Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6996

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-08-2019
Datum publicatie
02-09-2019
Zaaknummer
7805172 VZ VERZ 19-11819
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek 7:681 BW. Geen rechtsgeldig ontslag op staande voet. Toekenning bilijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0924
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7805172 VZ VERZ 19-11819

uitspraak: 6 augustus 2019

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats verzoekster] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J.A.C.M. van Ginneken,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MASSAR & BOETES BEDRIJFSDIENSTEN B.V. (handelend onder de naam SCHOONMAAKKANTOOR.NL),

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

gemachtigde: mr. C. Zaal.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk “ [verzoekster] ” en “Schoonmaakkantoor.nl”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 27 mei 2019;

  • -

    het verweerschrift, met bijlagen, ontvangen op 8 juli 2019.

1.2

De mondelinge behandeling heeft in aanwezigheid van partijen plaatsgevonden op

16 juli 2019. Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3

De beschikking is nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

In de onderhavige procedure zal - voor zover van belang - worden uitgegaan van de navolgende vaststaande feiten.

2.1

[verzoekster] is op 1 februari 2018 in dienst getreden bij Schoonmaakkantoor.nl in de functie van interieurverzorgster. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Schoonmaak en Glazenwasserij van toepassing.

2.2

Het laatstverdiende salaris van [verzoekster] bedraagt € 696,84 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag op basis van een arbeidsomvang van twaalf uur per week.

2.3

[verzoekster] was gewoonlijk werkzaam op het object River Island te Rotterdam.

Per 1 april 2019 zijn de winkels van River Island in Nederland gesloten.

2.4

Schoonmaakkantoor.nl heeft op 28 februari 2019 een ontslagvergunning bij het UWV gevraagd.

2.5

Op 27 maart 2019 heeft Schoonmaakkantoor.nl [verzoekster] per (aangetekende) brief opgeroepen om met ingang van 1 april 2019 van 07:30 uur tot 09:30 uur (boventallige) werkzaamheden uit te voeren op het object Iron Mountain te Rotterdam.

2.6

De echtgenoot van [verzoekster] heeft op 29 maart 2019 telefonisch contact opgenomen met de leidinggevende van [verzoekster] om te informeren of [verzoekster] een reiskostenvergoeding zou krijgen. [verzoekster] is zonder verder bericht van verhindering niet op 1 april 2019 op het werk verschenen.

2.7

Schoonmaakkantoor.nl heeft [verzoekster] per (aangetekende) brief van 1 april 2019 een officiële waarschuwing gegeven wegens werkweigering. [verzoekster] is daarbij opnieuw opgeroepen om vanaf 3 april 2019 om 07:30 uur haar werkzaamheden uit te voeren op het project Iron Mountain, bij gebreke waarvan wederom sprake zou zijn van werkweigering, hetgeen alsdan een dringende reden voor Schoonmaakkantoor.nl zou zijn om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen.

2.8

[verzoekster] is op 3 april 2019 niet op het werk verschenen. Schoonmaakkantoor.nl heeft [verzoekster] vervolgens op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van 3 april 2019 is

- voor zover van belang - het volgende opgenomen:

(…) “Ook heden bent u zonder enig tegenbericht niet op het werk verschenen. Zoals reeds aangekondigd bij brief d.d. 1 april 2019 is wederom sprake van werkweigering. Voor cliënte is thans de maat vol. Cliënte kan niet anders dan het navolgende constateren:

1. u zonder enig tegenbericht op 1, 2 en 3 april 2019 niet verschenen bent om uw werkzaamheden uit te voeren, hetgeen werkweigering is;

2. door de handelwijze zoals genoemd in punt 1 heeft u het vertrouwen van cliënte in u als werkneemster op onherstelbare wijze geschaad.

Bovenstaande redenen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang leveren (een) dringende reden(en) op om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen. Met andere woorden: u bent heden op staande voet ontslagen”. (…)

2.9

Het UWV heeft op 3 mei 2019 een ontslagvergunning verleend wegens bedrijfseconomische redenen als gevolg waarvan de arbeidsplaats van [verzoekster] is komen te vervallen.

2.10

Schoonmaakkantoor.nl heeft op 7 mei 2019 de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] (voor zover vereist) opgezegd per 10 juni 2019.

