Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:5084

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-06-2019
Datum publicatie
26-06-2019
Zaaknummer
C/10/576480 / KG ZA 19-605
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Thuiszorgorganisatie vordert van KRO-NCRV en Follow the Money (FTM) onder meer een verbod om te berichten over verdachtmakingen tegen haar in uitzendingen op de televisie en de radio.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/576480 / KG ZA 19-605

Vonnis in kort geding van 26 juni 2019

in de zaak van

1 [eiseres sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 1] ,

gevestigd te Breda,

eiseressen,

advocaat mr. P.C. Schouten te Breda,

tegen

1. de vereniging

KRO-NCRV,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. C. Wildeman te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FOLLOW THE MONEY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaten mr. M.Ch. Kaaks en mr. J.E. van Til te Amsterdam,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. T. Abdul-Aliyeva te Amsterdam.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk [eiseressen] genoemd worden en afzonderlijk [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] , gedaagden KRO-NCRV, FTM en [gedaagde sub 3] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de beschikking van deze rechtbank van 21 juni 2019 waarbij het [eiseressen] is toegestaan KRO-NCRV, FTM en [gedaagde sub 3] op verkorte termijn te dagvaarden;

  • -

    de dagvaarding van 24 juni 2019, met producties, alsmede de nadere producties van [eiseressen] ;

  • -

    de producties van KRO-NCRV;

  • -

    de producties van FTM;

  • -

    de akte wijziging/vermeerdering van eis;

  • -

    de akte verzoek behandeling achter gesloten deuren van [eiseressen] ;

  • -

    de mondelinge behandeling van 26 juni 2019;

  • -

    de pleitnota van [eiseressen] ;

  • -

    de pleitnota van KRO-NCRV;

  • -

    de pleitnota van FTM;

  • -

    de pleitnota van [gedaagde sub 3] .

1.2.

Ter zitting is afgewezen het verzoek van [eiseressen] om de deuren te sluiten Het belang van openbaarheid van rechtspraak staat aan inwilliging in de weg.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eiseressen] vordert na eiswijziging en eisvermeerdering dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

ter zake van gedaagde KRO-NCRV

primair:

1. KRO-NCRV onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel betekening van het in dezen te wijzen vonnis verbiedt de aflevering van Pointer, voor zover deze betrekking heeft op [eiseressen] , op welke wijze dan ook te openbaren, meer in het bijzonder openbaarmaking verbiedt van de volgende aantijgingen, verdachtmakingen en onnodig grievende opmerkingen:

a. dat [eiseressen] veel meer zorg declareert dan er wordt geleverd, en

b. dat [eiseressen] lager gekwalificeerd personeel inzet (om de kosten laag te houden), terwijl er voor hoger gekwalificeerd personeel gedeclareerd is, dan wel

c. dat [eiseressen] zorg declareert die door een mantelzorger was geleverd die daarvoor niet zou worden betaald;

d. die [eiseressen] in verband brengen met of beschuldigen van zorgfraude.

2. KRO-NCRV onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel betekening van het in dezen te wijzen vonnis gebiedt de volgende documenten te verstrekken aan [eiseres sub 2] :

a. handgeschreven rapportage van door [eiseres sub 2] aan haar (de vzr begrijpt: [gedaagde sub 3] ) gedeclareerde zorgdiensten zoals aan KRO-NCRV verstrekt door [gedaagde sub 3] ;

b. documenten die dienen als steun in de feiten voor beschuldiging dat [eiseres sub 2] zorgdiensten en/of hulpdiensten niet heeft geleverd die wel zijn gefactureerd en waarop [eiseres sub 2] deze verdachtmaking heeft gebaseerd;

c. documenten die dienen als steun in de feiten voor de beschuldiging dat [eiseres sub 2] minder gekwalificeerd personeel zou inzetten voor zorg die door meer gekwalificeerd personeel moet worden gegeven met als doel meer geld te verdienen en waarop KRO-NCRV deze verdachtmaking heeft gebaseerd;

d. de documenten die KRO-NCRV aan DSW Verzekeringen heeft getoond voorafgaande of tijdens het interview met bestuursvoorzitter [persoon 1] van DSW Zorgverzekeringen;

