Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:6050

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-07-2019
Datum publicatie
26-07-2019
Zaaknummer
10/750066-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bekennende verdachte tav feiten 1 en 2. Bewezenverklaring van medeplegen van uitvoer van (in totaal 150 gram) heroïne en cocaïne via postpakketten naar aanleiding van bestellingen via Hansa-market en medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van 16 hennepplanten. Feit 3: bewezenverklaring van artikel 139d Sr en het oogmerk om computervredebreuk te plegen. Oplegging van zes maanden GVS waarvan vier maanden GVS voorwaardelijk met één jaar proeftijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/750066-18

Datum uitspraak: 4 juli 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsman A.W. van Gemert, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 juni 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.E. Hartjes heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van
    2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijsverweer (feit 3)

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdachte heeft verklaard dat hij persoonsgegevens en creditcardgegevens van onder andere [naam] , heeft aangekocht en dat de toegangsgegevens ongevraagd zijn meegeleverd. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte de in de tenlastelegging vermelde toegangsgegevens weliswaar voorhanden heeft gehad, maar dat het oogmerk om met die gegevens computervredebreuk of soortelijke feiten te plegen, ontbrak. De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak.

4.2.2

Beoordeling

Het voorhanden hebben van computerwachtwoorden, toegangscodes en andere gegevens is strafbaar als daarbij het oogmerk bestaat om computervredebreuk te plegen. Volgens vaste jurisprudentie vormt het bestanddeel ‘oogmerk’ een zwaardere vorm van opzet, die kan worden omschreven als doelbewustheid.

De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij via het darkweb tegen betaling persoonsgegevens, computerwachtwoorden en creditcardgegevens van onbekenden heeft aangekocht om ‘uit te proberen of hij er iets mee kon verdienen’. Uit de aard van deze gedraging, te weten het op illegale wijze via het darkweb aankopen van persoonsgegevens, creditcardgegevens en andere gegevens met als doel om te proberen om met die gegevens iets te verdienen, leidt de rechtbank af dat de verdachte doelbewust tegen betaling gegevens heeft aangekocht om (onder andere) wederrechtelijk binnen te dringen in een (deel van een) geautomatiseerd werk. Vast staat dat op enig moment ook is geprobeerd misbruik te maken van de creditcardgegevens door deze als valse sleutel te gebruiken.
Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

Hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 maart 2017 tot en met 20 juli 2017 te Sliedrecht, tezamen en in vereniging met een ander

meermalen, telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, (telkens) als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,

34 orders, met een totale netto weeghoeveelheid van 134 gram,

met per order 1 of 2 of 2,5 of 5 of 10 of 20 gram, van een materiaal bevattende heroïne of cocaïne en/of

afleidingen daarvan, telkens een of meer middel(en) als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;

hebbende hij en zijn mededader:
- de voornoemde inhoud verstuurd en/of laten versturen per post met adressen met (een) bestemming in het land Duitsland, en Finland en Denemarken en Oostenrijk en

-de voornoemde inhoud in katoen geplaatst en/of laten plaatsen en

-in (een) kaart(en) en/of kaarten geplaatst en/of laten plaatsen en

- in enveloppen gedaan en/of laten doen en

-de enveloppen verstuurd en/of laten versturen met adressen met (een) bestemming in het land Duitsland en Finland en Denemarken en Oostenrijk;

2.

Hij in de maand februari 2018 te Sliedrecht, tezamen en in vereniging met een ander , opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 16 hennepplanten,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.
Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 juni 2016 tot en met
21 februari 2018 te Sliedrecht, met het oogmerk een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede of derde lid Wetboek van Strafrecht (computervredebreuk) te plegen
-een computerwachtwoord en toegangscode of daarmee vergelijkbare gegevens waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, te weten identificerende gebruikersgegevens, en gebruikerswachtwoorden van (een) I Cloud account en (een)email account, in gebruik bij de heer [naam] , voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

2
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

3
Met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede of derde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, voorhanden hebben.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich, samen met zijn partner medeverdachte [naam medeverdachte] , schuldig gemaakt aan handel in verdovende middelen, te weten heroïne en cocaïne. De verdachten hebben daarvoor gebruik gemaakt van een anonieme, wereldwijde marktplaats op het darkweb, Hansa Market, waarop verboden goederen te koop werden aangeboden. De verdachten opereerden op Hansa Market onder de schuilnaam [schuilnaam] . Op die manier werden anoniem op het internet verdovende middelen te koop aangeboden en veelal aan buitenlandse afnemers geleverd.

