Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6925

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-08-2019
Datum publicatie
29-08-2019
Zaaknummer
10/692008-19 vordering TUL VV: 96/057817-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 6 WVW, slachtoffer met zeer ernstig letsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/692008-19

Parketnummer vordering TUL VV: 96/057817-16

Datum uitspraak: 21 augustus 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] .

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 augustus 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 uren, te vervangen door 45 dagen hechtenis en tot ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 6 maanden;

  • -

    tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 96/057817-16.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Beoordeling

De verdachte heeft op 31 augustus 2018 op de Putselaan te Rotterdam een verkeersongeval veroorzaakt. Hij is, rijdend met zijn auto, tegen een overstekende voetganger gereden op een voetgangersoversteekplaats, waardoor zij zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. De verkeerssituatie op de Putselaan was op die dag overzichtelijk en er waren geen bijzondere weersomstandigheden.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte met een snelheid van ongeveer 50 km/uur een voetgangersoversteekplaats is genaderd, dat hij zijn snelheid niet minderde toen hij vlak voor de voetgangersoversteekplaats naar links heeft gekeken en daarna – toen hij weer zicht had op de zebra – de overstekende voetganger over het hoofd heeft gezien. Daardoor is hij met zijn auto in botsing gekomen met de voetganger. Ten tijde van het ongeval waren er veel mensen op straat.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met een te hoge snelheid de zebra is genaderd, gelet op de drukte op straat en in aanmerking genomen dat een zebra wordt gebruikt door – vergeleken met een automobilist – kwetsbare verkeersdeelnemers. Ook heeft de verdachte onvoldoende opgelet. Deze feiten en omstandigheden in onderling verband bezien maken dat het rijgedrag van de verdachte kan worden gekwalificeerd als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Het door de verdachte veroorzaakte verkeersongeval is dan ook aan zijn schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te wijten.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde ter terechtzitting heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 31 augustus 2018 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden op de voor het openbaar verkeer opstaande weg, de Putselaan, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

- met een, mede gelet op de omstandigheden - te weten veel personen op straat-, te hoge snelheid (ongeveer 50 km/uur) een voetgangersoversteekplaats is genaderd en

- ongeveer 5 meter voor de voetgangersoversteekplaats naar een andere kant dan naar die voetgangersoversteekplaats heeft gekeken, terwijl hij, verdachte, met onverminderde snelheid richting de voetgangersoversteekplaats reed en

- niet in staat is geweest zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en

- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een voetganger, inmiddels doende was via die oversteekplaats over te steken en

- die voetganger niet heeft laten voorgaan en

- op die oversteekplaats in botsing of aanrijding is gekomen met die voetganger, als gevolg waarvan die voetganger, ten val is gekomen,

waardoor die voetganger (genaamd [naam slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten

-hersenletsel (waardoor zij langdurig in coma is geraakt en/of moest worden gehouden) en

-een longkneuzing en

-een gebroken schouder (links) en sleutelbeen (links) en

-meerdere gebroken ribben en

-meerdere botbreuken van het bekken en

-meerdere gebroken wervels en

-een gebroken (onder)been.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel is toegebracht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.1.

Feit waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto onoplettend gereden, waardoor een verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Doordat hij niet goed heeft opgelet, heeft hij niet tijdig gezien dat er voor hem een voetganger op het zebrapad liep. De voetganger is als gevolg van de aanrijding meters verder op de weg terecht is gekomen. Het slachtoffer is in een coma geraakt, heeft talloze botbreuken opgelopen en verkeert ook thans nog in een minimaal bewuste toestand waarbij communicatie of functioneel handelen niet mogelijk is. De verwachting is dat deze situatie blijvend is. Het slachtoffer en haar naasten moeten met de ernstige gevolgen die het ongeval met zich bracht verder leven.

De rechtbank twijfelt er niet aan dat de verdachte dit ongeval en deze gevolgen niet gewild heeft en er is geen sprake van strafverzwarende omstandigheden zoals dronken rijden of roekeloos rijgedrag. Dat laat onverlet dat de verdachte het ongeval en de hiervoor geschetste gevolgen heeft veroorzaakt.

7.2.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Wel is de verdachte eerder veroordeeld wegens te hard rijden met een motorvoertuig binnen de bebouwde kom.

7.3.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van het feit en de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer zal de rechtbank een taakstraf van 90 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden op leggen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het al genoemde artikel is gelet op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 21 december 2016 van de kantonrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van een snelheidsovertreding (overtreding van het bepaalde in artikel RVV90 20/A) veroordeeld voor zover van belang tot een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

De vordering tot tenuitvoerlegging van dit voorwaardelijk strafdeel vermeldt dat het vonnis van de kantonrechter is gedateerd op 4 april 2017. De rechtbank merkt dit aan als een kennelijke verschrijving. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard te weten over welke veroordeling de vordering gaat.

De proeftijd is ingegaan op 4 april 2017.

9.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering.

9.3.

Standpunt verdediging

De verdachte heeft zich niet verzet tegen tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel.

9.4.

Beoordeling

Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van het vonnis van 21 december 2016 en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijk strafdeel.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 45 (vijfenveertig) dagen.

ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 6 (zes) maanden;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 21 december 2016 van de kantonrechter van deze rechtbank aan de veroordeelde voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 2 (twee) maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N. Doorduijn, voorzitter,

en mrs. C. Vogtschmidt en C.E. Bos, rechters,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 augustus 2019.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 31 augustus 2018 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer opstaande weg, de Putselaan, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

- met een, mede gelet op de omstandigheden - te weten veel personen op straat-, te hoge snelheid (ongeveer 50 km/uur) een voetgangersoversteekplaats is genaderd en/of

- ongeveer 5 meter voor de voetgangersoversteekplaats naar een andere kant dan naar die voetgangersoversteekplaats heeft gekeken, terwijl hij, verdachte, met onverminderde snelheid richting de voetgangersoversteekplaats reed en/of

- niet in staat is geweest zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een voetganger, inmiddels doende was via die oversteekplaats over te steken en/of

- die voetganger niet heeft laten voorgaan en/of

- op die oversteekplaats in botsing of aanrijding is gekomen met die voetganger, als gevolg waarvan die voetganger, ten val is gekomen,

waardoor die voetganger (genaamd [naam slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten

-hersenletsel (waardoor zij langdurig in coma is geraakt en/of moest worden gehouden) en/of

-een longkneuzing en/of

-een gebroken schouder (links) en/of sleutelbeen (links) en/of

-meerdere gebroken ribben en/of

-meerdere botbreuken van het bekken en/of

-meerdere gebroken wervels en/of

-een gebroken (onder)been

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 augustus 2018 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Putselaan,

- met een, mede gelet op de omstandigheden - te weten veel personen op straat-, te hoge snelheid (ongeveer 50 km/uur) een voetgangersoversteekplaats is genaderd en/of

- ongeveer 5 meter voor de voetgangersoversteekplaats naar een andere kant dan naar die voetgangersoversteekplaats heeft gekeken, terwijl hij, verdachte, met onverminderde snelheid richting de voetgangersoversteekplaats reed en/of

- niet staat is geweest zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een voetganger, inmiddels doende was via die oversteekplaats over te steken en/of

- die voetganger niet heeft laten voorgaan en/of

- op die oversteekplaats in botsing of aanrijding is gekomen met die voetganger, als gevolg waarvan die voetganger, ten val is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.