Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8356

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
01-11-2019
Zaaknummer
C/10/576138 / FA RK 19-5160
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot benoeming vereffenaar op grond van artikel 4:203 lid 1 aanhef en onder b BW toegewezen. Tekortgeschoten in de vereffening van de nalatenschap. Onduidelijkheden over afwikkeling nalatenschap en of er voldoende baten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0261
JERF 2019/371
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Zittingsplaats Rotterdam

zaaknummer / rekestnummer: C/10/576138 / FA RK 19-5160

Beschikking van 29 oktober 2019

in het verzoek van

1 [verzoekster 1] , wonende te [woonplaats] ,

2. Mevrouw [verzoekster 2], wettelijke vertegenwoordigd door [verzoekster 1] , wonende te [woonplaats] ;

3. Mevrouw [verzoekster 3], wonende te [woonplaats] ;

4. Mevrouw [verzoekster 4], wonende te [woonplaats] ;

5. Mevrouw [verzoekster 5], wonende te [woonplaats] ;

6. De heer [verzoeker 1], wonende te [woonplaats] ;

7. De heer [verzoeker 2], wonende te [woonplaats] ;

8. Mevrouw [verzoekster 6], wonende te [woonplaats] ;

9. Mevrouw [verzoekster 7], wonende te [woonplaats] ;

10. Mevrouw [verzoekster 8], wonende te [woonplaats] ;

11. Mevrouw [verzoekster 9], wonende te [woonplaats] ;

12. De heer [verzoeker 3], wonende te [woonplaats] ;

13. Mevrouw [verzoekster 10], wonende te [woonplaats] ;

14. Mevrouw [verzoekster 11], wonende te [woonplaats] ;

15. Mevrouw [verzoekster 12], wonende te [woonplaats] ;

16. Mevrouw [verzoekster 13], wettelijke vertegenwoordigd door mevrouw [verzoekster 12] , wonende te [woonplaats] ;

17. Mevrouw [verzoekster 14], wonende te [woonplaats] ;

18. Mevrouw [verzoekster 15], wonende te [woonplaats] ;

19. De heer [verzoeker 4], wonende te [woonplaats] ;

20. Mevrouw [verzoekster 16], wonende te [woonplaats] ;

21. De heer [verzoeker 5], wettelijke vertegenwoordigd door mevrouw [verzoekster 16] , wonende te [woonplaats] ;

22. De heer [verzoeker 6], wonende te [woonplaats] ;

23. Mevrouw [verzoekster 17], wonende te [woonplaats] ;

24. Mevrouw [verzoekster 18], wonende te [woonplaats] ;

25. Mevrouw [verzoekster 19], wettelijke vertegenwoordigd door mevrouw [verzoekster 18] , wonende te [woonplaats] ;

26. Mevrouw [verzoekster 20], wettelijke vertegenwoordigd door mevrouw [verzoekster 18] , wonende te [woonplaats] ;

27. Mevrouw [verzoekster 21], wonende te [woonplaats] ;

28. De heer [verzoeker 7], wonende te [woonplaats] ,

29. Mevrouw [verzoekster 22], wonende te [woonplaats] ;

30. Mevrouw [verzoekster 23], wonende te [woonplaats] ;

31. Mevrouw [verzoekster 24], wonende te [woonplaats] ;

32. Mevrouw [verzoekster 25], wonende te [woonplaats] ;

33. De heer [verzoeker 8], wonende te [woonplaats] ;

34. Mevrouw [verzoekster 26], wonende te [woonplaats] ;

35. Mevrouw [verzoekster 27], wonende te [woonplaats] ;

36. De heer [verzoeker 9], wonende te [woonplaats] ;

37. Mevrouw [verzoekster 28], wonende te [woonplaats] ;

38. Mevrouw [verzoekster 29], wonende te [woonplaats] ;

39. De heer [verzoeker 10], wonende te [woonplaats] ;

40. Mevrouw [verzoekster 30], wonende te [woonplaats] ;

41. Mevrouw [verzoekster 31], wonende te [woonplaats] ;

42. Mevrouw [verzoekster 32], wonende te [woonplaats] ;

43. Mevrouw [verzoekster 33], wonende te [woonplaats] ;

44. Mevrouw [verzoekster 34], wonende te [woonplaats] ;

45. Mevrouw [verzoekster 35], wettelijk vertegenwoordigd door mevrouw [verzoekster 34] , wonende te [woonplaats] ;

