Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:3632

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-05-2019
Datum publicatie
27-05-2019
Zaaknummer
C/10/556723 / HA ZA 18-774
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afgebroken onderhandelingen. Geen overeenkomst tot stand gekomen. Gerechtvaardigd vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen. Negatief contractsbelang moet worden vergoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/556723 / HA ZA 18-774

Vonnis van 8 mei 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALMAT B.V.,

gevestigd te Laren Gld,

eiseres,

advocaat mr. S.M.C. Verheyden te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DOOSAN INFRACORE EUROPE B.V.,

gevestigd te Groot-Ammers,

2. de vennootschap naar Tsjechisch recht

DOOSAN BOBCAT EMEA S.R.O.,

gevestigd te Praag, Tsjechische Republiek,

gedaagden,

advocaat mr. R. Faasen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Almat en Doosan Infraforce en Doosan Bobcat genoemd worden. Doosan Infraforce en Doosan Bobcat gezamenlijk zullen hierna Doosan genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens akte overlegging producties,

  • -

    het tussenvonnis (per oproepbrief) van 5 december 2018,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 29 januari 2019 en de daarin vermelde processtukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Doosan is een van oorsprong Zuid-Koreaanse producent van industriële voer- en werktuigen, meer in het bijzonder van grondverzetmachines. Onder de Doosan-groep vallen verschillende entiteiten, waaronder het naar Belgisch recht opgerichte Doosan Infraforce Europe SA en Doosan Bobcat. Gedurende de periode waarin de feiten in deze procedure spelen is het Europese hoofdkwartier van de Doosan-groep verplaatst van (de regio) Brussel naar (de regio) Praag. De vanuit de Doosan-groep bij het onderhavige feitencomplex betrokken personen werkten eerst voor Doosan Infraforce Europe SA en thans voor Doosan Bobcat.

Per 12 juli 2016 zijn activiteiten van Doosan Infraforce Europe SA overgedragen aan Doosan Infraforce Europe B.V. (gedaagde sub 1) en aan Doosan Bobcat.

2.2.

In november 2012 heeft Doosan de exclusieve distributieovereenkomst voor de verkoop van door Doosan geproduceerde industriële bouwwerktuigen voor Nederland, die zij reeds jarenlang met Road Benelux B.V. (verder: Road) had, partieel opgezegd. Deze opzegging vond plaats in verband met een strategische wijziging die inhield dat Doosan Nederland wilde verdelen in drie regio’s die door zelfstandige distributeurs zouden worden bediend.

2.3.

Over de voormelde opzegging is geprocedeerd. De uitkomst daarvan was dat Road vanaf 14 mei 2014 nog slechts exclusief distributeur in de regio Midden-Nederland was.

2.4.

Vanaf 9 mei 2013 is Staad B.V. (verder: Staad ) exclusief Doosan-dealer in de regio Zuid (provincies Limburg, Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland).

2.5.

Vanaf 14 mei 2014 is Machinehandel Anema & Zonen B.V. (verder: Anema ) exclusief Doosan-dealer in de regio Noord (provincies Groningen, Friesland, Drente en Noord-Holland).

2.6.

Op 12 mei 2016 heeft Doosan opnieuw de distributieovereenkomst met Road opgezegd en wel tegen 12 november 2016. Bij vonnis van 23 november 2016 is door de rechtbank Gelderland bepaald dat die opzegging rechtsgeldig was. Uiteindelijk is op 28 november 2017 tussen Doosan en Road een vaststellingsovereenkomst gesloten.

2.7.

Vanaf 2008 verkoopt, verhuurt en onderhoudt Almat graaf- en grondverzetmachines van Doosan. Ook fungeerde zij sindsdien feitelijk als sub-dealer van Road voor wat betreft Doosan-materieel in het oostelijk deel van de provincie Gelderland. De heer [naam 1] (verder: [naam 1] ) is middellijk bestuurder van Almat.

2.8.

