Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6924

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-05-2019
Datum publicatie
29-08-2019
Zaaknummer
C/10/571050 / JE RK 19-974
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

De minderjarige is onder toezicht gesteld omdat hij in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling wordt bedreigd als gevolg van de problematische ouderrelatie. De ouders zijn sinds enkele jaren verwikkeld in een onderlinge strijd.

Door die strijd zijn de ouders de belangen van de minderjarige uit het oog verloren, waaronder de minderjarige uit de strijd houden en het belang van een onbelast contact met zijn vader.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zittingsplaats: Rotterdam

Zaakgegevens : C/10/571050 / JE RK 19-974

datum uitspraak: 16 mei 2019

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2017 te [geboorteplaats minderjarige] ,

hierna te noemen [naam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats moeder] , [adres moeder] ,

advocaat mr. H.H. Veurtjes te Rotterdam,

[naam vader] , hierna te noemen vader,

domicilie kiezende op het kantoor van zijn advocaat,

advocaat mr. M.N. van den Berg te Amsterdam.

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    het verzoek met bijlagen van de Raad van 29 maart 2019, ingekomen bij de griffie op 1 april 2019;

  • -

    de brief van de vrouw van 17 april 2019.

Op 2 mei 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Hierbij is ook behandeld de zaak over het gezag over en de omgang met [naam minderjarige] , met kenmerk C/10/545147 / FA RK 18-1350. Hierin zal afzonderlijk worden beslist.

Ter zitting zijn verschenen de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat,

[naam vertegenwoordiger 1] namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna de GI) en [naam vertegenwoordiger 2] namens de Raad.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam minderjarige] woont bij de moeder.

Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam minderjarige] voor de duur van twaalf maanden.

Het standpunt van belanghebbenden

De moeder is het niet eens met het verzoek van de raad. Volgens haar is er bij [naam minderjarige] geen sprake van een ontwikkelingsbedreiging die een zwaar middel als een ondertoezichtstelling noodzakelijk maakt. Zij wijst erop dat [naam minderjarige] zich volgens de Raad goed ontwikkelt zodat persoonlijke hulpverlening gericht op hem niet noodzakelijk wordt geacht.

De vader is het wel eens met het verzoek van de raad. Volgens hem is een dwangkader nodig om de problemen tussen de ouders en rondom [naam minderjarige] weg te nemen.

De beoordeling

De bedreiging in de ontwikkeling van [naam minderjarige] bestaat uit bedreiging in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling als gevolg van de problematische ouderrelatie.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de ouders sinds enkele jaren verwikkeld zijn in een onderlinge strijd. Er is tussen de ouders sprake van slechte communicatie, groot wantrouwen, met name van de moeder naar de vader, en van beschuldigingen over en weer. Zo beschuldigt de moeder de vader ervan dat hij een agressieprobleem en dat hij zich in het criminele circuit begeeft, en beschuldigt de vader de moeder ervan dat zij een alcoholprobleem heeft. Door die strijd zijn de ouders de belangen van [naam minderjarige] uit het oog verloren, waaronder [naam minderjarige] uit de strijd houden en het belang van een onbelast contact met zijn vader. Die strijd tussen de ouders brengt ook spanningen met zich mee, die voelbaar zijn voor [naam minderjarige] , ook al is het onbewust. Als aan de situatie tussen de ouders niets wordt gedaan, zal [naam minderjarige] naarmate hij ouder wordt, daar steeds meer van gaan merken en in loyaliteitsproblemen raken. Ook zijn er zorgen over de opvoedsituatie en de persoonlijke situatie van zowel vader als moeder.

De ouders zijn momenteel onvoldoende bereid en in staat om – zonder hulp – de zorgen over de (emotionele) ontwikkeling van [naam minderjarige] weg te nemen. De verwachting is dat de ouders, gelet op de ernstige onderlinge (communicatie)problemen, niet of onvoldoende de noodzakelijk geachte hulpververlening zullen accepteren en de onderlinge strijd over [naam minderjarige] niet zal stoppen. Zo is het voorstel vanuit Veilig Thuis voor mediation niet opgepakt door de ouders omdat de moeder daar niet aan wilde meewerken omdat de vader haar zou hebben geslagen. Verder zijn de ouders tijdens de zitting in de procedure over het gezag en de omgang met [naam minderjarige] het traject Ouderschap In Overleg bij de Raad overeengekomen, maar dat is feitelijk niet eens gestart omdat de moeder niet met de vader aan een tafel wilde zitten. In de toezegging van de vrouw tijdens de zitting dat zij open staat voor mediation, heeft de rechtbank gelet op de hiervoor genoemde hulpinterventies, geen vertrouwen. Ter zitting erkennen beide ouders dat het in het vrijwillig kader niet mogelijk is om hun onderlinge strijd te staken en hun ouderrelatie te verbeteren. Omdat er tussen de ouders een groot onderling wantrouwen is, zal het de ouders niet lukken om zonder dwangkader samen tot oplossingen te komen en de onderlinge strijd de staken. Er moet, gezien de verwijten en het wantrouwen van de ouders over en weer, zicht komen op de opvoedsituatie en opvoedingsvaardigheden bij zowel de vader als bij de moeder.

Gelet op het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [naam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De kinderrechter geeft met de raad de GI in overweging om volgens de methodiek “complexe scheidingen met twee jeugdbeschermers te gaan werken die de regie kunnen nemen.

De beslissing


De kinderrechter:

stelt [naam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, met ingang van 16 mei 2019 tot 16 mei 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in tegenwoordigheid van S. Breeman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.