. Het is slordig van de GI dat er geen vaste jeugdbeschermer meer is. De vader vindt het erg dat [naam kind] deze aandoening heeft gekregen. De vader hoopt dat hij nu in goede handen is in het ziekenhuis. De vader wordt niet geïnformeerd door het ziekenhuis en er wordt niet om zijn toestemming gevraagd. Hij wil weten hoe hij moet handelen als hij [naam kind] een keer zal zien.

De bijzondere curator heeft ter zitting naar voren gebracht dat heel voorzichtig toegewerkt moet worden naar een omgangsmoment tussen [naam kind] en de vader. Hier moet een goede jeugdbeschermer voor gekozen worden. Ook moeten de ouders op een zakelijke manier met elkaar in gesprek kunnen gaan. Het is fijn dat de juridische procedures tussen de ouders zijn gestopt. [naam kind] heeft recht op contact met beide ouders. Het is schadelijk als hij niet weet wie zijn biologische ouders zijn. Er moet contactherstel plaatsvinden. Ondanks het vervelende bericht van de cyste blijft de bijzondere curator achter haar rapport staan.

Namens de GI kan ter zitting geen standpunt worden ingenomen, omdat geen vertegenwoordiger aanwezig is die het dossier kent.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er is al jarenlang geen contact geweest met [naam kind] en zijn (gezaghebbende) vader. Omdat er geen omgangs- en contactregeling van de grond is gekomen, heeft de kinderrechter bij beschikking van 24 juni 2019 een bijzondere curator over [naam kind] benoemd. De afgelopen periode heeft de bijzondere curator onderzoek gedaan. Zij heeft geconcludeerd dat de omgang met de vader voorzichtig opgestart moet worden middels het Omgangshuis. Omdat [naam kind] lijdt aan [naam aandoening], zal een jeugdbeschermer heel voorzichtig, rekening houdend met alle informatie, moeten toewerken naar die omgang.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.

Ter zitting is veel nieuwe informatie naar voren gekomen.

Daarnaast blijkt er al langere tijd geen vaste jeugdbeschermer voor het gezin te zijn en was niemand van de GI die bekend is met de zaak ter zitting aanwezig. De GI heeft daardoor geen visie gegeven naar aanleiding van de inhoud van het rapport van de bijzondere curator en de reactie van ouders daarop.

Bovendien beschikt de bijzondere curator nog niet over alle relevante informatie, zoals bijvoorbeeld stukken uit een eerdere procedure over het ouderlijk gezag, zorgregeling en informatieregeling tussen partijen.

De kinderrechter acht zich door deze nieuwe informatie en de afwezigheid van de GI ter zitting onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen over de gehele verzochte periode en ziet daarom aanleiding de beslissing op een deel van het verzoek van de GI aan te houden. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [naam kind] daarom verlengen tot niet langer dan 1 februari 2020 en het overige verzochte aanhouden.

De kinderrechter verzoekt de GI zeer dringend per omgaande een vaste jeugdbeschermer voor [naam kind] aan te stellen, met spoed actie te ondernemen in het belang van [naam kind] en twee weken voor de na te noemen zittingsdatum te rapporteren.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 1 februari 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de belanghebbenden en de bijzondere curator in deze zaak zal plaatsvinden op 30 januari 2020 om 11:00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de belanghebbenden, mr. A. Aksu en de bijzondere curator;

verzoekt de GI (en indien gewenst de overige belanghebbenden) uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter (en de overige belanghebbenden) nader te informeren over de stand van zaken.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2019 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 4 november 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.