Almat heeft zich vanaf medio 2015 gericht op het verwerven van het Doosan-distributeurschap voor Midden-Nederland. Contactpersoon voor Almat bij Doosan was de heer [naam 3] , Regional Manager France Nord et Benelux van Doosan (verder: [naam 3] ). Hij was ook voor Staad en Anema het aanspreekpunt bij Doosan.

2.9.

Almat heeft een businessplan gemaakt met haar plannen voor de invulling van het Doosan-dealerschap in de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland (verder: het rayon Midden). Dit plan is besproken tijdens een bijeenkomst met [naam 3] op 3 november 2015.

2.10.

Bij e-mail van 3 december 2015 heeft [naam 1] aan [naam 3] gevraagd of hij hem kon vertellen wat de status is van het verzoek om Almat dealer voor Doosan voor het midden/oosten van Nederland te maken. Hierop heeft [naam 3] die dag per e-mail geantwoord:

“I anderstand (de rechtbank leest: understand) well but I had to repeat that we have an official dealer named ROAD for the moment

I will call you next week to inform to you about situation but nothing change, just a question of method, time and process.”

2.11.

Bij e-mail van 17 mei 2016 heeft [naam 1] aan [naam 3] – voor zover hier van belang – geschreven:

“[…]

As discussed I would like to receive a letter of intent and a contract starting 6 month from now.

[…]

I want a response and action. all this is very bad for my business

Hierop heeft [naam 3] bij e-mail van 18 mei 2016 geantwoord:

“I understand very well the situation you can have in the field. Our advantage is to be able to clarify the situation at the earliest for Almat and Doosan. Also we have engaged as you know the process for the appointment of a new candidate Almat. This process will confirm our willingness to appoint Almat but we cannot do it as fast as we would like. Letter of intent is one of the steps in a couple of week[s].

I will meet you at TDK to speak details and introduce the people from Doosan aftermarket.”

2.12.

Bij e-mail van 22 augustus 2016 heeft [naam 3] aan [naam 1] – voor zover hier van belang – geschreven:

“[…] I confirm that we want ALMAT to replace as previous Road. […]”

2.13.

Op verzoek van Doosan heeft Almat bij e-mail van 12 oktober 2016 een geactualiseerde versie van het in het najaar van 2015 toegezonden businessplan en haar financiële cijfers aan Doosan toegezonden.

2.14.

Bij e-mail van 18 oktober 2016 heeft [naam 1] onder meer aan [naam 3] gevraagd:

“What is the reason that you are not sending the letter of intent [to] me and offering me the contract by 01-01-2017.”

Hierop heeft [naam 3] bij e-mail van 19 oktober 2016 als volgt geantwoord:

“We have an internal process on going. I keep you informed before end of week where we are but no issues”

2.15.

Eind 2016/begin 2017 hebben Almat en Doosan de volgende documenten uitgewisseld:

- een door Almat, Staad en Anema ondertekende kaart waarin de gebiedsgrenzen van de rayons zuid, midden en noord zijn aangegeven, door [naam 1] toegezonden aan [naam 3] bij e-mail van 24 november 2016;

- een model van een distributieovereenkomst op verzoek van [naam 1] aan hem door [naam 3] toegezonden bij e-mail van 30 november 2016,

- de winst- en verliesrekening van Almat en de geactualiseerde financiële gegevens van Almat namens [naam 1] toegezonden aan [naam 3] bij e-mail van 12 december 2016,

- een kaart met een precisering van het beoogde rayon midden door [naam 3] toegezonden aan [naam 1] bij e-mail van 19 januari 2017.

2.16.

Bij e-mail van 17 februari 2017 heeft [naam 3] Almat uitgenodigd voor een dealer-meeting en daarbij – voor zover hier van belang – aan [naam 1] medegedeeld:

“[…]

We have an opportunity for couple of place for you and customers (from 2 to 5 each)

[…]

For you [naam 1] is an opportunity as new dealer, […]”

2.17.

Bij een bezoek van [naam 3] aan Almat op 12 april 2017 hebben hij en [naam 1] gezamenlijk op de portal van Doosan het formulier “New Doosan Distributor Account Request” ingevuld.

2.18.

In mei 2017 en begin juni 2017 heeft [naam 1] op verzoek van [naam 3] de verkoopprognoses van Almat voor 2019 per e-mail aan [naam 3] toegezonden en een toelichting op de verkoopprognoses en de financiële cijfers van Almat gegeven.

2.19.

Bij e-mail aan [naam 1] van 18 juli 2017 heeft [naam 3] het volgende medegedeeld:

“We confirm that Doosan solicited the candidature of the company Almat, Laren to be the exclusive concessionaire of the following free provinces: Gelderland, Overijssel, Flevoland. The process engaged is to be exclusive distributor for full range of Doosan products branded Doosan as well as spare parts.

Doosan will communicate officially later and we hope that the collaboration will be fruitful for both companies.”

2.20.

Bij e-mail van 18 juli 2017 heeft [naam 1] aan de heer [naam 2] , Heavy Sales Director Europe van Doosan, (verder: [naam 2] ) – voor zover hier van belang – geschreven:

“For the last 2.5 years, 1 have contact with your colleague [naam 3] about Doosan's dealership for central/ east Netherlands.

At the request of [naam 3] I have provided all the necessary information in the last 2 years. After the verdict in Doosan's case against Road, he has assured me that Almat is the party becoming the new Doosan dealer for central and East Netherlands. Several times he has promised me that the contract would be offered for signature. But to this day I do not have a contract. […] I want to sign the contract in the short term. I also want to be in possession of a Doosan account with the login in the short term.

[…]

What's going on, why does it take so long?

[…]”

Hierop heeft [naam 2] dezelfde dag per e-mail – voor zover hier van belang – geantwoord:

“I have been pushing for the same objective which was to start with ALMAT at the beginning of 2017 and we had made assumptions in our business own plans as well.

I understood that we were missing some financial guaranties and information for several months.

I believe we have received these information recently but I do not know the details.

I have asked [naam 3] to call me back from his holidays to understand. […]”

2.21.

Bij e-mail van 27 juli 2017 heeft [naam 2] aan [naam 1] geschreven:

“We are definitely working on it.

[naam 3] is back next Monday and his top priority will be to complete this process with my support.

We will keep you informed.”

en bij e-mail van 3 augustus 2017:

“I finally reviewed the final documents which are now ready for our internal review with Aftermarket, Finance ....

Once this meeting is finalised, legal will issue the contract for signature.

[naam 3] will keep you informed.”

en bij e-mail van 1 september 2017:

“We have had some resistance with your application from some other internal department who have a say to the appointment of a new dealer.

[naam 3] and myself are busy addressing these but during the holiday period, progress have been slow.

I hope we can close these discussions with September.

Thanks for your patience.”

2.22.

In september 2017 is Almat bezocht door [naam 3] en de heer [naam 4] , DFS Finance Manager Benelux, France & Southern Europe van Doosan (verder: [naam 4] ). Vervolgens heeft Almat de door [naam 4] opgevraagde financiële stukken aan hem toegezonden. Ook heeft Almat een voorraadfinanciering tot stand gebracht bij BNP, met welke financier Doosan toen recent een samenwerking was aangegaan.

2.23.

Bij e-mail van 27 september 2017 heeft [naam 4] aan [naam 1] geschreven:

“Are you available for a skype or a call tomorrow, hours to your convenience.

We are going forwards but we need to settled some point between our two companies.”

Dezelfde dag heeft [naam 4] bij e-mail aan [naam 1] de in het telefoongesprek te bespreken onderwerpen opgegeven. Deze opgave luidt:

“discussion about your forcast and the way you intend to inject money to reinforce your equity.

this last topic will be had in our agreement sign by both parties.”

Vervolgens is telefonisch tussen [naam 1] en [naam 4] over deze punten gesproken.

2.24.

Op 10 oktober 2017 heeft [naam 3] de voicemail van [naam 1] ingesproken en daarbij gezegd dat alles rond was. In reactie hierop heeft [naam 1] bij e-mail van 10 oktober 2017 aan [naam 3] – voor zover hier van belang – geschreven:

“I heard your voicemail, that's good news. I tried to call you, but you were probably not in a position to answer the phone.

email me a few dates to make an appointment to sign the contract […]”

[naam 3] heeft vervolgens een afspraak gemaakt voor een bezoek aan Almat op 9 november 2017.

2.25.

Op 8 november 2017 heeft [naam 2] telefonisch aan [naam 1] medegedeeld dat niet Almat maar Staad het dealerschap in rayon Midden krijgt. Op enig moment daarna hebben Staad en Doosan Infraforce een distributieovereenkomst voor rayon Midden gesloten.

3 Het geschil

3.1.

Almat vordert – samengevat – :

Primair: Doosan Infraforce:

I. te veroordelen tot betaling aan Almat van € 744.049,-, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf de dag van het aanhangig maken van deze procedure;

II. te veroordelen tot betaling aan Almat van vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad € 6.675,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW vanaf de dag van het aanhangig maken van deze procedure;

III. te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW vanaf de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;

Subsidiair:

  1. Doosan Bobcat te veroordelen tot al hetgeen onder “primair” (I t/m IV) is gevorderd;

  2. met betrekking tot dit vonnis een certificaat betreffende een beslissing in burgerlijke en handelszaken als bedoeld in art. 53 EEX-verordening (1215/2012) af te geven.

3.2.

Almat legt aan de (primaire en subsidiaire) vorderingen het volgende ten grondslag:

Primair:

Tussen partijen is een distributieovereenkomst tot stand gekomen. Doosan verzuimt die overeenkomst na te komen en dient de schade die Almat daardoor lijdt te vergoeden. Die schade is de winst die Almat door het uitblijven van het dealerschap derft en bedraagt € 744.049.

Subsidiair:

Het afbreken van de onderhandelingen door Doosan is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar omdat Doosan bij Almat het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat een distributieovereenkomst tot stand zou komen. Met het aldus afbreken van de onderhandelingen schendt Doosan haar precontractuele verplichtingen en handelt zij onrechtmatig jegens Almat. De schade die Almat daardoor lijdt bestaat uit het positief contractsbelang (de gederfde winst), althans het negatief contractsbelang bestaande uit de kosten die Almat heeft gemaakt ter voorbereiding van het dealerschap van € 96.404,31.

Primair en subsidiair:

Doosan Infraforce is de distributieovereenkomst met Almat aangegaan, althans is de partij aan wie de schending van de precontractuele verplichtingen is toe te rekenen. Indien dat niet komt vast staan dient Doosan Bobcat als die partij te worden aangemerkt.

3.3.

Doosan concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Zij betwist dat tussen partijen een distributieovereenkomst tot stand is gekomen en ook dat zij bij Almat het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat die overeenkomst tot stand zou komen. Volgens haar is er tussen Almat en (het bevoegde orgaan van) Doosan geen wilsovereenstemming bereikt over de essentialia van een distributieovereenkomst en heeft Doosan een goedkeuringsvoorbehoud gemaakt dat niet is vervuld. Ook voert Doosan aan dat zij de onderhandelingen met Almat mocht afbreken omdat het met Staad plotseling financieel slecht ging waardoor Staad niet meer in staat was Doosan te betalen voor door haar geleverde machines en de financier van Staad als voorwaarde stelde dat Staad ook rayon Midden toegewezen kreeg. Verder wordt de omvang van de schade door Doosan betwist.

4. De beoordeling

rechtsmacht en toepasselijk recht

4.1.

Deze zaak betreft een internationaal geval aangezien Doosan Bobcat is gevestigd in de Tsjechische Republiek, de gestelde aansprakelijkheid van Doosan Infraforce (mede) is gebaseerd op handelingen van personen die ten tijde van die handelingen in dienst waren van de in België gevestigde vennootschap Doosan Infraforce Europe SA, althans Doosan Bobcat, en partijen voor de rechter in Nederland procederen. Dat brengt mee dat beoordeeld moet worden of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen en dat het toepasselijk recht moet worden bepaald.