3 Het geschil

3.1

Het verzoek van [verzoekster] strekt primair tot vernietiging van het ontslag op staande voet en tot doorbetaling van het loon vanaf 3 april 2019 tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst alsmede tot het verklaren voor recht dat de beschikking van het UWV en daarmee de gedane opzegging onrechtmatig is. Subsidiair verzoekt [verzoekster] Schoonmaakkantoor.nl te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.000,00 bruto aan billijke vergoeding, een bedrag van € 1.393,68 bruto aan schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 10 BW alsmede een bedrag van € 708,01 aan vakantietoeslag en een bedrag van € 1.647,68 aan vakantiedagen onder aftrek van een bedrag van € 717,27 netto, te vermeerderen met rente en kosten zoals omschreven.

3.2

[verzoekster] heeft - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd.

De aan [verzoekster] verweten gedragingen kunnen geen dringende reden opleveren voor een ontslag op staande voet. [verzoekster] is niet overgegaan tot het verrichten van de werkzaamheden bij Iron Mountain, omdat zij wachtte op een terugkoppeling in verband met reiskosten. Nog voordat Schoonmaakkantoor.nl zich ervan had vergewist of [verzoekster] de officiële waarschuwing had begrepen is zij al overgegaan tot het ontslag op staande voet. Schoonmaakkantoor.nl heeft voorts de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] onvoldoende meegewogen. [verzoekster] heeft altijd naar behoren gefunctioneerd en heeft gezien haar leeftijd en eenzijdige werkervaring, laaggeschooldheid en beperkte kennis van de Nederlandse taal een allesbehalve rooskleurige positie op de arbeidsmarkt. Het door Schoonmaakkantoor.nl gegeven ontslag op staande voet is onnodig en ongepast.

3.3

Door het onrechtmatig gegeven ontslag heeft Schoonmaakkantoor.nl het risico genomen dat continuering van de arbeidsrelatie niet meer tot de mogelijkheden behoort. Nu Schoonmaakkantoor.nl heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW maakt [verzoekster] aanspraak op een billijke vergoeding en een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging alsook betaling van vakantietoeslag en openstaande vakantiedagen.

3.4

[verzoekster] stelt zich op het standpunt dat de ontslagvergunning door het UWV onrechtmatig is afgegeven, nu Schoonmaakkantoor.nl in de UWV procedure zelf het bewijs heeft aangeleverd dat [verzoekster] met enige inspanning te herplaatsen is.

3.5

Het verweer van Schoonmaakkantoor.nl strekt tot afwijzing van het verzoek. Daartoe heeft Schoonmaakkantoor.nl - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Schoonmaakkantoor.nl meent dat zij [verzoekster] op terechte gronden op staande voet heeft ontslagen. Schoonmaakkantoor.nl heeft naar aanleiding van de sluiting van River Island diverse malen getracht met [verzoekster] in gesprek te gaan, maar zij heeft dit telkenmale geweigerd en zij liep gewoon weg. Schoonmaakkantoor.nl was daardoor genoodzaakt schriftelijk met [verzoekster] te communiceren en uiteindelijk een ontslagvergunning te vragen. Schoonmaakkantoor.nl had wel herplaatsingsmogelijkheden voor [verzoekster] , maar niet op de tijdstippen (08:00 uur-10:00 uur) waarop [verzoekster] gewoonlijk werkte. Schoonmaakkantoor.nl heeft een opdrachtgever gevonden die bereid was [verzoekster] boven formatie tussen 07:30 uur en 09:30 uur schoonmaakwerkzaamheden te laten verrichten. Ondanks dat [verzoekster] tot tweemaal toe schriftelijk is opgeroepen is zij zonder bericht van verhindering niet op het werk verschenen. Evenmin heeft zij contact opgenomen met het hoofdkantoor. Voor Schoonmaakkantoor.nl was uiteindelijk de maat vol en zij heeft [verzoekster] uitdrukkelijk gewaarschuwd dat haar werkweigering tot een ontslag op staande voet zou leiden.

