Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:7532

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
27-09-2019
Zaaknummer
C/10/560981 / HA ZA 18-1007
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg koopovereenkomst aandelen in tandartspraktijkvennootschap, earn-out en ‘balansgarantie‘.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/1334
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/560981 / HA ZA 18-1007

Vonnis van 25 september 2019

in de zaak van

[eiser 1] ,

wonende te [woonplaats eiser 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. N. Poggenklaas,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats gedaagde 2] ,

3. AL SALMAN BEHEER B.V.,

gevestigd te Den Haag,

4. TANDARTSENPRAKTIJK WADDINXVEEN B.V.,

gevestigd te Waddinxveen,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. L.T.M. Keet.

Partijen zullen hierna [eiser 1] , [gedaagde 1] c.s. (gedaagden sub 1 tot en met 3) en TPW worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 20 juli 2018, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    de oproepingsbrief van de rechtbank van 16 januari 2019;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 juni 2019 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 27 september 2017 zijn [eiser 1] en [gedaagde 1] c.s. een koopovereenkomst aangegaan (productie 1 bij dagvaarding). Daarbij heeft [eiser 1] zijn aandelen in TPW verkocht aan [gedaagde 1] c.s. De levering heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2017.

2.2.

In de koopovereenkomst staat:

(…)
Artikel 2 - Koopprijs en betaling daarvan

(…)

2. Verkoper zal een aanvullende vergoeding van € 10.000 van koper ontvangen als blijkt dat er van de reeds ingeschreven patiënten vanaf 01 januari 2017 tot en met 31 december 2017 1300 patiënten of meer zijn verschenen voor een afspraak.

(…)

Artikel 5 - Garanties

(…)

Due Diligence onderzoek

(…)

9. Koper heeft voor de koop inzicht gekregen in (…) het aantal actieve patiënten van de praktijk.
(…)

Artikel 8 - Afwikkeling rekening-courant

1. Uit de balans per 31 juli 2017 blijkt dat vorderingen, vooruitbetaalde posten en de liquide middelen nagenoeg gelijk zijn gebleven aan de kortlopende schulden van de vennootschap.

2. bij een verschil tussen de baten en lasten van minstens 1.000 euro zullen partijen binnen een minnelijk traject elkaar aansprakelijk houden en zal het bedrag binnen 30 dagen worden betaald.
(…)

2.3.

Een bankafschrift van een bankrekening van TPW van 22 mei 2017 toont

  • -

    een bijschrijving van € 28.000,00 op 21 mei 2017 afkomstig van [eiser 1] en

  • -

    een afschrijving op 22 mei van € 28.000,00 ten gunste van [naam bedrijf] .

2.4.

Een grootboekkaart gedateerd 24 oktober 2017 van een rekening-courant tussen TPW en [eiser 1] (uitsnede van productie 7 bij dagvaarding) vermeldt het volgende:

[ AFBEELDING GROOTBOEKKAART ]

2.5.

Op basis van een op 4 juli 2018 verkregen verlof heeft [eiser 1] conservatoir derdenbeslag laten leggen ten laste van [gedaagde 1] c.s. en TPW.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser 1] vordert, na eisverandering om bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot het betalen van € 10.000,00 aan [eiser 1] , zulks te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 24 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en € 875,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

II. TPW te veroordelen tot het betalen van € 13.312,17 aan [eiser 1] , zulks te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 23 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en € 908,12 aan buitengerechtelijke incassokosten;

III. [gedaagde 1] c.s. en TPW hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de advocaat van [eiser 1] , te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en – voor het geval voldoening binnen de bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag der algehele betaling;

IV. [gedaagde 1] c.s. en TPW hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] te voldoen de beslagkosten, begroot op € 1.765,26, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en – voor het geval voldoening binnen de bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag der algehele betaling; en

V. [gedaagde 1] c.s. en TPW hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] te voldoen de na het gewezen vonnis verschuldigde kosten, begroot op € 131,00 voor nasalaris van de advocaat en te vermeerderen met € 68,00 voor nasalaris van de advocaat ingeval deze kostenveroordeling niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis is voldaan en betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling niet plaatsvindt binnen de hiervoor

genoemde termijn van veertien dagen.

3.2.

Aan de vordering legt [eiser 1] het volgende ten grondslag.