46. Mevrouw [verzoekster 36], wonende te [woonplaats] ;

47. De heer [verzoeker 11], wonende te [woonplaats] ;

48. Mevrouw [verzoekster 37], wonende te [woonplaats] ;

49. Mevrouw [verzoekster 38], wettelijk vertegenwoordigd door mevrouw [verzoekster 37] , wonende te [woonplaats] ;

50. De heer [verzoeker 12], wettelijk door mevrouw [verzoekster 37] , wonende te [woonplaats] ;

51. Mevrouw [verzoekster 39], wonende te [woonplaats] ;

52. Mevrouw [verzoekster 40], wonende te [woonplaats] ;

53. Mevrouw [verzoekster 41], wonende te [woonplaats] .

verzoekers,

verzoekers hebben zichzelf verenigd in:

de stichting

STICHTING DONORKIND,

advocaat mr. T.J.C. Bueters te Wijchen,

Belanghebbenden bij dit verzoek zijn:

1. mevrouw [belanghebbende 1],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam,

2. de heer [belanghebbende 2],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam,

3. mevrouw [belanghebbende 3],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. M.H. van Olden te Rotterdam, die zich heeft onttrokken,

4. de heer [belanghebbende 4],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam,

5. mevrouw [belanghebbende 5],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam,

6. de heer [belanghebbende 6],

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “verzoekers” en “belanghebbenden” (belanghebbenden sub 1 t/m 6 tezamen).

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift benoeming vereffenaar ex artikel 4:203 lid 1 sub b BW, ingekomen op 14 juni 2019, met producties;

  • -

    de door verzoekers nagezonden productie 2;

  • -

    het verweerschrift van belanghebbenden 1, 2 en 4 t/m 6.

1.2.

Bij faxbericht van 23 september 2019 heeft mr. van Olden zich onttrokken als gemachtigde van mevrouw [belanghebbende 3] (belanghebbende sub 3) en meegedeeld dat mevrouw [belanghebbende 3] zich refereert aan het oordeel van de executeur, mevrouw [belanghebbende 1] .

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2019. Namens verzoekers zijn mr. T.J.C. Bueters en mr. S.H. Oosterhuis-Broers verschenen. Namens belanghebbenden is mr. J.P. Vandervoodt verschenen. Tevens zijn ter zitting verschenen de heer A.R. Autar, notaris, en mevrouw D.D. van Duuren, kantoorgenoot van de heer Autar.

De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen bijgehouden.

2 De feiten

2.1.

Op [datum van overlijden] 2017 is te [woonplaats eflater] overleden de heer [naam erflater] , geboren op [geboortedatum erflater] te [geboorteplaats erflater] (hierna: erflater). Het laatste woonadres van erflater was [adres erflater] , te [woonplaats eflater] .

2.2.

Erflater was ten tijde van het overlijden gehuwd met mevrouw [belanghebbende 1] , belanghebbende sub 1 (hierna: [belanghebbende 1] ).

2.3.

Erflater heeft bij testament van 18 november 2013 over zijn nalatenschap beschikt.

In het testament van erflater is op de nalatenschap de afdeling 1 van titel 3 van boek 4 BW van toepassing verklaard. Dit betekent dat de wettelijke verdeling van toepassing is en [belanghebbende 1] op het moment van overlijden van erflater van rechtswege alle goederen van de nalatenschap heeft verkregen en dat alle schulden voor rekening van [belanghebbende 1] komen. Erflater heeft in zijn testament de volgende erfgenamen benoemd:

  • -

    voor de helft van zijn nalatenschap: [belanghebbende 1] ;

  • -

    voor de andere helft van zijn nalatenschap: tezamen voor gelijke delen, de hiervoor genoemde belanghebbenden sub 2 t/m 6.

2.4.

[belanghebbende 1] is in het testament tot executeur benoemd. Zij heeft deze benoeming aanvaard.

2.5.

Alle belanghebbenden hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard.

2.6.

[belanghebbende 1] heeft in haar hoedanigheid als executeur verklaard dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots voldoende zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen (‘Ruimschoots-voldoende verklaring’).

2.7.

Tot de nalatenschap van erflater behoorde de woning met grond gelegen aan de [adres erflater] , te [woonplaats eflater] (hierna: de woning). Op deze woning rustte een hypothecaire schuld.

2.8.

[belanghebbende 1] heeft de woning op 17 maart 2019 verkocht aan de heer [naam] (hierna: [naam] ). De woning is verkocht voor € 2.250.000,-. Een bedrag van € 800.000,- is door [naam] voldaan aan de notaris. Het restant van € 1.450.000,- heeft [belanghebbende 1] geleend aan [naam] .

2.9.

Erflater heeft als fertiliteitsarts gewerkt. Eerst in diverse ziekenhuizen en vanaf 1 januari 1980 in zijn eigen privékliniek te [woonplaats eflater] . Verzoekers zijn met erflater in contact gekomen doordat zij, dan wel hun moeders een kinderwens hadden, waar zij zelf niet in konden voorzien. Zij, dan wel hun moeders, zijn door erflater behandeld.

2.10.

Verzoekers hebben de erfgenamen van erflater in mei 2019 gedagvaard. Zij hebben de executeur en de erfgenamen aansprakelijk gesteld voor de door verzoekers geleden en in de toekomst nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van de door erflater toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomsten, c.q. onrechtmatig handelen van erflater.

3 Het verzoek

3.1.

Het verzoek strekt tot de benoeming van mr. A.R. Autar, kantoorhoudende te Rotterdam, tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.

Voorts hebben verzoekers verzocht om de griffier op te dragen de benoeming van de vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven, de beschikking te publiceren op rechtspraak.nl en om te bepalen dat de vereffenaar zijn benoeming bekend maakt in de (digitale) Staatscourant.

Tevens hebben verzoekers verzocht om te bepalen dat de kosten in verband met de onderhavige procedure een schuld vormen in de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:7 lid 1 sub c BW.

3.2.

Aan het verzoek hebben verzoekers het volgende ten grondslag gelegd. Verzoekers hebben de erfgenamen van erflater aansprakelijk gesteld voor de door hen geleden en nog te lijden schade door het handelen van erflater. Verzoekers hebben een schadevergoeding gevorderd, nader op te maken bij staat. De executeur kan volgens verzoekers de ruimschoots-voldoende verklaring niet meer afleggen, omdat onduidelijk is hoe groot de schadevergoeding zal zijn. De schade wordt op dit moment begroot op € 930.000,- en de kans is groot dat deze vordering nog zal oplopen. Om die reden menen verzoekers dat de nalatenschap moet worden vereffend overeenkomstig afdeling 4.6.3 BW.

Verzoekers menen allereerst dat de benoeming van een vereffenaar noodzakelijk is nu de schulden de baten overstijgen. Daarnaast zijn verzoekers van mening dat de erfgenamen als gezamenlijk vereffenaars in ernstige mate tekort schieten in de vervulling van hun verplichtingen. Tot slot vrezen verzoekers dat de erfgenamen reeds tot verdeling van de nalatenschap zijn overgegaan voordat deze is vereffend.

Verzoekers hebben diverse aansprakelijkheidsstellingen aan [belanghebbende 1] verzonden, maar hierop wordt door haar niet gereageerd. Ook op het verzoek om opheldering te geven over de afwikkeling van de nalatenschap wordt niet gereageerd. Aangezien [belanghebbende 1] geen enkele openheid van zaken wilde geven, waren verzoekers genoodzaakt om een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag op de woning in te dienen, alsmede tot het leggen van conservatoir beslag onder de notaris. Dit verzoek is toegewezen, maar het beslag kon niet worden getroffen, omdat de woning op 7 mei 2019 in eigendom was overdragen aan de heer [naam] . In het kadaster is de besloten vennootschap [naam vennootschap] (hierna: [naam vennootschap] ) als betrokken vennootschap opgenomen. Belanghebbende sub 1, 5 en 6 zijn bestuurders van [naam vennootschap] . De woning is verkocht voor € 2.250.000,-. Een bedrag van € 800.000,- is door de koper voldaan en het restant van € 1.450.000,- is schuldig gebleven. [naam] heeft ten behoeve van [belanghebbende 1] een hypotheek verstrekt voor voornoemd bedrag.

