Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:3141

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-01-2019
Datum publicatie
19-04-2019
Zaaknummer
10/662116-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

openlijke geweldpleging, geweld tegen politie, verbalisanten gaan naar aanleiding van een melding van een vechtpartij bij een feestje ter plaatse en worden vervolgens uitgescholden, omsingeld en er wordt geweld tegen hen gebruikt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/662116-17

Datum uitspraak: 31 januari 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. P.H.A. de Boer, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 januari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S.M. Scheer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, subsidiair 75 (vijfenzeventig) dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het ten laste gelegde en daartoe het volgende aangevoerd. De verdachte ontkent te hebben deelgenomen aan de openlijke geweldpleging. Zij heeft enkel geprobeerd te bemiddelen richting de politie, waarna zij vervolgens door de politie werd uitgescholden. Hierop heeft zij de vrouwelijke verbalisant uitgescholden, waarna zij is weggegaan en teruggelopen naar [naam horecagelegenheid] waar het feest was. Toen het openlijke geweld plaatsvond, was zij binnen. Zij heeft geen geweld gebruikt en geen deel uitgemaakt van de groep die de verbalisanten heeft belaagd. Het enkele schelden naar de verbalisant is naar de mening van de verdediging onvoldoende om te spreken van een significante en actieve bijdrage aan de openlijke geweldpleging. De verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

4.1.1.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat op 22 juli 2017 openlijk geweld heeft plaatsgevonden aan [adres delict] te Capelle aan den IJssel, waarbij twee verbalisanten zijn uitgescholden, omsingeld, belaagd, en waarbij fysiek geweld tegen hen is gebruikt. De verbalisanten hebben daarbij letsel opgelopen.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte door haar gedrag en handelen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Om onder het bepaalde in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht te vallen, hoeft van de dader zelf geen gewelddadige handeling te zijn uitgegaan. Vocale, intellectuele en andere bijdragen aan het verband dat het openlijk geweld pleegt, tellen mee. Hieronder worden ook geschaard diegenen die in sterke mate bijdragen aan een sfeer van ontremming waarin anderen tot gewelddadige handelingen overgaan en een gecoördineerde tegenactie van de politie wordt bemoeilijkt.

De verdachte heeft verklaard enkel op de verbalisanten afgelopen te zijn om te bemiddelen. De rechtbank acht deze verklaring in het licht van de aangiftes van verbalisanten en de overige door hen op gemaakte processen-verbaal niet geloofwaardig. Daaruit blijkt dat de verdachte op hen afkwam, waarbij mensen met haar meeliepen. zij vervolgens direct tegen de verbalisanten begon te schelden en te schreeuwen wat zij kwamen doen en dat ze moesten “opkankeren”., dat zij onder andere tegen een van hen riep: “Kom dan hoer, sla me dan” en wild met haar armen om zich heen sloeg. De verbalisanten hebben uit dit gedrag afgeleid dat zij uit was op een confrontatie en dat zij hen wilde aanvallen. Vervolgens is zij met versnelde pas in de richting van verbalisanten gelopen tot zij neus aan neus stond met verbalisant [naam slachtoffer 2] . Op dat moment stonden ook diverse anderen dicht om de verbalisanten heen en was de sfeer vanuit de groep in de richting van de verbalisanten uiterst gespannen. Toen één van de verbalisanten haar een zet gaf om haar op afstand en de situatie beheersbaar te houden, escaleerde de situatie verder. De verbalisant kenmerkt dat moment ook als het moment waarop de vlam in de pan sloeg.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte een wezenlijke en significante bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging en zij de katalysator is geweest voor het volledig escaleren van de situatie. Tot aan het handelen van de verdachte was de situatie beperkt gebleven tot een vechtpartij tussen twee groepen, waarvan er een bij het verschijnen van de politie zich al uit de voeten had gemaakt. Door het handelen van de verdachte heeft de agressie zich vervolgens volledig op de politie gericht. De verdachte heeft daarmee de aanmerkelijke kans aanvaard dat de openlijke geweldpleging zou plaatsvinden. Daarbij overweegt de rechtbank nog dat de verdachte zich ook niet zelf heeft gedistantieerd van de situatie. Zij is pas naar binnen gegaan, nadat zij door een medeverdachte bij de verbalisanten werd weggetrokken. Alle bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd, maken dat de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Het verweer wordt verworpen.

4.1.2.

Conclusie

Bewezen is het ten laste gelegde.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

zij op 22 juli 2017 te Capelle aan den IJssel, op of aan de openbare weg, het Lylantse Plein openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] , agent van politie en [naam slachtoffer 2] , hoofdagent van politie, welk geweld bestond uit het meermalen

- toevoegen van de woorden: "Kankerjoden" en "Kankerkale" en "Kankerhoer" en "Kankerlijers" en "Rotterdam hooligans" en "Hamas, Hamas alle joden aan het gas" en "Wat komen jullie hier doen? Kankerlijers" en "Jullie moeten gewoon opkankeren" en "Opkankeren hier, vuile kankerhoer" en "Kom dan, één voor één" en "Kom dan, kankerhoer. Sla dan" en

- ( dreigend) aflopen op die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

- op (zeer) korte afstand van die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 1] gaan staan en

- omsingelen van die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

- maken van zwaaiende bewegingen met een fles in de hand) en

- met kracht slaan of stompen in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en

- gooien van bierflesjes en bierblikjes en schoenen naar die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

- met kracht met een bierflesje slaan op het hoofd van die [naam slachtoffer 2] en

- gooien van een fles tegen de elleboog van die [naam slachtoffer 2] ;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De aangevers zijn twee verbalisanten die een melding kregen van een vechtpartij bij een feestje. Ter plaatse richtte een grote groep feestvierders zich tegen hen. Er ontstond mede door het handelen van de verdachte een dreigende sfeer waarbij de verbalisanten werden uitgescholden, omsingeld werden en door de groep geweld werd gebruikt tegen de verbalisanten. Door het handelen van de verdachte richtte het geweld zich op de politie. Zij ging als eerste de confrontatie met de verbalisanten aan en creëerde een opruiende sfeer waarin de politie vervolgens door de groep ernstig in het nauw werd gebracht en er zelfs fysiek geweld tegen de politie is gebruikt.

De situatie moet voor de verbalisanten zeer bedreigend zijn geweest, zoals ook blijkt uit het feit dat één van hen zich genoodzaakt heeft gevoeld een waarschuwingsschot te lossen. Pas op dat moment stopte de belaging. De verbalisanten hebben als gevolg van het geweld lichamelijk en psychisch letsel opgelopen. Daar komt bij dat het geweld betreft tegen politieagenten, die daar enkel hun werk deden en afkwamen op een melding van een vechtpartij. De rechtbank tilt hier zwaar aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 december 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. De rechtbank houdt bij het vaststellen van de hoogte daarvan rekening met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, alsook met de omstandigheid dat de rol van de verdachte bij de openlijke geweldpleging als katalysator heeft gewerkt. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de verdachte zelf geen fysiek geweld heeft gebruikt en ter zitting er blijk van heeft gegeven het laakbare van haar handelen in te zien en daarvan spijt heeft.

De verdediging heeft bepleit een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank ziet daartoe gezien het vorenstaande geen noodzaak.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

8.1.

De benadeelde partijen

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] , domicilie kiezende te Rotterdam ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 650,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] , domicilie kiezende te Rotterdam, ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 850,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden afgewezen, nu naar de mening van de verdediging de ingediende vorderingen niet zijn gericht op de strafzaak van onderhavige verdachte. De verdediging heeft in dit verband verwezen naar de omstandigheid dat op de ingediende voegingsformulieren van de benadeelde partijen enkel de parketnummers van reeds berechte medeverdachten staan vermeld. Het parketnummer van de strafzaak van onderhavige verdachte ontbreekt op de vorderingen.

8.4.

Beoordeling

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan voeging slechts op de door de wet voorgeschreven wijze plaatsvinden. Artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering bepaalt in dit verband dat voeging geschiedt door een opgave van de inhoud van de vordering van de gronden waarop deze berust, bij de officier van justitie die met de vervolging van het strafbare feit is belast. Deze opgave vindt plaats door middel van een door onze Minister van Justitie en Veiligheid vastgesteld formulier. Voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting stuurt het slachtoffer het formulier terug naar de officier van justitie die met de vervolging van het strafbare feit is belast.

