Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:3299

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2019
Datum publicatie
14-05-2019
Zaaknummer
7407074 VZ VERZ 18-25237
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Billijke vergoeding wegens opzegging van de arbeidsovereenkomst (met toestemming van het UWV) wegens bedrijfseconomische terwijl werkneemster zwanger bleek te zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0528
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7407074 / VZ VERZ 18-25237

uitspraak: 2 april 2019

beschikking ex artikel 7:681 lid 1 onder b Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats verzoekster] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. R.D. Ramnath,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Instalado Installatietechniek B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

verschenen bij haar bestuurder dhr. [bestuurder]

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [verzoekster] ’ en ‘Instalado’.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

  • -

    het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 11 december 2018;

  • -

    de ter zitting overgelegde salarisspecificaties;

  • -

    de akte na mondelinge behandeling aan de zijde van Instalado, met producties;

  • -

    de antwoordakte aan de zijde van [verzoekster] .

1.2

Op 29 januari 2019 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Instalado is op de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld om financiële stukken in het geding te brengen. [verzoekster] is in de gelegenheid gesteld op die stukken te reageren. De datum van de uitspraak van de beschikking is hierna bepaald op 2 april 2019.

2 De feiten

2.1

[verzoekster] is vanaf 22 juni 2015 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en vanaf 22 december 2015 voor onbepaalde tijd in dienst geweest van Instalado. Zij was werkzaam als administratief medewerkster op basis van een dienstverband voor 28 uur per week tegen een salaris van laatstelijk € 1.554,10 bruto per maand. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Metaal & Techniek van toepassing.

2.2

Instalado heeft op 17 augustus 2018 een aanvraag ingediend bij het UWV om de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] op te kunnen zeggen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. [verzoekster] heeft in de UWV-procedure haar standpunt kenbaar kunnen maken. Daarnaast heeft zij op 14 september 2018 aan het UWV laten weten dat zij zwanger is. Het UWV heeft de gevraagde ontslagvergunning op 21 september 2018 verleend. Ten aanzien van de gestelde zwangerschap heeft het UWV overwogen dat [verzoekster] geen verklaring heeft overgelegd die afkomstig is van een arts of een verloskundige zodat onvoldoende kan worden vastgesteld dat sprake is van een zwangerschap.

2.3

[verzoekster] heeft zich op 17 september 2018 ziekgemeld.

2.4

Op 24 september 2018 heeft Instalado de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] opgezegd tegen 1 november 2018.

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1

[verzoekster] heeft – na wijziging van haar verzoek – verzocht Instalado te veroordelen tot het betalen van een billijke vergoeding van € 50.000,- bruto, het betalen van nog niet betaald vakantiegeld ad € 157,71 bruto en 2,6 openstaande vakantie-uren ten bedrage van € 33,31 bruto en tot het vernietigen van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebeding.

3.2

[verzoekster] heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat Instalado de arbeidsovereenkomst in strijd met het onder artikel 7:670 lid 2 BW genoemde opzegverbod, heeft opgezegd. Zij heeft zich neergelegd bij het einde van de arbeidsovereenkomst en heeft verzocht om een billijke vergoeding. Ten aanzien van het verzoek tot vernietiging van het concurrentie- en relatiebeding heeft [verzoekster] aangevoerd dat de bedingen aanvankelijk zijn opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In dat geval had Instalado in de arbeidsovereenkomst moeten motiveren welk zwaarwichtig bedrijfsbelang is gediend bij deze voor [verzoekster] beperkende bedingen. Nu de motivering ontbreekt, zijn de bedingen nietig, aldus [verzoekster] .

3.3

Instalado heeft ter zitting verweer gevoerd. Primair is aangevoerd dat sprake is van de in artikel 7:670a lid 3 onder a BW genoemde uitzondering, te weten dat de werkzaamheden van het deel van de onderneming waar [verzoekster] werkzaam was worden beëindigd. Daarnaast heeft Instalado verweer gevoerd tegen de hoogte van de billijke vergoeding.

