Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6379

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-08-2019
Datum publicatie
11-10-2019
Zaaknummer
ROT 18/6159, 18/6160, 18/6161 en 18/6162
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zuiveringsheffing. Is sprake van woonruimte of bedrijfsruimte?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 14-10-2019
V-N Vandaag 2019/2229
FutD 2019-2717
Belastingblad 2019/418 met annotatie van J.K. Lanser
V-N 2020/12.25 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 18/6159, 18/6160, ROT 18/6161 en ROT 18/6162

uitspraak van de meervoudige kamer van 12 augustus 2019 in de zaken tussen

[eiseres] , eiseres,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

en

de heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep, verweerder,

gemachtigde: mr. E.J. Wilhelmy Damsté.

Procesverloop

Bij aanslagbiljetten van 30 september 2018 heeft verweerder aan eiseres voor de jaren 2015 tot en met 2018 een aanslag Waterschapsbelastingen Zuiveringsheffing bedrijfsruimte opgelegd voor het object [adres 1] in [plaats] (hierna genoemd: de onroerende zaak). De hoogte van de aanslag per jaar is:

2015: € 1.191,80

2016: € 1.108,60

2017: € 1.090,49

2018: € 1.068,74.

Bij uitspraken op bezwaar, gedagtekend 24 november 2018 (de bestreden besluiten), heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de aanslagen ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluit.

De rechtbank heeft de beroepen als volgt geregistreerd:

2015 onder zaaknummer ROT 18/6162;

2016 onder zaaknummer ROT 18/6161;

2017 onder zaaknummer ROT 18/6160;

2018 onder zaaknummer ROT 18/6159.

De zaken zijn gelijktijdig behandeld op de zitting van 15 mei 2019.

Beide partijen zijn verschenen bij gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen uit te zoeken of bij het opleggen van de aanslagen rekening is gehouden met het waterverbruik van het object [adres 2] .

Bij brief van 16 mei 2019 heeft verweerder zijn reactie gegeven.

Omdat eiseres had aangegeven geen behoefte te hebben om hierop een reactie te geven, heeft de rechtbank het onderzoek vervolgens gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres is een vennootschap onder firma met als vennoten [vennoot 1] en [vennoot 2] . Eiseres huurt een pand waarin zorgbehoevende ouderen duurzaam wonen. De vennoten wonen ook in het pand. Zij hebben voor de jaren in geding een aparte aanslag zuiveringsheffing woonruimte gekregen.

2. In zijn brief van 16 mei 2019 schrijft verweerder dat het object [adres 2] geen eigen watermeter heeft en dat daardoor het waterverbruik van de onroerende zaak ook het waterverbruik van de woonruimte van de vennoten omvat. Hiervoor is geen correctie toegepast, terwijl dit wel had gemoeten. De correctie moet daarom alsnog worden toegepast, wat leidt tot een lager waterverbruik van de onroerende zaak. Dit heeft de volgende consequenties voor het aantal vervuilingseenheden (ve’s) waarop de aanslagen zijn gebaseerd:

Aantal ve’s aanslag

Aantal ve’s na correctie

2015

21,18

19,02

2016

19,8

17,64

2017

20,72

18,56

2018

22,97

20,88

Gelet hierop moeten de bestreden besluiten worden vernietigd en is het beroep al hierom gegrond. De aanslagen moeten in ieder geval worden verlaagd.

3. Volgens eiseres moet de onroerende zaak echter niet als bedrijfsruimte worden aangeslagen, maar als woonruimte. De rechtbank zal nu beoordelen of zij eiseres hierin kan volgen.

4. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden.

4.1

Eiseres is onderdeel van het [naam concept] concept. Op de website van de [naam verzorgingshuis] wordt een [naam concept] als volgt omschreven

Wat is een [naam concept] ?

Een [naam concept] is een kleinschalige woonvoorziening voor 16 mensen met dementie. De bewoners en de verantwoordelijke zorgverleners wonen er op een zo gewoon mogelijk manier met elkaar samen. Korte communicatielijnen, warmte en persoonlijke aandacht staan er centraal.

Verder staat er op de website het volgende:

Wonen zoals mensen thuis wonen

In een [naam concept] wonen mensen met dementie. Ze doen hele gewone dagelijkse dingen zoals een ommetje maken, genieten van mooie muziek of heerlijk even luieren op de bank. Zelfstandig wonen lukt niet meer, maar in een [naam concept] letten we vooral op wat de gasten allemaal nog wél kunnen. We bieden hen een veilige en beschermde omgeving waarin we hen ondersteunen en helpen waar nodig. We doen zoveel mogelijk gewoon. En dat is, vreemd genoeg, heel bijzonder.

In de 43 [naam verzorgingshuizen] door heel Nederland wordt sinds 2007 een warm en liefdevol thuis geboden aan steeds 15 à 16 mensen die 24-uurszorg nodig hebben. In een huiselijke en ongedwongen sfeer waar de gasten worden omringd met datgene wat zij écht nodig hebben: Veiligheid, aandacht, warmte en geborgenheid.

En verder:

Wat is er zo bijzonder aan een [naam concept] ?

Kort samengevat zit de kracht van de [naam concept] in het feit dat mensen met dementie er samen wonen met de personen die voor hun zorg verantwoordelijk zijn. Dit doen ze in karaktervolle huizen met open deuren die midden in de samenleving staan.

4.2

Uit artikel 2 van de statuten van eiseres volgt dat zij tot doel heeft “voor gezamenlijke rekening en onder gemeenschappelijke naam zorg aan te bieden en ondersteuning te geven aan mensen met geheugenproblemen in de ruimste zin des woords”.