De rechtbank stelt vast dat in onderhavige strafzaak twee formulieren, als bedoeld in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering, zijn gevoegd, waaruit volgt dat de benadeelde partijen zich hebben gevoegd ten aanzien van het door hen genoemde strafbaar feit. Op genoemde formulieren staat niet het parketnummer van de strafzaak van de verdachte vermeld. De officier van justitie heeft de formulieren in het strafdossier van de verdachte gevoegd en de verdachte en de verdediging hebben van die formulieren kennis genomen.

De rechtbank acht onder die omstandigheden het enkele ontbreken van het parketnummer van de verdachte onvoldoende om te concluderen dat genoemde voegingsformulieren niet zouden zijn gericht op het verkrijgen van schadevergoeding in de strafzaak tegen de verdachte.

De rechtbank wijst in dit verband op het bepaalde in artikel 149a, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, waaruit volgt dat de officier van justitie belast is met het samenstellen van het procesdossier. Het is naar het oordeel van de rechtbank de taak van de benadeelde partij om het voegingsformulier aan de officier van justitie te zenden. De officier van justitie draagt vervolgens zorg voor de voeging van het formulier in het relevante strafdossier. Hierbij moet in aanmerking genomen worden dat een benadeelde partij in zijn algemeenheid niet weet welke verdachte in beeld zijn gekomen en wie voor het betreffende strafbaar feit wordt gedagvaard. De officier van justitie behartigt dan als het ware de civiele belangen van een slachtoffer door voornoemd formulier toe te voegen aan een strafdossier. In het verlengde daarvan wijst de rechtbank ook op het onderdeel op het voorblad van het wettelijke voorgeschreven formulier waar het betreffende parketnummer dient te worden ingevuld. Hieruit blijkt dat niet de benadeelde partij, maar het openbaar ministerie is belast met het invullen van het parketnummer.

Daarbij volgt uit de vorderingen van de benadeelde partijen naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat de schadevergoeding die wordt gevorderd gericht is op de daders van het strafbare feit zoals dat aan de verdachte ten laste is gelegd en bewezen is verklaard. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de schadeclaims zich ook tot de verdachte richten en zal daarom de vorderingen van de benadeelde partijen in onderhavig vonnis beoordelen.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 650,--.

Voorts is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 850,--.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 juli 2017.

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.5.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van

€ 650,--, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] een schadevergoeding betalen van

€ 850,--, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 70 (zeventig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 66 (zesenzestig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 33 (drieëndertig) dagen;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 650,-- (zegge: zeshonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 650,-- (zegge: zeshonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 650,-- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 13 (dertien) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 850 ,-- (zegge: achthonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 850,-- (zegge: achthonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 850,-- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 (zeventien) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,

en mrs. V.M. de Winkel en A.M.T.A. Verhagen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 januari 2019.

De voorzitter en de jongste rechter, alsmede de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 22 juli 2017 te Capelle aan den IJssel, op of aan de

openbare weg,het Lylantse Plein, in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] , agent van

politie en/of [naam slachtoffer 2] , hoofdagent van politie, welk geweld bestond uit het

meermalen, althans éénmaal

- toevoegen van de woorden:"Kankerjoden" en/of "Kankerkale" en/of "Kankerhoer"

en/of "Kankerlijers" en/of "Roterdam hooligans" en/of "Hamas, Hamas alle

joden aan het gas" en/of "Wat komen jullie hier doen? Kankerlijers" en/of

"Jullie moeten gewoon opkankeren" en/of "Opkankeren hier, vuile kankerhoer"

en/of "Kom dan, één voor één" en/of "Kom dan, kankerhoer. Sla dan", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( dreigend) aflopen op die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- op (zeer) korte afstand van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] gaan staan

en/of

- omsingelen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- ( maken van (een) zwaaiende beweging(en) met een fles, althans een hard

voorwerp, in de hand) en/of

- ( met kracht) slaan en/of stompen in het gezicht, althans tegen/op het hoofd,

van die [naam slachtoffer 1] en/of

- gooien van (een) (bier)fles(jes) en/of (bier)blik(jes) en/of schoen(en),

althans (een) (hard(e)) voorwerp(en) naar, althans in de richting van, die

[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- ( met kracht) met een (bier)flesje, althans een hard voorwerp, slaan tegen/op

het hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of

- gooien van een fles, althans een hard voorwerp, tegen de elleboog, althans

het lichaam, van die [naam slachtoffer 2] ;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht