Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:318

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-01-2019
Datum publicatie
17-01-2019
Zaaknummer
10/186361-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling winkeldiefstallen in vereniging. Voorwaardelijke ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/186361-18

Datum uitspraak: 11 januari 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres vertdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 december 2018 en 11 januari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D. van Zetten heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 92 dagen met aftrek van voorarrest;

  • -

    voorwaardelijke oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD), met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden als genoemd in het over de verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 13 december 2018.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Standpunt van de verdachte

De verdachte heeft aangevoerd dat hij weliswaar een tandenborstel en tandenpasta heeft weggenomen, maar dat zijn medeverdachte de overige spullen heeft weggenomen en dat hij daar niet voor verantwoordelijk is.

4.2.

Bewijswaardering

Op 19 september 2018 zijn de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte] ) in Zwijndrecht in de buurt van winkelcentrum Hof van Holland door verbalisanten gevolgd. Door deze verbalisanten is gezien dat de verdachte en [naam medeverdachte] in de Kruidvat staan. [naam medeverdachte] pakt daar een nagelknipper, stopt deze in zijn broekzak en verlaat samen met de verdachte de winkel zonder iets af te rekenen. Bij de Trekpleister pakken zowel de verdachte als [naam medeverdachte] meerdere verpakkingen van (opzet)tandenborstels uit de schappen, waarna ze de winkel verlaten zonder iets af te rekenen. Wanneer de verdachte en [naam medeverdachte] vervolgens richting verbalisanten lopen, zien verbalisanten dat de verdachte een plastic tasje bij zich heeft dat hij vervolgens weggooit. Als het tasje wordt onderzocht blijken daar onder andere (opzet)tandenborstels en tubes tandenpasta in te zitten. Bij [naam medeverdachte] wordt in zijn broekzak een nagelknipper aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat de goederen uit het tasje en de bij [naam medeverdachte] aangetroffen nagelknipper toebehoorden aan de Kruidvat gevestigd aan het Hof van Holland en de door de verdachte en [naam medeverdachte] bezochte Trekpleister-vestiging.

Op basis van voornoemde is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich samen met [naam medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de ten laste gelegde goederen uit de Kruidvat en de Trekpleister. Dat de verdachte zowel op de zitting als bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij zelf slechts de bedoeling had om een tandenborstel en tubes tandpasta mee te nemen, maakt dit niet anders. Door op voornoemde manier met [naam medeverdachte] te werk te gaan, heeft de verdachte immers op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [naam medeverdachte] ook goederen zou meenemen waar de verdachte niet van op de hoogte was. Daarom valt ook dat deel onder het medeplegen van diefstal door de verdachte.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij, op 19 september 2018 te Zwijndrecht, tezamen en in vereniging met een ander,

- een nagelknipper en meerdere tandenborstels, die aan een ander toebehoorden, te weten

aan de Kruidvat (gevestigd aan het Hof van Holland)

- meerdere opzettandenborstels en meerdere tubes tandpasta, die geheel aan een ander

toebehoorden, te weten aan As Watson Health & Beauty Continental Europe heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feit en verdachte

Het bewezen feit levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit en/of van de verdachte uitsluiten. Het feit en de verdachte zijn dus strafbaar.

6 Motivering maatregel

6.1.

Algemene overweging

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

6.2.

Feit waarop de maatregel is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan winkeldiefstallen uit verschillende winkels. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast financiële schade vaak veel overlast veroorzaakt voor het gedupeerde bedrijf. Uit het handelen van de verdachte blijkt dat hij geen respect heeft voor de eigendommen van anderen.

6.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

6.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 december 2018, waaruit blijkt dat de verdachte reeds vele malen is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

6.3.2.

Rapportages

Psychiater J.F.M. Strous heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 oktober 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte is een man met mogelijk PTSS en een stoornis in het gebruik van cocaïne in de voorgeschiedenis. Bij beoordeling valt geen psychiatrie in engere zin op. Wel valt een nogal bagatelliserende en externaliserende klachtenpresentatie op, waardoor cluster B persoonlijkheidsproblematiek niet uit te sluiten is.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 13 december 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte heeft een uitgebreide delict geschiedenis die rond zijn dertigste levensjaar begon. Het verbreken van zijn partnerrelatie, dakloosheid en noodgedwongen verblijf in de daklozenopvang waren indertijd het begin van een negatieve reeks aan gebeurtenissen. De sombere gemoedstoestand van verdachte en uitzichtloosheid in een omgeving van verslaafden en daklozen versterkten de neerwaartse spiraal. Na een als traumatisch ervaren detentie waar verdachte, als klap op de vuurpijl, verslaafd raakte aan cocaïne, lukte het hem niet om de draad van zijn leven weer op te pakken. Het leek hem aan moed en kracht te ontbreken, ondanks de steun en begeleiding die hem vanuit de justitiële en gemeentelijke kaders werd aangeboden. Met de haven in zicht (verdachte komt in aanmerking voor een woning) ging hij op stap/dievenpad met een ‘vriend’. Hij meende zich wel iets te kunnen toe-eigenen omdat hij niet beschikte over inkomsten vanwege het feit dat hij onvoldoende nachten had gemaakt in de nachtopvang; een plaats waar verdachte liever niet is.