3.6

Nu sprake is van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet kan [verzoekster] geen aanspraak maken op een billijke vergoeding of een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging. Een bedrag van € 6.000,00 aan billijke vergoeding acht Schoonmaakkantoor.nl bovendien buitenproportioneel. Voorts dient rekening te worden gehouden met de houding en het gedrag van [verzoekster] . Met betrekking tot de schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging dient rekening te worden gehouden met het feit dat de arbeidsovereenkomst bij een regelmatige opzegging zou zijn geëindigd op 5 mei 2019.

3.7

De overige stellingen van partijen worden - voor zover voor de uitkomst van de procedure van belang - bij de beoordeling betrokken.

4 De beoordeling

4.1

[verzoekster] heeft ter zitting het primair verzochte (1) ingetrokken, zodat dit verzoek geen nadere beoordeling en beslissing meer behoeft.

verklaring voor recht

4.2

De gevorderde verklaring voor recht dat de beschikking van het UWV van 3 mei 2019 en daarmee de opzegging van Schoonmaakkantoor.nl onrechtmatig is dient te worden afgewezen. Voor zover [verzoekster] meent dat het UWV onrechtmatig heeft gehandeld door het afgeven van de ontslagvergunning dient zij zich daartoe tot het UWV te wenden.

Het staat [verzoekster] bovendien vrij om op grond van artikel 7:682 BW (binnen de daarvoor geldende termijn) een verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst in te dienen, indien de opzegging in strijd is met het bepaalde in artikel 7:669 lid 1 of lid 3 sub a BW. Dat de opzegging door Schoonmaakkantoor.nl met de toestemming van het UWV onrechtmatig is geweest jegens [verzoekster] is op geen enkele wijze gebleken. [verzoekster] heeft daartoe volstrekt onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld.

ontslag op staande voet

4.3

[verzoekster] heeft berust in het ontslag en daarmee staat vast dat de arbeidsovereenkomst door opzegging is geëindigd op 3 april 2019.

4.4

Op grond van artikel 7:681 BW kan de kantonrechter op verzoek van de werknemer aan haar ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toekennen indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. De kern van het geschil betreft derhalve de vraag of Schoonmaakkantoor.nl [verzoekster] op goede gronden op staande voet heeft mogen ontslaan.

dringende reden

4.5

In artikel 7:671 lid 1 sub c juncto artikel 7:677 lid 1 BW is bepaald dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang kan opzeggen vanwege een dringende reden. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen als vorenbedoeld beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling van de vraag of

sprake is van een dringende reden die een beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, dienen alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking te worden genomen. Gegeven die maatstaf wordt als volgt overwogen.

4.6

Schoonmaakkantoor.nl heeft aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat sprake is van werkweigering, omdat [verzoekster] zonder opgave van redenen op 1 april 2019,

2 april 2019 en 3 april 2019 niet op het werk is verschenen.

4.7

Vaststaat dat de werkzaamheden van [verzoekster] door de sluiting van de winkels van

River Island vanaf 1 april 2019 zijn komen te vervallen. Evenmin is tussen partijen in geschil dat Schoonmaakkantoor.nl op de tijdstippen (08:00 uur tot 10:00 uur) waarop [verzoekster] haar werkzaamheden gewoonlijk uitvoerde geen ander vast object kon aanbieden, omdat opdrachtgevers, die nagenoeg enkel kantoren hebben, tijdens kantoortijden geen schoonmakers in hun pand willen. [verzoekster] dient als werknemer gehoor te geven aan redelijke voorschriften van Schoonmaakkantoor.nl en zij was dan ook in beginsel gehouden de vervangende werkzaamheden bij Iron Mountain te verrichten. De enkele omstandigheid dat sprake was van werkzaamheden boven formatie maakt dat op zichzelf niet anders. [verzoekster] heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ook erkend dat zij de oproepingsbrieven van 27 maart 2019 en 1 april 2019 heeft ontvangen en dat zij, hoewel zij stelt dat ze de Nederlandse taal zeer beperkt machtig is, uiteindelijk met hulp de inhoud van de brieven ook heeft begrepen. In ieder geval was het [verzoekster] voldoende duidelijk dat zij haar werkzaamheden bij Iron Mountain moest voortzetten. Het feit dat de echtgenoot van [verzoekster] op vrijdag 29 maart 2019 nog contact heeft opgenomen met de leidinggevende van [verzoekster] om te informeren naar een reiskostenvergoeding wijst ook in die richting. Hoewel het redelijk te achten is dat [verzoekster] om een reiskostenvergoeding heeft gevraagd heeft zij vervolgens geen contact meer opgenomen met de leidinggevende of het hoofdkantoor van Schoonmaakkantoor.nl en heeft zij ook na de brief van 1 april 2019 niets meer van zich laten horen. [verzoekster] had de inhoud van de brieven met haar gemachtigde kunnen bespreken en had daarop moeten reageren. Dit gebrek aan communicatie heeft op zijn minst irritatie bij Schoonmaakkantoor.nl gewekt.