De verdachte heeft met zijn gedragingen zijn eigen gewin boven de veiligheid en gezondheid van de afnemers gesteld en zich niets gelegen laten liggen aan de ernstige overlast die de samenleving ondervindt ten gevolge van de handel in harddrugs en daarmee samenhangende (verwervings-)criminaliteit. Daarnaast heeft de verdachte zich ook nog bezig gehouden met hennepteelt, zij het op kleine schaal, waarbij ook gezondheidsschade bij de gebruikers en maatschappelijke overlast aan de orde is.

Tot slot heeft de verdachte computerwachtwoorden voorhanden gehad waarmee hij van plan was computervredebreuk te plegen. Het gebruik van deze gegevens kan financiële schade en ernstige schendingen van de privacy opleveren. Een ieder behoort zich veilig te kunnen voelen in zijn eigen digitale omgeving waarin persoonlijke gegevens zijn opgeslagen, dan wel toegankelijk zijn. Daarnaast is door de handelwijze van de verdachte het vertrouwen in het internetverkeer geschaad.

Dit alles valt verdachte aan te rekenen en daarop dient een straf te volgen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 juni 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor onder andere drugsfeiten. De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 14 juni 2019. Uit dit rapport volgt dat de verdachte nu een opleiding tot elektricien volgt en dat in januari 2019 uit zijn relatie met [naam medeverdachte] een dochter is geboren. De verdachte lijkt een negatieve periode achter zich te hebben gelaten. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en begeleiding bij Fivoor of de Waag indien dit tijdens het toezicht nodig blijkt te zijn. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

In het voordeel van de verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte inmiddels een opleiding volgt waardoor het lijkt alsof hij zijn leven weer op de rit heeft. Daarbij komt dat sinds de ten laste gelegde feiten een periode van bijna twee jaar is verstreken zonder dat de verdachte in aanraking is gekomen met politie.

De rechtbank ziet hierin aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist.

Met de reclassering is de rechtbank van oordeel dat begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk zijn. Daarom zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd ten aanzien van:

- voorwerpen 3 en 19: teruggave aan de rechthebbende, te weten de uitgevende instantie;
- voorwerpen 4, 5, 8, 9, 16 en 18: verbeurdverklaring;
- voorwerpen 1, 7 en 15: onttrekking aan het verkeer;
- voorwerpen 2, 6, 10, 11, 12, 13 en 14: teruggave aan de rechthebbende, de medeverdachte [naam medeverdachte] .

Over voorwerp 17 hoeft geen beslissing te worden genomen omdat dit voorwerp ten onrechte dubbel op de lijst is vermeld.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft meegedeeld dat ten tijde van de doorzoeking de verdachte en de medeverdachte samenwoonden in de woning aan de [adres] . Zij deelden een huishouden en de voorwerpen moeten dan ook worden geacht ook onder de verdachte in beslag te zijn genomen.

8.3.

Beoordeling

Ten aanzien van de voorwerpen 3 en 19 gelast de rechtbank de bewaring ten behoeve van de rechthebbende, te weten de uitgevende instantie.

Nu de beslaglijst vermeld dat de goederen onder [naam medeverdachte] , de medeverdachte, in beslag zijn genomen, zal het beslag overeenkomstig worden afgewikkeld.

De voorwerpen 4, 5, 8, 9, 16 en 18 zullen worden verbeurd verklaard. Het onder 1 bewezen feit is met behulp van deze voorwerpen begaan.

De voorwerpen 1, 7 en 15 zullen worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van strafbare feiten.

Ten aanzien van de voorwerpen 2, 6, 10, 11, 12, 13 en 14 gelast de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende medeverdachte [naam medeverdachte] .

