Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:5925

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-05-2019
Datum publicatie
25-07-2019
Zaaknummer
10/041581-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

TBS-verlenging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/041581-00

Datum uitspraak: 2 mei 2019

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van

[naam ter beschikking gestelde] , (de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteplaats ter beschikking gestelde] (Suriname) op [geboortedatum ter beschikking gestelde] ,

verblijvende in Fivoor Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden te Poortugaal,

maar thans met transmuraal verlof bij GGZ West Noord-Brabant te Halsteren,

raadsman mr. O.G. Schuur, advocaat te Rotterdam.

1 Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 22 februari 2001 is de terbeschikkingstelling van [naam ter beschikking gestelde] gelast en daarbij zijn voorwaarden gesteld betreffende het gedrag.

De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van - onder andere - poging tot doodslag. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 1 juni 2001.

Bij beslissing van deze rechtbank van 19 juni 2003 is de terbeschikkingstelling met voorwaarden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (dwangverpleging).

Bij beslissing van 20 juni 2018 heeft deze rechtbank de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.

2 Procesverloop

De rechtbank heeft op 3 april 2019 van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling ontvangen (artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht). Bij die vordering zijn de daarbij vereiste stukken gevoegd.

De vordering is op de openbare zitting van 2 mei 2019 behandeld. De officier van justitie, mr. R.J.A. Segerink, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [naam deskundige] , werkzaam bij de inrichting en [naam reclasseringswerker] , werkzaam bij Fivoor GGZ-reclassering, zijn gehoord.

3 Adviezen

Advies inrichting

Het advies gedateerd 26 maart 2019 luidt de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.

Bij de ter beschikking gestelde is sprake van schizofrenie, een antisociale persoonlijkheidsstoornis, zwakbegaafdheid en stoornissen in het gebruik van cannabis en cocaïne (beiden langdurig in remissie in een gereguleerde omgeving). Op basis van de risicotaxatie is het risico op toekomstig gewelddadig gedrag bij een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel matig tot hoog. Bij voorzetting binnen het huidige kader wordt het risico als laag geschat, met een toename van het risico in de aanloop naar en in de eerste periode na overplaatsing. Het is noodzakelijk de overgang van de ter beschikking gestelde naar zijn vervolgplek laten plaatsvinden tijdens de dwangverpleging, omdat het extramuraal forensisch team van de kliniek hem dan daarbij kan begeleiden.

De deskundige, [naam deskundige] , heeft ter zitting dit advies gehandhaafd.

Advies psychiater

De psychiater, drs. H.A. Gerritsen, adviseert in het rapport gedateerd 5 maart 2019 de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen me )één jaar.

De psychiater kan zich grotendeels vinden in de diagnostische conclusies van de inrichting. Alleen de diagnose persoonlijkheidsstoornis wordt niet onderschreven. Daarnaast kan de psychiater zich vinden in de behandeling/begeleiding en het risicomanagement van de inrichting. Toch acht de psychiater, anders dan de inrichting, een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar aangewezen, met voorwaardelijke beëindiging van de verpleging.

Advies psycholoog

De psycholoog, R.J.A. van Helvoirt, adviseert in het rapport gedateerd 26 februari 2019 de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.

Hoewel in hoofdlijnen geen discrepanties zijn tussen de overwegingen van de psycholoog en inrichting met betrekking tot de verdere behandeling en begeleiding en het risicomanagement van de ter beschikking gestelde, acht de psycholoog anders dan de inrichting een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar aangewezen, met voorwaardelijke beëindiging van de verpleging. Het is van belang het verdere resocialisatietraject met enige voortvarendheid vorm te geven, nu de ter beschikking gestelde aan zijn behandelplafond zit, omdat hij naar de mening van de psycholoog weinig meer kan profiteren van aangeboden behandelonderdelen. Het is van belang een volgende stap in het traject te nemen.

Op de zitting gegeven adviezen

De deskundige, [naam reclasseringswerker] , als reclasseringswerker verbonden aan Fivoor GGZ-reclassering, heeft ter zitting het verlengingsadvies van de inrichting onderschreven. Ook hij is van mening dat de ter beschikking gestelde gebaat is bij een verlenging van de maatregel voor de termijn van twee jaren. Dit, omdat de ter beschikking gestelde thans een goed contact heeft met zijn behandelaars en begeleiders vanuit de kliniek en het continueren daarvan juist van groot belang is. Bij de vervolgstap naar De Rivierduinen behoudt de ter beschikking gestelde dan ook dezelfde begeleiders vanuit de reclassering.

Het verleden heeft aangetoond dat dergelijke overgangen een risicofactor vormen voor de ter beschikking gestelde. Een stabiele overgang is van belang. Het behoud van hetzelfde team van begeleiders biedt daarom een beschermend kader voor de ter beschikking gestelde.

4 Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.

Standpunt van de ter beschikking gestelde

De ter beschikking gestelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.

5 Beoordeling

Op grond van de adviezen van de deskundigen komt de rechtbank tot de volgende oordelen:

- Er is nog steeds sprake van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;

- De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.

De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat daarmee een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de maatregel is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

De rechtbank is met de officier van justitie, de ter beschikking gestelde en de raadsman van oordeel dat een verlenging van de maatregel met dwangverpleging voor de duur van één jaar noodzakelijk is om de overgang van de ter beschikking gestelde naar De Rivierduinen goed te begeleiden en het ingezette traject een optimale kans van slagen te bieden. Hierbij overweegt de rechtbank dat - zoals ter zitting ook uitdrukkelijk door alle betrokkenen naar voren is gebracht - de ter beschikking gestelde gebaat is bij het behoud van de huidige begeleiding. Verandering van begeleiding, wat het gevolg zou zijn van een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, zou in het geval van de ter beschikking gestelde, juist risicoverhogend kunnen werken. Ook de ter beschikking gestelde heeft te kennen gegeven voortzetting van de maatregel in zijn huidige vorm goed te vinden. Een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, zoals door de onafhankelijke deskundigen gerapporteerd, is gelet hierop naar het oordeel van de rechtbank dan ook nog niet aan de orde.

6 Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met 1 (één) jaar.

Deze beschikking is gegeven door

mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,

en mrs. G.P. van de Beek en W.H.S. Duinkerke, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens griffier,

en is in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.