Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8469

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
01-11-2019
Zaaknummer
C/10/562297 / HA ZA 18-1090
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Linnau; stuwadoorsaansprakelijkheid; vorderingsgerechtigdheid. De enkele omstandigheid dat er schade is ontstaan tijdens het lossen, zonder meer, levert niet een onrechtmatige daad op. Niet gesteld dat gedaagde onzorgvuldig heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2020, afl. 1, p. 37
S&S 2020/83
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/562297 / HA ZA 18-1090

Vonnis van 30 oktober 2019

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van Cyprus

PEAK SHIPPING A.S.,

gevestigd te Nyborg, Noorwegen,

eiseres,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. ZEEHAVENBEDRIJF DORDRECHT,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Peak Shipping en ZHD genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 augustus 2018, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord van 30 januari 2019, met producties;

  • -

    de oproepingsbrieven van deze rechtbank van 13 maart 2019 en 27 mei 2019;

  • -

    de zittingsagenda van deze rechtbank van 18 juli 2019;

  • -

    de brief van Peak Shipping van 5 september 2019 met producties 6 tot en met 11;

  • -

    de door Peak Shipping ter zitting overgelegde aanvulling op productie 2 bij dagvaarding;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 19 september 2019, alsmede de daarin vermelde pleitaantekeningen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Peak Shipping exploiteert schepen.

2.2.

ZHD is een onderneming die zich bezighoudt met de overslag van bulkgoederen in en uit zee- en binnenschepen en met de opslag van bulkgoederen. ZHD beschikt (onder meer) over een terminal in Dordrecht.

2.3.

Op of omstreeks 9 augustus 2017 is de “ [naam schip] ” te Goole, Verenigd Koninkrijk, beladen met 3.100 mt metaalslakken. In de avond van 12 augustus 2017 is de “ [naam schip] ” aangekomen te Dordrecht, alwaar het schip op 14 augustus 2017 door ZHD is gelost.

2.4.

Op dezelfde avond, 14 augustus 2017, is het ruim van de “ [naam schip] ” geïnspecteerd en is schade geconstateerd aan het ruim. Olietank 8 is beschadigd en er is een barst geconstateerd tussen spanten 53 en 54 van het ruim.

2.5.

De kapitein van de “ [naam schip] ” heeft daarop een damage report opgesteld, dat ‘voor gezien’ is getekend door een medewerker van ZHD. Het damage report vermeldt:

“During discharging in the port of Dordrecht the vessel sustain following damages:

Top fuel tank No 8 was damaged by discharging shore crane grab (…).”

2.6.

Op 15 augustus 2017, een dag nadat de schade was geconstateerd, is een expert van [naam bedrijf 1] , aangekondigd als de expert van [naam bedrijf 3] (hierna: [naam bedrijf 3] ) aan boord geweest om de schade te onderzoeken. [naam bedrijf 1] heeft op 17 augustus 2017 een preliminary report opgemaakt, en op 1 september 2017 een follow up report.

3 Het geschil

3.1.

Peak Shipping vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  1. verklaart dat ZHD aansprakelijk is jegens Peak Shipping voor alle gevolgen van het onderhavige incident en gebonden is Peak Shipping in alle opzichten te vrijwaren;

  2. ZHD veroordeelt om aan Peak Shipping te betalen een bedrag van € 107.479,75 te vermeerderen met de wettelijke rente;

alles met veroordeling van ZHD in de kosten van deze procedure.

3.2.

ZHD voert verweer, strekkende tot afwijzing van de vorderingen van Peak Shipping, met veroordeling van Peak Shipping, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding, waaronder de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

vorderingsgerechtigdheid

4.1.

ZHD betwist de vorderingsgerechtigdheid van Peak Shipping en voert aan dat niet duidelijk is gemaakt of en in welke hoedanigheid Peak Shipping betrokken is geweest bij het vervoer van de metaalslakken, te meer nu ZHD reeds contact heeft gehad met andere partijen over de schade aan de “ [naam schip] ” voordat Peak Shipping in oktober 2017 een aansprakelijkstelling stuurde. In deze aansprakelijkstelling vroeg Peak Shipping om betaling direct aan [naam bedrijf 2] ., de eigenaar van het schip, en niet aan haarzelf, aldus ZHD. Daarnaast, zo voert ZHD aan, kon uit mededelingen van [naam bedrijf 3] worden opgemaakt dat Peak Shipping was verzekerd en dat deze verzekeraar dekking heeft geboden.

4.2.

Peak Shipping heeft naar aanleiding van dit verweer gesteld dat zij vorderingsgerechtigd is en aangevoerd dat zij een BIMCO charterparty heeft afgesloten met [naam bedrijf 2] ., de eigenaar van het schip, via [naam shipbroker] , de shipbroker. Op basis van artikel 44 van deze charterparty is Peak Shipping aansprakelijk voor de schade aan het schip. Peak Shipping heeft facturen en betalingsoverzichten overgelegd waaruit volgens Peak Shipping blijkt dat zij de kosten zelf heeft voldaan. Tot slot heeft Peak Shipping in dit kader aangevoerd dat [naam bedrijf 3] niet heeft uitgekeerd met betrekking tot de schade aan de “ [naam schip] ”, nu de kosten niet waren gedekt.