3. bepaalt dat KRO-NCRV een dwangsom van € 50.000,-- verbeurt voor iedere keer dat zij één van de hiervoor onder 1 en 2 genoemde verboden overtreedt, met een maximum van € 500.000,--;

4. KRO-NCRV, waaronder journalisten die verbonden zijn aan KRO-NCRV, onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel betekening van het in dezen te wijzen vonnis, gebiedt hun tweets en andere uitlatingen waarin [eiseressen] met naam en toenaam zijn genoemd te verwijderen en verwijderd te houden;

5. bepaalt dat KRO-NCRV een dwangsom van € 5.000,-- verbeurt voor iedere keer dat zij één van de hiervoor onder 4 genoemde verboden overtreedt, met een maximum van € 100.000,--,

subsidiair:

  1. KRO-NCRV onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel betekening van het in dezen te wijzen vonnis verbiedt via welk medium dan ook de voornaam en achternaam van [eiseres sub 1] te vermelden en haar portret af te beelden, alsmede de naam c.q. enige afbeelding van [eiseres sub 2] te vermelden;

  2. bepa dat KRO-NCRV een dwangsom van € 50.000,-- verbeurt voor iedere keer dat zij één van de hiervoor onder 1 genoemde verboden overtreedt, met een maximum van € 500.000,--,

primair en subsidiair:

KRO-NCRV veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten,

ter zake van gedaagde FTM

primair:

1. FTM onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel betekening van het in dezen te wijzen vonnis verbiedt het voorgenomen artikel, voor zover dit betrekking heeft op [eiseressen] , op welke wijze dan ook te openbaren, meer in het bijzonder openbaarmaking verbiedt van de volgende aantijgingen:

a. dat [eiseressen] veel meer zorg declareert dan er wordt geleverd, en

b. dat [eiseressen] lager gekwalificeerd personeel inzet (om de kosten laag te houden), terwijl er voor hoger gekwalificeerd personeel gedeclareerd is, dan wel

c. dat [eiseressen] zorg declareert die door een mantelzorger was geleverd die daarvoor niet zou worden betaald;

d. die [eiseressen] in verband brengen met of beschuldigen van zorgfraude.

2. bepaalt dat FTM een dwangsom van € 50.000,-- verbeurt voor iedere keer dat zij één van de hiervoor onder 1 genoemde verboden overtreedt, met een maximum van € 500.000,--;

3. FTM, waaronder journalisten die verbonden zijn aan FTM, onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel betekening van het in dezen te wijzen vonnis, gebiedt hun tweets en andere uitlatingen waarin [eiseressen] met naam en toenaam zijn genoemd te verwijderen en verwijderd te houden;

4. bepaalt dat FTM een dwangsom van € 5.000,-- verbeurt voor iedere keer dat zij één van de hiervoor onder 3 genoemde verboden overtreedt, met een maximum van € 100.000,--,

subsidiair:

  1. FTM onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel betekening van het in dezen te wijzen vonnis verbiedt via welk medium dan ook de voornaam en achternaam van [eiseres sub 1] te vermelden en haar portret af te beelden, alsmede de naam c.q. enige afbeelding van [eiseres sub 2] te vermelden;

  2. bepaalt dat FTM een dwangsom van € 50.000,-- verbeurt voor iedere keer dat zij één van de hiervoor onder 1 genoemde verboden overtreedt, met een maximum van € 500.000,--,

primair en subsidiair:

FTM veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten,

ter zake van gedaagde [gedaagde sub 3]