4.8

Dit alles neemt niet weg dat in de gegeven omstandigheden niet kan worden ingezien waarom van Schoonmaakkantoor.nl niet kon worden gevergd de reeds lopende ontslagprocedure bij het UWV af te wachten en in de tussentijd te volstaan met stopzetting van het loon van [verzoekster] . Het geven van een ontslag op staande voet is een ultimum remedium en Schoonmaakkantoor.nl dient bij het nemen van de zwaarste sanctie in het arbeidsrecht alle belangen in ogenschouw te nemen, ook die van [verzoekster] . Nu bovendien sprake was van boventallige werkzaamheden, waarvoor geen kosten bij de opdrachtgever in rekening werden gebracht, terwijl sprake was van een reisafstand van 23 kilometer per enkele reis en een reistijd van bijna een uur per enkele reis voor twee uur werk, heeft Schoonmaakkantoor.nl onvoldoende onderbouwd wat voor haar het zwaarwegende belang was en waarom van haar niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Op dit punt ontbreken relevante (onderbouwde) stellingen van Schoonmaakkantoor.nl.

4.9

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het ontslag op staande voet in zoverre een te zware sanctie is geweest en dat [verzoekster] niet een zo ernstig verwijt kan worden gemaakt dat dit een ontslag op staande voet - met alle verstrekkende gevolgen - kan rechtvaardigen.

Nu geen sprake was van een dringende reden was Schoonmaakkantoor.nl dan ook niet bevoegd de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] onverwijld op te zeggen zoals bedoeld in artikel 7:677 BW.

billijke vergoeding

4.10

Gelet op de wetsgeschiedenis is (ook) in het kader van artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW voor toekenning van een billijke vergoeding ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever vereist. In een geval als bedoeld in dat artikel is reeds invulling gegeven aan de ernstige verwijtbaarheid, als de werkgever de voor een rechtsgeldig ontslag geldende voorschriften niet heeft nageleefd en in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Nu de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was, is het verzoek van [verzoekster] tot toekenning van een billijke vergoeding in beginsel toewijsbaar.

4.11

Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in rechtspraak uitgangspunten geformuleerd (zie Hoge Raad 30 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:

1187, New Hairstyle). Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

4.12

In aansluiting op het voorgaande neemt de kantonrechter de volgende omstandigheden in aanmerking bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding. Enerzijds is het redengevend dat Schoonmaakkantoor.nl [verzoekster] ten onrechte op staande voet heeft ontslagen, maar anderzijds kan aan [verzoekster] zelf ook een verwijt worden gemaakt. Zoals hiervoor reeds is overwogen is [verzoekster] immers niet op het werk verschenen en zij had dienen te begrijpen dat het zonder toestemming wegblijven door Schoonmaakkantoor.nl niet zou worden geaccepteerd en tot vergaande consequenties zou kunnen leiden. Uit de stellingen van partijen kan bovendien worden afgeleid dat [verzoekster] niet bereid is geweest te praten over herplaatsingsmogelijkheden, omdat zij boos was dat er geen andere werkzaamheden beschikbaar waren tijdens haar werktijden. Hoewel [verzoekster] verder geen inzicht heeft gegeven in haar huidige inkomenssituatie en haar perspectieven zal zij mogelijk geconfronteerd worden met een (tijdelijke) inkomensdaling. Daarbij is wel van belang dat de arbeidsovereenkomst niet meer lang zou hebben voortgeduurd, omdat deze door Schoonmaakkantoor.nl per 10 juni 2019 is opgezegd. Zoals hierna zal blijken heeft [verzoekster] recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 10 BW. Bij de vergelijking tussen de situatie zonder de vernietigbare opzegging en de situatie waarin [verzoekster] zich thans bevindt wordt ook deze vergoeding betrokken. Compensatie van het loon vindt daarmee - zij het beperkt - al gedeeltelijk plaats. Gelet op de hiervoor genoemde gezichtspunten komt het de kantonrechter al met al redelijk voor dat aan [verzoekster] een billijke vergoeding van € 500,00 bruto zal worden toegekend. Andere omstandigheden die zouden moeten leiden tot een hogere of lagere billijke vergoeding zijn niet gesteld of gebleken.

