Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:7159

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-09-2019
Datum publicatie
06-09-2019
Zaaknummer
7838210
Rechtsgebieden
Europees civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Europese geringe vordering. De vordering (bemiddelingskosten, Airbnb, 'dienen van twee heren') is niet eenvoudig en/of van gering belang en leent zich daarom niet voor behandeling in deze procedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/527
TvC 2019, afl. 6, p. 297 met annotatie van prof. dr. M.B.M. Loos
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer : 7838210 VZ VERZ 19-13062

uitspraak : 6 september 2019

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007

in de zaak

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: Twee Heren B.V. te Amsterdam,
tegen


Airbnb Ireland UC,

gevestigd te Dublin (Ierland),

verweerster,

gemachtigden: mrs. U.B. Verboom, O.W. Brouwer en A.A.J. Pliego Selie te Amsterdam.

Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Airbnb’ genoemd.

1. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het in Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen bedoelde vorderingsformulier A van [eiser] , ontvangen op 11 juni 2019, en van het antwoordformulier C van Airbnb, ontvangen op 13 augustus 2019, in beide gevallen met bijlagen.

2. Het geschil

2.1

[eiser] stelt dat Airbnb voor zowel hem als voor de verhuurder, meerdere keren bemiddeld heeft bij de totstandkoming van een huurovereenkomst voor een vakantiewoning. Airbnb heeft daarvoor bij [eiser] in strijd met artikel 7:417 lid 4 BW bemiddelingskosten in rekening gebracht. Het gaat om een bedrag van € 200,18 en [eiser] vordert dit bedrag als onverschuldigd aan Airbnb betaald van Airbnb terug, met rente en kosten.

2.2

Airbnb voert verweer tegen de vordering.

2.3

Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee [eiser] en Airbnb de vordering en het verweer daartegen (verder) onderbouwen.

3. De beoordeling

3.1

De kantonrechter begrijpt uit het verweer van Airbnb dat bij drie verschillende rechtbanken vier procedures lopen waarin de in deze zaak aan de orde zijnde kwestie is voorgelegd. Het is de kantonrechter niet bekend of in een van de drie andere zaken inmiddels uitspraak is gedaan, maar déze zaak is aan déze kantonrechter voorgelegd en op grond van wat zij als juridisch juist beschouwt wordt in déze zaak een oordeel gegeven.

3.2

Dit is een ‘Europese geringe vordering’-procedure, gebaseerd op de hiervoor onder 1. ook genoemde Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen. In die Verordening wordt onder andere het volgende overwogen:

(4) De Europese Raad die op 15 en 16 oktober 1999 te Tampere bijeen is gekomen, heeft de Raad en de Commissie verzocht om gemeenschappelijke procedureregelingen vast te stellen voor een vereenvoudigde, versnelde grensoverschrijdende beslechting van geschillen inzake kleine consumenten- en commerciële vorderingen.

(5) Op 30 november 2000 heeft de Raad een gezamenlijk programma van de Commissie en de Raad aangenomen betreffende maatregelen voor de uitvoering van het beginsel van wederzijdse erkenning van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Het programma heeft betrekking op de vereenvoudigde en snellere regeling van grensoverschrijdende geschillen van gering belang. Een volgende stap werd gezet met het door de Europese Raad op 5 november 2004 goedgekeurde Haags Programma, dat ertoe oproept voortvarend verder te werken aan de geringe vorderingen.

(…)

(11) Ter vergemakkelijking van de instelling van de Europese procedure voor geringe vorderingen dient de eiser de procedure in te leiden door een standaard vorderings-formulier in te vullen en bij het gerecht in te dienen. Het vorderingsformulier kan uitsluitend bij een bevoegd gerecht worden ingediend.

(12) Waar nodig gaat het vorderingsformulier vergezeld van de ter staving dienende stukken. De eiser kan evenwel tijdens de procedure eventueel nader bewijs overleggen. Hetzelfde beginsel geldt voor het antwoord van de verweerder.

(…)

(14) De Europese procedure voor geringe vorderingen moet schriftelijk zijn, tenzij het gerecht een mondelinge behandeling noodzakelijk acht of een partij daarom verzoekt. Het gerecht kan dat verzoek afwijzen. Een dergelijke afwijzing kan niet afzonderlijk betwist worden.

3.3

De kantonrechter begrijpt uit de genoemde overwegingen dat deze procedure bedoeld is voor eenvoudige zaken met een gering belang. Dat het om een (relatief) gering (financieel) belang moet gaan komt tot uiting in de regel dat de vordering maximaal € 5.000,00 mag zijn en dat het om een eenvoudige zaak moet gaan uit zich in de regel dat de vordering en het verweer daartegen omschreven moeten kunnen worden in de beperkte ruimte van een standaardformulier met als uitgangspunt dat er níet over de zaak gepraat hoeft te worden op een mondelinge behandeling.

3.4

De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van [eiser] niet geschikt is om te behandelen in een ‘Europese geringe vordering’-procedure. De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen. De vordering van € 200,18 is weliswaar in financieel opzicht gering, maar uit het feit dat voor de omschrijving van de vordering, naast het vorderingsformulier, zes pagina’s nodig zijn en voor het formuleren van het verweer zelfs 57 pagina’s, moet geconcludeerd worden dat van een ‘eenvoudige zaak’ geen sprake is. Wat er ook voor zorgt dat het geen ‘eenvoudige zaak’ is, is het feit dat het oordeel over de inhoud van de zaak (uiteindelijk) niet alleen van belang is in de verhouding [eiser] -Airbnb, maar ook in de verhouding tussen Airbnb en haar overige klanten. Dat maakt een gedegen gedachtewisseling tussen partijen en de kantonrechter noodzakelijk, bijvoorbeeld door conclusies van re- en dupliek en/of een mondelinge behandeling en/of het stellen aan de Hoge Raad van de prejudiciële vraag of het door [eiser] genoemde Duinzigtarrest ook van toepassing is in zaken als deze. Voor dat soort handelingen is echter in deze procedure geen ruimte. Het gaat immers om een snelle, eenvoudige procedure.

3.5

[eiser] is de in het ongelijk gestelde partij. Hij wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure. Het financiële belang van deze zaak rechtvaardigt in principe een bedrag van € 30,00 aan salaris voor de gemachtigden van Airbnb. Omdat het echter niet primair om het bedrag gaat maar om de vraag hoe artikel 7:417 lid 4 BW uitgelegd moet worden, beschouwt de kantonrechter dit als een zaak met een vordering van onbepaalde waarde en wordt het salaris van de gemachtigden van Airbnb vastgesteld op € 500,00.

3.6

Deze beschikking wordt zoals Airbnb vordert wat de proceskostenveroordeling betreft ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat [eiser] aan die veroordeling moet voldoen, ook als, als dit al mogelijk is, in hoger beroep wordt gegaan tegen deze beschikking.

4. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van Airbnb vastgesteld op € 500,00 aan salaris voor haar gemachtigden;

verklaart deze beschikking wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686