Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:8166

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-09-2019
Datum publicatie
21-10-2019
Zaaknummer
10/810246-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich in de garage, behorende bij zijn woning, schuldig gemaakt aan het telen van 176 hennepplanten. Ook heeft de verdachte de voor de kwekerij benodigde elektriciteit, na aanpassingen aan de elektriciteitsvoorziening, illegaal afgenomen. Rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn met ruim 25 maanden. Veroordeeld tot taakstraf van 100 uren voorwaardelijk. Benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/810246-14

Datum uitspraak: 10 september 2019

Tegenspraak (artikel 279 Sv)

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] (Turkije),

gemachtigd raadsvrouw mr. L.A. Sjadijeva, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 augustus 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.M. Rethmeier heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 140 uren, te vervangen door 70 dagen hechtenis.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feiten 1 en 2

Er kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij de hennepkwekerij die op 6 mei 2014 is aangetroffen in het pand waarvan de verdachte de eigenaar is. Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

3.

hij in de periode van 1 april 2015 tot en met 15 juli 2015 te

Dordrecht meermalen telkens

opzettelijk heeft geteeld in een garage/schuur, behorende bij een

woning aan de [adres delict 1] ongeveer 176 hennepplanten, zijnde hennep een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij in de periode van 1 april 2015 tot en met 15 juli 2015 te

Dordrecht met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres delict 1]

heeft weggenomen 14.792 kWh, elektriciteit,

toebehorende aan Stedin

Netbeheer BV., waarbij verdachte het weg te nemen

goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

3. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

4. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft zich in de garage, behorende bij zijn woning, schuldig gemaakt aan het telen van een aanzienlijke hoeveelheid hennep. Op de dag dat de politie het pand inspecteerde stonden daar 176 hennepplanten. Gelet op deze hoeveelheid moet de hennep bestemd zijn geweest voor verdere verspreiding. Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC en is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Daarbij komt dat door de teelt en het gebruik van hennep ook overigens in de samenleving allerlei problemen worden veroorzaakt, vooral door de criminaliteit die daar verder mee gepaard gaat, tot ernstige geweldsmisdrijven aan toe. De verdachte is hieraan voorbij gegaan en heeft louter met het oog op eigen financieel voordeel gehandeld.

Ook heeft de verdachte de voor de kwekerij benodigde elektriciteit, na aanpassingen aan de elektriciteitsvoorziening, illegaal afgenomen. Door het aanbrengen van ongecontroleerde aanpassingen in de elektriciteitsvoorziening ontstaat gemakkelijk een brandgevaarlijke situatie, waardoor naast de verdachte ook anderen gevaar lopen. Bovendien is door de diefstal van elektriciteit de energiemaatschappij benadeeld.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de aan de verdachte op te leggen straf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) als uitgangspunt genomen. Als oriëntatiepunt van één oogst van een min of meer in omvang vergelijkbare hennepkwekerij is daarin een taakstraf van 120 uur en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk opgenomen.

De rechtbank heeft vervolgens bij voornoemd uitgangspunt enerzijds in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat de verdachte in ieder geval één eerdere oogst heeft gerealiseerd en dat hij daarnaast ook nog elektriciteit heeft gestolen.

Anderzijds heeft de rechtbank in strafmatigende zin rekening gehouden met het tijdsverloop tussen de gepleegde feiten en de uiteindelijke berechting. Immers, bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, geldt als uitgangspunt dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden. Op 15 juli 2015 is de redelijke termijn aangevangen, omdat de verdachte op die datum is aangehouden. Tussen 15 juli 2015 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van vier jaar en ruim een maand, zodat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vijfentwintig maanden. Omdat deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf.

Bovendien heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel Justitiële Documentatie van de verdachte d.d. 1 mei 2019, waaruit blijkt dat hij zowel voor als na de tenlastegelegde periode niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Alles afwegend ziet de rechtbank geen aanleiding een onvoorwaardelijke straf op te leggen en acht zij de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van (bouwdepot)fraude. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 125.060,58 aan materiële schade.

8.1.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de feiten waarvan vergoeding wordt gevorderd vóór de zitting zijn geseponeerd en dus niet aan de verdachte ten laste zijn gelegd.

8.2.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. B.A. Cnossen, voorzitter,

en mrs. F.W.H. van den Emster en C.G.E. Prenger, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 september 2019.

De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 6 januari 2014 tot en met 6 mei 2014 te

Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of

vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning aan de [adres delict 2] )

ongeveer 261 en/of 51 (kleine) hennepplanten, althans een (groot) aantal

hennepplanten en/of delen daarvan,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, welke

hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde

hoeveelheid van een middel (te weten 302 hennepplanten, althans meer dan 200

hennepplanten en/of delen daarvan);

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[naam medeverdachte] in of omstreeks de periode van 6 januari 2014 tot en met 6 mei 2014

te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, meermalen, althans éénmaal, (telkens)

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of

vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning aan de [adres delict 2] )

ongeveer 261 en/of 51 (kleine) hennepplanten, althans een (groot) aantal

hennepplanten en/of delen daarvan,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, welke

hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde

hoeveelheid van een middel (te weten 261 en/of 51 hennepplanten, althans meer

dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan)

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of

omstreeks de periode van 10 januari 2014 tot en met 6 mei 2014 te Dordrecht

meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,

door voornoemd pand aan die [naam medeverdachte] te verhuren, althans aan die [naam medeverdachte] ter

beschikking te stellen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 6 januari 2014 tot en met 6 mei 2014 te

Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening (in een woning aan de [adres delict 2] ) heeft weggenomen

24811 kWh, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid elektriciteit, in elk geval

enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer

BV., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak of

verbreking;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[naam medeverdachte] in of omstreeks de periode van 10 januari 2014 tot en met 6 mei 2014

te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening (in een woning aan de [adres delict 2] ) heeft

weggenomen 24811 kWh, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid elektriciteit, in

elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan Stedin

Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [naam medeverdachte] en/of

aan verdachte, waarbij [naam medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak of

verbreking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 10 januari 2014 tot en met 6 mei 2014 te Dordrecht (telkens)

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

behulpzaam is geweest door voornoemd pand en/of elektriciteitsvoorziening(en)

aan die [naam medeverdachte] te verhuren, althans aan die [naam medeverdachte] ter beschikking te stellen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2015 tot en met 15 juli 2015 te

Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens)

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of

vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een garage/schuur, behorende bij een

woning aan de [adres delict 1] ) ongeveer 176 hennepplanten, althans een (groot)

aantal hennepplanten en/of delen daarvan,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2015 tot en met 15 juli 2015 te

Dordrecht, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in een woning aan de [adres delict 1] )

heeft weggenomen 14.792 kWh, althans een (grote) hoeveelheid, elektriciteit,

in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan Stedin

Netbeheer BV., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak of

verbreking.