Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:3888

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-05-2019
Datum publicatie
16-05-2019
Zaaknummer
C/10/555104 / HA ZA 18-702
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet voldaan aan totstandkomingsvereiste overeenkomst. Geen aanspraak op nakoming in precontractuele fase. Geen rekening-courantverhouding overeengekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Zittingsplaats Rotterdam

Zaaknummer / rolnummer: C/10/555104 / HA ZA 18-702

Vonnis van 8 mei 2019

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. R.F. van Leeuwen te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GAME WORLD B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. L. Hennink te Rotterdam.

Partijen worden hierna [eiser] en Game World genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 12 juli 2018, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties;

  • -

    de brief van 21 november 2018 van de griffier waarin partijen worden opgeroepen voor de comparitie van partijen;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 17 januari 2019;

  • -

    het faxbericht zijdens Game World d.d. 4 februari 2019;

  • -

    het faxbericht zijdens [eiser] d.d. 11 februari 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil in conventie

2.1.

[eiser] vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. een verklaring voor recht dat partijen bij email van 6 juli 2017 overeenstemming hebben bereikt over de afspraken die hierna onder 2.2 staan vermeld, welke afspraken tussen partijen bindend zijn;

II. Game World te veroordelen tot nakoming van de onder I. bedoelde afspraken op straffe van een dwangsom;

III. Game World te veroordelen tot betaling aan [eiser] van € 1.765,- aan buitengerechtelijke kosten;

IV. Game World te veroordelen in de proceskosten waaronder de nakosten.

2.2.

[eiser] heeft aan zijn vordering - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

Omstreeks december 2014 zijn [eiser] en Game World een samenwerking aangegaan, in welk kader Game World de activa en passiva van de eenmanszaak van [eiser] , [bedrijf eiser] , heeft overgenomen. Partijen hebben hun samenwerking vormgegeven onder de handelsnaam “ [handelsnaam] ( [handelsnaam] )” en afgesproken dat [eiser] 1/3e deel van de winst toekomt. [eiser] heeft vanaf het moment van oprichting van [naam bedrijf] tot 1 augustus 2017 werkzaamheden voor [naam bedrijf] verricht als commercieel directeur. Hij ontving daarvoor van [naam bedrijf] maandelijks een betaling van € 2.600,-. Op enig moment is tussen partijen onenigheid ontstaan over de financiële afwikkeling van de overname van de activiteiten van [bedrijf eiser] , alsmede de financiële vergoeding van de werkzaamheden van [eiser] voor [naam bedrijf] . Ter beslechting van dit geschil hebben partijen in juli 2017 via email overleg gehad en afspraken gemaakt. Uit de email-correspondentie die tussen 4 en 6 juli 2017 tussen partijen heeft plaatsgevonden is op te maken dat zij het volgende zijn overeen-gekomen:

  1. [eiser] zou per 1 april 2017 tot en met 31 maart 2018 maandelijks aan het einde van de maand een bedrag ad € 8.250,- (exclusief btw) aan Game World factureren. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: een basis fee van € 5.000,- exclusief btw voor de verrichte werkzaamheden en € 3.250,- exclusief btw verhoging ter verrekening van de afwikkeling van [bedrijf eiser] .

  2. Door facturering en betaling van bovenvermeld maandelijks bedrag, worden de werkzaamheden van [eiser] voor [naam bedrijf] vergoed. Voor de betalingen voorafgaand aan 1 april 2017 zal [eiser] tevens facturen opmaken, aangezien dat ook vergoedingen voor de door [eiser] verrichte werkzaamheden betroffen. [eiser] ontving over deze periode maandelijks een bedrag ad € 2.600,- voor zijn werkzaamheden.

  3. [eiser] zou maandelijks een bedrag ad € 1.000,- aan Game World betalen ter aflossing van de lening ter zake van de auto ad € 12.000,-, welk bedrag zou worden ingehouden van de totale maandelijks te factureren (en te betalen) fee.

  4. Bij een brutowinstmarge van [naam bedrijf] boven de € 15.000,- zou [eiser] een commissie ter hoogte van 10% van de brutowinst boven de € 15.000,- ontvangen.