  1. [gedaagde sub 3] onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel na betekening van het in dezen te wijzen vonnis verbiedt direct of indirect, op welke wijze dan ook, feitelijke beschuldigingen jegens [eiseressen] te uiten en of berichten te verspreiden die verband houden met de huishoudelijke ondersteuning en zorg die [gedaagde sub 3] en/of haar echtgenoot heeft/hebben ontvangen van 12 februari 2016 tot en met 28 augustus 2016, althans de periode waarin [gedaagde sub 3] en haar echtgenoot door [eiseressen] van zorg en huishoudelijke ondersteuning werden voorzien;

  2. [gedaagde sub 3] onmiddellijk na de mondelinge uitspraak dan wel na betekening van het in dezen te wijzen vonnis verbiedt de volgende documenten te verstrekken aan derden, dan wel op andere wijze te openbaren:

a. handgeschreven rapportage van zorgdiensten aan haar geleverd door haarzelf opgesteld;

3. bepaalt dat [gedaagde sub 3] een dwangsom van € 1.000,-- verbeurt voor iedere keer dat zij één van de hiervoor onder 1 en 2 genoemde verboden overtreedt, met een maximum van € 25.000,--;

4. [gedaagde sub 3] veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten.

2.2.

KRO-NCRV, FTM en [gedaagde sub 3] voeren ieder voor zich verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

inleiding

3.1.

KRO-NCRV is voornemens hedenavond (26 juni 2019) een televisieprogramma uit te zenden onder de naam Pointer, de zorgcowboys, in welk programma [eiseressen] ter sprake zullen komen; ook is zij voornemens op 30 juni 2019 een radioprogramma op Radio 1 uit te zenden, waarvoor hetzelfde geldt. FTM is voornemens binnenkort een artikel te wijden aan de zorgsector in haar serie Zorgcowboys, waarin [eiseressen] ter sprake zullen komen. Niet in geschil is dat [eiseressen] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen voor zover die zien op de gevorderde ver- en geboden aangaande deze op handen zijnde publicaties.

ten aanzien van KRO-NCRV en FTM

3.2.

Het uitgangspunt is het censuurverbod van artikel 7 van de Grondwet jo artikel 10 EVRM: men mag publiceren –of op radio of televisie uitzenden- wat men wil zonder voorafgaande toestemming (van de rechter) nodig te hebben. Op een algeheel verbod zien de vorderingen echter niet. De vorderingen zien op specifieke elementen van de uitzending van KRO-NCRV van 26 juni 2019/de radio-uitzending van 30 juni 2019 en de berichtgeving door FTM via de website, naar aanleiding van specifieke berichten die een voldoende beeld geven van wat KRO-NCRV en FTM zullen publiceren.

Bij hoge uitzondering kan, ook reeds vooraf, worden ingegrepen om evident onrechtmatige publicaties te voorkomen als te verwachten valt dat deze onherstelbare schade zullen toebrengen. In dat verband komt het voorts aan op de vraag in hoeverre de vrijheid van meningsuiting van artikel 10 EVRM beknot dient te worden in verband met de door artikel 8 EVRM beschermde privacy-belangen van [eiseres sub 1] . Omdat de naam van [eiseres sub 1] deel uitmaakt van de [eiseres sub 2] , werkt in zoverre de bescherming van artikel 8 EVRM door.

3.3.

[eiseressen] meent dat het om evident onrechtmatige uitlatingen gaat omdat de basis van de publicaties gevormd zal worden door uitlatingen van [gedaagde sub 3] , dat onvoldoende controleerbaar feitelijk onderzoek is gedaan en [eiseressen] onvoldoende gelegenheid heeft gehad tot behoorlijk weerwoord. Zij vreest dat gemeentes en zorgverzekeraars de banden zullen verbreken, met de teloorgang van het bedrijf en de 45 arbeidsplaatsen en dus onomkeerbare schade tot gevolg.