4 De beoordeling

4.1

Tussen partijen staat vast dat [verzoekster] zwanger was op het moment dat Instalado gebruik heeft gemaakt van haar ontslagvergunning en de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] heeft opgezegd. Nu de zwangerschap een gegeven is, was op 24 september 2018 sprake van een opzegverbod. Dat de zwangerschap bij het aanvragen van de ontslagvergunning nog niet bekend was, doet daaraan niet af. Evenmin is van belang dat het UWV wegens het ontbreken van een zwangerschapsverklaring de vergunning heeft afgegeven. Uit de in november 2018 afgegeven zwangerschapsverklaring valt af te leiden dat [verzoekster] wel degelijk in verwachting was ten tijde van de opzegging van de arbeidsovereenkomst, zodat het bestaan van de zwangerschap ten tijde van de opzegging inmiddels geen punt van discussie meer is.

4.2

Instalado heeft zich eerst ter zitting op het standpunt gesteld dat het opzegverbod wegens zwangerschap niet van toepassing is omdat de werkzaamheden die [verzoekster] hoofdzakelijk verrichtte inmiddels zijn beëindigd. Uit de toelichting die Instalado ter zitting heeft gegeven alsmede uit de stukken uit de UWV-procedure valt weliswaar af te leiden dat een deel van de werkzaamheden die [verzoekster] verrichtte zijn komen te vervallen, omdat Instalado zich meer is gaan focussen op projectmatige werkzaamheden, maar dat is onvoldoende om te kunnen vaststellen dat sprake is van volledige beëindiging van die werkzaamheden. Ter zitting heeft [verzoekster] in dit verband onweersproken gesteld dat zij ook urenregistraties voor medewerkers deed en dat van verval van deze werkzaamheden geen sprake is. Bovendien heeft Instalado in de UWV-procedure zelf aangegeven dat een deel van de werkzaamheden blijft bestaan, maar dat deze werkzaamheden kunnen worden verdeeld over de overige werknemers. Dat maakt dat het beroep van Instalado op de uitzonderingsgrond, wegens gebrek aan onderbouwing daarvan, niet slaagt.

4.3

Gelet op het voorgaande staat vast dat Instalado de arbeidsovereenkomst in strijd met een opzegverbod heeft opgezegd. [verzoekster] heeft ervoor gekozen zich neer te leggen bij het einde van de arbeidsovereenkomst en zij verzoekt op grond van artikel 7:681 lid 1 BW een billijke vergoeding toe te kennen. Bij het vaststellen van de omvang van die billijke vergoeding, gaat het uiteindelijk erom dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

4.4

Als meest verstrekkende verweer heeft Instalado ter zitting aangevoerd dat de vennootschap financieel in zwaar weer verkeert en dat toewijzing van een forse billijke vergoeding het voortbestaan van de vennootschap in gevaar zal brengen. Instalado is na de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld deze stelling met relevante financiële stukken te onderbouwen. Hoewel de in het geding gebrachte stukken niet direct een rooskleurig beeld schetsen van de financiële situatie van Instalado, is de kantonrechter met [verzoekster] van oordeel dat de stukken onvoldoende actueel en onvoldoende toegelicht zijn, om daaruit de conclusie te trekken dat het toewijzen van een billijke vergoeding zal leiden tot het faillissement van Instalado.

4.5

[verzoekster] heeft aanspraak gemaakt op een billijke vergoeding van € 50.000,-. Ter onderbouwing van dit bedrag heeft zij aangevoerd dat zij vergeleken met de situatie indien de arbeidsovereenkomst zou zijn doorgelopen, ruim € 35.000,- aan inkomsten misloopt. Zij wijst in de eerste plaats op de maanden salaris tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof. Hoewel aan [verzoekster] kan worden toegegeven dat zij in deze periode geen salaris heeft ontvangen, heeft [verzoekster] erkend dat zij thans een ziekengelduitkering van het UWV ontvangt van 100% van het salaris omdat haar klachten zwangerschap gerelateerd zijn. Nu zij gedurende deze periode inkomsten geniet, valt niet in te zien waarom deze bedragen mee moeten worden genomen in de berekening van de billijke vergoeding.