Verzoekers zijn van mening dat [belanghebbende 1] er alles aan doet om vermogensbestanddelen te onttrekken aan het verhaal van de schuldeisers van de nalatenschap, waaronder verzoekers. Een benoeming van een vereffenaar is daarom noodzakelijk en het verzoek kan op grond van artikel 4:203 lid 1 onder b BW worden toegewezen.

4 Het verweer

4.1.

Volgens belanghebbenden moet het verzoek worden afgewezen. Zij hebben daartoe het volgende aangevoerd. [belanghebbende 1] is benoemd tot executeur. De kinderen hebben hun deel gelaten aan [belanghebbende 1] , hun moeder. [belanghebbende 1] heeft dus alle bestanddelen van de nalatenschap in haar beheer gekregen en kan daar naar goeddunken over beschikken. Tot de nalatenschap behoorde de echtelijke woning. Hierop rustte een hypothecaire schuld. Omdat niet meer kon worden voldaan aan de verplichtingen voortvloeiende uit de hypothecaire geldlening en ook het onderhoud aan de woning en de opstallen niet meer kon worden bekostigd, heeft [belanghebbende 1] de woning verkocht aan [naam] voor € 2.250.000,-. Omdat [naam] dit bedrag niet in een keer kon betalen is er een constructie bedacht door middel van een geldlening die [belanghebbende 1] aan hem verstrekte. Elke andere vorm van te gelde maken van de woning was nadelig voor de nalatenschap, terwijl de schuldenlast in de nalatenschap dermate opliep, dat het niet langer mogelijk was de onroerende zaak onverkocht te laten.

Door deze constructie kan [belanghebbende 1] met haar moeder in de woning blijven wonen en zorgt [naam] voor het onderhoud van de woning. De woning is namelijk door [naam] verhuurd aan [belanghebbende 1] . De huur mag zij verrekenen met de door [naam] aan [belanghebbende 1] te betalen rente.

Het vermogen van de nalatenschap is te gelde gemaakt en verdeeld en er zijn verder geen vermogensbestanddelen meer die voor verdeling in aanmerking komen. De nalatenschap is afgewikkeld met de verkoop van de woning. Er zijn geen handelingen meer te verrichten voor de vereffenaar. Als er een rechtens vastgestelde betalingsverplichting ontstaat voor [belanghebbende 1] dan zal zij te gelegener tijd moeten bezien hoe die vordering wordt voldaan. Hiervoor is geen vereffenaar nodig.

5 De beoordeling

5.1.

Belanghebbenden hebben de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard. Wanneer een nalatenschap beneficiair is aanvaard, dient zij in beginsel overeenkomstig de voorschriften van afdeling 3 van titel 6 van boek 4 BW, de wettelijke vereffening, te worden afgewikkeld (artikel 4:202 BW). De erfgenamen zijn op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW evenwel vrijgesteld van de verplichting te vereffenen volgens de wet indien de executeur in zijn hoedanigheid kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.

5.2.

[belanghebbende 1] heeft een dergelijke ruimschoots-voldoende verklaring afgelegd.

5.3.

Verzoekers hebben echter, ondanks de ruimschoots-voldoende verklaring verzocht een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:203 lid 1 aanhef en onder b BW.

Op grond van dit artikel kan de rechtbank na aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving een vereffenaar benoemen op verzoek van een belanghebbende, wanneer hij die met het beheer der nalatenschap belast is in ernstige mate in de vervulling van zijn verplichtingen tekortschiet, daartoe ongeschikt is of niet voldoet aan een last tot zekerheidstelling, wanneer de schulden der nalatenschap de baten blijken te overtreffen, of wanneer tot een verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan voordat deze vereffend is.

5.4.

