Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8674

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
583330 / HA RK 19-1158
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. De RC is niet op de hoogte geweest van het verzoek dd. 12-09-2019 tot afgifte van het e-mailadres van de RC en niet kan worden gesteld dat zij daarvan op de hoogte had moeten zijn. Het verzoek is door de ontvanger van het verzoek niet beantwoord en evenmin doorgeleid naar het kabinet RC. Ter zitting van de wrakingskamer is verzoeker het mailadres alsnog overhandigd en is meegedeeld hoe hij zijn verzoek tot het doen horen van getuigen alsnog kan doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Zaaknummer / rekestnummer: 583330 / HA RK 19-1158

Beslissing van 31 oktober 2019

op het verzoek van

[naam verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

strekkende tot wraking van:

mr. M.C. van der Kolk, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam, de voorzitter van het team Kabinet RC (hierna: de rechter-commissaris).

1 Het procesverloop en de processtukken

Verzoeker is gedagvaard om te verschijnen op de terechtzitting van de politierechter van 10 september 2019.

Ter terechtzitting van 10 september 2019 van de politierechter waren de tegen verzoeker aanhangig gemaakte strafzaken met parketnummer 10.153677.19 en 10.123362.19 aan de orde. De politierechter heeft het verzoek om aanhouding van verzoeker wegens de wens om getuigen te horen toegewezen. Het onderzoek op de terechtzitting is geschorst tot de terechtzitting op 9 december 2019.

Bij e-mail van 12 september 2019 heeft verzoeker wraking van de politierechter verzocht. Dit verzoek is op 30 september 2019 afgewezen.

Bij e-mail van 1 oktober 2019 heeft verzoeker onder meer wraking van de rechter-commissaris verzocht.

Aan de wrakingskamer zijn ter beschikking gesteld de dossiers van de hiervoor omschreven strafzaken, waarin zich onder meer bevindt:

- het proces-verbaal van de zitting van 10 september 2019;

- de e-mail van 12 september 2019, waarbij de politierechter is gewraakt;

- de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek.

Verzoeker en de rechter-commissaris zijn uitgenodigd voor de zitting waarop het wrakingsverzoek is behandeld. Ook de officier van justitie mr. H. van Galen is op de hoogte gesteld van de zitting teneinde hem in de gelegenheid te stellen het standpunt van het Openbaar Ministerie ten aanzien van het wrakingsverzoek te geven.

De rechter-commissaris is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter-commissaris heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij e-mail van 8 oktober 2019.

Ter zitting van 16 oktober 2019, waar het wrakingsverzoek is behandeld, is verzoeker verschenen. De rechter-commissaris heeft voorafgaand aan de zitting bericht niet te zullen verschijnen.

2 Het verzoek en de reactie daarop

Alleen het onder 1 genoemde punt van de e-mail van verzoeker van 1 oktober 2019 ziet op wraking van de rechter-commissaris. Verzoeker heeft hier ter adstructie van het wrakingsverzoek het volgende aangevoerd - verkort en verduidelijkt weergegeven - :

Voor 1 oktober 2019 zou er contact met de rechter-commissaris worden bewerkstelligd. Nu de twee advocaten die verzoeker in de strafzaken achtereenvolgens bijstonden, allebei de benen hebben genomen, heeft verzoeker in zijn e-mail van 12 september 2019 aan strafrecht.rotterdam@rechtspraak.nl gevraagd om het e-mailadres van de rechter-commissaris. Dat mailadres is blijkbaar wel bekend bij strafadvocaten. Omdat dit e-mailadres niet is verkregen heeft verzoeker geen getuigen kunnen oproepen. Dit is een belemmering van de rechtsgang en/of verzoekers rechten worden door de rechter-commissaris niet gewaarborgd.

2.2

De rechter-commissaris heeft niet in de wraking berust.

