Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6586

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-08-2019
Datum publicatie
19-08-2019
Zaaknummer
10-236304-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De veroordeelde heeft zich onder invloed van alcohol schuldig gemaakt aan een straatroof. Hij heeft samen met een vriend een mobiele telefoon gestolen en daarbij geweld gebruikt tegen het slachtoffer. Gelet op de persoonlijke omstandigheden wordt in plaats van een gevangenisstraf een taakstraf opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10-236304-17

Datum uitspraak: 1 augustus 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte]

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

gemachtigd raadsman mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 augustus 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Pieters heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uur met aftrek van voorarrest, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

In de nacht van 5 op 6 augustus 2017 is van aangever [naam aangever] in het centrum van Rotterdam een mobiele telefoon gestolen. De daders hebben bij die diefstal geweld gebruikt.

De verdachte heeft verklaard dat hij zich niet veel meer kan herinneren van het voorval. Hij heeft zichzelf wel herkend op de camerabeelden en hij bekent ook dat hij geweldshandelingen heeft verricht, maar hij bekent niet ondubbelzinnig dat hij de telefoon van de aangever heeft gestolen.

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de telefoon door de verdachte en zijn medeverdachte is gestolen. Omdat de verdachte ten aanzien van de geweldshandelingen een bekennende verklaring heeft afgelegd, zullen de feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 6 augustus 2017 te Rotterdam [naam slachtoffer] heeft mishandeld door deze meermalen, op het gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan/stompen, ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] op de grond is gevallen;

2.

hij op 6 augustus 2017 te Rotterdam op de openbare weg, de Hennekijnstraat, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk/type Samsung/S7), toebehorende aan [naam slachtoffer] , welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,welk geweld bestond uit het meermalen, (telkens) (met kracht) (terwijl die [naam slachtoffer] op

de grond lag)

- die [naam slachtoffer] tegen het hoofd, stompen en schoppen, en

- die [naam slachtoffer] tegen het lichaam stompen en schoppen/trappen, en

- die [naam slachtoffer] op zijn rug draaien, en

- voelen in de zakken van die [naam slachtoffer] , en

- die [naam slachtoffer] half omhoog trekken en (vervolgens) tegen het hoofd, stompen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

mishandeling;

2.

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte is samen met zijn medeverdachte na het uitgaan in het centrum van Rotterdam in gesprek geraakt met de aangever. Op enig moment heeft de verdachte de aangever mishandeld door hem tegen zijn hoofd te slaan. Uit de camerabeelden blijkt dat de medeverdachte de verdachte in eerste instantie nog probeerde tegen te houden. De verdachte en zijn medeverdachte liepen eerst weg, maar liepen kort daarna terug naar de aangever. Toen hebben beide verdachten de aangever geschopt en geslagen, ook tegen zijn hoofd, terwijl de aangever op de grond lag. De verdachten hebben de zakken van de aangever doorzocht en zijn mobiele telefoon meegenomen.

Delicten als de onderhavige hebben niet alleen een enorme impact op het slachtoffer zoals ook is gebleken uit de schriftelijke slachtofferverklaring, maar versterken – mede omdat de feiten op de openbare weg zijn gepleegd en mogelijk door mensen zijn gezien – ook de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Niet is gebleken dat de verdachten een vooropgezet plan hadden om iemand te beroven, maar mogelijk mede onder invloed van veel alcohol, is dat wel wat er is gebeurd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Antes, afdeling reclassering, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 juli 2019. Dit rapport houdt – onder meer en voor zover van belang – het volgende in.

Het alcoholgebruik van de verdachte lijkt gerelateerd aan het plegen van deze feiten. Zijn alcoholgebruik is ook in enige mate zorgwekkend, maar omdat de feiten bijna twee jaar geleden hebben plaatsgevonden en er daarna geen soortgelijke feiten door de verdachte zijn gepleegd, ziet de reclassering geen aanleiding om te adviseren om interventies in een forensisch kader op te leggen. Zij schatten het recidiverisico als laag in. Bij een veroordeling wordt geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Een gevangenisstraf zou van nadelige invloed kunnen zijn op de positieve ontwikkeling met betrekking tot zijn opleiding en werk.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die door Antes zijn omschreven en op de zitting zijn toegelicht door zijn raadsman, wordt in plaats daarvan een taakstraf opgelegd. De rechtbank heeft er verder rekening mee gehouden dat het – ondanks dat de redelijke termijn net niet is overschreden – om een oude zaak gaat, de verdachte in de periode dat zijn voorlopige hechtenis was geschorst geen soortgelijke feiten heeft gepleegd en de verdachte spijt lijkt te hebben van hetgeen er is gebeurd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.321,32 aan materiële schade en een vergoeding van € 800,- aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 1.431,37. De benadeelde partij zou niet-ontvankelijk moeten worden verklaard ten aanzien van de posten die zien op het horloge, de jas en het eigen risico van de zorgverzekering over het jaar 2018.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Beoordeling

Omdat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet (voldoende gemotiveerd) is weersproken, zal de vordering worden toegewezen ten aanzien van de posten die zien op de kosten voor de tandarts (€ 495,38), de reparatie van de telefoon (€ 150,-) en de kosten van vervanging van de beschermhoes voor de telefoon (€ 35,99).

De benadeelde partij zal voor het overige deel van de materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard. Nader onderzoek naar de gegrondheid van de vordering ten aanzien van de jas, het horloge en het eigen risico van de zorgverzekering over het jaar 2018 en de omvang daarvan zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 800,-.

Nu de verdachte één van de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 6 augustus 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.481,37, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds genoemde artikel, is gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 63, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 174 (honderdvierenzeventig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 87 (zevenentachtig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 1.481,37 (zegge: duizend vierhonderdéénentachtig euro en zevenendertig cent), bestaande uit € 681,37 aan materiële schade en € 800,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 1.481,37 (hoofdsom, zegge: duizend vierhonderdéénentachtig euro en zevenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.481,37 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 24 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.A. Kalk, voorzitter,

en mrs. C.E. Bos en F. van Buchem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 6 augustus 2017 te Rotterdam [naam slachtoffer] heeft mishandeld door deze meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met kracht) in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, te slaan/stompen, ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] op de grond is gevallen;

2.

hij op of omstreeks 6 augustus 2017 te Rotterdam op/aan de openbare weg, de Hennekijnstraat, althans op/aan een openbare weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk/type Samsung/S7), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met kracht) (terwijl die [naam slachtoffer] op

de grond lag)

- die [naam slachtoffer] in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, slaan/stompen en/of schoppen/trappen, en/of

- die [naam slachtoffer] op/tegen het lichaam slaan/stompen en/of schoppen/trappen, en/of

- die [naam slachtoffer] op zijn rug draaien, en/of

- voelen in de zakken van die [naam slachtoffer] , en/of

- die [naam slachtoffer] half omhoog trekken en/of (vervolgens) in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, slaan/stompen.