Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:7637

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
27-09-2019
Zaaknummer
10/126814-19 / vordering TUL VV: 10/022116-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vier winkeldiefstallen. 155 dagen waarvan 55 voorwaardelijk; doel is dat de verdachte aansluitend aan de onvoorwaardelijke gevangenisstraf terecht kan in een instelling voor begeleid of beschermd wonen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/126814-19

Parketnummer vordering TUL VV: 10/022116-19

Datum uitspraak: 25 september 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid West, locatie De Dordtse Poorten,

raadsvrouw mr. D.S. Lösing, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 september 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.P.L. van Loon heeft gevorderd:

  1. bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

  2. veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 55 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;

  3. tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/022116-19.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, omdat de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij, op 25 mei 2019 te Rotterdam, meerdere levensmiddelen (te weten onder meer kwark en chips), toebehorende aan Albert Heijn, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij, op 7 mei 2019 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, twee boormachines, toebehorende aan Action, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.

hij op 7 mei 2019 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam 15 flessen parfum, toebehorende aan Kruidvat, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.

hij, op 18 mei 2019 te Rotterdam, een klopboormachine en een heteluchtpistool, toebehorende aan Action, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 4:

Diefstal, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. De verdachte heeft daarmee laten zien geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Dit zijn zeer hinderlijke feiten die de samenleving veel schade toebrengen. De schade die door de winkeliers geleden wordt, wordt namelijk doorberekend aan de consument.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 augustus 2019, dat inmiddels 43 pagina’s bestrijkt. De verdachte is al vele malen veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsrapport van 6 september 2019 dat is opgemaakt over de verdachte. Daarin is, zakelijk weergegeven, te lezen dat de verdachte een langdurige en ernstige middelenverslaving heeft. Er is een cyclus waarneembaar waarin de verdachte na detentie snel terugvalt in middelengebruik, waarop hij verwervingscriminaliteit pleegt als hij niet op een legale wijze in zijn levensonderhoud en behoeftes kan voorzien, vervolgens wordt aangehouden en weer gedetineerd raakt. Het lukt de verdachte niet om zich te handhaven in de meerdere beschermde woon- en dagbestedingsprojecten waar hij verbleef danwel waaraan hij deelnam. Enige tijd geleden is de verdachte gediagnosticeerd met een ernstige longziekte (COPD) en heeft hij te horen gekregen dat hij naar verwachting nog acht tot tien jaar te leven heeft. De verdachte heeft daarop kenbaar gemaakt dat hij zijn resterende jaren niet in een cyclus van in en uit detentie wil doorbrengen. Hij heeft inmiddels samen met de reclassering een plan gemaakt voor plaatsing in een landelijke instelling waar drugsgebruik niet wordt gedoogd en waar dagbesteding en ambulante behandeling geïntegreerd worden aangeboden. De officier van justitie heeft in dit kader ter terechtzitting vermeld dat er bij ‘ [naam instelling] ’ (een forensisch beschermde woonvorm) plek is voor de verdachte.

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank ziet ook dat de verdachte nu gemotiveerd lijkt om zijn leven een andere, positieve wending te geven. Daarnaast is er door de reclassering een plan opgesteld en is er een plek waar de verdachte met zijn drugsverslaving terecht kan.

Alles bij elkaar vindt de rechtbank een gevangenisstraf wel passend en geboden. Een deel van deze gevangenisstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd met daarbij de hierna genoemde bijzondere voorwaarden.

8 Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 29 januari 2019 van de politierechter in Rotterdam is de verdachte ter zake van het meermalen plegen van winkeldiefstal veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 7 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 12 februari 2019 en eindigt op 10 februari 2021.

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 310.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 155 (honderdvijfenvijftig dagen);

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 55 (vijfenvijftig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden de de veroordeelde:

1. zich binnen vijf werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de verslavingsreclassering in de regio alwaar hij op dat moment verblijft. Hij blijft zich melden op afspraken met de reclassering zo vaak, en zo frequent als de reclassering dat nodig acht;

2. zich laat behandelen door een daartoe gespecialiseerde zorgverlenende instantie, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk na het ingaan van de proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig acht. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

3. meewerkt aan een plaatsing in een huisvesting met geïndiceerde woonbegeleiding, zoals een instelling voor begeleid of beschermd wonen, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk na het ingaan van de proeftijd. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

4. een inspanningsverplichting heeft ten aanzien van het vinden en behouden van dagbesteding. Hij dient zich netjes te gedragen op het werk of het dagbestedingsproject en heeft zich te houden aan de aldaar gemaakte afspraken.

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 29 januari 2019 van de politierechter in Rotterdam aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Havink, voorzitter,

en mrs. H.I. Kernkamp-Maathuis en F. van Buchem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.J. van der Putte, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 september 2019.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij, op of omstreeks 25 mei 2019 te Rotterdam, meerdere levensmiddelen (te weten onder meer kwark en chips), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Albert Heijn, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

hij, op of omstreeks 7 mei 2019 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, twee boormachines, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Action, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3

hij op of omstreeks 7 mei 2019 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam 15 flessen parfum, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Kruidvat, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4

hij, op 18 mei 2019 te Rotterdam, een klopboormachine en/of een heteluchtpistool, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Action, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.