Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:7178

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-09-2019
Datum publicatie
06-09-2019
Zaaknummer
C/10/556444 / HA ZA 18-760
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Lastgeving om op naam van een ander te procederen is toegestaan, ook als de last pas later in de procedure wordt overgelegd. Niet toegestaan is dat eisers van hoedanigheid wijzigen: eisers zijn erfgenamen en de executeur had de onderhavige vordering moeten instellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2019/298
ERF-Updates.nl 2019-0228
NJF 2019/539
RBP 2019/84
JBPR 2020/31 met annotatie van Vos, P.M.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/556444 / HA ZA 18-760

Vonnis van 4 september 2019

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats eiser 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats eiser 2] ,

eisers in conventie,

verweerders in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. A.C.M. Verhoeven te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. W.H. Benard te Dordrecht.

Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s. en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 mei 2018,

  • -

    de akte overlegging producties tevens wijziging van eis,

  • -

    de antwoordakte van [gedaagde] (beroep op niet-ontvankelijkheid),

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens (voorwaardelijke) eis in reconventie,

- de uitnodigingsbrief van 26 juni 2019 aan partijen voor de comparitie,

- de akte (brief van 31 juli 2019) van [eiser 1] c.s. met hun productie 4,

- de akte overlegging producties, tevens wijziging van eis, van [eiser 1] c.s.,

- het proces-verbaal van comparitie van 21 augustus 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 3 november 2017 is te Ouddorp overleden [naam erflater] (hierna: erflater). [eiser 1] c.s. zijn kinderen van erflater. [gedaagde] woonde met erflater samen uit hoofde van een affectieve relatie (geen huwelijk/geregistreerd partnerschap) in de periode vanaf 1 december 2004 tot aan het overlijden van erflater. Erflater is geboren in 1916, [gedaagde] is geboren in 1926. [gedaagde] is niet de moeder van [eiser 1] c.s.

2.2.

[gedaagde] en erflater hebben ten overstaan van notaris Van Gastel een (eerste) samenlevingsovereenkomst afgesloten op 20 januari 2005 en een tweede samenlevingsovereenkomst op 8 juni 2016. In beide samenlevingsovereenkomsten is bepaald dat de kosten van de gemeenschappelijke huishouding in beginsel gedragen dienen te worden naar rato van beider inkomen.

2.3.

In de eerste samenlevingsovereenkomst staat voorts onder meer vermeld dat erflater bij beëindiging van de samenleving anders dan door overlijden, recht heeft op een bedrag van € 55.000,- wegens door hem betaalde verbeteringen aan de woning van [gedaagde] (adres [adres] in Ouddorp) (artikel 12 lid 1). In de tweede samenlevingsovereenkomst komt deze bepaling niet (letterlijk) terug.

2.4.

Erflater heeft bij testament van 8 juni 2016, verleden door notaris Van Gastel, beschikt over zijn nalatenschap. Het testament bepaalt onder meer, samengevat:

- de wettelijke regels omtrent erfopvolging zijn van toepassing,

- aan [gedaagde] worden de navolgende legaten toegekend

- een halfjaarlijkse periodieke uitkering van € 2.000,- met een maximum van € 20.000,-

- het vruchtgebruik op de inboedelgoederen, genoemd op de lijst behorend bij het samenlevingscontract,

- tot executeur wordt benoemd de Stichting Van Gastel Executele te Vlaardingen (Van Gastel is notaris in Vlaardingen, toevoeging rechtbank). De taak van de executeur is volgens het testament voldoening van de schulden, waartoe hij bevoegd is om de door hem beheerde goederen te gelde te maken, alsmede het doen verzorgen van de uitvaart (plechtigheden). De erfgenamen kunnen volgens het testament niet zonder medewerking van de executeur of machtiging van de kantonrechter over de goederen van de nalatenschap of een aandeel daarin beschikken, voordat zijn bevoegdheid tot beheer is geëindigd.

2.5.

[gedaagde] heeft in de periode vanaf omstreeks april 2017 diverse bedragen met een totaal van € 334.000,- overgeboekt van een bankrekening van erflater naar een eigen bankrekening.

2.6.

Erflater en [gedaagde] hadden tijdens hun samenwoning een financieel adviseur genaamd [naam financieel adviseur] . [naam financieel adviseur] heeft in een e-mailbericht van 22 november 2018 aan een relatie van [gedaagde] geschreven:

Beste [naam] ,

Doordat in Box III steeg, werd duidelijk dat de Heer [naam erflater] niet bijdroeg in de huishoudelijke kosten.

