Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8586

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-08-2019
Datum publicatie
01-11-2019
Zaaknummer
10/692083-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht. Afpersing in vereniging. Verminderd toerekeningsvatbaar. Bij strafoplegging rekening gehouden met zeer exceptionele persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Geheel voorwaardelijke werkstraf. Dadelijk uitvoerbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/692083-18

Datum uitspraak: 2 augustus 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2003 ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman: mr. E.R. Weening, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 19 juli 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering en een behandelverplichting bij De Waag;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uur, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie, met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging bepleit dat de overtuiging ontbreekt dat de verdachte degene was die een leidende rol had bij de afpersing en dat hij met het mes heeft gedreigd. De verdachte dient het voordeel van de twijfel te worden gegund.

Subsidiair is, vanwege het tijdsverloop en de grote persoonlijke problemen in het leven van de verdachte, verzocht een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. Hiertoe redengevend is ook dat deze geen meerwaarde hebben, nu de verdachte reeds de juiste ondersteuning krijgt en er al vanuit een civiel kader een jeugdbeschermer bij hem is betrokken.

4.1.2.

Beoordeling

Op 23 augustus 2018 zijn de aangevers aan het voetballen. Op een bepaald moment worden zij benaderd door drie jongens. Onder bedreiging van een mes en een boksbeugel wordt een van de aangevers gedwongen zijn mobiele telefoon af te geven.

De verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat een van de aangevers is gedwongen tot de afgifte van zijn mobiele telefoon. Volgens de verdachte heeft hij daar echter zelf geen aandeel in gehad en zijn het zijn medeverdachten geweest die de aangever hiertoe hebben gedwongen. De verdachte zou enkel zijn mes, onwetend over wat er daarna zou gebeuren, aan een van zijn medeverdachten hebben overgedragen. De medeverdachten zouden de verdachte enkel als initiatiefnemer hebben aangewezen, omdat hij na zijn aanhouding hun namen heeft genoemd.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte over de rol die hij zichzelf toebedeelt ongeloofwaardig, omdat deze geen enkele steun vindt in het dossier. De verklaring van aangever [naam aangever 1] dat de verdachte, welke hij later op foto’s op zijn school heeft herkend, hem samen met zijn medeverdachten heeft afgeperst, dat de verdachte het zakmes had en degene was die de bedreigingen uitte, vindt daarentegen wel steun in het dossier. Zo heeft aangever [naam aangever 2] ook verklaard dat de verdachte, de enige met een snor, degene met het mes was, dat hij ook aangever [naam aangever 2] bedreigde en dat hij de leider van het groepje leek. Daarnaast volgt uit de verklaringen van de medeverdachten dat de verdachte het initiatief tot de afpersing nam, dat hij het mes trok en dat aangever [naam aangever 1] zijn telefoon aan hem overhandigde nadat de verdachte hierom vroeg. Daarbij komt dat de verdachte na zijn aanhouding en ter terechtzitting niet eenduidig heeft verklaard over het moment waarop hij het mes aan een van zijn medeverdachten heeft overgedragen.

Kortom, gelet op de verklaringen van de aangevers, gezien in onderling verband en in samenhang met de overige bewijsmiddelen, acht de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht ook bewezen en is ervan overtuigd dat de verdachte in de uitvoering daarvan een leidende rol heeft gehad.
De rechtbank hecht geen geloof aan het door de verdachte naar voren gebrachte scenario dat er op neerkomt dat de medeverdachten de schuld in de schoenen van de verdachte willen schuiven, omdat hij hen zou hebben verraden. Verdachtes verklaring hierover vindt geen steun in het dossier.

4.1.3.

Conclusie

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 23 augustus 2018 te Barendrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] , die [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (iPhone 6S) en een hoesje voor die mobiele telefoon en een bankpas toebehorende aan die [naam slachtoffer 1] , welke bedreiging met geweld bestond uit

- het tonen van een (zak)mes aan die [naam slachtoffer 1] en

- het houden van een (zak)mes in de richting van (de buik van) die [naam slachtoffer 1] en

- die [naam slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "ik steek je dood als je je spullen niet geeft", en

