Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:7010

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-07-2019
Datum publicatie
02-09-2019
Zaaknummer
10/045048-19 vordering TUL VV: 22/001858-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens bedreiging met de dood, belediging en bedreiging met de dood van politie/ambulance/ov personeel.

De verdachte is licht verstandelijk beperkt. Hij is bekend met jarenlange en ernstige verslavingsproblematiek.

ISD

Vordering(en) benadeelde partij onder nummer (verpleegkundige) toegewezen.

Afwijzing vordering tul ivm oplegging ISD

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/045048-19

Parketnummer vordering TUL VV: 22/001858-16

Datum uitspraak: 25 juli 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte]

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht te Dordrecht,

raadsman mr. H. Weisfelt, advocaat te Den Haag.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 juli 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H. van Galen heeft gevorderd:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD) voor de duur van 2 jaar;

  • -

    afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 22/001858-16.

4 Ontvankelijkheid officier van justitie

4.1.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 en 2 dezelfde feiten zijn en dat daarmee sprake is van eendaadse samenloop. Hetzelfde geldt voor de feiten 3 op 4. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om telkens één van de feiten te behandelen en het openbaar ministerie ten aanzien van het andere feit niet-ontvankelijk te verklaren.

4.2.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het verweer. Uit de tekst van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten blijkt dat het gaat om verschillende uitlatingen tegen verschillende aangevers. Hetzelfde geldt voor de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van deze feiten is dan ook geen sprake van eendaadse samenloop.

4.3.

Conclusie

De officier van justitie is ontvankelijk in zijn vervolging.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.
hij, op 21 februari 2019 te Schiedam, [naam slachtoffer 1] (werkzaam als controleur openbaar vervoer in dienst van de RET) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik sla je kop van je romp af ik maak je dood";


2.

hij, op 21 februari 2019 te Schiedam, [naam slachtoffer 2] (werkzaam als controleur openbaar vervoer in dienst van de RET) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ben kickboxer ik kom je wel tegen, ik maak je dood als ik je buiten tegenkom";

3.
hij, op 21 februari 2019 te Schiedam, opzettelijk [naam slachtoffer 3] , in haar tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door haar de woorden toe te voegen: "kankerhoer, kankerzwarte, kankeraap";


4.
hij, op 21 februari 2019 te Schiedam, opzettelijk ambtenaren, te weten [naam slachtoffer 1] (controleur openbaar vervoer) en [naam slachtoffer 2] (controleur openbaar vervoer), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door /hun de woorden toe te voegen: "kankerconducteurs" en/of "je bent een kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;


5.
hij, op 11 april 2019 te Schiedam, een verpleegkundige met aangiftenummer [aangiftenummer] , werkzaam op een ambulancevoertuig en [naam slachtoffer 4] (hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die verpleegkundige en/of die [naam slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak je dood kankerlijer, ik maak jullie allemaal dood" en/of "kanker honden, maak mij los, ik maak jullie kanker dood, ik sla jullie helemaal kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6.
hij, op 11 april 2019 te Schiedam, opzettelijk een verpleegkundige met aangiftenummer [aangiftenummer] , werkzaam op een ambulancevoertuig, in zijn tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door hem de woorden toe te voegen: "Jullie zijn een stelletje vieze kanker homo's".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

ten aanzien van de feiten 1 en 2:

telkens: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

ten aanzien van de feiten 3 en 6:

telkens: eenvoudige belediging;

ten aanzien van feit 4:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 5:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering maatregel

8.1.

Algemene overweging

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feiten waarop de maatregel is gebaseerd

De verdachte heeft RET-medewerkers, een politieagent en een ambulancemedewerker, die zich om bekommerde, beledigd en bedreigd De rechtbank rekent dit de verdachte aan. Politieambtenaren, controleurs in het openbaar vervoer en ambulancemedewerkers moeten hun werk op een veilige manier kunnen doen, zonder te worden geconfronteerd met verbaal agressieve personen (zoals de verdachte) die hen angst aanjagen dan wel beledigen.