De rechter-commissaris bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking kan opleveren. Daarbij is – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:

De rechter-commissaris is niet bekend met de zaken van verzoeker en heeft daarin geen onderzoekshandelingen verricht. In zijn algemeenheid is het zo, dat indien een zaak door de zittingsrechter “open” wordt verwezen naar het kabinet RC en de verdediging in de gelegenheid is gesteld om voor een bepaalde datum onderzoekswensen in te dienen, de zaak bij het kabinet RC wordt verdeeld (lees: toegedeeld aan een rechter-commissaris) na ontvangst van die wensen. Indien er geen onderzoekswensen worden ingediend, wordt daarvan een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt dat in de regel door de rechter-commissaris, als coördinerend RC, wordt ondertekend.

3 De beoordeling

3.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de door verzoeker geuite vrees voor vooringenomenheid van de rechter door objectieve factoren gerechtvaardigd is.

3.2

Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter-commissaris door haar persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig is.

3.3

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoeker geuite vrees dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert- objectief - gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoeker van belang, maar is deze niet doorslaggevend.

3.4

De wrakingskamer is van oordeel dat de aangevoerde omstandigheden niet zo’n zwaarwegende aanwijzing opleveren, en overweegt daartoe als volgt.

3.5

Uit hetgeen verzoeker ter adstructie van zijn wrakingsverzoek heeft aangevoerd (zie hiervoor onder 2.1) en het verhandelde ter zitting, leidt de wrakingskamer af dat verzoeker het wrakingsverzoek heeft ingediend omdat er niets is gebeurd met het laatste punt van zijn e-mail van 12 september 2019. Deze e-mail bevat als eerste punt het eerdere wrakingsverzoek en stelt nog vier andere kwesties aan de orde. Als laatste vroeg verzoeker om het e-mailadres van de rechter-commissaris omdat hij getuigen wilde oproepen en snelheid in de zaak wilde houden - bij de onttrekking van zijn tweede advocaat.

De wrakingskamer is van oordeel dat de rechter-commissaris hier buiten staat. De rechter-commissaris is niet op de hoogte geweest van dit verzoek en er kan ook niet worden gesteld dat zij er van op de hoogte had moeten zijn. Het wrakingsverzoek is in die zin te vroeg ingediend omdat er zelfs nog geen proces-verbaal van bevindingen of een andere beslissing was genomen door enige rechter-commissaris op 1 oktober 2019. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd levert alleen daarom al geen grond voor wraking op.

Overigens stelt de wrakingskamer vast, dat door degenen die de e-mail van verzoeker van 12 september 2019 hebben ontvangen, onder meer strafrecht.rotterdam@rechtspraak.nl, de vraag om het e-mailadres van de rechter-commissaris, helaas niet is beantwoord en evenmin is doorgeleid naar het kabinet RC. Ook stelt de wrakingskamer vast dat inmiddels mr. Schols, rechter-commissaris, een proces-verbaal van bevindingen heeft opgemaakt, gedateerd 10 oktober 2019, waarin is geconcludeerd dat er geen getuigenverzoeken namens verzoeker zijn binnengekomen. Hieruit blijkt dat er bij het kabinet RC geen bekendheid was met de e-mail van verzoeker van 12 september 2019. De wrakingskamer heeft daarom ter zitting van 16 oktober 2019 het mailadres van het kabinet RC, kabinetrc.rotterdam@rechtspraak.nl, dat verzoeker overigens ook via rechtspraak.nl had kunnen vinden, aan verzoeker overhandigd. Het is aan verzoeker om, indien hij dat nog steeds wenst, het verzoek te doen om getuigen op te roepen, en aan de behandelend rechter-commissaris om dan op dat verzoek te beslissen. Dit is door de wrakingskamer ter zitting ook zo aan verzoeker medegedeeld.

3.6

Het verzoek is gelet op het hiervoor overwogene ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot wraking van mr. M.C. van der Kolk.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. M. de Geus en
mr. M.G.L. de Vette, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2019 in tegenwoordigheid van mr. M.L.F. de Leeuw, griffier.

Verzonden op:

aan:

-

-

-

-