Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6698

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-07-2019
Datum publicatie
22-08-2019
Zaaknummer
10/037102-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, bedreiging met zware mishandeling en vernieling van goederen. Verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Gezien rapport van psychiater en psycholoog verminderde mate toerekeningsvatbaar. Straf: gevangenisstraf voor de duur van 144 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/037102-19

Datum uitspraak: 31 juli 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

verblijvende op de FPA Twente, locatie Almelo,

raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Schiedam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 juli 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis van de officier van justitie

De officier van justitie mr. J.F.C. Janssen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 197 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname van maximaal zeven weken, een drugs- en alcoholverbod en het volgen van psycho-educatie en een impulscontroletraining. De officier van justitie heeft gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Feit 1

4.1.1.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat er geen sprake was van een bedreiging, omdat de verdachte in een isoleercel verbleef, met een zeer stevige deur, en dat er van zijn woorden daarmee geen bedreigend effect uit kon gaan.

4.1.2.

Beoordeling door de rechtbank

Voor bedreiging als bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is vereist dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat de verdachte zijn bedreiging waar zou gaan maken.

Uit de verklaring van aangeefster [naam aangeefster 1] volgt dat de verdachte op de afdeling waar hij verbleef in woede uitbarstte toen hij zijn medicatie niet kreeg op het moment dat hij dat wilde. Omdat hij een oplopende agressie en fysieke en verbale dreiging liet zien, kon hij niet terug naar deze afdeling en werd hij overgeplaatst naar een andere instelling. Daar werd hij in de separeerruimte geplaatst en werd hij wederom zeer dreigend en verbaal agressief. Hij bonkte op het raam, schopte zo hard tegen de deur van de isoleercel dat die deur bewoog en schreeuwde “de eerste die binnenkomt vermoord ik” en “ik sla het raam in en daarna zal bloed vloeien”. De verklaring van aangeefster wordt ondersteund door de getuigenverklaring van een collega, die heeft verklaard dat de verdachte bedreigende woorden heeft geuit en dat hij zeer agressief over kwam. Toen de politie kwam stonden de psychiater en medewerkers buiten, omdat zij bang waren dat de verdachte zou uitbreken.

Op grond van deze verklaringen acht de rechtbank de bedreiging van N.A.H. Lurking bewezen. De rechtbank kwalificeert de bedreiging als een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

4.1.3.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.2.

Feit 2

4.2.1.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat van de woorden die de verdachte zou hebben geuit, geen bedreigend effect uit ging.

4.2.2.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de aangifte van [naam aangeefster 2] volgt dat de verdachte - nadat hij bij de apotheek had gehoord dat hij bepaalde medicatie niet meer zou krijgen - huisartsenpraktijk [naam huisartsenpraktijk] binnenstormde en “ik ga jullie allemaal pakken” schreeuwde. De verdachte wilde met de huisarts spreken en toen hij er achter kwam dat die er niet was, liep hij op de balie af waarachter aangeefster zat te werken en sloeg hij van die balie een monitor op de grond. Aangeefster heeft verklaard de verdachte langere tijd te kennen en dat hij vaker voor problemen zorgt, vaker verbaal agressief is en dat zij zich in zijn buurt niet prettig voelt.

De aangifte van aangeefster wordt ondersteund door twee getuigen die hebben verklaard dat de verdachte bedreigende woorden uitte, dat hij zeer agressief over kwam en dat hij een monitor van de balie af sloeg.

Op grond van deze verklaringenacht de rechtbank de bedreiging van [naam aangeefster 2] bewezen. De rechtbank kwalificeert de bedreiging als een bedreiging met zware mishandeling.

4.2.3.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.3.

Feit 3

4.3.1.

Standpunt van de officier van justitie

In het dossier bevindt zich voldoende bewijs om het onder 3 ten laste gelegde feit te bewijzen.

4.3.2.

Beoordeling door de rechtbank

In haar aangifte heeft aangeefster [naam aangeefster 1] verklaard dat de verdachte de deur van de separatieruimte heeft vernield. Deze aangifte wordt niet gesteund door overig bewijs in het dossier. Omdat zich hiermee onvoldoende bewijs in het dossier bevindt om tot een bewezenverklaring te komen, zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van dit feit.

4.3.3.

Conclusie

Het onder 3 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.4.

Feit 4

Het onder 4 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.5.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan.

1.

hij op 12 februari 2019 te Poortugaal [naam slachtoffer 1] heeft
bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "de
eerste die binnenkomt vermoord ik", ‘’ik sla het raam in en daarna zal
bloed vloeien’’ en ‘’er gaat bloed vloeien, ik maak jullie allemaal af’’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking
en daarbij te slaan en te schoppen tegen de deur en het deurraam
van de isoleerruimte

2.

hij op16 oktober 2018 te Vlaardingen [naam slachtoffer 2] heeft
bedreigd met zware
mishandeling, door die [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik
ga jullie allemaal pakken" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en daarbij een monitor van de balie te slaan
4.

hij op 16 oktober 2018 te Vlaardingen opzettelijk en
wederrechtelijk een beeldscherm en een
toebehorende kabel, die geheel aan een ander, te weten aan Huisartsenpraktijk [naam huisartsenpraktijk] toebehoorden, heeft vernield, en onbruikbaar gemaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

2 bedreiging met zware mishandeling

4. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en onbruikbaar maken

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee bedreigingen en één vernieling. De eerste bedreiging vond op 16 oktober 2018 plaats bij huisartsenpraktijk [naam huisartsenpraktijk] in Rotterdam, waar de verdachte de daar werkzame doktersassistente [naam aangeefster 2] heeft bedreigd en een computer beeldscherm van de praktijk heeft vernield. De tweede bedreiging op 12 februari 2019 vond plaats in Kliniek De Blaak in Poortugaal, toen de verdachte vanwege verbaal en fysiek agressief gedrag in de separeerruimte werd geplaatst en vanuit daar bedreigingen richting het personeel uitte.

De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij op 16 oktober 2018 zijn agressie instrumenteel lijkt te hebben ingezet om zijn medicijnen te krijgen. Uit de verklaring van aangeefster [naam aangeefster 2] blijkt hoezeer zijn gedragingen effect op haar hebben gehad. Voorts rekent de rechtbank het de verdachte aan dat hij op 12 februari van dit jaar personeel van de kliniek heeft bedreigd op het moment dat zij hun werk deden en verdachte probeerden te kalmeren. .

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Fivoor GGZ, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 3 juni 2019. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Omtrent de psychische gezondheid van de verdachte bestaan zorgen. Hij heeft hersenletsel en er hebben zich psychoses voorgedaan waarbij de verdachte boosheid en agressie uit. Dit vraagt om gespecialiseerde zorg en juiste medicatie teneinde dit te stabiliseren en te reguleren. Hiervoor zijn reeds stappen ondernomen door de afdelingspsychiater en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Een passend zorgtraject zal bijdragen aan het voorkomen van recidive. Op de overige leefgebieden ziet de reclassering geen factoren die bijdragen aan de kans op recidive of waar een interventie voor noodzakelijk is om de kans op recidive verder te verlagen.

Door zijn detentie zijn financiële problemen ontstaan en de verdachte zal moeten re- integreren in zijn eigen bedrijf. Een reclasseringscontact zou kunnen bijdragen aan het bieden van structuur, ondersteuning bij het voortzetten van de hulpverlening en kunnen monitoren dat betrokkene zich houdt aan de afspraken bij de zorg en zijn medicatie inneemt.

Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat op laag. Er staat veel op het spel voor de verdachte en hij is gemotiveerd om zijn bedrijf te redden. Daarnaast hebben hij en zijn vriendin een kinderwens en wil hij er voor zijn dieren zijn.


De risico’s op recidive en letselschade worden ingeschat op gemiddeld. De reclassering is van mening dat de psychische gezondheid van de verdachte de voornaamste kans op recidive geeft en ziet een belang om een zorgtraject dat hierop is gericht een verplicht karakter te geven. Wel realiseert de verdachte zich waar zijn gedrag vandaan komt en is bereid zich te laten begeleiden. Medicatie en begeleiding door een psychiater zijn onderdeel van zijn leven geworden en hij lijkt dit te accepteren.

De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met daarbij de volgende bijzondere voorwaarden:
- meldplicht bij reclassering;
- ambulante behandeling (met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname);
- drugs en alcoholverbod en het meewerken aan urinecontroles;
- toestemming geven tot het raadplegen van referenten.

Behandelcoördinator L. Feijen van FPA Almelo heeft een voortgangsverslag opgemaakt, gedateerd 15 juli 2019. Dit verslag houdt onder meer het volgende in.

Het is van belang dat de verdachte antipsychotica gebruikt, waarbij het van belang is dat dit binnen een gedwongen kader kan worden opgelegd. Een klinische opname hiervoor is niet noodzakelijk. Een klinische omgeving met een zeer wisselende en dynamische patiëntenpopulatie werkt eerder destabiliserend en prikkel verhogend dan dat het de verdachte rust geeft. Ook vertelt de verdachte dat hij voldoende dag invulling heeft om zijn dagelijks leven in balans te houden en heeft hij een steunend netwerk om zich heen. Er wordt geadviseerd om een medicamenteuze behandeling poliklinisch te continueren. Daarnaast is een psycho-educatie voor het herkennen van psychotische symptomen en het inzien van het belang van het gebruik van antipsychotica van belang. Ook wordt geadviseerd tot het volgen van een impulscontrole training en het aanleren van adequate coping-vaardigheden.

Psychiater C.J.F. Kemperman heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 23 mei 2019. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Bij de verdachte bestaat een psychotisch toestandsbeeld dat inmiddels grotendeels in remissie is gegaan. Daarnaast is hij uit de voorgeschiedenis bekend met ADHD, waarvoor hij methylfenidaat gebruikt en gebruikt hij in verband met rugklachten opiaten.

Ten tijde van het incident op 12 februari 2019 was het psychotisch toestandsbeeld nog floride aanwezig en beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte op dat moment. Omdat de controle over het gedrag verminderd was, wordt geadviseerd dit ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

Ten tijde van het incident op 16 oktober 2018 lijkt dit anders te zijn geweest en was het psychotisch toestandsbeeld niet van invloed op de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte. Om die reden wordt geadviseerd dit ten laste gelegde geheel toe te rekenen aan de verdachte.

Wanneer de psychische gesteldheid van de verdachte niet verbetert, wordt het risico op recidive als hoog ingeschat. Deze inschatting wordt gegeven door de volgende overwegingen;
- er is een verband tussen de stoornis en het ten laste gelegde;

- ook in het verleden heeft de verdachte diverse veroordelingen gehad wegens belediging en mishandeling. Enig patroon is hiermee herkenbaar;

- de coping vaardigheden om agressieve impulsen in andere, adequatere, banen te leiden zijn beperkt.

Beschermende factoren zijn de normale intelligentie, de stabiele relatie die hij sinds elf jaar met zijn vriendin heeft en het eigen bedrijf van de verdachte. Deze beschermende factoren kunnen het gedrag van de verdachte gunstig beïnvloeden, maar waren anderzijds ook al aanwezig tijdens het ten laste gelegde.

Er wordt geadviseerd door te gaan met de behandeling voor de psychoses en agressie. Abstinentie van middelen is hierbij van belang. Na een klinische fase van stabilisering en het juist instellen van medicatie, kan de benodigde behandeling worden geboden door een instelling als Het Dok. Binnen een juridisch kader zou dit in een bijzondere voorwaarde kunnen worden opgelegd, met daarbij een verplicht reclasseringstoezicht.

Psycholoog L.E.E. Ligthart heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 23 mei 2019. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte lijdt aan meerdere ziekelijke stoornissen van de geestvermogens in de vorm van een ongespecificeerde schizofrenie spectrum stoornis- of andere psychotische stoornis. Daarnaast lijdt hij aan een matige tot ernstige stoornis in het gebruik van opiaten en stimulantia, momenteel in gedwongen remissie. Ook is er waarschijnlijk sprake van een zwakbegaafd intelligentie niveau. Van deze stoornissen was sprake ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde.

De gebeurtenissen op 12 februari 2019 kunnen in direct verband worden gebracht met de gediagnosticeerde stoornissen. De beschikbare gegevens geven aan dat er sinds 5 februari 2019 sprake was van een psychotisch toestandsbeeld. Bij de gebeurtenissen op 16 oktober 2018 ligt dit anders. De verdachte heeft blijkens zijn justitiële documentatie eerder mensen bedreigd en ook uit de schildering van het ten laste gelegde blijkt dat de verdachte zijn dreiging en agressie instrumenteel inzette om medicatie te krijgen.

Er wordt geadviseerd de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Ten aanzien van de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten wordt geadviseerd deze geheel aan de verdachte toe te rekenen.

Er is bij de verdachte sprake van een hoog risico op herhaling van dreigend en agressief gedrag in algemene zin, zeker in relatie tot middelengebruik en verslaving aan medicatie. Ook is er sprake van een slechts beperkte aanwezigheid van beschermende factoren. Deze beschermende factoren zijn het werk van de verdachte, zijn relatie, woon situatie en waarschijnlijk zijn motivatie voor behandeling.

Ter afwending van het risico op recidive is, naast een behandeling in een forensisch klinisch kader, stevige begeleiding en ondersteuning noodzakelijk. Deze moeten gericht zijn op het verminderen en beheersbaar maken van de psychotische klachten, waarbij consequent medicatiegebruik van groot belang is. De behandeling en begeleiding zouden na een eventuele strafrechtelijke afdoening het beste kunnen plaatsvinden binnen een voorwaardelijk strafdeel, in het kader van reclasseringstoezicht met de verplichting tot aanvankelijk een klinische opname, gevolg door een ambulante behandeling bij de forensische GGZ.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toerekeningsvatbaarheid

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van dit feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. .

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zullen de op te leggen bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het de onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 144 (honderdvierenveertig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 30 (dertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd melden bij GGZ Bouman Antes in Rotterdam. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het toezicht uit te voeren;

2. de veroordeelde laat zich behandelen door het FACT, Antes of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, in overleg met SPV en de huisarts. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener hem voor de behandeling geeft. Het innemen van medicatie kan onderdeel zijn van de behandeling.

In het geval van ernstige zorgen over het psychiatrisch ziektebeeld van de verdachte, ontstaat een grote kans op risicovolle situaties. De reclassering kan op die momenten een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

3. de veroordeelde wordt verboden drugs en alcohol te gebruiken en werkt mee aan urinecontroles;

4. de veroordeelde volgt een psycho-educatie training om te leren psychotische symptomen te herkennen, het belang van antipsychotica in te zien en adequate coping vaardigheden aan te leren;

5. de veroordeelde volgt een impulscontrole training;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


heft met ingang van 24 juli 2019 op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit bevel is afzonderlijk geminuteerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.L. Spierings, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en C. Vogtschmidt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 12 februari 2019 te Poortugaal [naam slachtoffer 1] heeft
bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware
mishandeling, door die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "de
eerste die binnenkomt vermoord ik", ‘’ik sla het raam in en daarna zal
bloed vloeien’’ en/of ‘’er gaat bloed vloeien, ik maak jullie allemaal af’’,
en daarbij te slaan en/of te schoppen tegen de deur en/of het deurraam
van de isoleerruimte,

althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard of strekking.

2.

hij op of omstreeks 16 oktober 2018 te Vlaardingen [naam slachtoffer 2] heeft
bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware
mishandeling, door die [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik
ga jullie allemaal pakken", en daarbij een monitor van de balie te slaan,
althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard of strekking.

3.

hij op of omstreeks 12 februari 2019 te Poortugaal opzettelijk en
wederrechtelijk een deurraam en/of een isoleerceldeur, in elk geval
enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten
aan Antes Bouman kliniek toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd,
onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

4.

hij op of omstreeks 16 oktober 2018 te Vlaardingen opzettelijk en
wederrechtelijk een beeldscherm (merk Samsung) en/of een
toebehorende kabel, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of
ten dele aan een ander, te weten aan Huisartsenpraktijk [naam huisartsenpraktijk]
toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.