Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6459

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-08-2019
Datum publicatie
13-08-2019
Zaaknummer
15.1280 ea
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei acht de rechtbank niet in verhouding staan tot de tekortkomingen

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 354
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

verlening schone lei

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 6 augustus 2019

Bij vonnis van deze rechtbank van 7 augustus 2015 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam]

[adres]

[woonplaats]

schuldenares,

bewindvoerder: H.A. Thomason.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht op 16 mei 2019. Op 24 juli 2019 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken aan de rechtbank doen toekomen.

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 30 juli 2019. De bewindvoerder en schuldenares, vergezeld door haar partner en schoondochter, zijn verschenen. Namens Manna Support, de beschermingsbewindvoerder van schuldenares, zijn mevrouw R. Paltan en mevrouw K.S. Demendonza verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

De bewindvoerder heeft in haar laatste stand van zaken de rechtbank bericht dat schuldenares niet heeft voldaan aan haar sollicitatieverplichting. Bij vonnis van 10 november 2016 is de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengd tot 7 augustus 2019. Schuldenares heeft in de maanden november 2016 tot en met juni 2018 voldoende aantoonbaar gesolliciteerd. De bewindvoerder heeft geen sollicitatiebewijzen ontvangen vanaf juli 2018.

Ter terechtzitting heeft schuldenares verklaard dat ze in de maanden november 2016 tot en met juni 2018 hulp heeft gehad van een maatschappelijk werkster bij het solliciteren. Plotseling was de maatschappelijk werkster niet meer bereikbaar en heeft schuldenares niet meer gesolliciteerd. Schuldenares heeft niet meer gesolliciteerd vanwege de slechte beheersing van de Nederlandse taal en onvoldoende kennis van de computer.

De beschermingsbewindvoerder heeft ter terechtzitting verzocht om de termijn van de schuldsaneringsregeling nogmaals te verlengen. Daarbij voert de beschermingsbewindvoerder aan dat de partner van schuldenares, waarmee schuldenares in gemeenschap van goederen is gehuwd, binnenkort de schone lei zal krijgen.

De partner van schuldenares heeft gedurende een groot deel van de schuldsaneringsregeling fulltime gewerkt. In het geval dat aan schuldenares de schone lei niet wordt verleend zal de partner van schuldenares daar ook nadeel van ondervinden.

Ter terechtzitting heeft de bewindvoerder verklaard dat zij een verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling niet zinvol acht. De bewindvoerder acht schuldenares niet in staat om zelfstandig te solliciteren om zodoende een dienstbetrekking te vinden met enige afloscapaciteit. Nu schuldenares gedurende een periode van dertien maanden haar sollicitatieverplichting niet is nagekomen kan de bewindvoerder niet adviseren om schuldenares de schone lei te verlenen.

3 De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat schuldenares één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen, aangezien schuldenares vanaf juli 2018 is tekortgeschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting. De rechtbank overweegt dat een van de kernverplichtingen in de schuldsaneringsregeling is dat een schuldenaar zich inspant om minimaal 36 uur betaald werk te verkrijgen of te behouden. Schuldenares voldoet daar al geruime tijd niet aan.

Daar staat tegenover dat schuldenares na het vonnis van 10 november 2016, waarbij de termijn van de schuldsaneringsregeling is verlengd, met hulp van een maatschappelijk werkster in de periode van november 2016 tot en met juni 2018 wel voldoende aantoonbaar heeft gesolliciteerd. Daarnaast is schuldenares de overige verplichtingen voldoende nagekomen, waaronder in het bijzonder de afdrachtverplichting.

Gelet op het verhandelde ter zitting, de fysieke beperkingen en het feit dat met schuldenares vanwege de taal nagenoeg geen communicatie mogelijk bleek, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat een verlengde sollicitatieplicht van schuldenares tot een betaalde baan zal leiden. Een beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei acht de rechtbank niet in verhouding staan tot de tekortkomingen. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van schuldeisers is dat de schuldsaneringsregeling van schuldenares ook beëindigd wordt waardoor een uitkering op korte termijn kan plaatsvinden.

De rechtbank oordeelt dat schuldenares weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard buiten beschouwing blijft. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.

Het andersluidende advies van de bewindvoerder leidt niet tot een ander oordeel.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3 De beslissing

De rechtbank:

  • -

    stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard buiten beschouwing blijft;

  • -

    bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 7 augustus 2019;

  • -

    verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;

  • -

    stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal
    € 2.340,02.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2019.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.