Tussen partijen staat vast dat het hier om een onderwerp van grote maatschappelijke relevantie gaat. In de uitzending zal, naar door KRO-NCRV en FTM is betoogd, met name aandacht worden geschonken aan de hoge winstmarge van [eiseres sub 2] (circa 40% in een sector waar circa 3% de norm is) en aan de beoogde dividenduitkering van een miljoen euro aan de holding van [eiseres sub 1] . Het is de bedoeling dat de vergaarde informatie wordt voorgelegd aan een aantal deskundigen dat daarover in de uitzending hun mening geeft. Toegelicht is dat, en hoe, uitgebreid feitelijk onderzoek is gedaan. De informatie van mevrouw [gedaagde sub 3] speelt daarin slechts een beperkte rol.

Tegen die achtergrond is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het in ieder geval om een zakelijke kwestie gaat en dat voldoende steun in de feiten beschikbaar is voor het uitgangspunt. De winstmarge en de beoogde dividenduitkering worden niet betwist, zodat in ieder geval in die zin sprake is van vaststaande feiten.

Dat er, ter verklaring van die feiten, uitlatingen zullen worden gedaan zoals bedoeld in het primair gevorderde van KRO-NCRV en FTM onder 1 a-d is voorshands niet evident onrechtmatig. Pas achteraf zal daarover een nader oordeel geveld kunnen worden.

Dat wordt niet anders doordat die uitlatingen schadelijke gevolgen kunnen hebben voor [eiseressen] en andere verklaringen voor die cijfers denkbaar zijn. De mogelijkheid tot wederhoor die geboden is, is adequaat geweest. Er is ruim drie weken tevoren een zeer gedetailleerde vragenlijst aan [eiseressen] toegezonden. Het was niet noodzakelijk, en het kon, gelet op de journalistieke bronnenbescherming ook niet worden verlangd, dat bij die vragenlijst al het onderliggend bronmateriaal werd overgelegd. Uit de uitvoerige beantwoording blijkt ook dat [eiseressen] in staat was op die vragen te reageren. Ter zitting is expliciet verklaard dat de reactie van [eiseressen] ook in de uitzending aan de orde zal komen. Op die manier wordt ook voor het publiek dat kennisneemt van de uitzending het standpunt van [eiseressen] voldoende duidelijk. Bovendien heeft [eiseressen] zélf afgezien van de haar geboden mogelijkheid om haar visie voor de camera duidelijk te maken. Voor zover [eiseressen] zich heeft beroepen op uit de publicaties voortvloeiende aanzienlijke schade, heeft te gelden dat de privé-reputatie van [eiseres sub 1] niet in het geding is en dat de financiële schade die [eiseressen] vreest niet nader is onderbouwd. Mede gelet op de door de FTM concreet aangehaalde voorbeelden van andere zorgaanbieders bij wie publicaties dergelijke gevolgen niet gehad hebben, acht de voorzieningenrechter die kans op schade niet zo groot dat daarop een verbod als gevorderd gebaseerd zou kunnen worden.

Deze vorderingen worden dus afgewezen, nu zeer bijzondere omstandigheden die tot een preventief ingrijpen als gevorderd zouden kunnen leiden niet aannemelijk zijn geworden.

3.4.

De subsidiaire vordering ziet mede op afbeelding van het portret van [eiseres sub 1] . Nu ter zitting is verklaard dat haar gezicht zal worden geblurred in de uitzending, is daarbij in zoverre geen belang. Voor het overige behoort tot de voorlichtende functie van KRO-NCRV en FTM in het kader van de berichtgeving dat zo concreet en controleerbaar mogelijk wordt aangegeven om welke onderneming het gaat. Dat belang weegt zwaarder dan het belang van [eiseressen] bij anonimiteit.

voorts ten aanzien van KRO-NCRV

3.5.

Wat betreft de gevorderde stukken is ter zitting gebleken dat de handgeschreven rapportage al aan [eiseressen] door middel van de link in de e-mail van 7 juni 2019 was bijgevoegd. KRO-NCRV heeft zich bereid verklaard om die stukken zo nodig nogmaals toe te zenden, zodat [eiseressen] bij dit deel van de vordering geen belang heeft. Wat de overige stukken betreft, wordt de vordering afgewezen, omdat een algemene verplichting om dergelijk bronmateriaal over te leggen naar Nederlands recht niet bestaat. Aan de vereisten van artikel 843a Rv is niet voldaan, reeds omdat niet valt in te zien welk rechtmatig en spoedeisend belang [eiseressen] daarbij op dit moment heeft, nu de precieze inhoud van de uitzendingen nog niet bekend is.

voorts ten aanzien van FTM

3.6.