[gedaagde 1] c.s. dienen hun verbintenis uit artikel 2 lid 2 van de koopovereenkomst na te komen door [eiser 1] de aanvullende vergoeding van € 10.000,00 te betalen. In 2017 zijn meer dan 1.300 van de reeds ingeschreven patiënten verschenen voor een afspraak, zoals bedoeld in artikel 2 lid 2. Dit blijkt uit een lijst van verrichtingen van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 afkomstig uit de administratie van TPW (productie 6 bij dagvaarding).

TPW dient haar verbintenis uit de rekening-courantverhouding na te komen door aan [eiser 1] € 13.312,17 te betalen. Dit is het saldo dat blijkt uit de grootboekkaart (zie 2.4).

3.3.

De conclusie van [gedaagde 1] c.s. en TPW strekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser 1] met veroordeling van [eiser 1] in de proceskosten (inclusief nakosten) met rente.

[gedaagde 1] c.s. betwisten dat in 2017 meer dan 1.300 van de reeds ingeschreven patiënten zijn verschenen voor een afspraak, in de zin van artikel 2 lid 2 van de koopovereenkomst.

TPW voert het volgende aan als verweer.

a. TPW heeft een tegenvordering op [eiser 1] van € 11.635,11. Die tegenvordering vloeit voort uit facturen met een totaalbedrag van € 11.635,11 dat ten onrechte niet debet is geboekt.

b. Tegenover de gedane betaling van € 28.000,00 moet een debet boeking worden geplaatst van hetzelfde bedrag omdat [eiser 1] TPW dit bedrag aan [eiser 1] heeft laten terugbetalen. Het saldo is dus € 14.687,83 debet.

c. In artikel 8 lid 1 van de koopovereenkomst staat dat de rekening-courantverhouding nagenoeg gelijk is, zodat [eiser 1] geen vordering op TPW heeft.

in reconventie

3.4.

[eiser 2] c.s. en TPW vorderen, na eisverandering om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. [verweerder] te veroordelen aan [eiser 2] c.s. en TPW tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen het bedrag ter grootte van € 11.635,11, althans een bedrag in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2018, althans de eerst mogelijke datum;

II. [verweerder] te veroordelen aan [eiser 2] c.s. en TPW tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen het bedrag ter grootte van € 14.687,83, althans een bedrag in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2019, althans de eerst mogelijke datum; en

III. [verweerder] te veroordelen in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen een bedrag voor het salaris van de advocaat, en te bepalen dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 14 dagen na datum van het in deze procedure te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening, en [verweerder] te veroordelen om het nasalaris aan gedaagden te voldoen, met het verzoek dit nasalaris in het vonnis te begroten.

3.5.

Aan de vordering leggen [eiser 2] c.s. en TPW het volgende ten grondslag.

[verweerder] is € 11.635,11 verschuldigd vanwege de facturen die ten onrechte niet debet (ten laste van [verweerder] ) zijn geboekt in de rekening-courant met TPW.

[verweerder] is € 14.687,83 verschuldigd omdat dat het werkelijke debetsaldo is van de rekening-courant na ongedaanmaking van de betaling door [verweerder] aan TPW van € 28.000,00.

[verweerder] dient deze bedragen op grond van artikel 8 lid 2 van de koopovereenkomst aan [eiser 2] c.s. te betalen of aan TPW op grond van de rekening-courantverhouding.

3.6.

De conclusie van [verweerder] strekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser 2] c.s. en TPW, en tot veroordeling van [eiser 2] c.s. en TPW in de proceskosten (inclusief nakosten) met rente, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

[verweerder] betwist het gestelde.

4 De beoordeling

in conventie

Artikel 2 lid 2 - de aanvullende vergoeding van € 10.000,00

4.1.

Artikel 2.2 van de overeenkomst bepaalt dat [eiser 1] recht heeft op € 10.000,00 als van de reeds ingeschreven patiënten vanaf 01 januari 2017 tot en met 31 december 2017 1300 patiënten of meer zijn verschenen voor een afspraak.

[eiser 1] stelt dat de ingeschreven patiënten in totaal 1.416 afspraken hebben gemaakt en dat om die reden het bedrag van € 10.000,00 verschuldigd is. Volgens [gedaagde 1] c.s. moet artikel 2.2 zo worden begrepen dat van de ingeschreven patiënten er ten minste 1.300 (één of meer malen) voor een afspraak moeten zijn verschenen. Er zijn slechts 890 patiënten verschenen dus is, volgens [gedaagde 1] c.s., aan de door artikel 2.2 gestelde voorwaarde niet voldaan.