  5. Na voldoening van het bovenstaande verlenen partijen elkaar algehele en finale kwijting.

  6. [eiser] zal alle afspraken omtrent de vergoeding van diens werkzaamheden voor [naam bedrijf] vastleggen in een consultancyovereenkomst.

  7. Game World zal de door [eiser] op te sturen facturen voor het eerste kwartaal van 2017, welke in totaal een te betalen vergoeding ad € 24.750,- exclusief btw bedragen, aan [eiser] uitbetalen.

Na het bereiken van overeenstemming over bovenvermelde punten, heeft Game World zich op het standpunt gesteld dat in de bedoelde consultancyovereenkomst onder meer een relatiebeding, non-concurrentiebeding en een verbrekingsclausule dienen te worden opgenomen. Dit is echter nooit onderdeel geweest van de tussen partijen gevoerde gesprekken en partijen zijn dit niet overeengekomen. Partijen zijn vervolgens in een uitgebreide discussie over de gemaakte afspraken verzand. Het geschil tussen partijen is dusdanig opgelopen, dat een vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk bleek. Zij hebben daarom op 14 augustus 2017 de samenwerking beëindigd.

2.3.

Game World betwist de vordering. Zij voert daartoe - kort samengevat - het volgende aan.

Tussen partijen is geen overeenkomst tot stand gekomen. Er is weliswaar overeenstemming bereikt over de grote lijnen en financiële punten, maar over essentialia van de overeenkomst zoals het relatie- en non-concurrentiebeding is geen overeenstemming bereikt. Game World heeft uitdrukkelijk de voorwaarde gesteld dat er een getekende consultancyovereenkomst zou komen. De samenwerking tussen partijen is voorts op 14 augustus 2017 beëindigd.

3 Het geschil in reconventie

3.1.

Game World heeft gevorderd [verweerder] te veroordelen tot betaling van € 88.166,34, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2017 en buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.

3.2.

Aan haar vordering heeft Game World - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

Nu de samenwerking tussen partijen is geëindigd, dient [verweerder] zijn rekening-courantschuld af te rekenen. Aan [verweerder] is maandelijks € 2.600,- betaald als voorschot op de winstdeling. Verder heeft Game World voor [verweerder] € 31.542,78 aan schuldeisers betaald. In totaal heeft Game World van [verweerder] een bedrag tegoed van € 88.166,34.

3.3.

[verweerder] betwist de vordering. Hij voert daartoe - kort samengevat - aan dat hij nooit heeft ingestemd met een rekening-courantverhouding. Bovendien zijn partijen overeen-gekomen dat [verweerder] maandelijks een bedrag gelijk aan 1/12e deel van de aan hem betaalde bedragen als vergoeding voor zijn werkzaamheden aan Game World zou factureren, zodat Game World de gestelde rekening-courantschuld op die manier administratief zou kunnen verwerken.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

[eiser] verlangt nakoming van een overeenkomst, waarvan Game World de totstandkoming betwist.

4.2.

Game World stelt dat zij uitdrukkelijk als voorwaarde voor de totstandkoming van een overeenkomst tussen partijen heeft gesteld dat er een getekende consultancy-overeenkomst zou komen. Deze stelling vindt steun in de door partijen overgelegde email-correspondentie. Zo blijkt uit de emailcorrespondentie van 4 en 6 juli 2017 dat partijen het volgende hebben afgesproken:

“Voor de volledigheid we zijn pas akkoord als alles wederzijds bevestigd en vastgelegd is.”

“ [eiser] zal alles vastleggen in een (consultancy) overeenkomst.”

“Financiele afwikkeling kan pas plaatsvinden na;

1) Akkoord van [eiser] op bovenstaande overeenkomst.

2) Ontvangst van getekende consultancy overeenkomst.”

4.3.

De kwalificatie van bedoelde voorwaarde als vereiste voor de totstandkoming van de overeenkomst tussen partijen, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit bovenvermelde teksten. Door [eiser] zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat hij de afspraken omtrent de vastlegging in een consultancy-overeenkomst anders mocht begrijpen. Dit betekent dat, nu vaststaat dat nooit een consultancyovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, er ook geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Partijen zijn aldus blijven steken in de precontractuele fase.