Voor zover [eiseressen] hebben bedoeld ook van FTM afgifte van documenten te vorderen, staat dat onvoldoende duidelijk in het petitum, terwijl de eis op dat punt ook niet vermeerderd is. Voor zover [eiseressen] heeft bedoeld de eis ter zitting mondeling te vermeerderen en voor zover het daartegen gericht bezwaar van FTM verworpen zou worden, is die eis niet toewijsbaar op dezelfde gronden als hiervoor ten aanzien van KRO-NCRV weergegeven.

3.7.

Voor het primair gevorderde gebod onder 3 om tweets en andere uitlatingen te verwijderen en verwijderd te houden, bestaat tegen de achtergrond van het voorgaande geen rechtsgrond. Daaraan wordt toegevoegd dat de enkele omstandigheid dat er getwitterd is voordat de kortgedingzitting plaatsvond niet op zichzelf onrechtmatig is terwijl de inhoud van de tweet ook niet nodeloos grievend geformuleerd is.

ten aanzien van [gedaagde sub 3]

3.8.

Uitgangspunt moet zijn dat het vonnis van de kantonrechter 15 juni 2018 tussen [eiseres sub 2] en [gedaagde sub 3] gezag van gewijsde heeft. De enkele omstandigheid dat [gedaagde sub 3] bij dat vonnis in het ongelijk is gesteld en dat uit de overwegingen blijkt dat de rechter een aantal van haar beweringen niet als juist heeft aanvaard is als zodanig onvoldoende grond voor een verbod als gevorderd. De vrijheid van meningsuiting laat immers in algemene zin aan procespartijen die in het ongelijk gesteld zijn de ruimte om zich over de onderliggende kwestie te uiten, ook in de zin van negatieve uitlatingen. Daarbij komt dat inmiddels de door KRO-NCRV in het geding gebrachte, maar aan de bodemrechter niet bekend, e-mails van [persoon 2] een nieuw licht op de zaak werpen.

3.9.

Voor wat betreft de documenten heeft [eiseressen] geen rechtens te respecteren, laat staan spoedeisend belang, omdat dat om dezelfde documenten gaat als in de link bij het e-mailbericht van 7 juni 2019 zijn opgenomen en die stukken al bij KRO-NCRV en FTM bekend zijn en [eiseressen] daarover zelf ook beschikt. Daarbij is nog daargelaten dat geen rechtsgrond bestaat voor een dergelijk verbod om eigen stukken naar believen met anderen te delen; onrechtmatig is dat, behoudens zeer bijzondere omstandigheden die niet aannemelijk geworden zijn, niet.

proceskosten

3.10.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiseressen] in de proceskosten worden veroordeeld.

3.10.1.

Deze kosten worden aan de zijde van KRO-NCRV bepaald op:

  • -

    griffierecht € 639,00

  • -

    salaris advocaat € 980,00

  • -

    totaal € 1.619,00.

3.10.2.

Deze kosten worden aan de zijde van FTM bepaald op:

  • -

    griffierecht € 639,00

  • -

    salaris advocaat € 980,00

  • -

    totaal € 1.619,00.

3.10.3.

Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde sub 3] bepaald op:

  • -

    griffierecht € 297,00

  • -

    salaris advocaat € 980,00

  • -

    totaal € 1.277,00.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiseressen] in de proceskosten, aan de zijde van KRO-NCRV begroot op
€ 1.619,00, aan de zijde van FTM begroot op € 1.619,00 en aan de zijde van [gedaagde sub 3] begroot op € 1.277,00;

verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2019.

901/106