4.2.

De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-norm; HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158).

4.3.

Vast staat dat de verkoopprijs is gebaseerd op de goodwill en dat discussie is ontstaan over de waardering van de goodwill. Dat verschil van mening over de waarde van de goodwill en daarmee de prijs hebben [gedaagde 1] c.s. en [eiser 1] overbrugd met

artikel 2 lid 2. Deze bepaling laat een deel van de koopprijs afhangen van wat achteraf gezien de goodwill blijkt.

4.4.

Gezien deze context van artikel 2 lid 2, wordt het volgende overwogen.

De goodwill van een tandartspraktijk hangt af van de inkomsten uit het patiëntenbestand.

Alleen actieve patiënten (patiënten die ingeschreven staan en de praktijk bezoeken) dragen bij aan de goodwill. Hierbij sluit aan dat de due diligence gericht was op het aantal actieve patiënten (zie artikel 5 lid 9 van de koopovereenkomst, geciteerd in 2.2).

Gelet op deze omstandigheden in onderling verband bezien moeten [eiser 1] en [gedaagde 1] c.s. deze bepaling redelijkerwijs zo begrijpen dat deze ziet op het aantal (actieve) patiënten.

4.5.

[eiser 1] stelt dat er in 2017 in totaal 1.416 afspraken zijn gemaakt. Hij baseert zich daarbij op een statistiek van verrichtingen in 2017 van de praktijk (productie 6 bij dagvaarding). Uit de stellingen van [eiser 1] en de bedoelde statistiek van verrichtingen stukken volgt echter niet hoeveel actieve patiënten de praktijk in 2017 hebben bezocht. [gedaagde 1] c.s. betwisten dat het om meer dan 1.300 patiënten gaat. Nu niet is komen vast te staan dat aan die voorwaarde van artikel 2 lid 2 is voldaan, zijn [gedaagde 1] c.s. de aanvullende vergoeding van € 10.000,00 niet verschuldigd.

Dit deel van de vordering van [eiser 1] zal daarom worden afgewezen.

De gevorderde rente en kosten treft hetzelfde lot.

Vordering € 13.312,17 uit rekening-courant

4.6.

Vast staat dat tussen [eiser 1] en TPW een rekening-courantverhouding bestaat. Worden tussen twee partijen krachtens rechtshandeling geldvorderingen en geldschulden in één rekening opgenomen, dan is op ieder tijdstip alleen het saldo verschuldigd (artikel 6:140 lid 1 BW). Volgens de grootboekkaart (zie 2.4) is het saldo van de rekening-courant per

31 juli 2017 € 13.312,17.

4.7.

TPW voert aan dat een aantal factuurbedragen ten onrechte niet debet is geboekt. Het betreft de volgende aan TPW gerichte facturen (producties 2, 3 en 4 akte [gedaagde 1] c.s. en TPW 25 juni 2019):

[naam] (boekhoudkundig werk tot 31-07-2017) € 3.267,00

Tandtechnisch werk

- juli 2017 € 1.153,50

- augustus 2017 € 1.827,00

- september 2017 € 1.043,50

- oktober 2017 € 1.222,50

Premie pensioenfonds

- premieachterstand juli 2017 € 566,64

- premie september 2017 € 626,64

- aanmaning 11 december 2017 € 1.489,65

- aanmaning 12 februari 2018 € 1.249,27

Het gaat telkens om door TPW gemaakte schulden, zodat zonder nadere motivering niet valt in te zien, waarom [eiser 1] deze bedragen aan TPW zou moeten voldoen. Dit verweer zal daarom als onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd.

4.8.

TPW stelt verder dat [eiser 1] het saldo niet van haar kan vorderen omdat in artikel 8 lid 1 van de koopovereenkomst staat dat de rekening-courantverhouding nagenoeg gelijk is. TPW is evenwel geen partij bij de koopovereenkomst en kan daaraan dus geen rechten ontlenen. Het verweer van TPW kan daarom niet steunen op artikel 8 lid 1.

4.9.

Ten slotte maakt TPW aanspraak op betaling van € 28.000,00. [eiser 1] heeft

€ 28.000,00 aan TPW betaald. TPW heeft een even hoog bedrag aan (de curator van) [naam bedrijf] betaald. Anders dan TPW stelt, is van ‘terugbetaling’ aan [eiser 1] is geen sprake. TPW heeft niet uitgelegd, waarom [eiser 1] haar nog € 28.000,00 dient te betalen, zodat de rekening courant verhouding per 31 juli 2017 juist is weergegeven op de grootboekkaart van 24 oktober 2017. Dat betekent dat [eiser 1] op grond van de rekening courantverhouding recht heeft op € 13.312,17.

Dit bedrag zal worden toegewezen met de wettelijke rente daarover vanaf de dagvaarding.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.10.

[eiser 1] vordert een bedrag dat is gebaseerd op het bepaalde in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De toegewezen vordering heeft echter geen betrekking op één van de situaties waarin genoemd besluit van toepassing is. De vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn zal daarom getoetst worden aan de eisen voor dergelijke vorderingen zoals deze zijn geformuleerd in het Rapport BGK-integraal.

4.11.

Daarbij geldt als uitgangspunt dat verrichtingen voorafgaand aan het geding worden gezien als voorbereiding van de gedingstukken en instructie van de zaak waarvoor de in de artt. 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Wil er daarnaast sprake zijn van afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking komende kosten, dan zal het moeten gaan om verrichtingen die meer omvatten dan bijvoorbeeld een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. [eiser 1] stelt niet dat daarvan sprake is.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

in reconventie

Vordering van € 11.635,11 uit rekening courant

4.12.

[eiser 2] c.s. baseren hun reconventionele vordering op [verweerder] van € 11.635,11 (lees: € 11.625,11) op artikel 8 lid 2 van de koopovereenkomst:

Artikel 8 - Afwikkeling rekening-courant

1. Uit de balans per 31 juli 2017 blijkt dat vorderingen, vooruitbetaalde posten en de liquide middelen nagenoeg gelijk zijn gebleven aan de kortlopende schulden van de vennootschap.

2. bij een verschil tussen de baten en lasten van minstens 1.000 euro zullen partijen binnen een minnelijk traject elkaar aansprakelijk houden en zal het bedrag binnen 30 dagen worden betaald.

[eiser 2] c.s. stellen dat de facturen, opgesomd onder 4.7 schulden betreffen uit de periode dat [verweerder] nog aandeelhouder van TPW was.

In geschil is nu of artikel 8, tweede lid, al dan niet betrekking heeft op de factuurbedragen van in totaal
€ 11.625,11, te weten € 3.267,00 aan accountantskosten, € 5.146,50 aan tandherstelkosten en € 3.211,61 aan pensioenkosten.

Ook hiervoor geldt de in 4.2 genoemde Haviltex-norm.

4.13.

Vast staat dat de koopprijs mede gebaseerd is op de balans van 31 juli 2017 (productie 14 bij conclusie van antwoord in reconventie, hierna: de overnamebalans). Daarom was het voor partijen van belang dat het saldo van de in artikel 8 lid 1 genoemde balansposten (‘vorderingen, vooruitbetaalde posten en de liquide middelen’) correct is. Hierna wordt het saldo van de balansposten bedoeld in lid 1 gemakshalve het werkkapitaal genoemd.

Als het werkkapitaal bedoeld in lid 1 niet correct is (niet ‘nagenoeg gelijk’) en de afwijking (‘een verschil’) minstens € 1.000,00 bedraagt, dient lid 2 als correctie. Om gelijksoortige posten te vergelijken (geen ‘appels met peren’) moet lid 2 betrekking hebben op dezelfde balansposten als lid 1; de ‘baten en lasten’ genoemd in lid 2 moeten dus worden uitgelegd als de ‘vorderingen, vooruitbetaalde posten en de liquide middelen’ genoemd in lid 1.

Dit is ter zitting, onweersproken door [verweerder] , van de zijde van [eiser 2] c.s. bevestigd.

Gelet op deze omstandigheden – het belang van de overnamebalans en de correctiefunctie van het tweede lid – moesten [verweerder] en [eiser 2] c.s. artikel 8 lid 2 redelijkerwijs zo begrijpen dat [eiser 2] c.s. daarop een beroep kunnen doen als het saldo van het werkkapitaal minstens € 1.000,00 lager blijkt te zijn dan volgt uit de overnamebalans.

Voor een geslaagd beroep op artikel 8 lid 2 dienen [eiser 2] c.s. dus te stellen en zonodig te bewijzen (i) dat sprake is van een verschil tussen baten en lasten van ten minste € 1.000,00 dat (ii) niet tot uitdrukking komt in de overnamebalans.