4.2.

De vraag of de Nederlandse recht bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen dient te worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in de Herschikte EEX-Verordening (Verordening (EU) No. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken). Op grond van de hoofdregel van artikel 4 lid 1 van deze verordening en artikel 26 lid 1 van deze verordening heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. Immers, Doosan Infraforce is in Nederland gevestigd en zowel zij als Doosan Bobcat zijn in rechte verschenen zonder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter te betwisten.

4.3.

Het toepasselijk recht voor de vorderingen op de primaire grondslag dient te worden bepaald aan de hand van Rome I (Verordening EG nr. 593/2008 van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst) en voor de vorderingen op de subsidiaire grondslag is dat Rome II (Verordening (EG) Nr. 864/2007 van 11 juli 2007 inzake het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen). Tussen partijen staat vast dat tussen hen geen rechtskeuze is overeengekomen en bij gebreke van een rechtskeuze wordt een distributieovereenkomst beheerst door het recht van het land waar de distributeur – in dit geval Almat – zijn gewone verblijfplaats heeft (art. 4 lid 1 aanhef en onder f van Rome I). Verder wordt de niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst, ongeacht of de overeenkomst al dan niet daadwerkelijk is gesloten, beheerst door het recht dat van toepassing is op de overeenkomst of dat op de overeenkomst van toepassing zou zijn geweest indien zij was gesloten (art. 12 lid 1 Rome II). Beide grondslagen van de vorderingen leiden daarom tot toepasselijkheid van Nederlands recht.

distributieovereenkomst tot stand gekomen?

4.4.

Een overeenkomst komt veelal tot stand door aanbod en aanvaarding (art. 6:217 lid 1 BW). Aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen en eisen wilsverklaringen, maar ook indien de wederpartij gerechtvaardigd mocht denken dat de andere partij een aanbod of aanvaarding deed van een zekere inhoud is de andere partij daaraan gebonden. Of een overeenkomst tot stand is gekomen is daarom afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars gedragingen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Niet nodig is dat er een gerechtvaardigd vertrouwen is dat partijen het eens zijn over alle onderdelen van de overeenkomst, maar wel dat er een gerechtvaardigd vertrouwen is dat zij het eens zijn over de hoofdpunten daarvan.

Tegen de achtergrond van deze maatstaven moet worden beoordeeld of in dit geval de door Almat gestelde distributieovereenkomst tussen de partijen tot stand is gekomen.

4.5.

Niet in geschil is dat Almat wist dat zij diende te voldoen aan de door Doosan gestelde voorwaarden voor het dealerschap. Partijen zijn verdeeld over de vraag of die eis dient te worden aangemerkt als een opschortende voorwaarde waaronder tussen partijen een distributieovereenkomst is aangegaan, zoals Almat stelt, of als een totstandkomingsvoorbehoud, zoals Doosan stelt. Het verschil tussen deze rechtsfiguren is daarin gelegen dat een totstandkomingsvoorbehoud de strekking heeft dat geen overeenkomst tot stand komt zolang niet aan het voorbehoud is voldaan en dat bij een overeenkomst onder opschortende voorwaarde de aanvang van een reeds gesloten overeenkomst afhankelijk is van de vervulling van de opschortende voorwaarde. Anders dan een totstandkomingsvoorbehoud vereist het laatste dat ten minste wilsovereenstemming is bereikt over de hoofdpunten van de overeenkomst.

4.6.

Niet in geschil is dat bij een distributieovereenkomst de contractuele wederpartij, het exclusief door de distributeur te bedienen gebied, de duur van de overeenkomst, de te hanteren prijzen en de targets van de distributeur tot de hoofdpunten behoren.

4.7.

