Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:3085

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-02-2019
Datum publicatie
19-04-2019
Zaaknummer
10/993043-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor medeplegen van witwassen. De verdachte heeft € 36.500 witgewassen door dit geldbedrag aan te wenden voor de aanschaf van een Range Rover. De verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld is niet verifieerbaar en overigens ook ongeloofwaardig.

Aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/993043-18

Datum uitspraak: 22 februari 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Irak) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. D.C.E. Timmermans, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 februari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. B.J. Schmitz heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht om vrijspraak van het ten laste gelegde feit. Het dossier bevat feiten en omstandigheden die het vermoeden van witwassen rechtvaardigen. De verdachte heeft echter een verklaring over de herkomst van het geld afgelegd, die dat vermoeden voldoende ontzenuwt.

4.1.2.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 7 januari 2017 werd door medeverdachte [naam medeverdachte] een overeenkomst ondertekend met betrekking tot de aankoop door [naam medeverdachte] van een Range Rover Sport met kenteken [kentekennummer] . Op 10 januari 2017 werd de overeenkomst op verzoek van [naam medeverdachte] op naam van de verdachte gezet. De verdachte heeft daartoe (een kopie van) zijn rijbewijs ter beschikking gesteld. De onderhandelingen over de aankoop werden gedaan door de dochter van de verdachte en haar partner, [naam medeverdachte] . De auto werd deels contant en deels giraal betaald. De girale geldbedragen werden overgemaakt van twee bankrekeningen van de verdachte. Vlak voor de respectievelijke overboekingen werden verschillende contante geldbedragen op de rekeningen gestort. Ook heeft de dochter van de verdachte kort voor de aankoop geldbedragen overgemaakt naar zijn rekening. De auto is op 12 januari 2017 afgeleverd aan [naam medeverdachte] en zijn partner, na contante betaling door [naam medeverdachte] van een bedrag van € 10.000,00.

Op 24 augustus 2017 werd de Range Rover aangetroffen in de garage van de woning van [naam medeverdachte] . Uit de verklaring van de verdachte en mutaties van de politie blijkt dat de auto in de maanden daarvoor steeds in gebruik is geweest bij [naam medeverdachte] dan wel diens partner.

Witwassen

De vraag die voorligt, is of de verdachte, door te handelen als hierboven vastgesteld, zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen.

Naar inmiddels bestendige jurisprudentie kan, in een geval zoals dat zich hier voordoet, waarin geen direct bewijs voor inkomsten uit brondelicten aanwezig is, witwassen bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Het ligt op de weg van het openbaar ministerie om zicht te bieden op het bewijs waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid.

De toetsing door de rechter dient daarbij de volgende stappen te doorlopen.

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien zulks zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij pas in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.

Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Vermoeden van witwassen

In deze zaak kan geen brondelict worden vastgesteld, waaruit het tenlastegelegde vermogen afkomstig zou zijn. Om toch vast te stellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, moet worden beoordeeld of de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen.

Uit de manier waarop de verdachte en [naam medeverdachte] de geldbedragen hebben rondgepompt, rijst naar het oordeel van de rechtbank zonder meer een vermoeden van witwassen. De verdachte heeft een kluis geopend bij de Nederlandsche Kluis. [naam medeverdachte] was gemachtigd voor die kluis. Volgens de verdachte lag het geld voor de aankoop van de Range Rover in die kluis. Het aankoopbedrag is op verschillende manieren bij de autodealer terechtgekomen. € 10.000,00 is in contanten betaald door [naam medeverdachte] . Het resterende bedrag is eerst op de bankrekeningen van de verdachte gezet, deels door contante stortingen en deels door overboekingen vanaf de rekening van de dochter van de verdachte. Door op deze wijze met geld te schuiven, is onduidelijk wat de herkomst van het geld is. Op grond daarvan is het vermoeden gerechtvaardigd dat het uit enig misdrijf afkomstig is.

Verklaring verdachte

Van de verdachte mag vervolgens verwacht worden dat hij een concrete, min of meer verifieerbare verklaring aflegt over de herkomst van het vermogen, die niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. De verdachte heeft verklaard dat het geld deels afkomstig was uit de erfenis van zijn ouders. Zijn deel in de erfenis zou 40.000 dollar bedragen, die hij vanaf 2009 jaarlijks in delen contant in euro’s zou hebben ontvangen. Die verklaring is verifieerbaar noch waarschijnlijk. Op geen enkele wijze is aannemelijk geworden dat deze erfenis bestaat. Aan dit oordeel werkt mede dat de verdachte van de erfenis en/of zijn aandeel in de onverdeelde boedel van zijn ouders nimmer aangifte voor de inkomstenbelasting heeft gedaan, hoewel hij daartoe wel verplicht was. Het in een laat stadium van de procedure overgelegde briefje van de zuster van de verdachte kan aan dit oordeel niet afdoen. De verdachte heeft overigens geen schriftelijke bescheiden overgelegd die deze bewering ondersteunen. De rechtbank schuift de verklaring van de verdachte dan ook als ongeloofwaardig terzijde.