vergoeding artikel 7:672 lid 10 BW

4.13

De partij die opzegt tegen een eerdere dag dan tussen partijen geldt is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd. Vaststaat dat Schoonmaakkantoor.nl de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] onverwijld heeft opgezegd en dat zij daartoe niet bevoegd was. Daarmee heeft Schoonmaakkantoor.nl onregelmatig opgezegd. De in artikel 7:672 lid 10 genoemde vergoeding is gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Nu sprake is geweest van een dienstverband korter dan vijf jaar bedraagt de termijn van opzegging ingevolge artikel 7:672 lid 2 sub a BW één maand. De kantonrechter volgt het standpunt van Schoonmaakkantoor.nl dat de arbeidsovereenkomst op grond van de toepasselijke CAO bij een opzegging op 3 april 2019 op 5 mei 2019 zou eindigen niet.

Ingevolge artikel 7:672 lid 1 BW geschiedt opzegging tegen het einde van de maand, tenzij bij schriftelijke overeenkomst of door gebruik een andere dag is aangewezen. Van de eerste uitzondering is niet gebleken en op de laatste is geen beroep gedaan. Op grond van artikel

10 lid 5 van de CAO Schoonmaak wordt de opzegtermijn in acht genomen beginnend op een zaterdag. De tekst van de CAO biedt geen aanknopingspunten voor de uitleg van Schoonmaakkantoor.nl dat in afwijking van lid 1 van artikel 7:672 lid 1 BW de arbeidsovereenkomst ook zou eindigen op een zaterdag. De conclusie luidt dat bij een opzegging op 3 april 2019 te rekenen vanaf zaterdag 6 april 2019 met inachtneming van een opzegtermijn van één maand de arbeidsovereenkomst zou eindigen op 1 juni 2019. Door Schoonmaakkantoor.nl is niet weersproken dat de vergoeding over de periode van

3 april 2019 tot 1 juni 2019 € 1.393,68 bruto bedraagt. Dit bedrag is dan ook toewijsbaar.

vakantiegeld/vakantiedagen

4.14

De verschuldigdheid van het door [verzoekster] gevorderde bedrag van € 708,01 bruto aan vakantietoeslag en het bedrag van € 1.647,68 bruto aan vakantiedagen (zijnde een bedrag van totaal € 1.408,95 netto) is door Schoonmaakkantoor.nl niet weersproken. Uit de door [verzoekster] overgelegde loonstrook van april 2019 blijkt dat door Schoonmaakkantoor.nl reeds een bedrag van € 717,27 netto is betaald. Schoonmaakkantoor heeft voorts erkend dat zij het ingehouden bedrag van € 691,68 netto aan schadevergoeding aan [verzoekster] zal moeten voldoen, indien het ontslag op staande voet geen stand houdt. Een bedrag van € 691,68 netto is dan ook nog toewijsbaar.

buitengerechtelijke kosten

4.15

De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn niet toewijsbaar. Onvoldoende is gebleken dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die een dergelijke vergoeding rechtvaardigen.

proceskosten

4.16

Schoonmaakkantoor.nl moet als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt en zal in de proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

de kantonrechter:

veroordeelt Schoonmaakkantoor.nl tot betaling aan [verzoekster] van een bedrag van € 500,00 bruto aan billijke vergoeding en een bedrag van € 1.393,68 bruto aan schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 10 BW;

veroordeelt Schoonmaakkantoor.nl tot betaling aan [verzoekster] een bedrag van € 691,68 netto aan restant vakantietoeslag en openstaande vakantiedagen;

veroordeelt Schoonmaakkantoor.nl in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op € 231,00 aan griffierecht en € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

829