4.6

Ten aanzien van het gemis aan salaris na het eindigen van het bevallingsverlof van [verzoekster] , heeft [verzoekster] ter zitting aangegeven dat zij er zelf vanuit gaat dat zij na het einde van haar verlof, vanaf naar verwachting in augustus 2019, weer aan de slag zal kunnen. Op dat moment had Instalado, na het opnieuw doorlopen van de procedure bij het UWV, de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig op kunnen zeggen. Nu de bevallingsdatum, en daarmee de einddatum van het bevallingsverlof, de proceduretijd van een nieuwe procedure bij het UWV en het moment van herstel van [verzoekster] onzekere factoren zijn, is echter wel realistisch dat de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] pas een aantal maanden na het eindigen van haar bevallingsverlof opgezegd had kunnen worden. Het in dit verband gestelde gemis aan inkomsten, ten bedrage van € 8.392,15 zal worden meegenomen in de berekening van de billijke vergoeding.

4.7

[verzoekster] heeft nog aangegeven dat zij 11 maanden aan WW-uitkering misloopt ten gevolge van de onrechtmatige beëindiging. Die redenering kan in de eerste plaats geen standhouden nu de gebruikmaking van de WW-uitkering geen vast gegeven is. Daarnaast kan [verzoekster] nog steeds gebruikmaken van haar WW-uitkering indien nodig.

4.8

Indien de arbeidsovereenkomst pas tegen het eind van dit jaar zou zijn opgezegd, had [verzoekster] aanspraak kunnen maken op een hogere transitievergoeding. Het verschil tussen de betaalde en de in dat geval te betalen vergoeding ad € 839,22 bruto zal worden meegenomen in de berekening van de billijke vergoeding.

4.9

Tot slot speelt een rol dat met de billijke vergoeding ook kan worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen, omdat dit voor hen voordeliger is dan het op juiste wijze beëindigen van de arbeidsovereenkomst of het in stand houden daarvan (volgens de Hoge Raad in zijn arrest van 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187). Tezamen met de hiervoor genoemde punten is de kantonrechter van oordeel dat een billijke vergoeding van in totaal € 15.000,- recht doet aan de omstandigheid dat Instalado, ondanks het feit dat [verzoekster] haar op de hoogte heeft gesteld van haar zwangerschap, de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Instalado zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag.

4.10

De verzoeken tot het betalen van achterstallig vakantiegeld en openstaande vakantie-uren heeft Instalado niet weersproken, zodat zij zal worden veroordeeld tot betaling van de genoemde bedragen, inclusief de evenmin weersproken wettelijke rente. Ook de vordering tot het verstrekken van een eindafrekening waarin de te betalen bedragen zijn opgenomen, zal, bij gebrek aan betwisting, worden toegewezen. De in dit verband gevraagde dwangsom wordt evenwel afgewezen, nu [verzoekster] niet heeft gesteld welk belang zij heeft bij deze vordering.

4.11

De in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebedingen zullen worden vernietigd. Terecht heeft [verzoekster] op dit punt aangevoerd dat Instalado bij het aangaan van een dienstverband voor bepaalde tijd – waar het huidige dienstverband voor onbepaalde tijd een verlenging van is – had moeten motiveren welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen daarmee gediend waren. Dat heeft Instalado nagelaten en ook overigens heeft zij in deze procedure op dit punt geen verweer gevoerd.

4.12

Instalado zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op € 79,- aan griffierecht en € 480,- aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

  • -

    veroordeelt Instalado om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoekster] te voldoen een bedrag van € 15.000,- aan billijke vergoeding;

  • -

    veroordeelt Instalado om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoekster] te voldoen een bedrag van € 157,71 bruto en een bedrag van € 33,31 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid van deze bedragen tot de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt Instalado tot het verstrekken van een deugdelijke (herziene) eindafrekening waarin voornoemde bedragen zijn opgenomen;

  • -

    vernietigt het concurrentie- en het relatiebeding zoals weergegeven in de artikelen 11 en 12 van de (oorspronkelijke) arbeidsovereenkomst tussen partijen;

  • -

    veroordeelt Instalado in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op € 79,- aan griffierecht en € 480,- aan salaris gemachtigde;

  • -

    verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders verzochte

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

31945