Vast staat dat tussen partijen is gesproken over het aangaan van een distributieovereenkomst voor rayon Midden en dat zij over de grenzen van dat exclusief door Almat te bedienen gebied hebben gecorrespondeerd. Almat stelt verder dat [naam 3] en [naam 2] in gespreken met [naam 1] , zouden hebben laten weten dat Doosan Infraforce de formele contractspartij bij de distributieovereenkomst zou worden, wat overigens door Doosan wordt betwist. Op die stelling behoeft gelet op het navolgende echter niet nader te worden ingegaan.

4.8.

Niet gesteld is dat tussen partijen ooit is gecorrespondeerd of gesproken over de verdere concrete inhoud van de distributieovereenkomst. Bij gebrek daaraan kan bij Almat niet het gerechtvaardigd vertrouwen hebben bestaan dat tussen partijen overeenstemming is bereikt over de andere hoofdpunten van de distributieovereenkomst. Zo mocht Almat bijvoorbeeld, anders dan zij stelt, uit het feit dat zij op verzoek van Doosan een businessplan van drie jaar en na verloop van tijd een vernieuwd businessplan van drie jaar heeft aangeleverd redelijkerwijze niet afleiden dat Doosan zich wilde verbinden om met haar een distributieovereenkomst voor de duur van drie jaar te sluiten. Evenmin mocht zij redelijkerwijs daaruit afleiden dat Doosan begreep dat Almat daarmee instemde. Bijkomende feiten waaruit dat wel redelijkerwijze zou kunnen worden afgeleid, zoals communicatie daarover tussen partijen, heeft Almat niet gesteld.

4.9.

Dit betekent dat niet komt vast te staan dat tussen partijen wilsovereenstemming over de hoofdpunten van een distributieovereenkomst is bereikt en dat Almat niet kan worden gevolgd in haar stelling dat de eis dat zij diende te voldoen aan de door Doosan gestelde voorwaarden voor het dealerschap dient te worden aangemerkt als een opschortende voorwaarde waaronder partijen (al in 2015) een distributieovereenkomst zijn aangegaan. Die eis zal daarom worden aangemerkt als een totstandkomingsvoorbehoud.

4.10.

De stelling van Almat dat zij door het overgelegde businessplan Doosan een aanbod heeft gedaan om onder Doosan te stellen voorwaarden als distributeur op te treden en dat dit aanbod bij monde van [naam 3] op 10 oktober 2017 is aanvaard, kan evenmin worden gevolgd. Doosan behoefde redelijkerwijs niet te begrijpen dat Almat met het overleggen van het businessplan dat aanbod deed.

4.11.

Het vorenstaande leidt ertoe dat niet komt vast te staan dat tussen partijen een distributieovereenkomst tot stand is gekomen, zodat de primaire grondslag voor de vorderingen geen stand houdt.

schending van précontractuele verplichtingen?

4.12.

Voorop moet worden gesteld dat als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen

van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen.

4.13.

Uit de vaststaande feiten blijkt dat partijen vanaf eind 2015 met elkaar in gesprek zijn geweest over de mogelijkheid om Almat dealer van Doosan in het midden/oosten van Nederland te maken. [naam 3] was daarbij het vaste aanspreekpunt van Doosan en Almat mocht op grond daarvan en de functie van [naam 3] bij Doosan redelijkerwijs afgaan op hetgeen door [naam 3] hem daarover meedeelde. Dat [naam 3] , zoals Doosan onbestreden heeft aangevoerd, niet bevoegd was om direct namens Doosan overeenkomsten te sluiten maakt dat niet anders.

Eveneens mocht Almat redelijkerwijs afgaan op de mededelingen die zijn gedaan door [naam 2] .

4.14.

