Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8355

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-10-2019
Datum publicatie
29-10-2019
Zaaknummer
7738247 \ CV EXPL 19-19648
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop. Tweedehands auto. Artikel 7:21 lid 6 BW. Geen schriftelijke aanmaning aan verkoper. Koper kan herstelkosten niet verhalen op verkoper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7738247 \ CV EXPL 19-19648

uitspraak: 25 oktober 2019

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 10 april 2019,

gemachtigde: [naam gemachtigde] (Rechtswinkel Schiedam) te Schiedam,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ respectievelijk ‘ [gedaagde] ’

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 10 april 2019, met producties;

  • -

    het schriftelijke antwoord, met productie;

  • -

    het vonnis van 17 juni 2019, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de op 22 augustus 2019 gehouden comparitie van partijen.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van het volgende.

2.1

Tussen [eiseres] als consument en [gedaagde] als verkoper is op 24 september 2018 een consumentenkoop tot stand gekomen met betrekking tot een tweedehands Mitsubishi Colt 1.3 Heartbeat 2006 met kenteken [kentekennummer] (hierna: de auto). [eiseres] heeft zijn auto, een Suzuki Swift, ingeruild en daarbovenop € 1.150,00 betaald voor de aankoop van de auto.

2.2

Bij factuur van 25 september 2018 is door een derde, een andere garage, een bedrag van € 50,00 aan [eiseres] in rekening gebracht voor onderzoek aan de auto. Op die factuur wordt, voor zover nu relevant, het volgende vermeld:

“ik heb onderzoek gedaan waaruit is gebleken dat de auto op 3 cilinders loopt, komt doordat de kleppen verbrand zijn.”

2.3

Op 29 september 2018 heeft [eiseres] aan [gedaagde] de volgende Whatsapp-berichten verzonden:

14:38 uur: “Broer, die auto is niet goed, rijdt op 3 cilinders, moet terug”

14:39 uur: “Ik bel je maar je neemt niet op, had vandaag afspraak bij garage, die heeft dit gemeten en bevestigt.”

14:40 uur: “Ik heb alle bougies en luchtfilter vervangen maar helpt niet”

16:02 uur: “17 keer gebeld, geen gehoor”

16:02 uur: “Kan je reageren”

2.4

[eiseres] heeft de volgende facturen van verschillende derde partijen overgelegd:

Factuurdatum omschrijving prijs

29 september 2018 vier bougies en een luchtfilter € 53,23

4 oktober 2018 motor € 300,00

8 oktober 2018 koppelingsset € 50,00

9 oktober 2018 benzinepomp € 41,32

9 oktober 2018 motor inbouwen, kleine beurt,

koelvloeistof, benzinepomp € 544,50

2.5

Bij brief van 18 oktober 2018 heeft een gemachtigde namens [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor een bedrag van in totaal € 1.128,23 ter zake herstelkosten voor de auto. In die brief staat, voor zover relevant, het volgende:

“(…) Een dag later probeerde [eiseres] de auto te starten. Dit lukt niet en de auto moest naar een garage gebracht worden. Een reeks aan technische mankementen werden door de garage geconstateerd en opgelost. Zo ‘liep de auto op 3 cilinders’ wegens verbrande cilinderkleppen, een dag na aankoop(!). Er moest vervolgens een nieuwe motor worden ingebouwd en een nieuwe koppelingsset worden ingebouwd, om maar wat te noemen. De volledige reparatielijst is als volgt:

-€60,50 onderzoek motor;

-€544,50 motorinbouw;

-€300 motorblok;

-€50 benzinepomp;

-€50 koppelingsset;

-€53,25 bougies en luchtfilter;

-€20 parkeerkosten ten tijde van de reparatie;

-€50 reiskosten (naar Kaatsheuvel) om onderdelen op te halen;

in totaal dus ten bedrage van 1128,23 EUR. Dit alles bijkomend op de aankoopprijs van de auto en de inruil van de oude auto. (…)”

3 De vordering

3.1

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [naam bedrijf] te veroordelen aan hem te betalen de aankoopprijs van de auto en de kosten van herstel van de mankementen, ter hoogte van € 2.278,23 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [naam bedrijf] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien betaling daarvan binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis uitblijft.

3.2

Aan die vordering heeft [eiseres] – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. [eiseres] kon de auto de dag na aankoop niet starten. De auto voldoet daarom niet aan de eigenschappen die [eiseres] van de auto mocht verwachten. [eiseres] heeft via Whatsapp contact gezocht met [gedaagde] over het startprobleem, maar [gedaagde] reageerde niet. [eiseres] is daarom naar een andere garage gegaan, waar een reeks mankementen werd geconstateerd. [eiseres] heeft die mankementen door een derde laten herstellen.

[gedaagde] is zijn wettelijke verplichting om de mankementen te herstellen niet nagekomen. Hij is daarom op grond van artikel 7:21 lid 6 BW verplicht de herstelkosten ten bedrage van in totaal € 1.128,23 te vergoeden. [eiseres] heeft daarnaast recht op uitbetaling van het aankoopbedrag van de auto.

