Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6399

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-08-2019
Datum publicatie
05-09-2019
Zaaknummer
KTN-7592075_09082019
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanrijding met een bollard. Tussenvonnis waarin de gemeente in de gelegenheid is gesteld om het causaal verband en de omvang van de schade te bewijzen. Daarbij gebruik gemaakt van de omkering bewijslast (bijzondere regel)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7592075 CV EXPL 19-1749

uitspraak: 15 augustus 2019

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Gorinchem,

gevestigd te Gorinchem,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus van Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M. Ligthart.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘de gemeente’ en ‘ [gedaagde] ’.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 26 februari 2019, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. het tussenvonnis van 16 mei 2019 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  4. de voorafgaand aan de comparitie van partijen overgelegde producties van de zijde van de gemeente;

  5. de aantekening dat de comparitie heeft plaatsgevonden op 9 juli 2019.

Het vonnis is bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken en mede gelet op de ter comparitie bekeken bewegende beelden, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2

Op de Buiten de Waterpoort te Gorinchem is een bollardinstallatie aanwezig. Een bollard is een dynamische stadsafsluiting die in het wegdek kan zakken en weer omhoog kan komen. [gedaagde] was bekend met de aanwezigheid van deze bollard.

2.3

Op 30 juni 2016 reed [gedaagde] , als bestuurder van een auto, over de Buiten de Waterpoort te Gorinchem.

2.4

Toen [gedaagde] de bollard op de Buiten de Walenpoort naderde, was deze naar beneden. Het licht stond op rood. Op het moment dat [gedaagde] over de bollard reed, kwam de bollard weer omhoog en raakte daarbij de onderzijde van de auto van [gedaagde] .

2.5

Door de aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde] is schade-expert EMN ingeschakeld om de schade te onderzoeken. Zij heeft daartoe de gemeente bij brieven van 10 februari 2017 en 31 mei 2017 aangeschreven en verzocht om informatie. EMN is in haar rapport van 28 juni 2017 tot de conclusie gekomen dat de benodigde informatie ontbreekt om de aansprakelijkheid te kunnen beoordelen.

2.6

Op 17 april 2018 heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde] in een aanvullende opdracht de gemeente verzocht om bewegende beelden van de bollard te mogen zien.

2.7

Naar aanleiding van deze bewegende beelden heeft EMN op 17 mei 2018 een aanvullend rapport uitgebracht. Zij is daarin tot de volgende conclusie gekomen:

Conclusie EMN
[…]

Wij stellen vast dat het verzekerde voertuig door ‘rood’ is gereden. Onder het verkeersbord J37 staat ook duidelijk beschreven: ‘Bij groen één voertuig’. Het ‘rode’ verkeerslicht heeft uw verzekerde mogelijk niet gezien en/of genegeerd.

Wel achten wij de werking van de bollard ter plaatse, gezien de filmbeelden, verwarrend voor de weggebruiker. Uit de beelden blijkt namelijk duidelijk dat, op het moment dat het verzekerde voertuig de bollard naderde, deze zichtbaar voor uw verzekerde in het wegdek wegzakte. Andere voertuigen hebben wij ter plaatse op de aan ons getoonde filmbeelden ook niet gezien. Voor uw verzekerde heeft dat mogelijk de indruk gewekt, dat de rijbaan voor hem vrijgemaakt werd en hij kon doorrijden. […]

Gezien de verwarrende situatie van de werking van de bollard, kan het onjuiste handelen van uw verzekerde voor de schade aan het voertuig van en/of aan de bollard mogelijk maar gedeeltelijk worden verweten. Een en ander kan dan volgens ons tot de conclusie leiden dat de schade gedeeltelijk mede het gevolg is van aan (eiseres) toe te rekenen omstandigheden.”

3 Het geschil

3.1

De gemeente vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan de gemeente van een bedrag van € 5.919,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.956,- vanaf 26 februari 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

Het door de gemeente gevorderde bedrag bestaat uit de hoofdsom € 4.956,-, € 750,93 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 212,07 aan vervallen rente.

3.3

De gemeente legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] schade heeft veroorzaakt aan de bollardinstallatie, doordat hij het rode licht bij de installatie heeft genegeerd en over de bollard is gereden. Hierdoor is de bollard beschadigd. Door deze onrechtmatige handeling heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de gemeente en is hij op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor schade. De schade is begroot op € 4.956,-.

3.4

[gedaagde] heeft tot afwijzing van de vordering geconcludeerd en voert daartoe aan dat hij de bollard wel heeft geraakt met zijn auto, maar dat deze daarna op normale wijze in het wegdek is gezakt. Hij betwist dan ook het causaal verband tussen de gestelde schade van de gemeente en zijn handelen. Door [gedaagde] wordt ook de omvang van de gestelde schade betwist, voor zover er al schade is ontstaan aan de bollard. Tot slot beroept [gedaagde] zich op eigen schuld aan de zijde van de gemeente.