8.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

8.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 juni 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

8.3.2.

Reclasseringsadvies

GGZ Antes advies (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 26 juni 2019.

De verdachte is licht verstandelijk beperkt. Hij is bekend met jarenlange en ernstige verslavingsproblematiek. De verdachte gebruikt excessief alcohol - al dan niet in combinatie met (hard)drugs - om zijn gevoelens van stress en ongenoegen te verlagen. Hij heeft zichzelf in dergelijke situaties niet onder controle en kan verbaal agressief en zeer bedreigend over komen. Zijn alcoholgebruik is dusdanig van duur en aard dat er in NIFP rapportages wordt gesproken over hersenschade naar aanleiding van zijn gebruik. Daarnaast is er sprake van complexe psychiatrische problematiek die direct delict gerelateerd is.

De verdachte is jarenlang in beeld bij hulpverlening, zowel in een vrijwillig als in een verplicht kader. Deze trajecten hebben niet tot duurzame gedragsverandering geleid en zijn veelal vroegtijdig door de verdachte beëindigd. De verdachte wil graag een rustig leven maar is niet in staat om dit zelfstandig voor elkaar te krijgen. De kans van slagen van een nieuw ambulant kader wordt dan ook als minimaal ingeschat, waarbij de reclassering zijn beperking en zeer geringe leerbaarheid ook meeweegt. De verdachte heeft een levenslange bescherming en ondersteuning nodig in een setting waarin het juiste niveau van controle en begeleiding wordt geboden. Vanuit een ISD-maatregel kan de verdachte in een klinische setting worden geplaatst, van daaruit kan worden toegewerkt naar plaatsing in een langdurige beschermde woonvorm. Indien de verdachte deze kaders niet geboden worden, schat de reclassering de kans op terugval in middelengebruik en delictgedrag als zeer hoog in. Het risico op letselschade en op onttrekking aan voorwaarden is eveneens hoog. De reclassering ziet geen andere mogelijkheden dan het stringente kader van de ISD.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Aan de wettelijke eisen voor oplegging van de ISD-maatregel is voldaan. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 juni 2019 in de vijf jaren voorafgaande aan de door hem begane feiten ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel of een taakstraf veroordeeld. De desbetreffende vonnissen zijn onherroepelijk. De onderhavige feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Tot op heden hebben de aan de verdachte opgelegde straffen er niet toe geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd. Ook hebben de behandeling en begeleiding die hem in verschillende kaders zijn geboden niet het beoogde effect gehad. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.

Gelet op de door hem steeds weer veroorzaakte overlast en schade staat thans het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van personen of goederen vereist dat aan de verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd voor de duur van twee jaren om zo de maatschappij te beveiligen en de recidive van verdachte te beëindigen.

De rechtbank onderschrijft de conclusie van de reclassering dat oplegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is.

9 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

9.1.

Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 215,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen nu deze genoegzaam is onderbouwd, vermeerderd met de wettelijke rente. Ook dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen vordering meer is omdat de officier van justitie de verdachte op 28 juni 2019 per brief heeft laten weten dat de vordering is ingetrokken.

De rechtbank heeft in het dossier geen stuk aangetroffen waaruit blijkt dat de benadeelde partij haar vordering heeft ingetrokken. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de vordering niet is ingetrokken en dat de brief aan de verdachte van 28 juni 2019 ten onrechte is verstuurd.

De rechtbank acht het aannemelijk dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Nu de vordering inhoudelijk niet is betwist door de verdachte, zal deze worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 215,00 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9.2.

Vordering benadeelde partij verpleegkundige met aangiftenummer [naam benadeelde 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: de verpleegkundige met aangiftenummer [naam benadeelde 2] ter zake van de onder 5 en 6 bewezen verklaarde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 200,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen nu deze genoegzaam is onderbouwd, vermeerderd met de wettelijke rente. Ook dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij op nummer niet-ontvankelijk is in de vordering, omdat zijn identiteit niet is vast te stellen en van enige vrees bij de ambulancemedewerker niet is gebleken.