4 Het verweer

4.1

[gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. Hij heeft – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd. [eiseres] heeft voorafgaand aan de koop in de auto gereden en hij was op de hoogte van de mankementen. Hij heeft gezegd dat hij die mankementen kon laten maken en dat het geen probleem was voor hem. [eiseres] wilde de auto vervolgens direct kopen zonder garantie. Dat [eiseres] op 25 september 2018 berichten via Whatsapp zou hebben gestuurd, blijkt nergens uit. De factuur van de andere garage is van 25 september 2018. [eiseres] heeft pas vier dagen later, op 29 september 2018, via Whatsapp contact gezocht met [gedaagde] en de mankementen medegedeeld. [gedaagde] vindt die gang van zaken niet kloppen.

5 De beoordeling

5.1

[eiseres] heeft ter zitting zijn vordering tot terugbetaling van de aankoopprijs van de auto ten bedrage van € 1.150,00 ingetrokken. Dat onderdeel van de vordering behoeft daarom geen bespreking meer. Voorts heeft [eiseres] ter zitting toegelicht dat hij primair vordert een bedrag van € 1.128,23 aan herstelkosten en subsidiair een bedrag van € 1.058,23 aan herstelkosten ter zake het normaal gebruik van de auto. Het verschil heeft betrekking op € 20,00 aan parkeerkosten en € 50,00 aan reiskosten naar Kaatsheuvel (zie 2.5).

5.2

Indien een afgeleverde zaak (hier: de auto) niet beantwoordt aan de overeenkomst kan de koper van de verkoper eerst vragen om herstel of vervanging van de auto (artikel 7:21 lid 1 BW). Indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn, nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, is de koper bevoegd het herstel van de zaak door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de koper te verhalen (artikel 7:21 lid 6 BW). Indien herstel of vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden, is de koper bevoegd om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomen de ontbinding niet rechtvaardigt (artikel 7:21 leden 1 en 2 BW).

5.3

[eiseres] heeft op grond van artikel 7:21 lid 6 BW vergoeding van herstelkosten gevorderd. Overwogen wordt dat – daargelaten de vraag of de auto (non-)conform is en of, gelet op de hoogte van de gevorderde herstelkosten, van [gedaagde] kan worden gevergd dat hij tot herstel van de auto overgaat – niet gebleken is dat [eiseres] [gedaagde] een redelijke mogelijkheid tot herstel heeft geboden als bedoeld in artikel 7:21 leden 1, aanhef en onder b en 6 BW.

[eiseres] heeft weliswaar in de dagvaarding gesteld dat hij op 25 september 2018 constateerde dat de auto niet startte, dat hij [gedaagde] via Whatsapp daarvan op de hoogte heeft gesteld en daarna, omdat hij geen reactie kreeg van [gedaagde] , naar een andere garage is gegaan, waar een reeks mankementen is geconstateerd, maar uit de door [eiseres] overgelegde stukken en zijn nadere toelichting ter zitting komt een andere gang van zaken naar voren.

De kantonrechter stelt vast aan de hand van de factuur van 25 september 2018 (zie 2.2), de Whatsapp-berichten van 29 september 2018 (zie 2.3), de factuur van 29 september 2018 (zie 2.4) en de toelichting van [eiseres] ter zitting dat [eiseres] reeds op de 25e de auto door een derde heeft laten onderzoeken naar aanleiding van het gestelde startprobleem, op de 29e een derde bougies en een luchtfilter heeft laten vervangen en pas daarna aan [gedaagde] via Whatsapp heeft medegedeeld dat er iets mis is met de auto. Uit die Whatsapp-berichten kan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, slechts worden afgeleid dat er volgens [eiseres] iets mis is met de auto, maar niet wat [eiseres] van [gedaagde] verlangt: herstel van de auto of vervanging van de auto dan wel ontbinding van de koopovereenkomst. Evenmin kan uit die berichten worden afgeleid dat [eiseres] [gedaagde] een bepaalde termijn geeft om de koopovereenkomst alsnog correct na te komen. [eiseres] heeft [gedaagde] dus niet in de gelegenheid gesteld om (een deel van) de door [eiseres] gestelde mankementen te onderzoeken en indien mogelijk te herstellen (tegen lagere kosten), welke gelegenheid [eiseres] [gedaagde] wel had moeten bieden.

Dat [eiseres] op 29 september 2018 zeventien keer heeft gebeld naar [gedaagde] en geen gehoor heeft gekregen, hetgeen door [gedaagde] niet is weersproken, doet niet af aan het voorgaande. [eiseres] heeft na zijn pogingen tot contact op 29 september 2018, telefonisch dan wel via Whatsapp, immers kennelijk geen contact meer gezocht met [gedaagde] , totdat hij op 18 oktober 2018 [gedaagde] schriftelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de reeds door hem in de tussentijd gemaakte kosten.

5.4

Aangezien niet is gebleken dat [eiseres] [gedaagde] schriftelijk heeft aangemaand om de auto binnen een redelijke termijn voor eigen rekening te herstellen, is niet voldaan aan de vereisten van artikel 7:21 lid 6 BW. De vordering van [eiseres] stuit daarop af en zal dan ook worden afgewezen. De nevenvorderingen delen dat lot.

5.5

[eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

6 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

34286