Gelet op de mededeling van de officier van justitie hoeft over voorwerp 17 geen beslissing te worden gegeven.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 57 en 139d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10 van de Opiumwet.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot vier (4) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

de veroordeelde zal, indien de reclassering dit gedurende het toezicht wenselijk acht, zich onder ambulante behandeling stellen van Fivoor te Dordrecht of een soortgelijke zorgverlener, voor haar problematiek, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1: voorwerpen 4, 5, 8, 9, 16 en 18;

- verklaart onttrokken aan het verkeer: voorwerpen 1, 7 en 15;

- gelast de teruggave aan de medeverdachte van: voorwerpen 2, 6, 10, 11, 12, 13 en 14;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van voorwerpen 3 en 19.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,

en mrs. J. Fransen en B. Krijnen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Empelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juli 2019.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 24 juni 2016 tot en met 20 juli 2017 te Sliedrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, (telkens) als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,

althans opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

47 orders, met een totale netto weeghoeveelheid van 155 gram,

met per order 1 of 2 of 2,5 of 5 of 10 of 20 gram, in elk geval (telkens) één of meer

hoeveelhe(i)d(en) van oen materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of

afleidingen daarvan, (telkens) een of meer middel(en) als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, (telkens) dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

hebbende hij en/of zijn mededader(s):
- de voornoemde inhoud verstuurd en/of laten versturen per post met adressen met (een) bestemming(en) in het en/of de land(en) Duitsland, en/of Finland en/of Denemarken en/of Oostenrijk en/of

-de voornoemde inhoud in katoen geplaatst en/of laten plaatsen en/of

-in (een) kaart(en) en/of kaarten geplaatst en/of laten plaatsen en/of

- in enveloppen gedaan en/of laten doen en/of

-de enveloppen verstuurd en/of laten versturen met adressen met (een) bestemming(en) in het en/of de land(en) Duitsland en/of Finland en/of Denemarken en/of Oostenrijk;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[naam medeverdachte] op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 24 juni 2016 tot en met 20 juli 2017 te Sliedrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal,

(telkens) opzettelijk buiten het, grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, (telkens) als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,
althans opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

- 47 orders, met een totale netto weeghoeveelheid van 155 gram, met per order

1. of 2 of 2,5 of 5 of 10 of 20 gram, in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of afleidingen daarvan, (telkens) een of meer middel(on) als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, (telkens) dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

hebbende [naam medeverdachte] en/of haar mededader(s):

- de voornoemde inhoud verstuurd en/of laten versturen per post met adressen met (een) bestemming(en) in het en/of de land(en) Duitsland, en/of Finland en/of Denemarken en/of Oostenrijk en/of

- de voornoemde inhoud in katoen geplaatst en/of laten plaatsen en/of

- in (een) kaart(en) en/of kaarten geplaatst en/of laten plaatsen en/of

- in enveloppen gedaan en/of laten doen en/of

- de enveloppen verstuurd en/of laten versturen met adressen met (een) hestemming(en) in het en/of de land(n) Duitsland en/of Finland en/of Denemarken en/of Oostenrijk;

bij/ tot het plegen van welk misdrij(f)(ven) hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 24 juni 2016 tot en met 20 juli 2017 te Sliedrecht (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door (telkens) haar mobiele telefoon en/of laptop ter beschikking te stellen aan die [naam medeverdachte] voor de verkoop en/of overdracht van verdovende middelen;

2.

Hij in of omstreeks de maand februari 2018 te Sliedrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 16 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan

wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid wan die wet;

3.

Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 juni 2016 tot en met
21 februari 2018 te Sliedrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede of derde lid Wetboek van Strafrecht (computervredebreuk) te plegen
-een computerwachtwoord(en) en/of toegangscode of daarmee vergelijkbare gegevens waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, te weten identificerende gebruikersgegevens, althans gebruikersnamen en/of gebruikerswachtwoorden van (een) I Cloud account en/of (een)email account(s), in gebruik bij de heer [naam] , heeft verworven en/of verspreid en/of voorhanden heeft gehad.