Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:3607

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-03-2019
Datum publicatie
07-05-2019
Zaaknummer
10/001578-19 vordering TUL VV: 10/701139-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal uit woning: voltooide diefstal en geen poging: Verdachte heeft op de bovenverdieping uit een kast schoenen gehaald en in een tas gedaan. Hierna heeft hij deze tas met schoenen klaar gezet op de benedenverdieping om mee te nemen als hij de woning zou verlaten. Hiermee heeft de verdachte zich een zodanig feitelijke heerschappij over deze tas met schoenen verschaft, dat de wegneming daarvan, in de zin van art. 310 Sr, was voltooid ook al heeft de verdachte de woning uiteindelijk verlaten zonder de schoenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/001578-19

Parketnummer vordering TUL VV: 10/701139-17

Datum uitspraak: 8 maart 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te Curaçao op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, HvB Roermond, locatie Roermond,

raadsvrouw mr. S.M. Posthumus, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 08 maart 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.J.V. Pols heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest en

  • -

    verlenging van de proeftijd van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10-701139-17 met één jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

Er is geen sprake van een voltooide diefstal. De verdachte was in de woning en heeft schoenen klaar gezet om mee te nemen. Op een gegeven moment is hij van gedachten veranderd. De verdachte hoorde een geluid en heeft de woning verlaten zonder iets mee te nemen. Volgens vaste jurisprudentie is er niet snel sprake van een voltooide diefstal als de verdachte alleen de buit heeft klaargezet en deze nog in de woning is. De verdachte heeft in onderhavige zaak de schoenen niet feitelijk aan de heerschappij van de aangever onttrokken. De verdachte dient dan ook vrijgesproken te worden van het primair tenlastegelegde.

Met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het gedeelte dat de diefstal dan wel de poging hiertoe gedurende de voor nachtrust bestemde tijd heeft plaatsgevonden, merkt de raadsvrouw op dat deze periode pas begint op het tijdstip van 22:00 uur en eindigt om 07:00 uur ’s ochtends. Het onderhavige feit vond plaats rond 21:30 uur. Derhalve niet binnen de periode bestemd voor de nachtrust

4.1.2.

Beoordeling

De verdachte heeft bekend dat hij in de woning heeft ingebroken. Hij heeft zich de toegang tot het huis verschaft door het slot van de achterdeur te forceren. Hierna heeft hij het huis doorzocht. Hij heeft een tas met schoenen klaar gezet om mee naar buiten te nemen. De verdachte heeft hierna, nadat hij een geluid hoorde, de woning verlaten en wilde, door over de schutting te klimmen, wegvluchten. De tas met schoenen is daarbij achtergebleven in de woning.

Voor een veroordeling ter zake van (voltooide) diefstal van een aan een ander toebehorend goed - een en ander als bedoeld in art. 310 Sr - is onder meer vereist dat de dader zich een zodanige feitelijke heerschappij over dat goed heeft verschaft, dan wel dit zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken, dat de wegneming van het goed als voltooid kan gelden. Of daarvan sprake is, is mede afhankelijk van waarderingen van feitelijke aard (vgl. HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2627, NJ 2013/159).

De verdachte heeft de schoenen gevonden in kasten op de bovenverdieping. Hij heeft de schoenen vervolgens in een tas gedaan en deze tas klaargezet op de benedenverdieping om mee te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte zich aldus een zodanige feitelijke heerschappij over deze tas met schoenen verschaft, dat de wegneming daarvan - in de zin van art. 310 Sr - was voltooid (vgl. HR 4 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1422). Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het primair tenlastegelegde.

De periode bestemd voor de nachtrust is niet wettelijk vastgelegd en omvat meer dan de nacht als bepaald gedeelte van een etmaal. Bepalend is of het betreffende tijdstip kan worden aangemerkt als een tijd die aan de nachtrust pleegt te worden gewijd. De rechtbank is van oordeel dat het tijdstip waarop het feit heeft plaatsgevonden, te weten op 31 december omstreeks 21.30 uur, valt binnen die periode.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1. Primair
hij op 31 december 2018 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, gedurende de voor nachtrust bestemde tijd, te weten omstreeks 21:30 uur,
in een woning, gelegen aan [adres delict] , een tas met daarin meerdere schoenen, die aan een ander toebehoorden, te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak ;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Dit is een ernstig en hinderlijk feit dat naast materiële schade veel hinder veroorzaakt bij de gedupeerde. Door de woninginbraak heeft de verdachte een forse inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangever en zijn familie. Het is voor hen bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning - een plaats waar zij zich bij uitstek veilig zouden moeten kunnen voelen - is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. De ervaring leert dat dergelijke feiten bij de betrokken bewoners voor gevoelens van angst en onveiligheid zorgen, waarmee zij nog langere tijd geconfronteerd blijven. De verdachte heeft zich daar niets aan gelegen laten liggen en uitsluitend oog gehad voor zijn eigen gewin. Daarnaast volgt uit het dossier dat de verdachte bewust op pad is gegaan om ergens in te breken, voorzien van inbrekerswerktuigen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

