Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6405

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-07-2019
Datum publicatie
12-08-2019
Zaaknummer
10/089478-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee maanden gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan woninginbraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/089478-19

Datum uitspraak: 23 juli 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

Kerkeplaat 25, 3313 LC Dordrecht,

verblijvende op het adres

[verblijfadres verdachte] , [verblijfplaats] ,

raadsman mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 juli 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.D. van den Berg heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde. De verdachte is niet op de camerabeelden te zien. Het staat dus vast dat hij niet in de tuin achter de woning is geweest en dus ook niet in de woning. De aangetroffen schoenafdruksporen zijn vergeleken met het profiel van de schoenen van de verdachte en daarbij zijn geen overeenkomsten waargenomen. Er is geen enkele getuige die de verdachte uit de auto heeft zien stappen. Volgens de verdediging is er dan ook geen bewijs dat de verdachte de woninginbraak heeft gepleegd.

De verdachte kan evenmin als medepleger worden aangemerkt, aldus de verdediging. Er is immers geen sprake geweest van een gezamenlijke uitvoering en evenmin is vast komen te staan dat de verdachte en zijn medeverdachten nauw en bewust hebben samengewerkt. De bijdrage van de verdachte heeft zich beperkt tot het vervoer van de medeverdachten en er is geen enkel bewijs dat de verdachte betrokken is geweest bij de voorbereiding van de woninginbraak. De bijdrage van de verdachte is te gering geweest om als medepleger te kunnen worden aangemerkt.

De verdediging heeft tevens vrijspraak bepleit van het subsidiair tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat het voor medeplichtigheid vereiste dubbele opzet ontbreekt. Weliswaar heeft de verdachte met zijn auto drie personen naar [plaats delict] gebracht, maar hij wist niet dat die personen een inbraak gingen plegen.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 12 april 2019 is ingebroken in een woning aan de [adres delict] te [plaats delict] . Daarbij zijn horloges en een portemonnee met inhoud weggenomen. De daders zijn op het dak van de uitbouw aan de achterzijde van de woning geklommen en zijn vervolgens de woning binnengegaan door een deur op de eerste verdieping te forceren. De verdachte is als bestuurder van een Volkswagen Polo samen met drie anderen naar [plaats delict] gereden en gestopt in de nabijheid van de woning waar is ingebroken.

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij deze woninginbraak. Voor de beantwoording van die vraag gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden, die zijn ontleend aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen.

Toen de verdachte met zijn auto is gestopt in de straat waar is ingebroken, zijn de inzittenden uitgestapt. De verdachte is op hun verzoek blijven wachten totdat zij bij de auto terugkeerden. Uit de bewijsmiddelen valt niet op te maken dat de verdachte de auto heeft verlaten. Er is dus geen sprake geweest van een gezamenlijke uitvoering. Evenmin is vast te stellen dat de verdachte en de anderen dusdanig nauw en bewust hebben samengewerkt dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de woninginbraak.

Dit betekent dat het primair ten laste gelegde feit niet is bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De verdachte heeft de drie medeverdachten met zijn auto vervoerd naar [plaats delict] . Hij ontving daarvoor naar eigen zeggen een bedrag van twintig euro. Vervolgens is de verdachte gestopt en zijn de medeverdachten uitgestapt. Op hun verzoek is hij blijven wachten totdat de medeverdachten bij de auto terugkeerden. Nadat zij waren ingestapt, is de verdachte weggereden.

De verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft geweten dat de medeverdachten een inbraak zouden gaan plegen. Hij heeft niets gevraagd en hij heeft geen voorwerpen gezien waaruit hij dat zou kunnen afleiden.

De daders van de woninginbraak hadden twee breekijzers bij zich, met een lengte van zestig en zeventig centimeter. Gelet op de omvang van de breekijzers gaat de rechtbank er vanuit dat de verdachte dit moet hebben opgemerkt toen de medeverdachten, voordat de woninginbraak plaatsvond, bij de verdachte in de auto stapten.

Een getuige heeft verklaard dat de auto van de verdachte (na de woninginbraak) wegreed zonder zijn verlichting aan te doen. De getuige vond dat vreemd en noteerde het kenteken van de auto. Kort daarvoor was de auto van de verdachte stapvoets rijdend gezien, met slechts de stadslichten ingeschakeld.

Gelet op deze omstandigheden, in samenhang beschouwd, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de verdachte van niets wist. De verdachte heeft met zijn gedragingen minst genomen de aanmerkelijke kans aanvaard dat de medeverdachten een inbraak zouden gaan plegen. Daardoor is sprake van het voor medeplichtigheid vereiste dubbele opzet, zodat het subsidiair ten laste gelegde feit is bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

[naam medeverdachte] en tot op heden onbekend gebleven personen,

op 12 april 2019 te [plaats delict]

tezamen en in vereniging met elkaar

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning

(gelegen aan de [adres delict] ) hebben weggenomen drie

horloges (merken Audi, Diesel en T.W. Steel) en een portemonnee

(inhoudende onder meer een bankpas en een rijbewijs),

toebehorende aan een ander dan aan die [naam medeverdachte] en die tot op heden onbekend gebleven personen,

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen

door middel van braak en inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door die [naam medeverdachte] en die tot op heden onbekend gebleven personen naar een afgesproken locatie te brengen en vervolgens de vluchtauto te besturen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

(subsidiair)

medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft de daders van een woninginbraak vervoerd. Bij de inbraak zijn horloges en een portemonnee met inhoud weggenomen. De daders zijn de woning binnengegaan door een deur te forceren.

Woninginbraken zijn ergerlijke feiten die onnodige schade veroorzaken en gevoelens van angst, onbehagen en onveiligheid teweegbrengen bij de slachtoffers. Door woninginbraken wordt bovendien een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers. Ook leiden dergelijke misdrijven in de samenleving tot onrust en gevoelens van onveiligheid. De verdachte heeft als medeplichtige daar geen oog voor gehad.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Hij heeft een nagenoeg blanco strafblad.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 juli 2019. Dit rapport houdt in dat er onvoldoende criminogene factoren zijn voor het inzetten op interventies en toezicht.

Straf

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsstraf. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 48, 49 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.L. Spierings, voorzitter,

en mrs. A. Hello en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

op of omstreeks 12 april 2019

te [plaats delict]

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [adres delict] ) heeft weggenomen drie, althans een of meer

horloges (merken Audi, Diesel en T.W. Steel) en/of een portemonnee

(inhoudende ondermeer een bankpas en/of een rijbewijs),

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] ,

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of

dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(subsidiair)

[naam medeverdachte] en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en),

op of omstreeks 12 april 2019

te [plaats delict]

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [adres delict] ) heeft/hebben weggenomen drie, althans een of meer

horloges (merken Audi, Diesel en T.W. Steel) en/of een portemonnee

(inhoudende ondermeer een bankpas en/of een rijbewijs),

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] ,

in elk geval aan een ander dan aan die [naam medeverdachte] en/of die één of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of zijn/hun mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of

dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen

door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [naam medeverdachte] en/of die tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) naar de/een afgesproken locatie te brengen en/of (vervolgens) de (vlucht)auto te besturen.