4.3.

ZHD heeft ter zitting medegedeeld dat het – nu de charterparty is overgelegd – duidelijk is dat Peak Shipping mogelijk schade in haar eigen vermogen heeft kunnen lijden. ZHD heeft zich op het punt van de vorderingsgerechtigdheid gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.4.

Aan ZHD kan worden toegegeven dat eerst tijdens de comparitie en na overlegging van de charterparty is gebleken in welke hoedanigheid Peak Shipping betrokken is geweest bij het onderhavige vervoer. Dit had reeds bij dagvaarding duidelijk uiteen moeten worden gezet.

Peak Shipping heeft inmiddels echter voldoende onderbouwd dat zij schade in haar eigen vermogen heeft geleden. Blijkens de charterparty is zij aansprakelijk voor schade aan het schip ten gevolge van stuwage, terwijl uit de door Peak Shipping overgelegde facturen blijkt dat zij de kosten heeft betaald. Voorts heeft ZHD niet betwist dat de verzekeraar van Peak Shipping de kosten niet heeft gedekt.

Gelet op het vorenstaande gaat de rechtbank ervan uit dat Peak Shipping vorderingsgerechtigd is.

onrechtmatige daad

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat tussen hen geen overeenkomst geldt. Peak Shipping heeft gesteld dat ZHD aansprakelijk is voor de aan de “ [naam schip] ” ontstane schade. Hiertoe heeft zij het volgende aangevoerd.

De schade is veroorzaakt door de nalatige bediening van de lossingsgrijper door werknemers of onderaannemers van ZHD, voor wier handelen ZHD aansprakelijk is ingevolge artikel 6:171, althans artikel 6:170 BW. Voor zover ZHD de lossingsoperatie niet goed heeft georganiseerd en/of niet heeft toegezien op naar behoren gekwalificeerde kraanmachinisten, is ZHD aansprakelijk krachtens artikel 6:162 BW. Voor zover ZHD een ongeschikte grijper heeft gebruikt, is zij aansprakelijk op grond van artikel 6:173 BW.

Ter zitting heeft Peak Shipping toegelicht dat de bemanning van de “ [naam schip] ” op 14 augustus 2017 omstreeks 19.15 uur een harde klap heeft gehoord, en dat er foto’s zijn van de schade die zijn genomen op 14 augustus 2017 om 19.39 uur en om 19.40 uur. Hieruit volgt volgens Peak Shipping dat ZHD het lossen stil moet hebben gelegd om de foto’s te maken. Volgens Peak Shipping is het ongebruikelijk want gevaarlijk om tijdens het lossen het ruim in te gaan, zodat er een goede reden moet zijn geweest om het lossen stil te leggen en het ruim te betreden. Daarnaast moet de maker van de foto’s geweten hebben dat en waar het incident had plaatsgevonden, nu hij of zij kennelijk een 2,5 cm grote scheur heeft kunnen vinden, terwijl de schade formeel pas na het lossen, dus na 21.30 uur, is geconstateerd. Ook uit het preliminary report van [naam bedrijf 1] blijkt volgens Peak Shipping dat de schade tijdens het lossen moet zijn ontstaan. In het rapport is vermeld:

“While discharging operations were in progress at around 19.15 hrs on the 14th August 2017, the ship’s crew reportedly heard a loud noise inside the cargo hold, as the discharging grab hit the tank top to discharge the bottom cargo. (…)

The following damage was observed:

a) Dent of approximately 20x20x5 cm with a crack presenting a bright steel surface (suggesting the fresh nature of the damage) (…)

On the basis of our observations, and the information collected so far, we have at this stage no element enabling us to doubt the allegations made by the Master, stating that the above described damage were caused during the discharging operations at Dordrecht.”

Peak Shipping heeft in dit kader gesteld dat uit de rapporten van [naam bedrijf 1] volgt dat de schade tijdens het lossen door ZHD is ontstaan. Het follow up report van 1 september 2017 maakt gewag van een derde beschadiging die op 30 augustus 2017 is geconstateerd, en waarover [naam bedrijf 1] in haar rapport heeft opgemerkt dat niet uitgesloten kan worden dat ook deze later ontdekte beschadiging tijdens het lossen op 14 augustus 2017 kan zijn ontstaan.

Daarnaast heeft Peak Shipping toegelicht dat de onzorgvuldige gedraging die zij ZHD verwijt, het lossen is. Dit is niet zorgvuldig gebeurd, want er is schade ontstaan. De grijper moet te hard in het ruim zijn gebracht, waardoor er ofwel een te harde aanraking tussen de grijper en de laadvloer heeft plaatsgevonden, ofwel de grijper de lading in de laadvloer heeft gedrukt. Peak Shipping heeft daarbij gewezen op het harde geluid waarover is gerapporteerd.