21 februari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Het Leger des Heils, afdeling reclassering heeft een rapportage in het kader van de voorgeleiding over de verdachte opgemaakt, gedateerd januari 2019 en een voortgangsverslag toezicht, gedateerd 30 januari 2019. Deze rapportages houden onder andere in dat er op verschillende leefgebieden problemen zijn. De verdachte lijkt zich te begeven in een negatief sociaal netwerk. Hij heeft een laag IQ, denkt eenvoudig en heeft een beperkt empathisch vermogen en een egocentrische belevingswereld.

Het advies van de toezichthouder in het kader van de vordering tot tenuitvoerlegging is het voortzetten van het huidige reclasseringstoezicht, zodat de verdachte mogelijk langer geholpen kan worden om zijn leven voldoende op orde te krijgen.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 427,= aan materiële schade (€ 127,= materialen en € 300,= kosten opnemen verlof) en een vergoeding van € 1.000,= aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert toewijzing van € 427,= voor de materiële kosten en verzoekt de rechtbank de vordering voor immateriële schade toe te kennen tot het bedrag van

€ 250,=. Er ligt weliswaar geen medische verklaring ten grondslag aan de psychische problemen die de benadeelde partij stelt te hebben gekregen na de inbraak, maar redelijkerwijs valt wel aan te nemen dat de inbraak enige psychische gevolgen heeft gehad voor de benadeelde partij.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw stelt dat uit de bon blijkt dat het alarmsysteem in 2016 is aangeschaft en dat derhalve gerekend dient te worden met de dagwaarde van het alarmsysteem.

Met betrekking tot de kosten voor het verlof, stelt de raadsvrouw dat de benadeelde partij aangifte had kunnen doen en reparaties had kunnen uitvoeren gedurende zijn vakantie of in het weekend . Hiernaast is het bedrag van het uurloon van de benadeelde partij te hoog, dan wel niet nader onderbouwd met bijvoorbeeld een loonstrook. De raadsvrouw verzoekt die kosten af te wijzen.

Met betrekking tot de vordering voor immateriële schade is er geen diagnose gesteld door een arts. Als er geen letsel is waar de psychische schade het gevolg van kan zijn, dan dient er wel een schriftelijke verklaring van een arts te zijn. Voorstelbaar is echter wel dat er door de benadeelde hinder is ondervonden. Het bedrag kan in dat verband redelijkerwijs geschat worden op € 150,-, mede gelet op de puinhoop die in het huis is aangetroffen.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het primair bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal deze gedeeltelijk worden toegewezen.

De rechtbank wijst toe de materiële kosten van € 127,09 en stelt het bedrag voor het opnemen van 2 dagen verlof naar redelijkheid vast op € 200,=.

Voorts is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal op basis van de gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 250,=.

De benadeelde partij zal voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 31 december 2018.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 577,09, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 4 mei 2018 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte veroordeeld voor zover van belang tot een taakstraf van 180 uren, waarvan een gedeelte groot 60 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 19 mei 2018.

9.2.

Beoordeling

Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Er worden evenwel termen aanwezig geacht die last niet te geven, doch in plaats daarvan de proeftijd te verlengen met één jaar.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 63, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 577,09 (zegge: vijfhonderdzevenenzeventig euro en negen eurocent), bestaande uit € 327,09 (zegge driehonderdzevenentwintig euro en negen eurocent) aan materiële schade en € 250,00 (zegge tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 december 2018, tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 577,09 (zegge: vijfhonderdzevenenzeventig euro en negen eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2018, tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 577,09 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 11 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

verlengt de proeftijd van de bij vonnis van 4 mei 2018 opgelegde voorwaardelijke taakstraf met 1 (één) jaar;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R. Brand , voorzitter,

en mrs. W.H.J. Stemker Köster en F. Wegman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A. van der Drift-Visser, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1. Primair
hij op of omstreeks 31 december 2018 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, gedurende de voor nachtrust bestemde tijd, te weten omstreeks 21:30 uur,
in/uit een woning, gelegen op/aan [adres delict] , een tas met daarin een of meerdere schoenen, in elk geval enige goederen, die/dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

Subsidiair
hij op of omstreeks 31 december 2018 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam gedurende de voor nachtrust bestemde tijd, te weten omstreeks 21:30 uur,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meerdere goederen en/of geldbedragen, in elk geval enige goederen, die/dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] , in/uit een woning, gelegen op/aan [adres delict] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,