Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6458

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-07-2019
Datum publicatie
13-08-2019
Zaaknummer
19.1051+1052 ea
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling, geen hardheidsclausule bij tienjaarstermijn.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 288
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling

rekestnummer: [nummers]

uitspraakdatum: 30 juli 2019

[verzoeker] en [verzoekster]

[adres]

[woonplaats]

verzoekers

1 De procedure

Op 4 februari 2019 hebben verzoekers- bijgestaan door [naam] , klantmanager schuldbemiddeling bij de gemeente Nissewaard - een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ex artikel 284 van de Faillissementswet (Fw). Dit verzoek is op 14 februari 2019 door de rechtbank afgewezen op grond van artikel 288, tweede lid, onder d, Fw (de tienjaarstermijn).

Op 17 juli 2019 hebben verzoekers opnieuw een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ex artikel 284 Fw. Zij zijn opnieuw bijgestaan door voornoemde [naam] .

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

Bij uitspraak van 12 juli 2010 is ten aanzien van verzoekers de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

Bij uitspraak van 30 juni 2014 is de schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoekers op grond van het bepaalde in artikel 350, lid 3, aanhef en onder c en d Fw beëindigd. Deze uitspraak is op 8 juli 2014 in kracht van gewijsde gegaan.

3 De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient op grond van artikel 288, tweede lid, onder d, Fw te worden afgewezen indien ten aanzien van verzoeker minder dan tien jaar voorafgaande aan de indiening van het verzoekschrift de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest. Zoals uit punt 2 “de feiten” volgt, is hiervan in dit geval sprake.

Deze dwingende bepaling kent een drietal uitzonderingen: (i) de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, waren voldaan, (ii) de schuldenaar was in staat zijn betalingen te hervatten of (iii) de schuldenaar heeft bovenmatige schulden doen of laten ontstaan, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.

Geen van de hiervoor vermelde uitzonderingen doet zich hier voor.

Van Gerven voornoemd heeft namens verzoekers (opnieuw) een beroep gedaan op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw. De tienjaarstermijn als genoemd in artikel 288, lid 2 sub d Fw is echter een dwingende afwijzingsgrond. Alleen in de drie in de wet (en hiervoor) genoemde uitzonderingssituaties – die zich hier niet voordoen – kan hiervan worden afgeweken. Op grond van de wetsgeschiedenis en de rechtspraak van de Hoge Raad (zie onder meer HR 12 juni 2009 LJN:BH7357) is er geen ruimte om hierop andere uitzonderingen te maken en derhalve geen ruimte om de hardheidsclausule toe te passen.

Nu een hardheidsclausule voor gevallen waarin de tienjaarstermijn aan de orde is ontbreekt, dient het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (opnieuw) te worden afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.M. Los, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2019. 1

1 De schuldenaar heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.