Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:5996

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-07-2019
Datum publicatie
25-07-2019
Zaaknummer
10/662009-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar ter zake verduistering in dienstbetrekking en diefstal door middel van valse sleutels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/662009-18

Datum uitspraak: 11 juli 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. J. Reisinger, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. van Veen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 15 december 2008 tot en met 01 mei 2016 te Rotterdam en Tilburg, meermalen opzettelijk een geldbedrag, dat toebehoorde aan [naam] en/of [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 5] en/of en/of [naam bedrijf 6] en/of [naam bedrijf 7] en/of [naam bedrijf 8] en/of [naam bedrijf 9] , en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke

dienstbetrekking, te weten als boekhouder/controller/internationaal controller van voornoemde bedrijven, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in de periode van 15 december 2008 tot en met 01 mei 2016 te Rotterdam en Tilburg, meermalen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, dat toebehoorde aan [naam] en/of [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 5] en/of en/of [naam bedrijf 7] en/of [naam bedrijf 8] en/of [naam bedrijf 9] , zulks nadat hij, verdachte, dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik had gebracht door middel van valse sleutels, te weten:

- het gebruik van een of meer pinpassen en bijbehorende pincodes van [naam bedrijf 6] en [naam bedrijf 2] en [naam] ,

tot het gebruik waarvan hij, verdachte, niet gerechtigd was.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;

2.

diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer 7 jaar en 5 maanden schuldig gemaakt aan verduistering van geldbedragen, die hij uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking bij respectievelijk [naam bedrijf 2] , [naam bedrijf 6] en [naam bedrijf 8] onder zich had, en aan diefstal van geldbedragen door onbevoegd gebruik te maken van pinpassen van de bedrijven (‘valse sleutels’).

De verdachte had de beschikking over de pinpassen met bijbehorende pincodes en over de inloggegevens van internetbankieren van zijn werkgevers, dan wel daaraan gelieerde ondernemingen, en van één van de bestuurders, [naam] .

De verdachte gebruikte de zakelijke pinpassen voor privédoeleinden, zowel pinbetalingen als pinopnames. Na een dergelijke betaling of opname downloadde de verdachte het digitale bankafschrift en verwijderde hij de door hem gedane betaling of opname uit de administratie. Bonnetjes van deze betalingen werden niet opgenomen in de boekhouding. Om de boekhouding juist te krijgen, voerde hij gedane betalingen of opnames in op een tussenrekening. Na verloop van tijd werden deze posten afgeboekt als verlies of afschrijvingen. Naast de pinbetalingen en opnames maakte de verdachte via telebankieren ook geld over van de zakelijke rekeningen naar zijn eigen rekening dan wel de rekening van zijn echtgenote. Verder heeft de verdachte belastingaanslagen van hem en zijn echtgenote betaald via de rekening van de heer [naam] .

Door het plegen van deze feiten heeft de verdachte gedurende een groot aantal jaren het vertrouwen dat in hem als boekhouder / (international) controller mocht worden gesteld ernstig beschaamd en heeft hij zijn werkgever financieel benadeeld.

Met betrekking tot de strafmaat gaat de rechtbank uit van een bedrag van in totaal ongeveer € 325.000,- dat door de verdachte is verduisterd dan wel gestolen. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Het totaalbedrag dat de verdachte onrechtmatig heeft weggenomen valt uiteen in vier posten, te weten het onrechtmatig gebruik van pinpassen (pinbetalingen en pinopnames), meer dan aan loon te ontvangen bijschrijvingen op de rekening van de verdachte, meer dan aan loon te ontvangen bijschrijvingen op de rekening van de echtgenote van de verdachte en de betaalde belastingaanslagen van de rekening van de heer [naam] .

De laatste post, de betaalde belastingaanslagen van de rekening van [naam] , is door de verdediging niet weersproken. De rechtbank zal daarom uitgaan van het bedrag zoals dit blijkt uit het dossier, te weten € 1.438,00.

Ten aanzien van de onrechtmatige bankoverschrijvingen naar de rekening van de verdachte en de rekening van zijn echtgenote is door de politie voor de berekening van het totaalbedrag gebruik gemaakt van de indirecte methode. Hierbij is gekeken naar het totale bedrag dat is bijgeschreven op genoemde rekeningen door de werkgevers (of daaraan gelieerde ondernemingen) van de verdachte. Het bedrag aan salaris dat volgens opgaaf van de Belastingdienst aan de verdachte toekwam is hiervan afgehaald. Het verschil tussen deze bedragen is aangemerkt als onrechtmatig. Voor de rekening van de verdachte betrof dit verschil € 115.208,71 en voor de rekening van zijn echtgenote € 16.750,00.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat deze wijze van berekening ondeugdelijk is.

De rechtbank merkt op dat zij de indirecte methode in beginsel bruikbaar acht. Indien de verdediging meent dat deze methode in deze zaak tot een verkeerd resultaat heeft geleid, dan had het op haar weg gelegen om dit nader te concretiseren. Bijvoorbeeld door aan te geven waardoor het verschil tussen de legale inkomsten en overige bijschrijvingen op de bankrekeningen kan worden verklaard. Enige verklaring hiervoor is echter niet gegeven.

De rechtbank gaat voor wat betreft de bankoverschrijvingen dan ook uit van voornoemde bedragen zoals die door de politie zijn vastgesteld.

Ten aanzien van het onrechtmatig gebruik van de pinpassen merkt de rechtbank het volgende op. Uit het dossier komt als totaalbedrag voor deze post € 291.770,35 naar voren.

De rechtbank acht echter niet aannemelijk dat dit totaalbedrag van de pinbetalingen en pinopnames voor rekening van de verdachte dient te komen. De verdachte heeft zowel ter terechtzitting als bij de politie verklaard dat ook anderen met de bankpassen pinden en dat er geld werd gepind om de mensen die zwart werkten te kunnen betalen. De rechtbank weegt hierbij mee dat uit het overzicht, het Excel-bestand dat door de aangever is verstrekt, ook blijkt dat niet alle pinbetalingen in de boekhouding zijn “weggepoetst”. Dit was wel de werkwijze van de verdachte bij onrechtmatige pinbetalingen.

Verder is gebleken dat een deel van de pinbetalingen is verricht in Indonesië, hetgeen niet ten laste is gelegd.

Alles bij elkaar genomen gaat de rechtbank er van uit dat het bedrag van de pinbetalingen en pinopnames die de verdachte onrechtmatig heeft gedaan in totaal € 100.000,- lager moet zijn dan door de politie begroot. De rechtbank sluit hiervoor aan bij de verklaring van de verdachte dat hij bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst samen met zijn advocaat en aangever er op uitkwam dat in ieder geval een bedrag van € 100.000,- niet aan de verdachte kan worden toegerekend.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 juni 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten. Gelet op de ernst van de feiten kan echter niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Ten nadele van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met de lange pleegperiode en de hoogte van het benadelingsbedrag.

Ten voordele van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de verdachte actief heeft meegewerkt aan de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst en dat hij is gestart met de terugbetalingen en op deze manier dus al is begonnen met het vergoeden van de door hem veroorzaakte schade.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 311, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden;

bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,

en mrs. D.L. Spierings en G.A.J.M. van Vugt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2008 tot en met 01 mei 2016 te Rotterdam en/of Tilburg, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een of meer geldbedragen van in totaal 425.167,06 euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en)/goed(eren), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [naam] en/of [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 5] en/of en/of [naam bedrijf 6] en/of [naam bedrijf 7] en/of [naam bedrijf 8] en/of [naam bedrijf 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke

dienstbetrekking, te weten als boekhouder/controller/internationaal controller van voornoemde bedrijven, elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2008 tot en met 01 mei 2016 te Rotterdam en/of Tilburg, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen van in totaal 425.167,06 euro, in elk geval enig(e) goed(eren)/geldbedrag(en), die/dat geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [naam] en/of [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 5] en/of en/of [naam bedrijf 6] en/of [naam bedrijf 7] en/of [naam bedrijf 8] en/of [naam bedrijf 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, zulks nadat hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats des misdrijfs verschaft had en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik had gebracht door middel van een of meer valse sleutels, te weten:

  • -

    het gebruik van een of meer pinpassen en/of bijbehorende pincodes van [naam bedrijf 6] en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam] , en/of

  • -

    het gebruik van inloggegevens van internetbankieren en (andere) bankgegevens van [naam] en/of [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 5] en/of en/of [naam bedrijf 6] en/of [naam bedrijf 7] en/of [naam bedrijf 8] en/of [naam bedrijf 9] ,

tot het gebruik waarvan hij, verdachte, niet gerechtigd was.