Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:7555

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-09-2019
Datum publicatie
25-09-2019
Zaaknummer
10/811009-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zijn dochter jarenlang seksueel misbruikt. De rechtbank veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van 4 jaar en TBS met voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-1191
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/811009-19

Datum uitspraak: 13 september 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum Haaglanden, aan de Pompstationsweg 32 te Den Haag,
raadsvrouw mr. S.E. de Geus, namens mr. P.L.G. Rens, advocaat te Den Haag.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 juni en 30 augustus 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Wooldrik heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden, met bepaling dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Overwegingen over de bewezenverklaring

Aan de verdachte wordt verweten dat hij seksuele handelingen heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter. Dit verwijt is in de tenlastelegging uitgesplitst in feit 1, dat ziet op een periode toen de dochter nog geen twaalf jaar was, en feit 2, dat ziet op de periode waarin de dochter wel de leeftijd van twaalf jaar maar nog niet die van zestien jaar had bereikt. Alle ten laste gelegde feitelijke handelingen zijn door de verdachte bekend en kunnen op zichzelf genomen bewezen worden. Naar het oordeel van de rechtbank biedt echter zowel de verklaring van de verdachte als de verklaring van de aangeefster onvoldoende duidelijkheid over de vraag of de handelingen met de tong zoals vermeld in het tweede gedachtestreepje van het onder 1 ten laste gelegde en de handelingen opgesomd in de laatste twee gedachtestreepjes van het onder 1 ten laste gelegde, ook hebben plaatsgevonden voordat het slachtoffer de leeftijd van twaalf jaar had bereikt. De rechtbank acht daarom die handelingen niet bewezen in het kader van het onder feit 1 ten laste gelegde. Voor wat betreft het onder feit 2 ten laste gelegde zal de rechtbank een kortere periode bewezen verklaren dan ten laste is gelegd, omdat de dochter op [geboortedatum slachtoffer] 2018 zestien jaar is geworden.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

Hij op tijdstippen in de periode van 12 juli 2013 tot en met 11 juli 2014 te Schiedam, althans met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met zijn kind [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het meermalen,

- betasten en strelen van de borsten en de buik en de vagina van die [naam slachtoffer] en

- brengen en (vervolgens) houden en bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) en penis in de vagina en tussen de schaamlippen van die [naam slachtoffer]

2.

Hij op tijdstippen in de periode van 12 juli 2014 tot en met 11 juli 2018 te Schiedam met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met zijn kind (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het meermalen,

- betasten en strelen van de borsten en de buik en de vagina van die [naam slachtoffer] en

- brengen en (vervolgens) houden en bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) en penis en tong in de vagina en tussen de schaamlippen van die [naam slachtoffer] en

- brengen en (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [naam slachtoffer] (het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer] ) en

- die [naam slachtoffer] laten betasten en aftrekken van zijn, verdachtes, penis.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

2. Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zijn dochter jarenlang seksueel misbruikt. Het eerste seksuele contact tussen de verdachte en zijn dochter kwam tot stand op het moment dat zij nog geen 12 jaar oud was. Het seksueel misbruik vond zeer frequent, gemiddeld ongeveer twee keer per week, plaats en bestond uit verschillende vergaande seksuele handelingen. De verdachte heeft haar borsten, billen en vagina betast. Hij heeft haar vagina gelikt, heeft zijn penis laten aftrekken en likken en heeft haar vagina gepenetreerd met zijn vingers en penis.

De verdachte heeft bij het plegen van het ten laste gelegde alleen aan zichzelf gedacht en niet alleen misbruik gemaakt van zijn overwicht als vader, maar ook van de kwetsbaarheid van zijn dochter. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij nooit heeft stilgestaan bij de gevolgen van het misbruik voor zijn dochter. Ook rekent zij de verdachte aan dat hij, hoewel hij besefte dat wat hij deed verkeerd was, het misbruik zo lang heeft laten voortduren en dat het slechts gestopt is omdat het slachtoffer haar vriendje erover vertelde.