- tonen van een boksbeugel aan die [naam slachtoffer 2] en

- die [naam slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "kijk niet naar mij, of ik steek je in je zij".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte, destijds veertien jaar, heeft op 23 augustus 2018 samen met twee medeverdachten een jongen onder bedreiging van een mes en een boksbeugel beroofd van zijn mobiele telefoon met bijbehorend telefoonhoesje en daarin zijn bankpas. Deze goederen heeft de jongen onder de dreiging doodgestoken te worden, moeten afstaan. Het vriendje van deze jongen is gesommeerd weg te kijken, tevens onder de dreiging te worden gestoken. Door zo te handelen heeft de verdachte de slachtoffers angst aangejaagd. Het is een feit van algemene bekendheid dat de impact van dergelijke feiten op slachtoffers groot is.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 april 2019. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte heeft een ernstig belast verleden. Hij is gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en een depressieve stoornis. Behandeling wordt noodzakelijk geacht, maar die is nog niet van de grond gekomen. De verdachte toont zelf ook geen motivatie voor behandeling. Er bestaan zorgen omtrent de gesloten houding van de verdachte en de vraag is hoe lang de verdachte hiermee nog kan omgaan, zonder dat er behandeling plaatsvindt. De Raad adviseert een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering en dat de verdachte wordt verplicht zich onder behandeling te stellen van De Waag of een soortgelijke instelling.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 15 juli 2019. Door JBRR wordt geadviseerd een voorwaardelijke werkstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zijn medewerking verleent aan behandeling en plaatsing bij De Fjord of een soortgelijke instelling.

Mevrouw [naam] van JBRR heeft ter zitting medegedeeld dat de verdachte sinds mei 2019 verblijft in een crisisopvang. De verdachte verbleef voorheen bij zijn oom en tante, maar deze plaatsing was niet langer mogelijk. Inmiddels is ook gebleken dat De Fjord onvoldoende aansluit bij de verdachte. Nu het op school beter gaat, moet een woonplek worden gevonden waar de verdachte kan groeien naar zelfstandigheid en van waaruit hij naar zijn oude school kan blijven gaan. Prokino onderzoekt momenteel of zij voor de verdachte op korte termijn een plek beschikbaar hebben. De verdachte kan dan bij Prokino wonen, vanuit daar naar school gaan en ambulant worden behandeld.

Psycholoog drs. B.W. Roelofs-van Bon heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 december 2018. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een depressieve- en een posttraumatische stressstoornis. Hiervan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde waardoor dit hem in een verminderde mate dient te worden toegerekend. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog, nu de verdachte getuige is geweest van geweld in het gezin, er gesproken kan worden van een discontinuïteit in de opvoeding, er sprake is van omgang met delinquente leeftijdsgenoten, de verdachte veel stress heeft ervaren, de opvoedingssituatie verre van optimaal is en er een gebrek aan steun van andere volwassenen is. Van belang is dat de verdachte behandeling krijgt. Hiervoor kan worden gedacht aan hulpverlening door de GGZ, bijvoorbeeld een hernieuwde start bij Lucertis of aan hulpverlening door Yulius-GGZ, maar ook aan behandeling in een forensische setting bij bijvoorbeeld De Waag. Ook is verbetering van de opvoedingssituatie geïndiceerd. Een verplichtend juridisch kader is aangewezen, omdat de verdachte niet gemotiveerd is voor hulp.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toerekeningsvatbaarheid

Nu de conclusie van de psycholoog gedragen wordt door de bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusie over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Straffen

Gezien de ernst van het feit zou de oplegging van een straf conform de eis van de officier van justitie passend zijn. De rechtbank zal daarvan echter op grond van de zeer exceptionele persoonlijke omstandigheden van de verdachte afwijken en de straf beperken tot een voorwaardelijke werkstraf van na te noemen duur, hetgeen ook door de Raad en de JBRR wordt geadviseerd, met de voorwaarden die door de jeugdreclassering noodzakelijk worden geacht. De ondersteuning van de verdachte bij al zijn problemen dient op dit moment prioriteit te krijgen boven afstraffing Een goede begeleiding en behandeling van de verdachte kan bovendien een wezenlijke bijdrage leveren aan het verminderen van de kans op herhaling van het plegen van een soortgelijk feit als waarvoor hij nu wordt veroordeeld.

Dadelijke uitvoerbaarheid

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten afpersing onder bedreiging met een mes. Gelet op de ernst van het feit en de rapportages van de psycholoog, de Raad en JBRR is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van dit wetboek uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77za, 77aa en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak als deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zich, indien geïndiceerd, onder behandeling stelt van De Waag of een soortgelijke instelling;

- zodra daar een plek beschikbaar is zal verblijven in een instelling van Prokino voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang, of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven, dit alles gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de jeugdreclassering in overleg met de directeur van die instelling verantwoord vindt;

- zich inspant voor het hebben van een passende dagbesteding, waartoe in ieder geval behoort het volgen van onderwijs;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.N. Melkert, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. A. Verweij en W.L. van der Bijl-de Jong, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 augustus 2019.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 23 augustus 2018 te Barendrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , die [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (iPhone 6S) en/of een hoesje voor die/een mobiele telefoon en/of een bankpas,

in elk geval van enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- het tonen van een of meerdere (zak)messen aan die [naam slachtoffer 1] en/of

- het houden van een of meerdere (zak)messen in de richting van (de buik van) die [naam slachtoffer 1] en/of

- die [naam slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "ik steek je dood als je je spullen niet geeft", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tonen van een boksbeugel aan die [naam slachtoffer 2] en/of

- die [naam slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "kijk niet naar mij, of ik steek je in je zij", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.