4 De beoordeling

4.1

De gemeente beroept zich voor de geleden schade op een onrechtmatige daad van [gedaagde] . Artikel 6:162 BW bepaalt dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, die hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Als onrechtmatige daad kan worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond).

4.2

De gemeente stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door inbreuk te maken op haar eigendomsrecht. Deze inbreuk is volgens de gemeente tot stand gekomen door schade te veroorzaken aan een bollard. Het enkele feit dat er schade is toegebracht aan iemand anders zijn eigendom levert in beginsel echter nog geen onrechtmatige daad op. Er is in beginsel pas sprake van een ‘inbreuk’ op het eigendomsrecht in de zin van artikel 6:162 BW als de handeling zelf een inbreuk op dat recht inhoudt en niet wanneer de schade aan dat eigendom ‘slechts’ het gevolg is van de handeling. Voor de conclusie dat sprake is van een inbreuk op het eigendomsrecht heeft de gemeente in dit geval onvoldoende gesteld.

4.3

Wel kan worden vastgesteld dat [gedaagde] in strijd met een wettelijk gebod heeft gehandeld, namelijk door in strijd te handelen met de geldende verkeersregels. In dit geval het rijden door een verkeerslicht dat rood licht uitstraalde. [gedaagde] heeft erkend dat hij door het rode licht van de bollardinstallatie is gereden en daarbij de bollard heeft geraakt. [gedaagde] heeft hiermee onrechtmatig jegens de gemeente gehandeld.

4.4

De gemeente voert aan dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de geleden schade aan de bollard. Voor de vestiging van aansprakelijkheid krachtens artikel 6:162 BW dient tussen de daad en de geleden schade een condicio sine qua non-verband te bestaan. De gevorderde schadevergoeding kan enkel worden toegewezen indien tussen het handelen van de ander ( [gedaagde] ) en de geleden schade voldoende juridisch oorzakelijk verband bestaat, in die zin dat de schade niet zou zijn ingetreden indien de onrechtmatige daad niet zou hebben plaatsgevonden (het condicio sine qua non-verband).

Causaal verband

4.5

[gedaagde] voert als verweer dat er geen sprake is van een causaal verband tussen de door de gemeente gestelde schade en zijn handelen. De gemeente heeft ter zitting aangevoerd dat aannemelijk is dat de schade aan de bollard het gevolg is van de aanrijding van [gedaagde] . Zij stelt daartoe dat dit de enige schade is aan de bollard op de Buiten de Waterpoort te Gorinchem in het jaar 2016. Ter onderbouwing van haar stelling heeft de gemeente foto’s en bewegende beelden van de aanrijding overgelegd. Daaruit kan volgens de gemeente worden afgeleid dat [gedaagde] het rode licht negeerde en over de bollard is gereden waardoor hij schade aan de bollard heeft veroorzaakt. De bollard is door de aanrijding krom geworden en functioneert aldus niet meer naar behoren.

4.6

[gedaagde] betwist dat er door de aanrijding schade is ontstaan aan de bollard. Volgens [gedaagde] is de bollard na de aanrijding weer op normale wijze in het wegdek gezakt en is de bollard niet door hem krom gereden. Volgens [gedaagde] heeft EMN dit ook in haar aanvullend rapport van 17 mei 2018 geconcludeerd.

4.7

Gelet op de betwisting van [gedaagde] ligt het op de weg van de gemeente om te bewijzen dat de door haar gestelde schade aan de bollard op 30 juni 2016 het gevolg is van het handelen van [gedaagde] . Het enkele feit dat [gedaagde] tegen de bollard is aangereden en onrechtmatig heeft gehandeld is in beginsel onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat sprake is van een causaal verband en dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de gestelde schade. Conform de hoofdregel van artikel 150 Rv rust de stelplicht en bewijslast van het causaal verband op de gemeente. Het is daarom aan de gemeente om te bewijzen dat de schade aan de bollard is ontstaan door het handelen van [gedaagde] .

4.8

Voor het geval de gemeente erin slaagt te bewijzen dat [gedaagde] de schade aan de bollard heeft veroorzaakt, wordt het volgende overwogen.