De aangeefster, moeder van het slachtoffer, heeft middels een slachtofferverklaring naar voren gebracht welke gevolgen het misbruik voor het slachtoffer en voor het gezin heeft gehad.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 augustus 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen

Psycholoog drs. J.P.M. van der Leeuw heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 30 april 2019. Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van ziekelijke stoornissen, aanwezig tijdens het plegen van het ten laste gelegde, namelijk een pedofiele stoornis, niet exclusieve type en een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis met autistiforme elementen. Hij kan zich daardoor onvoldoende voorstelling maken van andermans gevoelsleven. Er is daarnaast sprake van een verstoorde seksuele ontwikkeling die is uitgemond in een pedofilie. Het advies is om de verdachte het ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen. Onder andere het gebrekkige vermogen zich in te leven in zowel zijn eigen als andermans belevingswereld, de sterke neiging tot rationalisatie waarmee eigen gedrag wordt goedgepraat, het gebrek aan schaamte en de verstoorde ontwikkeling zorgen ervoor dat de delict-factoren nog aanwezig zijn. Het recidiverisico is hoog en kan enkel na langdurige behandeling lager worden. Binnen het kader van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden kan de verdachte worden verplicht tot langdurige, intensieve klinische behandeling in een forensisch psychiatrisch kliniek. Het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf is – mede door een gebrek aan probleeminzicht bij de verdachte - te beperkt om de langdurige en intensieve behandeling te waarborgen die nodig is om het recidiverisico te verminderen.

Psychiater B.E.A. van der Hoorn en psychiater in opleiding H.L. Montagne hebben een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 juli 2019. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte lijdt aan een pedofiele stoornis, niet-exclusieve type, beperkt tot incest, en een andere gespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis met trekken van een autismespectrumstoornis. Tijdens het plegen van het ten laste gelegde waren deze stoornissen aanwezig. De verdachte heeft beperkt contact met het gevoelsleven van zichzelf en van een ander. De hedonistische persoonlijkheidsstijl en levenslange eenzaamheid zorgden voor een sterke behoefte aan geborgenheid en hebben geleid tot het seksueel contact met zijn dochter. Vanwege de aanwezige cognitieve dissonantie heeft verdachte zijn gedrag jarenlang vergoelijkt. Aangezien de verdachte niet geheel in vrijheid heeft gehandeld, wordt geadviseerd hem het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. Het recidiverisico is matig verhoogd. Gezien de ernst en duur van de hem ten laste gelegde feiten en de beperkte intrinsieke motivatie, wordt voor het volgen van een behandeling TBS met voorwaarden geadviseerd. Binnen de TBS met voorwaarden kan hij intensieve klinische behandeling in een forensische psychiatrische kliniek, met passende en verantwoorde resocialisatie ondergaan. Binnen die setting kan ook onderzoek gedaan worden naar de aanwezigheid van een autismespectrumstoornis.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 8 augustus 2019. Dit rapport houdt het volgende in.

De reclassering heeft de mogelijkheden van TBS met voorwaarden onderzocht en een plan van aanpak is mogelijk. Binnen een forensisch psychiatrisch kliniek kan de verdachte zich laten behandelen voor zijn problematiek. De verdachte is bereid mee te werken aan zo’n traject.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot het volgende oordeel.

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door wat ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Gezien de ernst van de feiten is het opleggen van een gevangenisstraf passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en de verminderde mate van toerekening. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten, zodat direct gestart kan worden met de behandeling. De rechtbank ziet hiervoor, gezien de ernst en duur van de gepleegde feiten, geen aanleiding. Wel zal zij een minder lange gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie gevorderd, omdat de officier van justitie in haar eis kennelijk geen rekening heeft gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.

Vastgesteld wordt dat de bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Wetboek van Strafrecht.

Voorts onderschrijft de rechtbank de conclusie dat oplegging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden noodzakelijk is. De veiligheid van anderen eist de terbeschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van de bewezen verklaarde feiten en het gevaar voor herhaling.

Aan de verdachte zal gelet op het voorgaande terbeschikkingstelling met voorwaarden worden opgelegd. De rechtbank zal de voorwaarde met betrekking tot het ‘contact met de slachtoffers’ wijzigen in die zin dat – kort gezegd - dit contact enkel mag plaatsvinden op initiatief van het slachtoffer en de overige gezinsleden van de verdachte en na overleg met de reclassering.

De rechtbank ziet, mede gelet op de duur van de gevangenisstraf die zij aan de verdachte oplegt, geen aanleiding de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van de ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 20.000,00 aan immateriële schade.