Verdachte wil een dak boven zijn hoofd en rust in zijn leven. Verdachte lijkt zich er goed van te zijn doordrongen dat er veel voor hem op het spel staat en hij probeert adviseur ervan te overtuigen dat het hem deze keer wel gaat lukken.

De reclassering adviseert om de ISD-maatregel voorwaardelijk op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:

  • -

    meldplicht bij reclassering;

  • -

    ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);

  • -

    drugsverbod (harddrugs);

  • -

    alcoholverbod;

  • -

    meewerken aan een gezonde financiële situatie;

  • -

    houden aan aanwijzingen (inspanningsverplichting ten aanzien van realiseren van onderdak, werk, inkomen en het opbouwen van een positief sociaal netwerk).

De reclassering wil met een voorwaardelijke ISD met de verdachte vanuit een eigen woonplek werken aan het op orde krijgen en stabiliseren van de andere leefgebieden. Forse risicofactoren zoals een negatieve sociale omgeving en druggebruik zijn dan iets meer op afstand van de verdachte. De verdachte heeft beschermende factoren, zoals zijn moeder, broer en diens gezin, die er dan voor hem kunnen zijn.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

6.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een ISD-maatregel is voldaan.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 december 2018 in de vijf jaren voorafgaande aan het door hem begane feit ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf of een taakstraf veroordeeld. De desbetreffende vonnissen zijn onherroepelijk. Het onderhavige feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.

De rechtbank stelt vast dat de tot op heden aan de verdachte opgelegde straffen er niet toe hebben geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd. Voorts onderschrijft de rechtbank de conclusies van de reclassering dat oplegging van de voorwaardelijke
ISD-maatregel is aangewezen.

Gelet op de door hem steeds weer veroorzaakte overlast en schade staat thans het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van goederen vereist dat aan de verdachte wordt opgelegd de voorwaardelijke maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het over de verdachte opgemaakte rapport van 13 december 2018, met een proeftijd van 2 jaren. De verdachte heeft op de zitting uitdrukkelijk verklaard bereid te zijn zich aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden te zullen houden.

De voorwaardelijke oplegging dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Ten aanzien van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, merkt de rechtbank het volgende op. De officier van justitie heeft in haar requisitoir geëist dat de voorwaardelijke ISD-maatregel in combinatie met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest wordt opgelegd. Deze combinatie is, mede gelet op hetgeen de Hoge Raad heeft bepaald in ECLI:NL:HR:2006:AV1161 wettelijk niet mogelijk, ook niet indien de ISD-maatregel voorwaardelijk wordt opgelegd. Om die reden zal de rechtbank volstaan met het opleggen van de voorwaardelijke ISD-maatregel. Indien de ISD-maatregel alsnog wordt uitgevoerd, wordt de reeds ondergane voorlopige hechtenis daarvan niet afgetrokken.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen maatregel passend en geboden.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 38m, 38n, 38p, 57, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

9 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;

bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, Marconistraat 2, 3029 AK te Rotterdam, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

  • -

    de veroordeelde werkt mee aan een intake en/of diagnostiek en eventuele behandeling door Fivoor, Antes GGZ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De eventuele behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, waarbij de veroordeelde zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. De reclassering kan een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt met aansluitend weer een ambulante behandeling;

  • -

    de veroordeelde gebruikt geen harddrugs en werkt mee aan urinecontrole op dit gebied. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;

  • -

    de veroordeelde gebruikt geen alcohol en werkt mee aan controle op dit gebied. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest);

  • -

    de veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kade van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft daartoe inzicht in zijn financiën en schulden;

  • -

    de veroordeelde spant zich in ten aanzien van het realiseren van onderdak, werk, inkomen en het opbouwen van een positief sociaal netwerk. De veroordeelde geeft daartoe openheid van zaken richting de reclassering;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht hulp en steun te bieden bij de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,

en mrs. I.W.M. Laurijssens en D.Y.A. van Meersbergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M. in ’t Veld, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij, op of omstreeks 19 september 2018 te Zwijndrecht,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

- een nagelknipper en/of een of meerdere tandenborstels, in elk geval

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten

aan de Kruidvat (gevestigd op/aan het Hof van Holland)

- een of meerdere opzettandenborstels en/of een of meerdere tubes

tandpasta, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoorde, te weten aan de Trekpleister (gevestigd op/aan de

Burgermeester Jansenlaan) en/of As Watson Health & Beauty

Continental Europe

heeft/hebben weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.