Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8673

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
582262 / HA RK 19-1090
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk omdat dit niet is gedaan zodra de feiten en omstandigheden, waarop het verzoek is gegrond, aan verzoeker bekend waren geworden. Aan het verzoek zijn ten grondslag gelegd uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter bij gelegenheid van de zitting op 06-09-2019, alwaar verzoeker aanwezig was, terwijl het verzoek eerst is ingediend op 17-09-2019. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Zaaknummer / rekestnummer: 582262 / HA RK 19-1090

Beslissing van 7 oktober 2019

op het verzoek van

[naam verzoeker] ,

wonende te [adres] ,

verzoeker,

strekkende tot wraking van:

mr. M.V. van Baaren, rechter in de rechtbank Rotterdam, team bestuur 1 (hierna: de rechter).

1 Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 6 september 2019 is door de rechter behandeld het door verzoeker ingestelde bestuursrechtelijke beroep tegen een besluit d.d. 20 november 2018 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam. Die procedure draagt als kenmerk ROT 19 / 6490.

Bij brief van 17 september 2019 heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht.

Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting.

Verzoeker, de rechter en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam zijn uitgenodigd voor de zitting waarop het wrakingsverzoek is behandeld.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 20 september 2019.

Ter zitting van 1 oktober 2019, waarop het wrakingsverzoek is behandeld, is verzoeker verschenen. De rechter is met voorafgaand bericht niet ter zitting verschenen.

Verzoeker heeft zijn standpunt nader toegelicht.

Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de brieven van verzoeker, ingekomen op 18 september 2019 en 24 september 2019.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.

In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoeker bekend waren geworden, zoals artikel 8:16 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht vereist.

2.2.

De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende.

Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter bij gelegenheid van de zitting op 6 september 2019. Verzoeker was op die zitting aanwezig en heeft bij die gelegenheid kennis genomen van die uitlatingen, gedragingen en beslissingen.

Het is vaste jurisprudentie dat de zinsnede “zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn” betekent dat een wrakingsverzoek dient te worden gedaan onmiddellijk na het bekend worden van de feitelijke grond tot wraking, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is.

In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich immers voorgedaan ter zitting van vrijdag 6 september 2019, terwijl het verzoek tot wraking eerst is ingediend op dinsdag17 september 2019.

2.3

Verzoeker heeft aangevoerd dat de hiervoor bedoelde termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat hij woont in maatschappelijke opvang, waar hij niet beschikt over een eigen computer en dat hij afhankelijk is van de beschikbaarheid van openbaar toegankelijke computers. Voorts heeft verzoeker aangevoerd dat hij het verzoek tot wraking van de rechter niet op de zitting heeft willen doen, omdat de rechter had geweigerd aan het einde van de zitting meteen een proces-verbaal van die zitting op te maken en te ondertekenen. Verzoeker is van mening dat een termijn van tien kalenderdagen, waarbinnen hij het verzoek heeft ingediend, voldoet aan de Europese normen en gegeven zijn omstandigheden een acceptabele termijn is.

2.4

Naar het oordeel van de wrakingskamer had echter ook binnen deze context van verzoeker mogen worden verwacht dat hij het verzoek tot wraking uiterlijk binnen enkele dagen na de zitting van 6 september 2019 zou doen. Immers, een wrakingsverzoek kan ook schriftelijk worden gedaan en per post worden verzonden naar de griffie van de rechtbank, dan wel persoonlijk worden ingediend bij de centrale informatiebalie van de rechtbank. Het indienen van het verzoek na elf dagen kan niet worden aangemerkt als “zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden”. Van strijd van dit wettelijk voorschrift met Europese regelgeving is niet gebleken.

2.5

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het wrakingsverzoek.

3 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van
mr. M.V. van Baaren.

Deze beslissing is door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. K.J. Bezuijen en
mr. J.J. van den Berg, rechters.

Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. K.J. Bezuijen uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2019 tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.

Verzonden op:

aan:

- verzoeker

- mr. M.V. van Baaren

- college van B & W van de gemeente Rotterdam