Niet in geschil is dat verzoekers door hun aansprakelijkheidstelling belanghebbenden zijn als bedoeld in artikel 4:203 lid 1 aanhef en onder b BW.

5.5.

De rechtbank ziet voldoende redenen om op grond van artikel 4:203 lid 1 aanhef en onder b BW een vereffenaar te benoemen en overweegt daartoe als volgt.

5.6.

[belanghebbende 1] heeft de woning verkocht, terwijl zij van de aansprakelijkheidstellingen van verzoekers wist. Het is voldoende aannemelijk dat verzoekers door de wijze waarop de woning is verkocht in hun verhaalsrechten zijn geschaad. Bij de verkoop van de woning is namelijk niet de gehele koopprijs aan [belanghebbende 1] betaald, maar is een deel hiervan betaald in de vorm van een geldlening. De rente op deze geldlening verrekent [belanghebbende 1] bovendien met de huur die zij moet betalen om in de woning te blijven wonen. Dat de woning niet voor een hoger bedrag dan € 900.000,- verkocht kon worden is door [belanghebbende 1] gesteld, maar is door haar niet onderbouwd. Door deze gang van zaken is [belanghebbende 1] ernstig tekort geschoten in het beheer van de nalatenschap en is het aannemelijk dat verzoekers in hun verhaalsrechten beperkt zijn.

5.7.

Daarnaast heeft [belanghebbende 1] ook geen openheid van zaken gegeven over de boedel. Er is geen boedelomschrijving door haar opgemaakt en evenmin heeft zij de schuldeisers opgeroepen om zich te melden. Volgens belanghebbenden is het vermogen van de nalatenschap te gelde gemaakt en verdeeld en zijn er verder geen vermogensbestanddelen meer die voor verdeling in aanmerking komen. Dit standpunt is echter niet te controleren, doordat een boedelbeschrijving ontbreekt en [belanghebbende 1] ook geen stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van dit standpunt. Het is daarom onduidelijks of er voldoende baten zijn om de schulden van de nalatenschap te voldoen.

5.8.

De rechtbank stelt dus vast dat er veel vragen zijn over de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. Het is onduidelijk wat de boedel inhoudt en wie de schuldeisers zijn. Ook is [belanghebbende 1] in ernstige mate tekortgeschoten in de vereffening van de nalatenschap. Het verzoek tot het benoemen van een vereffenaar zal daarom worden toegewezen.

5.9.

Verzoekers hebben verzocht om mr. A.R. Autar tot vereffenaar te benoemen. Mr. Autar heeft zich daartoe bereid verklaard. Belanghebbenden hebben tegen deze benoeming alleen maar aangevoerd dat mr. Autar een hoog uurtarief heeft en de nalatenschap niet toereikend genoeg is om deze kosten te kunnen betalen. Dit laatste is door belanghebbenden echter onvoldoende onderbouwd, zodat de rechtbank daarin geen aanleiding ziet om mr. Autar niet tot vereffenaar te benoemen. Daarnaast zal de kantonrechter degene zijn die het salaris van de vereffenaar vaststelt, zodat het eventuele hoge uurtarief evenmin aan de benoeming in de weg staat. De rechtbank zal daarom mr. Autar tot vereffenaar benoemen.

5.10.

Het verzoek om te bepalen dat de kosten van onderhavige procedure een schuld vormen in de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:7 lid 1 sub c BW zal worden toegewezen.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

benoemt mr. A.R. Autar, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

notaris te Rotterdam, kantoorhoudende aan de Straatweg 7, 3051 BA, te Rotterdam,

tot vereffenaar van de nalatenschap van:

[naam erflater] ,

geboren te [geboorteplaats erflater] op [geboortedatum erflater] ,

laatstelijk wonende aan [adres erflater] , te [woonplaats eflater] ,

overleden op [overlijdensdatum] te [woonplaats eflater] ;

6.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.3.

verzoekt de griffier de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;

6.4.

bepaalt dat de benoeming vanwege de vereffenaar zal worden bekendgemaakt in de (digitale) Staatscourant;

6.5.

bepaalt dat de kosten van deze procedure een schuld vormen in de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:7 lid 1 sub c BW.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2019.1

3120

1 Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.