Op de site van eiseres ( [naam verzorgingshuis] [plaats] ) staat onder meer:

“De afgelopen jaren hebben [naam 1] en [naam 2] samen met een goed team van medewerkers en bewoners met familie de [naam verzorgingshuis] weten te maken tot een huis waarin het goed wonen en werken is en waarin iedereen in de eigen waarde gelaten wordt.” En verder:

“In juni 2013 ontvingen wij onze eerste gasten en sindsdien heeft [naam verzorgingshuis] [plaats] zich ontwikkeld tot een gezellig huis waar geleefd wordt met oog voor ieders mogelijkheden.”

5. Bij de beoordeling is verder het volgende wettelijk kader van belang.

In artikel 116 aanhef en onder b van de Waterschapswet staat de definitie van woonruimte zoals die geldt voor de zuiveringsheffing. Een woonruimte is: een ruimte die blijkens zijn inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik te worden gegeven.

In de verordeningen zuiveringsheffing 2015, 2016, 2017 en 2018 is in artikel 1, aanhef en onder h woonruimte hetzelfde gedefinieerd.

Een bedrijfsruimte is op grond van artikel 122c van de Waterschapswet: een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen ruimte of terrein, niet zijnde een woonruimte, een zuiveringtechnisch werk of een riolering.

In de verordeningen zuiveringsheffing 2015, 2016, 2017 en 2018 is in artikel 1, aanhef en onder i bedrijfsruimte hetzelfde gedefinieerd.

Dit betekent dat als een ruimte geen woonruimte is, het een bedrijfsruimte is.

6. In de rechtspraak is de definitie van woonruimte zoals opgenomen in de wet en de verordeningen verder uitgelegd.

Volgens de Hoge Raad is sprake van ruimte die blijkens zijn indeling bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid als de bewoner niet meer dan bijkomstig afhankelijk is van overig in het pand aanwezige voorzieningen (zie het arrest van 23 juli 1984, ECLI:NL:HR:1984:AW8590). Als geen sprake is van afzonderlijke woonruimte in een pand moet volgens de Hoge Raad worden beoordeeld of het gehele pand als woonruimte kan worden aangemerkt. Dit is het geval als het pand ten dienste staat van een gezin of daarmee gelijk te stellen andere leefeenheid (zie het arrest van 14 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1584).

7. In geschil is of de bewoners van de [naam verzorgingshuis] gezamenlijk zijn aan te merken als een gezin of een met een gezin op één lijn staande leefeenheid. De rechtbank is van oordeel dat dat niet het geval is. Hoewel de bewoners een aantal dingen samen doen, voeren zij geen gezamenlijke huishouding. De bewoners wonen in min of meer zelfstandige eenheden binnen een groter geheel, beheren of laten beheren afzonderlijk de eigen financiën en hebben hun eigen familie waarmee zij activiteiten ondernemen. Daarnaast worden de bewoners op de website van de [naam verzorgingshuis] gasten genoemd. De vennoten staan aan het hoofd van een zorgverblijf, waarbij zij en het personeel de bewoners/gasten begeleiden en ondersteunen. De rechtbank ziet in al deze factoren, in onderlinge samenhang bezien, onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de onroerende zaak moet worden aangemerkt als woonruimte in de zin van de Verordening.

8 De rechtspraak waar eiseres naar verwijst maakt het voorgaande niet anders, omdat deze ziet op het begrip woning/woonruimte in de zin van de onroerendezaakbelastingen en de Gemeentewet. Die rechtspraak is niet van toepassing op het begrip woonruimte in de zin van de Waterschapswet.

9. De conclusie is dat het beroep gegrond is, omdat verweerder is uitgegaan van een te hoog waterverbruik van de onroerende zaak, maar dat de onroerende zaak voor de zuiveringsheffing wel terecht is aangemerkt als bedrijfsruimte.

De rechtbank zal de hoogte van de aanslagen zelf vaststellen op basis van het juiste aantal vervuilingseenheden:

In de verordeningen is per vervuilingseenheid het volgende tarief opgenomen:

2015: € 56,27 (artikel 18);

2016: € 55,99 (artikel 18);

2017: € 52,63 (artikel 20);

2018: € 51,58 (artikel 20).

Dit leidt tot de volgende aanslagen:

2015: € 1.070,26 (19,02*56,27);

2016: € 987,66 (17,64*55,99);

2017: € 976,81 (18,56*52,63);

2018: € € 1.076,99 (20,88*51,58).

De rechtbank zal deze bedragen in het dictum opnemen.

10. Omdat de beroepen gegrond zijn, moet verweerder het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.

11. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart de beroepen gegrond;

  • -

    vernietigt de bestreden besluiten;

  • -

    vernietigt de aanslagen zuiveringsheffing bedrijfsruimte voor de jaren 2015 tot en met 2018 voor het object [adres 1] ;

  • -

    stelt de aanslagen zuiveringsheffing bedrijfsruimte voor het object [adres 1] voor de jaren 2015 tot en met 2018 als volgt vast:

2015: € 1.070,26;

2016: € 987,66;

2017: € 976,81;

2018: € € 1.076,99.

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 338,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, voorzitter, en mrs. M. Munsterman en

J.A. Monsma, leden, in aanwezigheid van mr. M. Noordegraaf, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 augustus 2019.

De griffier is buiten staat deze uitspraak

mede te ondertekenen. voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer).