Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:5500

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-02-2019
Datum publicatie
07-10-2019
Zaaknummer
7105932 CV EXPL 18-4689
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een jeugdspeler van een voetbalclub laat tijdens een training dure merkkleding en andere persoonlijke bezittingen achter in een afgesloten kleedkamer. Kleding en persoonlijke bezittingen worden gestolen. Om de deur van de kleedkamer te openen hebben de daders gebruik gemaakt van de sleutel die zij met een smoes hebben weten te bemachtigen (van de zoon van een vrijwilliger) van de voetbalclub. De kantonrechter oordeelt dat sprake is bewaarneming en dat de voetbalclub een deel van de schade van de jeugdspeler moet vergoeden. De gestolen kleding behoeft de club slechts voor drie kwart te vergoeden, nu de speler ook met minder dure kleding naar de training had kunnen komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/580
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7105932 CV EXPL 18-4689

uitspraak: 7 februari 2019

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser,

gemachtigde: [naam gemachtigde] (Achmea Rechtsbijstand),

tegen:

de stichting

Stichting FC Dordrecht,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G.M. van den Bergh, advocaat te Dordrecht.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en FC Dordrecht.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 20 juli 2018 met producties;

2. de conclusie van antwoord met producties;

3. het tussenvonnis van 30 augustus 2018 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

4. de aantekening van de griffier dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 november 2018;

5. de ter zitting overgelegde kleurenfoto’s;

6. de akte van de zijde van [eiser] , tevens houdende wijziging van eis, met producties;

7. de antwoordakte van de zijde van FC Dordrecht.

Omschrijving van het geschil

De feiten

1. [eiser] heeft bij FC Dordrecht, een betaald voetbalorganisatie (BVO), een jeugdopleiding O19 gevolgd. [eiser] fungeert als doelman.

2. Op 18 december 2017 zijn tijdens een training waaraan [eiser] deelnam, persoonlijke zaken van hem en van anderen gestolen uit de kleedkamer.

3. Op 4 januari 2018 heeft de heer [naam 1] , medewerker bij FC Dordrecht, (hierna: [naam 1] ) namens [eiser] en drie anderen aangifte gedaan van de diefstal.

De vordering

4. [eiser] vordert – na eiswijziging bij akte – veroordeling van FC Dordrecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 2.096,50 en vergoeding van buitengerechtelijke invorderingskosten van € 315,51, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van voldoening en veroordeling van FC Dordrecht in de proceskosten.

5. [eiser] stelt daartoe – samengevat – het volgende.

Hij heeft door de diefstal schade geleden en daarvoor is FC Dordrecht aansprakelijk.

Primair geldt dat sprake is van een bewaarnemingsovereenkomst en dat FC Dordrecht zich niet als goed bewaarnemer heeft gedragen. Zij heeft het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat de persoonlijke zaken van [eiser] werden bewaard in een afgesloten ruimte waar onbevoegden geen toegang hadden. Dat is echter niet gebeurd. Ook was er geen adequaat sleutelbeheer. De kleedkamer was weliswaar afgesloten, maar de sleutel is desgevraagd door [naam 2] , de

15-jarige zoon van een vrijwilliger, (hierna: [naam 2] ) aan de vermoedelijke daders verstrekt. Dat had niet mogelijk moeten zijn. [eiser] is er nooit op gewezen dat hij geen dure spullen in de kleedkamers moest achterlaten en dat FC Dordrecht niet aansprakelijk zou zijn in geval van diefstal. Zowel bij NAC Breda, de club waar [eiser] voorheen speelde, als bij RBC, de club waar [eiser] nu speelt, wordt de kleedkamer door een beheerder afgesloten tijdens trainingen en alleen door diezelfde beheerder geopend.

Subsidiair geldt dat sprake is van een onrechtmatige daad. FC Dordrecht heeft het voor derden gemakkelijk gemaakt zich toegang te verschaffen tot kostbare, persoonlijke zaken van [eiser] en anderen.

Het verweer

6. FC Dordrecht voert – samengevat – als verweer het volgende aan.

Het jeugdteam waarin [eiser] speelde, traint op een afgelegen voetbalveld op enkele honderden meters van het stadion en de kantoren. Daarbij staat een klein, oud gebouw met vijf kleedkamers. De kleedkamers worden zoveel mogelijk afgesloten gehouden, omdat er geen toezicht is. Dat heeft te maken met het feit dat er in het verleden wel eens zwervers en hangjongeren zijn aangetroffen. Daarmee is nog niet de indruk gewekt dat de goederen van de spelers veilig zouden zijn. In het verleden is vaker melding gemaakt van diefstal. Dat wordt vaak besproken met de spelers en daarbij wordt aangegeven dat het gebruik van de kleedkamers voor eigen risico is en dat het niet verstandig is om kostbaarheden in de kleedkamers achter te laten.

Tijdens de trainingen worden de kleedkamers afgesloten en de sleutel wordt bewaard in de kantine van het jeugdhome. De kantine wordt bemand door vrijwilligers. Op 18 december 2017 was de vrijwilliger even niet aanwezig toen twee jongens zich meldden en vroegen om de sleutels van de kleedkamers. Die sleutels zijn door [naam 2] – die er wel was – afgegeven.

Er is geen sprake van een bewaarnemingsovereenkomst en die indruk is ook niet gewekt.

FC Dordrecht heeft slechts een kleedkamer ter beschikking gesteld. Het achterlaten van persoonlijke spullen is voor eigen rekening en risico.

Van een onrechtmatige daad is ook geen sprake. [eiser] heeft daartoe niet voldoende gesteld.

FC Dordrecht heeft geen norm geschonden en als al wel sprake zou zijn van een tekortkoming of onrechtmatige daad, is deze haar niet toe te rekenen. FC Dordrecht is bovendien niet in verzuim. Als dat al wel zo is, wordt de omvang van de schade betwist. Het achterlaten van extreem dure spullen is een omstandigheid die aan [eiser] kan worden toegerekend. Er is dan ook sprake van eigen schuld.

De buitengerechtelijke incassokosten worden betwist.

Beoordeling van het geschil

7. Primair ligt de vraag voor of in het onderhavige geval sprake is van bewaarneming.

Van een bewaarnemingsovereenkomst is sprake als de ene partij, de bewaarnemer, zich tegenover de andere partij, de bewaargever, verbindt een zaak die de bewaargever hem toevertrouwt of zal toevertrouwen, te bewaren en terug te geven. Uit de parlementaire geschiedenis van dit wetsartikel blijkt dat geen sprake is van een dergelijk toevertrouwen als de overeenkomst er slechts toe strekt dat de ene partij een zaak mag plaatsen in een ruimte die hem door de andere partij ter beschikking wordt gesteld, welke ruimte kan worden afgesloten met behulp van een sleutel die de eerstgenoemde door de andere partij krijgt overhandigd. Daarvan is in dit geval – in tegenstelling tot de stelling van FC Dordrecht – geen sprake. [eiser] heeft immers niet zelf de sleutel overhandigd gekregen, maar

FC Dordrecht heeft de sleutel – en daarmee de spullen in de kleedkamer – bewaard.

Immers, ter zitting is komen vast te staan dat beleid was om de kleedkamer tijdens trainingen af te sluiten en de sleutel in het sleutelkastje in het jeugdhome te hangen. Dat is in dit geval, tijdens de training op 18 december 2017, ook gebeurd. Met dit beleid is bij de spelers, waaronder [eiser] , het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat FC Dordrecht zorg droeg voor de persoonlijke spullen die in de afgesloten ruimte lagen zonder dat daar onbevoegde personen bij konden. Naar het oordeel van de kantonrechter is aldus sprake van bewaarneming. De verantwoordelijkheid voor de sleutels – en daarmee de spullen in de kleedkamer – is door dit beleid bij FC Dordrecht gelegd.

8. Op grond van artikel 7:602 BW moest FC Dordrecht bij de bewaring de zorg van een goed bewaarnemer in acht nemen. Als FC Dordrecht de hier bedoelde zorg niet op zich wilde nemen, althans geen aansprakelijkheid voor diefstal wilde aanvaarden, had het op haar weg gelegen om [eiser] dat duidelijk te maken. FC Dordrecht heeft weliswaar in het algemeen gesteld dat spelers erop worden gewezen dat zij geen dure spullen in de kleedkamers moeten achterlaten en dat FC Dordrecht niet aansprakelijk is in geval van diefstal, maar [eiser] heeft betwist dat hem dit is bericht. Gelet op die betwisting had FC Dordrecht haar standpunt nader moeten concretiseren. Dat heeft zij niet gedaan. Ter zitting is vastgesteld dat hiervan ook niets op papier is gezet en dat er ook geen bordjes hangen met de mededeling dat FC Dordrecht niet aansprakelijk is in geval van diefstal, zodat thans moet worden vastgesteld dat [eiser] hier niet op is gewezen.

9. Dat de sleutels vervolgens door [naam 2] zijn afgegeven aan onbevoegden – en naar voldoende is gebleken, was dat aan de personen die de spullen hebben gestolen – kan FC Dordrecht worden aangerekend. Hierbij acht de kantonrechter het mede van belang dat – zoals [eiser] onweersproken heeft gesteld – andere voetbalclubs, zoals bijvoorbeeld NAC Breda, wel in staat zijn een risicoverminderend sleutelbeheer te hanteren.

10. Gelet op het voorgaande dient FC Dordrecht de schade van [eiser] te vergoeden. Voor zover FC Dordrecht zich bij antwoordakte na de zitting op het standpunt heeft willen stellen dat de door [eiser] opgegeven goederen wellicht niet zijn ontvreemd, wordt dat als tardief aangevoerd gepasseerd, te meer omdat een medewerker van FC Dordrecht in zijn aangifte bij de politie heeft opgegeven welke goederen waren gestolen. Er wordt dan ook uit gegaan van de goederen zoals bij de aangifte zijn opgenomen en zoals door [eiser] nader gespecificeerd bij akte na de zitting. [eiser] is ter zitting in de gelegenheid gesteld zijn schade nader te onderbouwen. Dat heeft hij vervolgens niet, althans onvoldoende gedaan met betrekking tot de Apple oortelefoon (€ 30,--), de portemonnee (€ 49,95), het contante geld (€ 35,--), de begeleiderspas (€ 25,--) en de reparatie van het scherm van de telefoon (€ 151,10). Deze bedragen zullen dan ook worden afgewezen. Het gaat in totaal om een bedrag van € 291,05.

Voor het overige, dus voor een bedrag van € 1.805,45, geldt dat [eiser] zijn schade heeft onderbouwd met betalingsbewijzen van die goederen.

11. Dat schade is ontstaan in de mate zoals [eiser] thans vordert, is mede gelegen in het feit dat hij zeer waardevolle kleding in de kleedkamer heeft achtergelaten. [eiser] heeft weliswaar gesteld dat dat bij dergelijke jeugdteams gebruikelijk was, maar dat standpunt wordt niet van belang geacht. Het achterlaten van kleding met een dergelijke waarde in een voetbalkleedkamer is minstgenomen onverstandig, te meer nu [eiser] ervoor had kunnen zorgen dat hij naar de training ging met minder dure kleding aan. Zijn stelling dat hij rechtstreeks uit school naar de trainingen moest en om die reden de dure kleding aan had, kan hem niet baten. Gelet op de zeer hoge waarde van de kleding kan dit niet volledig ten laste van FC Dordrecht worden gebracht. Er wordt dan ook uitgegaan van een gedeelte eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW, waarbij de verdeling wordt bepaald op 25% voor [eiser] en 75% voor FC Dordrecht. Van het bedrag van € 1.805,45 zal dan ook 75% ofwel € 1.354,09 worden toegewezen.

12. FC Dordrecht is wettelijke rente verschuldigd over voornoemd bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening.

13. Voldoende gebleken is dat [eiser] , nadat FC Dordrecht in verzuim was gekomen, incassohandelingen heeft verricht waartoe hij in redelijkheid kon overgaan. FC Dordrecht is dan ook een vergoeding verschuldigd voor de buitengerechtelijke incassokosten. Deze bedraagt gelet op de toewijsbare hoofdsom en de volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten genormeerde vergoeding € 245,76. Dat bedrag zal worden toegewezen, onder afwijzing van het meer gevorderde. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu niet is gesteld of gebleken dat deze kosten reeds door [eiser] zijn voldaan.

14. FC Dordrecht zal als de (gedeeltelijk) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt FC Dordrecht tot betaling van een bedrag van € 1.599,85, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.354,09 vanaf 20 juli 2018 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt FC Dordrecht in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op:

aan explootkosten

98,01

aan informatiekosten

5,80

aan griffierecht

226,00

aan salaris gemachtigde

360,00

totale kosten

689,81

;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

773