Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:3557

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-05-2019
Datum publicatie
21-05-2019
Zaaknummer
C/10/563963 / HA ZA 18-1188
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Toepasselijkheid algemene voorwaarden. Battle of forms.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/563963 / HA ZA 18-1188

Vonnis in incident van 1 mei 2019

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLOET VLAARDINGEN B.V.,

gevestigd te Vlaardingen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLOET VOORNE-PUTTEN B.V.,

gevestigd te Spijkenisse,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. F.G. Horsting te Amsterdam,

tegen

de vereniging

VERENIGING VAN EIGENAARS GEBOUW [naam gebouw] 2 T/M 140 (EVENNUMMERS) TE CAPELLE AAN DEN IJSSEL,

gevestigd te Capelle a/d IJssel ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. P.G. Bekkers te Arnhem.

Partijen zullen hierna Kloet en VvE [naam gebouw] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van Kloet, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord, houdende exceptie van onbevoegdheid van VvE [naam gebouw] , met producties;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van Kloet in het bevoegdheidsincident, met een productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in het incident

2.1.

VvE [naam gebouw] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart met veroordeling van Kloet in de kosten van het geding, een en ander zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Kloet voert verweer ertoe strekkende dat de rechtbank zich bevoegd verklaart om van de vordering in hoofdzaak kennis te nemen, met veroordeling van VvE [naam gebouw] in de kosten van dit incident. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

VvE [naam gebouw] legt aan haar incidentele vordering ten grondslag dat de door haar aangewezen algemene voorwaarden, de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) van toepassing zijn, waarin is vastgelegd dat de Raad van Arbitrage voor de Bouw met uitsluiting van de gewone rechter bevoegd is om van het gerezen geschil kennis te nemen. De vervolgens door Kloet aangewezen algemene voorwaarden missen volgens VvE [naam gebouw] toepassing, omdat Kloet daarbij niet uitdrukkelijk de toepasselijkheid van de UAV 2012 van de hand heeft gewezen.

3.2.

Kloet voert aan dat de UAV 2012 niet van toepassing zijn, omdat dit volgens haar uitdrukkelijk door VvE [naam gebouw] is bevestigd, althans later is erkend, waardoor de rechtbank bevoegd is. Subsidiair voert zij aan dat de Algemene consumentenvoorwaarden voor de schilders-, onderhouds- en glaszetbranche in Nederland (AVC), de STABU-standaard 2012 en de UAV 2012 gelijktijdig van toepassing zijn, waarbij de AVC prevaleren.

3.3.

De kern van het geschil betreft de vraag wier algemene voorwaarden van toepassing zijn op de tussen partijen gesloten overeenkomst. Ingevolge artikel 6:225 lid 3 BW komt, indien aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden verwijzen, aan de tweede verwijzing geen werking toe, wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen.

3.4.

Blijkens productie 1 bij de incidentele conclusie houdende de exceptie van onbevoegdheid, heeft Bureau Bouwkunde op 28 maart 2017 namens VvE [naam gebouw] een offerteaanvraag gedaan bij Kloet. Bij deze offerteaanvraag zat een Technische Omschrijving, waarin naar de STABU Standaard 2012 alsmede de UAV 2012 wordt verwezen.

3.5.

Op 19 juni 2017 is door Kloet een offerte verstuurd aan Bureau Bouwkunde, waarbij haar AVC zijn gevoegd.

3.6.

Ook indien in een uitnodiging tot het doen van een aanbod voldoende duidelijk naar algemene voorwaarden is verwezen, ligt het op de weg van degene die op de uitnodiging ingaat, maar toepasselijkheid van eigen, afwijkende algemene voorwaarden wil bedingen, om dit duidelijk aan de wederpartij kenbaar te maken. Nu Bureau Bouwkunde namens VvE [naam gebouw] in het eerste stuk van de keten van schriftelijke contacten die heeft geleid tot totstandkoming van de overeenkomst, het ‘aanbod’, voldoende duidelijk – zo is onbetwist - naar de algemene voorwaarden had verwezen die zij van toepassing wilde verklaren op de te sluiten overeenkomst, lag het op de weg van Kloet om de toepasselijkheid van de in die eerste verwijzing door VvE [naam gebouw] aangegeven algemene voorwaarden in haar offerte, uitdrukkelijk van de hand te wijzen. Omdat zij dat niet heeft gedaan, komt aan de (tweede) verwijzing door Kloet naar andere algemene voorwaarden geen werking toe.

3.7.

Dat de opdrachtbevestiging namens VvE [naam gebouw] zou zijn aanvaard zoals in de offerte aangeboden, doet daaraan niet af, nu omdat het ook na een uitnodiging tot het doen van een aanbod op de weg van de wederpartij ligt om de bij die uitnodiging vermelde algemene voorwaarden van de hand te wijzen. Daarmee doet aan een en ander tevens niet af dat Bureau Bouwkunde namens VvE [naam gebouw] bij de opdrachtbevestiging de offerte en de AVC fysiek heeft bijgevoegd, nu hieruit niet volgt dat VvE [naam gebouw] afstand had willen doen van de toepasselijkheid van de UAV 2012. Daarnaast is het de rechtbank niet uit de opdrachtbevestiging gebleken dat Bureau Bouwkunde in haar opdrachtbevestiging namens VvE [naam gebouw] expliciet verwezen heeft naar de AVC.

3.8.

Daarnaast kan het verweer dat namens VvE [naam gebouw] mondeling zou zijn bevestigd dat de AVC van toepassing zouden zijn, niet baten, nu Kloet niet heeft gesteld dat deze bevestiging ten tijde van het sluiten van de overeenkomst is gedaan, zodat partijen naar verschillende algemene voorwaarden verwezen, zonder dat VvE [naam gebouw] de AVC van Kloet expliciet aanvaardde. Nu niet is gesteld dat ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bevestigd is welke algemene voorwaarden van toepassing zouden zijn, komt op grond van artikel 6:225 lid 3 BW aan de tweede verwijzing door Kloet naar de AVC geen werking toe.

3.9.

Meer subsidiair voert Kloet aan, dat indien beide sets algemene voorwaarden – zowel de UAV 2012 en de STABU-Standaard 2012 als de AVC – van toepassing zijn, de rechtbank alsnog bevoegd is, omdat de AVC zouden prevaleren. Nu is komen vast te staan dat de UAV 2012 en de STABU-Standaard 2012 wel, doch de AVC niet van toepassing zijn, kan geen sprake zijn van het prevaleren van de AVC.

3.10.

Gelet op het voorgaande is op de tussen partijen gesloten overeenkomst de UAV 2012 en de STABU-Standaard 2012 toepassing. Op grond van het in paragraaf 49 van de UAV 2012 opgenomen arbitragebeding is deze rechtbank niet bevoegd kennis te nemen van het geschil tussen partijen in de hoofdzaak. De incidentele vordering wordt daarom toegewezen.

3.11.

Kloet zal in de proceskosten in het incident en in de hoofdzaak worden veroordeeld, nu zij nodeloos kosten heeft veroorzaakt door die hoofdzaak bij de verkeerde rechter aanhangig te maken. De kosten aan de zijde van VvE [naam gebouw] in de hoofdzaak worden begroot op:

- griffierecht € 1.950,00

- salaris advocaat 543,00 (1,0 punt × tarief € 543,00)

Totaal € 2.493,00

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen;

4.2.

veroordeelt Kloet in de kosten in het incident en in de hoofdzaak, aan de zijde van VvE [naam gebouw] tot op heden begroot op € 2.493,00;

4.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2019.

3178/2066/1729