De rechtbank verwerpt het verweer. Gelet op de toelichting van de officier van justitie ter zitting - waaruit blijkt dat executie van een beslissing op de vordering van een benadeelde partij onder een nummer mogelijk is en dat daartoe afspraken zijn gemaakt tussen het openbaar ministerie, de politie en Slachtofferhulp Nederland - staat indiening van een vordering onder een nummer, de behandeling en toewijzing van de vordering niet in de weg.

De rechtbank acht het aannemelijk dat de benadeelde door het bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Nu de vordering onvoldoende is betwist door de verdachte, zal deze worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 april 2019.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 200,00 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10 Vordering tenuitvoerlegging 22/001858-16

10.1.

Arrest waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij arrest van 13 april 2017 van het gerechtshof Den Haag is de verdachte ter zake van diefstal, bedreiging en beledigingen van ambtenaren veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

10.1.

Beoordeling

Hoewel aan de voorwaarden voor ten uitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf is voldaan, is de rechtbank van oordeel dat het niet opportuun is deze straf ten uitvoer te leggen, omdat de ISD-maatregel zal worden opgelegd. De rechtbank wijst de vordering af.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 38m, 38n, 57, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;

vordering benadeelde partij [naam benadeelde 1]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 215,00 (zegge: tweehonderdvijftien euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 215,00 (hoofdsom, zegge: tweehonderdvijftien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 215,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

vordering benadeelde partij met aangiftenummer 273434

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij met aangiftenummer 273434, te betalen een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 200,00 (hoofdsom, zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 200,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Den Haag onder parketnummer 22/001858-16 op 13 april 2017 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,

en mrs. L. Amperse en S.E.C. Debets, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.D.B. Reuter, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 juli 2019.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.
hij, op of omstreeks 21 februari 2019 te Schiedam, althans in Nederland, [naam slachtoffer 1] (werkzaam als controleur openbaar vervoer in dienst van de RET) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik sla je kop van je romp af ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


2.

hij, op of omstreeks 21 februari 2019 te Schiedam, althans in Nederland, [naam slachtoffer 2] (werkzaam als controleur openbaar vervoer in dienst van de RET) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ben kickboxer ik kom je wel tegen, ik maak je dood als ik je buiten tegenkom", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.
hij, op of omstreeks 21 februari 2019 te Schiedam, althans in Nederland, opzettelijk [naam slachtoffer 3] , in haar tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door haar de woorden toe te voegen: "kankerhoer, kankerzwarte, kankeraap", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;


4.
hij, op of omstreeks 21 februari 2019 te Schiedam, althans in Nederland, opzettelijk ambtenaren, te weten [naam slachtoffer 1] (controleur openbaar vervoer) en/of [naam slachtoffer 2] (controleur openbaar vervoer), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar/zijn/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hun de woorden toe te voegen: "kankerconducteurs" en/of "je bent een kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;


5.
hij, op of omstreeks 11 april 2019 te Schiedam, althans in Nederland, een verpleegkundige met aangiftenummer [aangiftenummer] , werkzaam op een ambulancevoertuig en/of [naam slachtoffer 4] (hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die verpleegkundige en/of die [naam slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak je dood kankerlijer, ik maak jullie allemaal dood" en/of "kanker honden, maak mij los, ik maak jullie kanker dood, ik sla jullie helemaal kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6.
hij, op of omstreeks 11 april 2019 te Schiedam, althans in Nederland, opzettelijk een verpleegkundige met aangiftenummer [aangiftenummer] , werkzaam op een ambulancevoertuig, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door hem/haar de woorden toe te voegen: "Jullie zijn een stelletje vieze kanker homo's", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.