8.1.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade is toegebracht, de vordering door de verdachte niet is weersproken en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2013.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.2.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 20.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 244, 245 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (zegge: vier) jaar;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

de ter beschikking gestelde onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten.

de ter beschikking gestelde zal zich niet in situaties begeven die voor hem risicovol zijn;

de ter beschikking gestelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

de ter beschikking gestelde werkt mee aan een klinische behandeling bij de door het IFZ geïndiceerde klinische setting, bij voorkeur in een FPK of soortgelijke setting, zolang zijn behandelaars noodzakelijk achten, nadien werkt hij mee aan een opname in een F-RIBW of soortgelijke instelling.

de ter beschikking gestelde werkt na zijn klinische behandeling indien geïndiceerd mee aan een ambulante forensische poliklinische behandeling in een nader te bepalen setting en volgt alle aanwijzingen.

de ter beschikking gestelde werkt mee aan ambulant forensisch psychiatrisch toezicht (FPT), en houdt zich aan de aanwijzingen en afspraken van zijn behandelaar(s), voor zolang zijn behandelaar(s) dat nodig acht(en). Tevens werkt betrokkene mee aan (ambulant) forensisch psychiatrisch toezicht, ook indien dit betekent een time-out opname in een nader te bepalen forensische kliniek van maximaal twee keer een periode van zeven weken;

de ter beschikking gestelde werkt mee aan een nader onderzoek naar autisme spectrum stoornis;

de ter beschikking gestelde zal zijn medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie zoals bedoeld in het kader van het landelijke opsporingsbeleid ten aanzien van ter beschikking gestelden;

de ter beschikking gestelde stelt zich onder toezicht van de reclassering en houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen die door of namens de reclassering aan hem gegeven worden. Hij zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor de reclassering, zijn behandelaren en zijn begeleiders;

de ter beschikking gestelde werkt mee aan het convenant tussen reclassering en politie, dat onder meer inhoudt dat hij onaangekondigd door de wijkagent gecontroleerd kan worden in zijn huis of omgeving;

de ter beschikking gestelde zal zich niet buiten de landsgrenzen van Nederland begeven;

de ter beschikking gestelde zal niet van adres wijzigen c.q. verhuizen zonder overleg met en toestemming van de reclassering. Overnachtingen op een ander adres dan zijn vaste verblijfsadres, worden vooraf met de reclassering besproken;

de ter beschikking gestelde verleent de reclassering toestemming om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk. De ter beschikking gestelde geeft openheid over het aangaan en onderhouden van (partner)relaties. De ter beschikking gestelde werkt mee aan de opbouw van een ondersteunend sociaal netwerk;

de ter beschikking gestelde zal indien de behandelaar dit nodig acht medicatie innemen en zich hierop zo nodig laten controleren, zolang dit door zijn behandelaar en reclassering nodig wordt geacht;

de ter beschikking gestelde zet zich in voor het realiseren en behouden van een passende en door de reclassering goedgekeurde dagbesteding voor meerdere dagen per week, naar gelang zijn draagkracht;

de ter beschikking gestelde geeft inzicht in zijn financiën en werkt desgewenst mee aan een financieel begeleidingstraject;

de ter beschikking gestelde zal zich niet begeven in besloten ruimten waar zich minderjarigen bevinden zonder toezicht van een volwassene en hij zal geen minderjarigen ontvangen in zijn huis;

de ter beschikking gestelde zal, zo lang de reclassering het noodzakelijk acht, geen initiatief nemen tot contact met het slachtoffer en zijn (ex-)echtgenote en zoon, en alleen – direct of indirect – contact met hen opnemen, zoeken of hebben indien zij dat wensen en na overleg met de reclassering;

geeft aan reclassering Nederland opdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 20.000,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 135 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,

en mrs. G.A. Bouter-Rijksen en H. Dunsbergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kraaijeveld, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 september 2019.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 juli 2013 tot en met 11 juli 2014 te Schiedam met zijn kind, althans met iemand beneden de leeftijd van twaalf

jaren, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het meermalen, althans éénmaal, (telkens)

- betasten en/of strelen van de borst(en) en/of de buik en/of de vagina van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis en/of tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [naam slachtoffer] (het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer] ) en/of

- die [naam slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis;

2.

Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 juli 2014 tot en met 01 februari 2019 te Schiedam met zijn kind, althans met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het meermalen, althans éénmaal, (telkens)

- betasten en/of strelen van de borst(en) en/of de buik en/of de vagina van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis en/of tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [naam slachtoffer] en/of

- brengen en/of (vervolgens) houden van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [naam slachtoffer] (het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer] ) en/of

- die [naam slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis.