Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:7289

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-09-2019
Datum publicatie
12-09-2019
Zaaknummer
10/740352-16 (ontneming)
Formele relaties
Veroordeling feit: ECLI:NL:RBROT:2019:7259, Overig
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel ex art. 36e Sr.

Vaststelling op nihil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/740352-16 (ontneming)

Datum uitspraak: 10 september 2019

Tegenspraak

VONNIS (ontneming) (mk)

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde:

[naam veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,

raadsman mr. A.S. van der Biezen, advocaat te ’s-Hertogenbosch.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
27 augustus 2019.

VOORAFGAANDE VEROORDELING

Bij vonnis van deze rechtbank van 10 september 2019 is de veroordeelde veroordeeld wegens - onder meer – computervredebreuk en oplichting.

Van dat vonnis is een kopie als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage

maakt deel uit van dit vonnis.

VORDERING

De vordering van de officier van justitie, mr. J.M. Bonnes, strekt - na vermindering van de eis - tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat op € 17.591,73 en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot eenzelfde bedrag.

De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Zij betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld.

STANDPUNT VERDEDIGING

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte dient te worden vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten.

STRAFBARE FEITEN WAAROP DE VOORDEELSBEREKENING IS GEBASEERD

Blijkens het vonnis van 10 september 2019 is de veroordeelde onder meer veroordeeld ter zake

van computervredebreuk en oplichting, waarbij de verdachte (onder meer) geldsommen heeft

overgeboekt vanaf de (zakelijke danwel persoonlijke) ING-rekeningen van [naam slachtoffer 1] en

[naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 3] , [naam slachtoffer 4] / [naam slachtoffer 5] , [naam slachtoffer 6] en [naam slachtoffer 7] .

In deze procedure wordt als vaststaand aangenomen dat deze feiten door de veroordeelde zijn

begaan.

VASTSTELLING VAN HET WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL

Gebleken is dat de veroordeelde door middel van de hiervoor vermelde strafbare feiten wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dit voordeel dient hem te worden ontnomen.

Met betrekking tot de berekening van het geschatte voordeel wordt nader het volgende overwogen.

Bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel verkregen uit de feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld, kan naar het oordeel van de rechtbank de concrete berekening, zoals uiteengezet in het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ van 18 januari 20171 (hierna: de ontnemingsrapportage) als uitgangspunt worden genomen. Dit deel van de ontnemingsrapportage wordt gesteund door de aangiftes en bijbehorende bijlagen uit het zaaksdossier en aanvullende informatie die door ING Bank N.V. (ING) is verstrekt betreffende teruggeboekte (gerestitueerde) bedragen, waarmee in het voordeel van de verdachte rekening zal worden gehouden.2

Op basis van deze stukken kan worden vastgesteld dat de bedragen die vanaf de bankrekeningen van voornoemde personen en de door hen vertegenwoordigde rechtspersonen zijn afgeschreven, door ING zijn vergoed. Daarmee is in de hoofdzaak ING als benadeelde partij aangemerkt. Uit voornoemde stukken blijkt ook dat een deel van de overboekingen ongedaan is gemaakt. Daardoor valt het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel lager uit dan het bedrag dat in eerste instantie van de bankrekeningen is afgeboekt.

De rechtbank stelt vast dat de veroordeelde het hierna te noemen voordeel heeft genoten, gespecificeerd vanuit de hierna genoemde slachtoffers van de gepleegde computervredebreuk:

[naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 1] € 571,143

[naam slachtoffer 3] € 280,00

[naam slachtoffer 4] € 6.509,35

[naam slachtoffer 6] € 4.000,50

[naam slachtoffer 7] € 6.230,45

In totaal heeft de veroordeelde een wederrechtelijk voordeel verkregen van € 17.591,44.

In het vonnis in de onderliggende hoofdzaak is aan de benadeelde partij ING ter zake van de hiervoor genoemde slachtoffers een bedrag van € 17.591,44 aan schadevergoeding toegewezen. Daartegenover staat dus een daarmee corresponderend voordeel voor de veroordeelde.

Op grond van artikel 36e lid 9 Sr wordt – kort gezegd - bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, een aan een benadeelde derde in rechte toegekende vordering daarop in mindering gebracht, voor zover die is voldaan.
Al hoewel ter zake nog niet onherroepelijk is beslist en de vordering nog niet is voldaan, ziet de rechtbank aanleiding om bij de omvang van het te ontnemen bedrag met het bedrag van € 17.591,44 rekening te houden, nu er voldoende zekerheid bestaat omtrent de legitimiteit en de omvang van die vordering.

Dit bedrag zal dus in mindering worden gebracht op het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel, waardoor het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op € 0,- (nul euro).

VASTSTELLING VAN HET TE BETALEN BEDRAG

Bepaald zal worden dat door de veroordeelde aan de staat moet worden betaald een bedrag van € 0,- (nul euro).

Bij deze beslissing zijn in aanmerking genomen de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Deze beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op nihil;

- bepaalt de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. B.A. Cnossen, voorzitter,

en mrs. F.W.H. van den Emster en C.G.E. Prenger, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste en jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict van 18 januari 2017.

2 Het document met nummer [documentnummer 1] (pagina’s 1-146 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier Sinkhole), het document met nummer [documentnummer 2] (pagina’s 147 e.v. van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier Sinkhole), het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 1] (pagina’s 207-208 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier Sinkhole, het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] (pagina’s 209-211 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier Sinkhole, het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 3] (pagina’s 212-216 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier Sinkhole), het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 4] (pagina’s 217-222 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier Sinkhole), het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 5] (pagina’s 228-237 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier Sinkhole) en de rekeningafschriften overgelegd door ING als Bijlage 1 tot en met 6 bij de toelichting op het voegingsformulier benadeelde partij d.d. 5 april 2017.

3 Het bedrag is in het voordeel van de verdachte gecorrigeerd ten opzichte van de ontnemingsrapportage, op basis van de door ING als bijlage 1 en 2 bij het voegingsformulier overgelegde rekeningoverzichten.