Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8325

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-09-2019
Datum publicatie
24-10-2019
Zaaknummer
10/010593-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewezenverklaring artikel 300/304 WvSr, toepassing artikel 9a WvSr

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/010593-19

Datum uitspraak: 3 september 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Suriname) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. G.E. Toxopeus, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 augustus 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. B.M.M. Zonneveld heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van de ten laste gelegde mishandeling van [naam kind 3] ;

  • -

    bewezenverklaring van de ten laste gelegde mishandeling van [naam kind 2] en [naam kind 1] ;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Inleiding

De verdachte wordt ervan verdacht dat hij in de periode van 1 mei 2017 tot en met 23 november 2017 zijn drie minderjarige kinderen:

  • -

    [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum kind 1] 2007;

  • -

    [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum kind 2] 2004;

  • -

    [naam kind 3] , geboren op [geboortedatum kind 3] 2002;

heeft mishandeld.

4.2.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde mishandeling van [naam kind 3] niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.3.

Bewijswaardering

4.3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte zijn minderjarige dochter [naam kind 1] meermalen heeft mishandeld door met de hand tegen haar been te slaan en met een handdoek op haar rug. Voorts acht de officier van justitie bewezen dat de verdachte zijn minderjarige zoon [naam kind 2] meermalen heeft mishandeld door met zijn hand tegen zijn hoofd te slaan en met zijn voet tegen zijn been te schoppen.

4.3.2.

Standpunt verdediging

Door de verdediging is vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde mishandelingen van [naam kind 1] en [naam kind 2] . Volgens de verdediging is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de ten laste gelegde handelingen door de verdachte zijn verricht.

4.3.3.

Beoordeling

Over de ten aanzien van [naam kind 1] aan de verdachte ten laste gelegde handelingen oordeelt de rechtbank als volgt.

[naam kind 1] heeft verklaard dat zij door de verdachte met een handdoek op haar rug is geslagen nadat zij in bed had geplast. Deze verklaring van [naam kind 1] wordt ondersteund door de verklaring van [naam kind 3] , die verklaart dat zij moest toekijken hoe [naam kind 1] door de verdachte werd geslagen met een handdoek toen [naam kind 1] in bed had geplast. De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat [naam kind 1] door de verdachte met een handdoek op haar rug is geslagen. Voor de overige ten aanzien van [naam kind 1] ten laste gelegde handeling vindt de verklaring van [naam kind 1] onvoldoende steun in het dossier. Hiervan zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Over de ten aanzien van [naam kind 2] ten laste gelegde handelingen oordeelt de rechtbank als volgt.

[naam kind 2] heeft bij de politie verklaard dat hij door de verdachte is geslagen en tegen zijn been is geschopt. Dit is door [naam kind 2] , zo blijkt uit de verklaring van de directeur van zijn school, ook verteld tegen de kindercoach op school. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [naam kind 1] die verklaart dat zij gezien heeft dat de verdachte [naam kind 2] ‘met zijn voet sloeg’ tegen zijn bovenbeen en dat [naam kind 2] door de verdachte tegen zijn handen werd geslagen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [naam kind 2] door de verdachte tegen zijn been is geschopt en tegen zijn handen is geslagen. Voor de overige ten laste gelegde handelingen vindt de verklaring van [naam kind 2] onvoldoende steun in het dossier. Hiervan zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in de periode van 1 mei 2017 tot en met 23 november 2017 te Rotterdam, zijn kinderen, [naam kind 1] (geboren [geboortedatum kind 1] 2007) en [naam kind 2] (geboren [geboortedatum kind 2] 2004) , heeft mishandeld door die [naam kind 1]
- met een handdoek op/tegen de rug te slaan


en die [naam kind 2]
- tegen de handen te slaan en
- met de voet tegen het been te schoppen