4.4.

De kennelijke stelling van [eiser] dat Game World de totstandkoming van de overeenkomst heeft gefrustreerd doordat zij onverwacht en onterecht in de consultancy-overeenkomst onder meer een relatiebeding, non-concurrentiebeding en een verbrekings-clausule wilde bedingen, moet naar het oordeel van de rechtbank worden geplaatst binnen de rechtsregels omtrent de precontractuele fase. De vordering van [eiser] strekt echter tot nakoming van de gemaakte afspraken. Gelet op het voorgaande kan niet worden geoordeeld dat bedoelde afspraken partijen onvoorwaardelijk binden, nog daargelaten dat partijen het erover eens zijn dat hun samenwerking in augustus 2017 is beëindigd. De vordering wordt daarom afgewezen. De nevenvordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten deelt in hetzelfde lot.

4.5.

[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Game World worden begroot op:

- griffierecht 626,00

- salaris advocaat 1.086,00 (2,0 punten × tarief € 543,00)

Totaal € 1.712,00

in reconventie

4.6.

Game World vordert wegens de beëindiging van de samenwerking tussen partijen afrekening van een rekening-courantverhouding, die door [verweerder] uitdrukkelijk wordt betwist.

4.7.

Game World stelt ter onderbouwing van haar vordering niet welke afspraken tussen partijen omtrent een rekening-courantverhouding zijn gemaakt. Game World stelt alleen dat partijen hebben afgesproken dat [verweerder] maandelijks € 2.600,- zou ontvangen als voorschot op de afgesproken winstdeling. Dat de maandelijks ontvangen bedragen als voorschot op de winstdeling moeten worden aangemerkt, wordt door [verweerder] betwist. In het kader van de onderhandelingen over een allesomvattende overeenkomst hebben partijen de betalingen aangemerkt als een vergoeding voor de door [verweerder] verrichte werkzaamheden, hetgeen volgt uit de hiervoor onder 2.2.2. weergegeven afspraak, waarvan door Game World niet is betwist dat deze is gemaakt en als zodanig uit de

email-correspondentie tussen partijen kan worden afgeleid. Nergens blijkt uit dat partijen, al dan niet onder voorwaarden, een terugbetalingsverplichting voor [verweerder] hebben afgesproken. Dit geldt te meer voor hetgeen Game World verder in het kader van de gestelde rekening-courantverhouding van [verweerder] vordert, zoals bedragen die Game World voor [verweerder] aan zijn schuldeisers heeft betaald. Dat met [verweerder] terzake een terugbetalings-verplichting is overeengekomen, is door Game World niet eens gesteld, terwijl [verweerder] reeds bij dagvaarding heeft aangevoerd dat hij enige rekening-courantschuld betwist.

4.8.

Game World heeft weliswaar aangevoerd dat de rekening-courantschuld aan de orde is gekomen in de emailcorrespondentie tussen partijen van 4 juli 2017, maar dat partijen in de onderhandelingen over een allesomvattende overeenkomst afspraken hebben gemaakt over verrekening/betaling van door Game World voor [verweerder] betaalde bedragen en in dit kader de benaming RC hebben gebruikt, doet geen afbreuk aan hetgeen hiervoor is overwogen. Van die afspraken kan immers, zoals in conventie is overwogen en beslist, thans geen nakoming worden verlangd. Game World heeft onvoldoende onderbouwd dat [verweerder] zich los van deze afspraken heeft verplicht enig bedrag aan haar te voldoen.

4.9.

De vordering wordt dan ook afgewezen. De nevenvordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten deelt in hetzelfde lot.

4.10.

Game World wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op:

- griffierecht 79,00

- salaris advocaat 2.148,00 (2,0 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 2.227,00

5 De beslissing

De rechtbank,

in conventie:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Game World tot op heden begroot op € 1.712,00;

in reconventie:

5.3.

wijst de vordering af;

5.4.

veroordeelt Game World in de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 2.227,00, rechtstreeks te voldoen aan de advocaat van [verweerder] ;

5.5.

verklaart dit vonnis voor wat de proceskostenveroordeling in reconventie betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2019.

2279