4.6.

ZHD heeft aangevoerd dat Peak Shipping niet duidelijk heeft gemaakt wat er volgens haar tijdens de lossing verkeerd zou zijn gegaan, noch dat en waarom sprake zou zijn van een onrechtmatige gedraging van ZHD. ZHD heeft betwist dat er sprake was van onzorgvuldig handelen door haarzelf of haar kraanmachinisten of dat de lossingsgrijper ongeschikt zou zijn geweest. Voorts heeft ZHD aangevoerd dat de scheur die in het ruim is ontdekt, niet door haar lossingsgrijper kan zijn veroorzaakt. ZHD heeft hiertoe foto’s van de schade overgelegd, waaruit, aldus ZHD, volgt dat deze scheur veroorzaakt moet zijn door een scherp en puntig voorwerp. Daarnaast heeft ZHD foto’s van haar lossingsgrijper, de zogenoemde poliep, overgelegd, om aan te tonen dat de uiteinden van de poliep stomp zijn en aanzienlijk breder dan de scheur. De schade kan daarom onmogelijk door de poliep zijn veroorzaakt, aldus ZHD. Daarbij heeft zij aangevoerd dat het mogelijk is dat de schade tijdens het laden van de metaalslakken in Goole of tijdens het vervoer is ontstaan.

ZHD heeft kanttekeningen geplaatst bij de rapporten van [naam bedrijf 1] , in die zin dat uit de rapporten niet blijkt dat er een incident heeft plaatsgevonden, maar slechts dat er is vernomen dat er een hard geluid is gehoord. Dat de schade ‘fresh’ wordt genoemd, betekent volgens ZHD niet dat de schade niet reeds bij de belading kan zijn ontstaan.

Ten aanzien van de foto’s die tijdens het lossen genomen moeten zijn, heeft ZHD ter zitting toegelicht dat bij haar niet bekend is dat het lossen is stilgelegd, maar dat de werkzaamheden tussen 19.30 en 20.00 uur stilliggen in verband met de schaft en de wisseling van de dienst. Daarom was het mogelijk om op 14 augustus 2017 omstreeks 19.40 uur foto’s te nemen van het ruim van de “ [naam schip] ”.

4.7.

De rechtbank overweegt als volgt. De enkele omstandigheid dat er schade is ontstaan tijdens het lossen, zonder meer, levert niet een onrechtmatige daad op van ZHD jegens Peak Shipping. Om tot een onrechtmatige daad te kunnen concluderen, is vereist dat het schadebrengende feit zijn oorzaak vindt in een onrechtmatige gedraging, zoals het niet in acht nemen van de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Nu Peak Shipping niet heeft betwist dat er van gebruikelijke machinale lossing sprake is, is er eerst sprake van een onrechtmatige daad door de kraanmachinist indien deze niet met de bij machinale lossing redelijkerwijs van hem te verlangen zorgvuldigheid te werk is gegaan (vgl. HR 6 maart 1953, NJ 1953/791 – ‘Nicolaos Pateras’).

Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv ligt het op de weg van Peak Shipping om te stellen dat en waarom de lossing niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft plaatsgevonden.

De rechtbank heeft Peak Shipping in haar brief van 18 juli 2019 (zittingsagenda onder 2) uitdrukkelijk verzocht de feitelijke toedracht van het incident te stellen en onderbouwen. Peak Shipping heeft dit nagelaten. Peak Shipping heeft haar stelling dat ZHD onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld louter gegrond op het feit dat er schade is ontstaan, en dat die schade volgens Peak Shipping tijdens het lossen moet zijn ontstaan. Dit terwijl ZHD onder meer gemotiveerd heeft betwist dat de schade tijdens het lossen is ontstaan en dat de schade door haar lossingsgrijper kan zijn ontstaan. Uit de rapporten van [naam bedrijf 1] , waaruit blijkt dat ‘reportedly’ een hard geluid is gehoord door de bemanning, en dat de schade ‘fresh’ is, volgt niet dat er tijdens het lossen door ZHD op 14 augustus 2017 onzorgvuldig is gewerkt. Nu Peak Shipping haar stellingen onvoldoende feitelijk heeft geconcretiseerd, wordt aan bewijslevering niet toegekomen. Dat betekent dat de op onrechtmatige daad gegronde vorderingen worden afgewezen.

4.8.

Peak Shipping zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ZHD worden begroot op:

- griffierecht € 3.946,00

- salaris advocaat 3.414,00 (2,0 punten × tarief € 1.707,00)

Totaal € 7.360,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Peak Shipping in de proceskosten, aan de zijde van ZHD tot op heden begroot op € 7.360,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de zesde dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Peak Shipping in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Peak Shipping niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de zesde dag na dagtekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2019.

3178/2066/1573