Per drie maanden werd in 2016 en half jaar in 2017 € 4.000,- bijgedragen.

Met vriendelijke groet,”

2.7.

[eiser 1] c.s. hebben ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag gelegd op het saldo op een bankrekening van [gedaagde] bij de ABN AMRO Bank alsmede op de woning van

[gedaagde] . Het beslag op de bankrekening heeft doel getroffen voor een bedrag van € 295.917,49. [gedaagde] heeft de woning verkocht aan een derde. Partijen hebben afgesproken dat [eiser 1] c.s. het door hen gelegde beslag op de woning zullen opheffen tegen zekerheidstelling door [gedaagde] .

2.8.

De executeur heeft met [eiser 1] c.s. een ‘overeenkomst van lastgeving’ gesloten op 24 januari 2019 (derhalve na de datum van dagvaarding, toevoeging rechtbank). In de tekst van de lastgeving staat dat de executeur aan [eiser 1] c.s. last geeft om op eigen naam, in het belang van de lastgever, als procespartij op te treden, in het bijzonder in de onderhavige procedure.

3 Het geschil

in conventie en reconventie

3.1.

[eiser 1] c.s. vorderen bij vonnis, uitvoerbaar hij voorraad, [gedaagde] te veroordelen

om aan hen te betalen de somma van € 389.000,- (zegge: driehonderdnegenentachtig duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover telkens te rekenen van de datum van overboeking, althans voor wat betreft de somma van € 55.000,- vanaf 8 juni 2016, althans vanaf de datum van de inleidende dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, de kosten van de beslagleggingen daaronder begrepen.

3.2.

[gedaagde] voert verweer in conventie.

In reconventie vordert [eiseres] , onder de voorwaarde dat de rechtbank [verweerder 1] c.s. ontvankelijk verklaart in deze procedure:

A. voor recht te verklaren dat aan [eiseres] toekomt een bedrag van € 60.000,- zijnde een

compensatie voor de scheefgroei in inkomen en vermogen veroorzaakt door een te lage

bijdrage in de kosten van de huishouding van de zijde van erflater;

B. afgifte van het aan haar toekomende legaat, een periodieke uitkering van € 2.000,= per

halfjaar, ingaande november 2017, vermeerderd met de wettelijke rente over de reeds

verstreken termijnen;

C. medewerking van [verweerder 1] c.s. voor het uitvoeren van hetgeen in het samenlevingscontract is opgenomen over het (eventuele) partnerpensioen;

D. opheffing van de gelegde beslagen op de bankrekening(en) en op het ten name van

[eiseres] staande onroerend goed, [adres] te Ouddorp, althans [verweerder 1] c.s. te veroordelen het beslag binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis op te heffen op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag.

met veroordeling van [verweerder 1] c.s. in de proceskosten, ook in conventie.

3.3.

[verweerder 1] c.s. voeren verweer in reconventie.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is het beroep op niet-ontvankelijkheid van [eiser 1] c.s.. Volgens [gedaagde] mag alleen de executeur, en niet [eiser 1] c.s. zelf, de onderhavige procedure instellen. Dit verweer slaagt. Slechts de executeur had de onderhavige vordering mogen instellen. Ingevolge artikel 4:145 lid 2 BW vertegenwoordigt de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte. Het gaat hier om een vordering van de nalatenschap op een derde. De taak van een executeur is de goederen der nalatenschap te beheren en de schulden der nalatenschap te voldoen. Onder beheer valt ook het aanvaarden van aan de nalatenschap verschuldigde prestaties. De benoeming van een executeur heeft privatieve werking, dat wil zeggen dat de executeur met uitsluiting van de erfgenamen beheersbevoegdheid toekomt. Aan dit oordeel doet niet af dat [eiser 1] c.s. lopende de onderhavige procedure een last hebben overgelegd volgens welke zij gerechtigd zijn om namens de executeur te procederen. Op zich is het toegestaan om krachtens lastgeving te procederen voor een ander. De lasthebber die in eigen naam procedeert, is niet verplicht om reeds bij dagvaarding of anderszins te vermelden dat hij ten behoeve van een ander optreedt. Eerst indien het verweer van de wederpartij daartoe aanleiding geeft, zal de lasthebber dienen te stellen en zonodig te bewijzen dat hij uit hoofde van lastgeving bevoegd is op eigen naam ten behoeve van de rechthebbende op te treden (vgl. HR 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP9665).