Omvang van de schade

4.9

De gemeente heeft ter zitting aangevoerd dat de buitenhuls volledig vervangen moest worden en dat de kosten van de reparatie € 4.956,- bedragen. De gemeente heeft ter onderbouwing daarvan de factuur van [bedrijf] overgelegd. [gedaagde] betwist de omvang van de schade. Hij voert aan dat nergens uit gebleken is dat de buitenhuls van de bollard kapot was en volledig moest worden vervangen. Ook blijkt volgens [gedaagde] nergens uit welke werkzaamheden er door [bedrijf] zijn verricht.

4.10

De gemeente heeft in het licht van de betwisting van [gedaagde] de gestelde omvang van de geleden schade vooralsnog onvoldoende onderbouwd. De door de gemeente overgelegde factuur is daartoe onvoldoende nu daaruit niet kan worden afgeleid welke werkzaamheden er zijn verricht voor de reparatie aan de bollard. Ook ten aanzien van deze stelling ligt de bewijslast bij de gemeente nu zij zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept. De gemeente zal dan ook tot die bewijslevering worden toegelaten.

Eigen schuld

4.11

[gedaagde] beroept zich op eigen schuld van de gemeente. Hij stelt zich op het standpunt dat, voor zover er schade is ontstaan aan de bollard, de schade mede een gevolg is van de verwarrende situatie die de gemeente op de Buiten de Waterpoort heeft gecreëerd. Ter onderbouwing daarvan voert [gedaagde] aan dat de gemeente als wegbeheerder de plicht heeft er zorg voor te dragen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en/of zaken niet in gevaar brengt en dat zij hier niet aan heeft voldaan nu aannemelijk is dat er regelmatig aanrijdingen plaatsvinden met de bollard.

4.12

De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat de verwarrende situatie onder meer gecreëerd werd door het ontbreken van een verkeersbord. De gemeente betwist echter dat sprake is van een verwarrende situatie en heeft in dat kader ter zitting aangevoerd dat er op de Buiten de Waterpoort een verkeersbord staat waarop gewaarschuwd wordt voor de bollard. In beginsel rust op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast op [gedaagde] dat sprake is van een verwarrende situatie bestaande uit het ontbreken van een verkeersbord, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.

4.13

Indien er op 30 juni 2016 op de Buiten de Waterpoort een verkeersbord stond waardoor weggebruikers gewaarschuwd worden voor een bollard dan is geen sprake van de door [gedaagde] gestelde verwarrende situatie. Het is de plicht van de gemeente om zorg te dragen voor een deugdelijke bebording binnen haar gemeente. Aangenomen mag verder worden dat het voor de gemeente mogelijk is om aan te tonen dat een verkeersbord was geplaatst. Het bewijs ligt immers grotendeels binnen haar domein. De kantonrechter ziet op grond hiervan aanleiding om in dit geval de bewijslast om te keren op grond van een bijzondere regel, in die zin dat de gemeente moet bewijzen dat er op 30 juni 2016 een verkeersbord stond waarmee weggebruikers worden gewaarschuwd voor de aanwezigheid van de bollard. Dit bewijs zal om proceseconomische redenen ook reeds nu worden opgedragen.

4.14

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

draagt de gemeente op te bewijzen dat:

  • -

    de door haar geleden schade aan de bollard het gevolg is van het handelen van [gedaagde] op 30 juni 2016;

  • -

    de daadwerkelijke omvang van de schade € 4.956,- bedraagt, waar de schade uit bestaat en welke werkzaamheden er zijn verricht;

  • -

    er op 30 juni 2016 een verkeersbord op de Buiten de Waterpoort te Gorinchem stond waardoor weggebruikers werden gewaarschuwd voor een bollard;

verwijst de zaak naar de rolzitting van 12 september 2019 te 10.00 uur voor het schriftelijk meedelen door de gemeente of, en zo ja, op welke wijze van de bewijsmogelijkheid gebruik zal worden gemaakt;

wijst de gemeente erop dat de schriftelijke reactie in tweevoud dient te worden ingestuurd en dat deze uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12.00 uur ter griffie ontvangen moet zijn;

bepaalt dat de gemeente, indien zij getuigen wenst te horen, bij die gelegenheid het aantal en de namen van eventueel te horen getuigen zal mogen opgeven – in welk geval zij tevens opgave dient te doen van haar verhinderdata als mede die van de wederpartij en de getuigen voor de komende drie maanden – en/of op het bewijsthema betrekking hebbende stukken in het geding mag brengen;

wijst de gemeente erop dat namen en woonplaatsen van eventueel voor te brengen getuigen ten minste zeven dagen vóór het te houden getuigenverhoor schriftelijk aan de kantonrechter en de wederpartij moet worden aangezegd;

bepaalt dat een eventueel getuigenverhoor zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan het adres Steegoversloot 36 in Dordrecht, ten overstaan van de hierna genoemde kantonrechter;

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

35789