Op grond van door [naam 3] gedane mededelingen mocht Almat vanaf 22 augustus 2016 redelijkerwijs er op vertrouwen dat zij voor Doosan de enige kandidaat was om Road als dealer in rayon Midden te vervangen. Immers, nadat [naam 3] bij e-mail van 18 mei 2016 had meegedeeld dat de gestarte procedure de bereidheid van Doosan om Almat te benoemen zal bevestigen, heeft hij bij zijn e-mail van 22 augustus 2016 uitdrukkelijk aan Almat bevestigd dat Doosan wilde dat Almat Road als dealer zou vervangen. Dat vertrouwen werd daarna versterkt door de door [naam 3] op 17 februari 2017 toegezonden uitnodiging voor een dealerbijeenkomst waarin Almat werd betiteld als “new dealer”, zijn bevestiging dat Doosan Almat heeft gevraagd om exclusief dealer in rayon Midden te worden en dat daarvoor een interne procedure liep bij e-mail van 18 juli 2017 en de e-mail van [naam 2] van dezelfde datum waarin is vermeld dat hij ook als doel had om begin 2017 met Almat te starten en dat Doosan in verband daarmee ook aannames in haar businessplans had opgenomen.

4.15.

Niet in geschil is dat Almat wist dat er bij Doosan een interne procedure moest worden doorlopen om te beoordelen of zij voldeed aan de voorwaarden voor het dealerschap. Evenmin is in geschil dat die interne procedure uiteindelijk met goed gevolg is doorlopen. Hiermee is gegeven dat is voldaan aan het totstandkomingsvoorbehoud dat Almat diende te voldoen aan de door Doosan gestelde voorwaarden voor het dealerschap. Vast staat ook dat Almat op 10 oktober 2017 daarover is geïnformeerd. Immers, de stelling van Almat dat [naam 3] in de door hem op 10 oktober 2017 ingesproken voicemail heeft gezegd dat alles rond was, is na een aanvankelijke betwisting door Doosan, bij monde van [naam 3] , erkend.

4.16.

Doosan beroept zich naast voormeld totstandkomingsvoorbehoud op een door haar gemaakt voorbehoud van goedkeuring door haar Dealer Review Board welke niet zou zijn vervuld. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv dient zij concrete feiten te stellen waaruit volgt dat voorbehoud is gemaakt en die zo nodig te bewijzen.

Doosan stelt daartoe dat [naam 3] al medio 2016 aan Almat heeft medegedeeld dat het aangaan van een overeenkomst uiteindelijk afhankelijk is van goedkeuring (‘groen licht’) van de Dealer Review Board. Deze stelling is door Almat betwist en vindt geen steun in de overgelegde correspondentie. In tegendeel, uit de e-mail van [naam 2] van 3 augustus 2017 volgt dat indien de afdelingen Aftermarket en Finance akkoord zouden gaan de juridische afdeling van Doosan een contract aan Almat zou voorleggen. Het lag daarom op de weg van Doosan haar stelling nader te concretiseren door te stellen wanneer of bij welke gelegenheid [naam 3] de gestelde mededeling zou hebben gedaan. Nu Doosan dit heeft nagelaten behoeft en zal zij niet worden toegelaten tot bewijs van het door haar gestelde, zodat dat niet komt vast te staan.

4.17.

Mede gelet op het feit dat Almat bekend was met de prijzen en kwaliteitsnormen die Doosan placht te hanteren en reeds een modelovereenkomst had ontvangen, mocht zij op grond van het vorenstaande er vanaf 10 oktober 2017 redelijkerwijs op vertrouwen dat er tussen partijen een distributieovereenkomst voor rayon Midden tot stand zou komen. Vast staat dat Doosan vervolgens de onderhandelingen heeft afgebroken. Voor de beantwoording van de vraag of dit afbreken van de onderhandelingen in dat stadium onaanvaardbaar was is het volgende van belang.

4.18.

Niet gesteld is dat Doosan eiste dat Almat exclusief met haar zou onderhandelen zodat in het geval dat Almat, zoal zij stelt, vanwege het haar door Doosan in het vooruitzicht gestelde dealerschap andere dealerschappen heeft afgehouden dat voor haar rekening en risico dient te blijven.

4.19.