4.14.

Voor zover de facturen betrekking hebben op schulden die na de overnamebalans van 31 juli 2017 zijn ontstaan, kunnen zij in geen geval tot toewijzing van enig bedrag leiden.

Als mogelijke relevante facturen resteren:

[naam] (boekhoudkundig werk tot 31-07-2017) € 3.267,00

Tandtechnisch werk juli 2017 € 1.153,50

premie pensioenfonds juli 2017 € 566,64

[eiser 2] c.s. leggen niet uit dat deze drie facturen niet zijn verwerkt in de post ‘te betalen posten’ van de overnamebalans. Reeds daarom hebben zij geen recht op betaling van deze facturen. Dit onderdeel van de vordering moet worden afgewezen.

Vordering € 28.000,00 uit rekening courant

4.15.

[eiser 2] c.s. hebben niet gesteld op grond waarvan [verweerder] een bedrag van € 28.000,00 zou moeten betalen aan TPW (zie ook 4.9), zodat dit onderdeel van de vordering reeds hierom moet worden afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten en rente

4.16.

De in reconventie gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten volgen het lot van de hoofdsom en komen dus eveneens niet voor toewijzing in aanmerking.

Beslag- en proceskosten

in conventie

Beslagkosten

4.17.

De vordering van [eiser 1] tot vergoeding van de kosten van het beslag ten laste van TPW is toewijsbaar behalve wat betreft de explootkosten nu geen exploten zijn overgelegd. De beslagkosten worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat € 543,00 (1,0 punt × tarief II van € 543,00 per punt)

Totaal € 1.169,00

Voor de berekening van het salaris van de advocaat van [eiser 1] is het liquidatietarief

gehanteerd passend bij het bedrag van de vordering van [eiser 1] op TPW van € 13.312,17.

Proceskosten

4.18.

De proceskosten zullen worden gecompenseerd omdat elk van partijen op onderdelen in het ongelijk is gesteld.

in reconventie

4.19.

Als in het ongelijk gestelde partijen, zullen TPW en [eiser 2] c.s. in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden tot op heden begroot op € 619,00 aan salaris advocaat (0,5 punt × tarief II van € 543,00 per punt + 0,5 punt × tarief III van € 695,00 per punt).

Voor de berekening van het salaris van de advocaat van [verweerder] is voor de conclusie van antwoord in reconventie het liquidatietarief gehanteerd passend bij de reconventionele vordering op [verweerder] van [eiser 2] c.s. en TPW van € 13.312,17 (vóór eisvermeerdering) en voor de comparitie het liquidatietarief passend bij de reconventionele vordering op [verweerder] van [eiser 2] c.s. en TPW van € 26.322,94 (na eisvermeerdering).

4.20.

De nakosten zullen worden toegewezen zoals in het dictum vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt TPW tot het betalen van € 13.312,17 aan [eiser 1] , te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

5.2.

veroordeelt TPW in de kosten van het beslag van [eiser 1] , begroot op € 1.169,00, te voldoen aan [eiser 1] binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis en – voor het geval voldoening binnen deze veertien dagen niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf de vijftiende dag tot aan de dag der algehele betaling,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

compenseert de proceskosten in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde,

in reconventie

5.6.

wijst de vorderingen af,

5.7.

veroordeelt [eiser 2] c.s. en TPW in de kosten van deze procedure, tot dit vonnis aan de zijde van [verweerder] begroot op € 619,00, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis en – voor het geval voldoening binnen deze veertien dagen niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf de vijftiende dag tot aan de dag der algehele betaling,

5.8.

veroordeelt [eiser 2] c.s. en TPW te voldoen aan [verweerder] de na dit vonnis verschuldigde kosten van [verweerder] , begroot op € 89,00 voor nasalaris van de advocaat en wat betreft [eiser 2] , [eiser 3] en Al Salman Beheer B.V. afzonderlijk te vermeerderen met € 82,00 per het aan hen gerichte exploot ingeval deze kostenveroordeling niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis is voldaan en betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling niet plaatsvindt binnen deze veertien dagen, te berekenen vanaf de vijftiende dag tot aan de dag der algehele betaling,

5.9.

verklaart 5.7 en 5.8 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Mouthaan en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2019 door mr. J.C. Halk.

3136