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

De bewezen feiten leveren op:

mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel

De rechtbank heeft gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van twee van zijn minderjarige kinderen, die op dat moment 10 en 12 jaar oud waren. Kindermishandeling is een ernstig vergrijp. De verdachte heeft door zijn handelen de psychische en lichamelijke integriteit van zijn kinderen geschonden. Kinderen behoren door hun ouders beschermd te worden en in een veilige omgeving op te groeien. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Het Leger des Heils, afdeling reclassering, heeft een rapport van 24 juni 2019 over de verdachte opgemaakt. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte lijkt slecht voorbereid te zijn geweest op de komst van de kinderen naar Nederland. Hij had op het moment dat de kinderen in Nederland aankwamen geen zelfstandige huisvesting en moest vanwege zijn financiële situatie veel werken, waardoor hij weinig tijd had voor de kinderen. Bij de verdachte is sprake van een verstandelijke beperking en hij maakt een weinig (pedagogisch) vaardige indruk. Er lijkt voornamelijk sprake te zijn van vaardigheidstekorten. De problemen ten gevolge van de migratie van de kinderen lijken te zijn opgelost. De verdachte krijgt (verplichte) hulpverlening en opvoedingsondersteuning in het kader van de ondertoezichtstelling van zijn kinderen. Hij heeft daarnaast een sociale huurwoning. Gezien dit alles, acht de reclassering de kans op recidive laag. Een gevangenisstraf, taakstraf of geldboete acht de reclassering onwenselijk.

De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van dit rapport.

Conclusie van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusie.

Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een straf. Daar tegenover staat dat de verdachte de mishandelingen heeft gepleegd vanuit een vaardigheidstekort in een situatie waarin de verdachte slecht was voorbereid op de komst van de kinderen. Inmiddels is er sinds de mishandelingen bijna twee jaar verstreken, in welke periode de verdachte intensief is begeleid in het kader van een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van zijn kinderen. Die begeleiding heeft er toe geleid dat de kinderen sinds kort weer bij de verdachte mogen wonen. De verdachte heeft de nodige wijzigingen aangebracht in zijn privésituatie zodat hij beter voor de kinderen kan zorgen en de verdachte wordt hierbij nog steeds begeleid. Er lijkt nu sprake te zijn van een stabiele situatie. Het opleggen van een straf dient in deze situatie geen redelijk doel meer en dit acht de rechtbank dan ook niet aangewezen. De rechtbank zal daarom, in afwijking van de vordering van de officier van justitie, toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en afzien van het aan de verdachte opleggen van een straf of maatregel.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

bepaalt dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,

en mrs. M.J.M. van Beckhoven en D.I. Hendriks-van Wel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 september 2019.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 23 november

2017 te Rotterdam, althans in Nederland

zijn kind(eren), [naam kind 1] (geboren [geboortedatum kind 1] 2007) en/of [naam kind 2]

(geboren [geboortedatum kind 2] 2004) en/of [naam kind 3] (geboren [geboortedatum kind 3]

2002),

heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal met kracht

voornoemde kinderen, met vlakke hand en/of een riem op/tegen het

hoofd en/of het lichaam te slaan en/of met de voet(en) tegen het

lichaam te schoppen

en/of die [naam kind 1]

- met de vlakke hand op/tegen haar handen en/of benen en/of het

gezicht en/of de armen te slaan en/of

- met een handdoek op/tegen de rug en/of de armen, althans het

lichaam te slaan

en/of die [naam kind 2]

- met de vlakke hand op/tegen de nek en/of de handen te slaan en/of

- met de voet tegen het been te schoppen en/of

- met een riem tegen de billen te slaan en/of met de vlakke hand tegen

de arm te slaan en/of

- met kracht bij de arm/elleboog beet te pakken

en/die [naam kind 3]

- met de vlakke hand op/tegen het gezicht en/of de billen en/of de

schouder, althans het lichaam te slaan;

(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 ahf/sub 1 Wetboek van

Strafrecht)