[naam 3] heeft reeds bij e-mail van 18 juni 2016 aan Almat meegedeeld dat de interne procedure voor de benoeming van Almat als dealer was gestart. Dat Road op dat moment nog de dealer voor midden Nederland was, laat onverlet dat Almat op die mededeling mocht afgaan. De interne beoordelingsprocedure is, naar Doosan onweersproken heeft gesteld, op 9 oktober 2017 afgerond. Onbestreden is dat Almat steeds de door Doosan gevraagde gegevens vlot heeft verstrekt. Het tijdsverloop van ruim 15 maanden is daarom niet aan Almat te wijten en moet voornamelijk worden toegerekend aan de perikelen rond de beëindiging van het dealerschap van Road en de interne reorganisatie bij Doosan.

4.20.

Als gesteld en niet weersproken tussen partijen vast dat Almat zich in de voormelde periode heeft ingezet voor Doosan en, met name in 2017, een groei in omzet van Doosan-materieel heeft gerealiseerd. Van die omzetgroei heeft Doosan mede geprofiteerd.

4.21.

Doosan heeft uiteindelijk besloten het dealerschap van rayon Midden niet aan Almat maar aan Staad toe te kennen omdat Staad door financiële problemen de door haar bij Doosan ingekochte machines niet kon betalen en de nieuwe externe financier die Staad had gevonden eiste dat Staad ook rayon Midden toebedeeld zou krijgen. Dat staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist tussen partijen vast.

4.22.

Deze reden voor het afbreken van de onderhandelingen met Almat was niet aan Almat te wijten, was voor haar niet voorzienbaar en lag in de risicosfeer van Doosan. Immers, het financieel risico waarmee Doosan werd geconfronteerd is het gevolg van de jarenlange relatie die zij met Staad had en waarin Doosan zicht had op de financiële situatie van Staad . Dat het met Staad plotseling financieel slecht ging, is niet door haar onderbouwd en naar Doosan zelf stelt, was haar vanaf de zomer van 2017 bekend dat de financiële situatie van Staad slecht was.

4.23.

De verplichting van partijen om bij de onderhandelingen hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen brengt onder de voormelde omstandigheden mee dat Doosan het financiële risico dat zij in haar relatie met Staad liep niet op Almat mocht afwentelen. Dat betekent niet dat Doosan in die omstandigheden het belang van Almat bij een distributieovereenkomst voor rayon Midden diende te laten prevaleren boven haar eigen belang bij toedeling van rayon Midden aan Staad . Wel betekent het dat het afbreken van de onderhandelingen met Almat zonder vergoeding van het negatief contractsbelang (de aan de voorbereiding van het beoogde dealerschap bestede kosten, met uitzondering van zuivere acquisitiekosten) van Almat onaanvaardbaar is.

4.24.

Het vorenstaande leidt er toe dat op Doosan in verband met het afbreken van de onderhandelingen met Almat wel een vergoedingsplicht rust, maar dat die vergoedingsplicht slechts het negatief contractsbelang (de aan de voorbereiding van het beoogde dealerschap bestede kosten, met uitzondering van zuivere acquisitiekosten) van Almat omvat.

4.25.

Alvorens nader op dat negatief contractsbelang (de aan de voorbereiding van het beoogde dealerschap bestede kosten, met uitzondering van zuivere acquisitiekosten) wordt ingegaan zal Almat in de gelegenheid worden gesteld de door haar gestelde kosten bij akte nader te onderbouwen, waarna Doosan zich bij akte daarover zal kunnen uitlaten. Daartoe zal de zaak, onder aanhouding van iedere verdere beslissing, naar de rol worden verwezen. Het komt de rechtbank echter verstandig voor dat partijen in overleg treden om te onderzoeken of zij – gelet op het thans door de rechtbank gegeven oordeel – een minnelijke regeling van het geschil kunnen bereiken.

5 De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van 5 juni 2019 voor het nemen van akten als vermeld in r.o. 4.25, eerste aan de zijde van Almat en vervolgens op een termijn van vier weken aan de zijde van Doosan;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2019.

2515/2457