Een procespartij mag echter in beginsel niet van hoedanigheid wisselen (vgl. HR 12 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8483, rov. 3.13). Met name in gevallen waarin, zoals hier, uitdrukkelijk in hoedanigheid moet worden opgetreden is dit een strikte regel. [eiser 1] c.s. procederen in de hoedanigheid van erfgenamen. Dat is een andere hoedanigheid dan die van executeur.

4.2.

De rechtbank zal [eiser 1] c.s. dan ook niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen. Volgens [eiser 1] c.s. dient de rechtbank, zo zij het verweer mocht volgen dat slechts de executeur de vordering had mogen instellen, niet te beslissen tot niet-ontvankelijkheid maar tot onbevoegdheid. Die stellingname faalt. Niet-ontvankelijkheid dient te worden uitgesproken indien er, zoals hier, een formeel beletsel bestaat waardoor niet aan een inhoudelijke beoordeling kan worden toegekomen. Onbevoegdheid zou betekenen dat de procedure bij de verkeerde rechter aanhangig is gemaakt. Dat is echter niet aan de orde.

4.3.

[eiser 1] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Deze kosten worden begroot op € 6.369, zijnde:

- € 4.804 aan salaris advocaat (aan de hand van de Liquidatietarieven, 2 punten, Tarief VI

voor zaken van € 195.000 tot € 390.000, € 2.402 per punt),

- € 1.565 aan griffierecht.

De proceskostenveroordeling zal, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

in reconventie

4.4.

De reconventionele vordering is ingesteld onder de voorwaarde dat [verweerder 1] c.s. in conventie ontvankelijk zijn in hun vordering. Deze voorwaarde is niet vervuld, zodat aan de inhoudelijke behandeling van de vordering in reconventie niet wordt toegekomen.

4.5.

Over de proceskosten wordt als volgt geoordeeld. Indien de voorwaardelijke reconventie niet wordt beoordeeld omdat niet aan de voorwaarde is voldaan, dient de rechter te onderzoeken of de eis in voorwaardelijke reconventie ondeugdelijk is, in welk geval de kosten voor rekening van de eiser in reconventie moeten worden gebracht, dan wel of de kosten daarvan nodeloos gemaakt of veroorzaakt zijn, in welk geval de kosten voor rekening van de eiser in reconventie kunnen worden gelaten, onderscheidenlijk of, gelet op de samenhang van de gedingen in conventie en reconventie, de eis in (voorwaardelijke) reconventie een redelijke vorm van verdediging vormt en de kosten daarvan op die grond ten laste van de in conventie in het ongelijk gestelde partij dienen te komen, dan wel of geen van beide partijen als in reconventie in het ongelijk gestelde partij kan worden beschouwd en een proceskostenveroordeling in reconventie achterwege moet blijven (HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673).

4.6.

[eiseres] heeft zich een aan erflater toebehorend bedrag van € 334.000,- toegeëigend omdat zij, naar zij stelt, een vordering van € 60.000 heeft op (thans) de nalatenschap omdat zij te veel aan de gemeenschappelijke huishoudelijke kosten heeft betaald en erflater te weinig. Het is niet aan de rechtbank in de onderhavige procedure om te oordelen over de claim van € 60.000. Dat gaat wellicht gebeuren in een eventuele volgende procedure. Er kan in deze procedure wel geconcludeerd worden dat [eiseres] zich een te hoog bedrag heeft toegeëigend (€ 334.000 voor een gestelde vordering van € 60.0000). Dan wekt geen bevreemding dat beslag is gelegd op haar activa, dat de executeur zijn plicht opschort tot voldoening van hetgeen aan [eiseres] toekomt (te weten het legaat) en dat een procedure tegen [eiseres] aanhangig is gemaakt. Een en ander rechtvaardigt de conclusie dat sprake is van onnodig door [eiseres] veroorzaakte kosten, zodat zij haar proceskosten zelf zal hebben te dragen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk in hun vordering,

5.2.

veroordeelt [eiser 1] c.s. in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op € 6.369,

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.5.

verstaat dat de voorwaarde voor het instellen van de vorderingen in reconventie niet is vervuld,

5.6.

bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2019.

[2517/2294]