De verdachte heeft verklaard dat het overige deel van het geld afkomstig was van spaargeld, dat aanvankelijk op een rekening bij de DSB stond. Na het faillissement van de DSB zou hij het geld contant hebben opgenomen, omdat hij geen vertrouwen meer had in de banken. Ook deze verklaring is niet verifieerbaar. De verdachte heeft geen rekeningafschriften van deze rekening overgelegd of zelfs maar het bankrekeningnummer genoemd.

Bovendien heeft de verdachte ook het contante spaargeld nooit aangegeven bij de Belastingdienst. Ook dat is een indicatie dat zijn verklaring onjuist is.

Bij dit alles komt dat het geld waarmee de auto is aangeschaft voor zover aantoonbaar niet van de verdachte maar van zijn dochter en/of medeverdachte [naam medeverdachte] afkomstig was, reden waarom het – onaannemelijke – voorhanden zijn van geld uit de erfenis en van spaargeld het vermoeden van witwassen hoe dan ook niet kan ontzenuwen.

Nu er sprake is van een vermoeden van witwassen en de verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat er sprake is van geld dat middellijk of onmiddellijk afkomstig is van enig misdrijf.

Wetenschap verdachte

De verdachte heeft kennelijk niet willen verklaren wat de werkelijke herkomst van het geld is. Over de bestemming van het contante geld heeft hij bovendien wisselend en leugenachtig verklaard. Het geld zou zijn besteed aan de aanschaf van een Audi A7. Later heeft de verdachte verklaard dat het is uitgegeven aan de verbouwing zijn woning. Weer later heeft hij verklaard dat het bestemd was voor de aanschaf van de Range Rover. Gelet op deze wisselende verklaringen concludeert de rechtbank dat de verdachte wist dat het geld van enig misdrijf afkomstig was.

4.1.3.

Partiële vrijspraak

De rechtbank stelt vast dat een deel van het geld waarmee de Range Rover is betaald (€ 3.000,00) is gestort door [naam dochter verdachte] , een dochter van de verdachte. Nu die storting heeft plaatsgevonden buiten de ten laste gelegde periode, zal de rechtbank de verdachte in zoverre vrijspreken.

4.1.4.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij,

op tijdstippen in de periode van 7 januari 2017 tot en

met 24 augustus 2017 te Zwijndrecht en Capelle aan den IJssel en St.

Willebrord, en elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen,

(van) voorwerpen, te weten geldbedragen van in totaal EUR

36.500,

de herkomst heeft verborgen/verhuld en heeft

verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op die

geldbedragen was/waren en wie die

geldbedragen voorhanden heeft/hebben gehad, en

voorhanden heeft gehad en heeft verworven en omgezet en overgedragen

en van die geldbedragen gebruik heeft gemaakt

door die geldbedragen:

1) contant op zijn bankrekeningen te (laten) storten, (twee geldbedragen van telkens EUR 14.500,-) en

2) op zijn bankrekening over te (laten) boeken, (een geldbedrag van EUR 5.000,- en een geldbedrag van EUR 2.500,- en

3) (al dan niet vervolgens) over te (laten) boeken op de bankrekening van [naam autobedrijf] (ter financiering van een auto, merk Range Rover, gekentekend [kentekennummer] ) een geldbedrag van EUR 10.000,- en een geldbedrag van EUR 15.000,- en een geldbedrag van EUR 9.500,- en een geldbedrag van € 5.000,-)

terwijl hij en zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven geldbedragen - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

medeplegen van witwassen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft met de aanschaf van een Range Rover samen met anderen een geldbedrag van € 36.500,00 witgewassen. Dat is een ernstig strafbaar feit. Witwassen vormt een aantasting van de legale economie en schaadt het vertrouwen in het financiële verkeer. Bovendien wordt door witwassen de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd.

De verdachte heeft geen verantwoording afgelegd over zijn handelen. Hij heeft tot en met de zitting geprobeerd te verhullen dat hij geld heeft witgewassen. Deze proceshouding rekent de rechtbank hem aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 januari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit is het opleggen van een gevangenisstraf passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De verdediging heeft verzocht bij strafoplegging te kiezen voor een andere strafmodaliteit dan een gevangenisstraf. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding, gelet op de ernst van het feit en de proceshouding van de verdachte, zoals die hiervoor uiteen zijn gezet.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. G.A. Bouter-Rijksen en E.M. Havik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 februari 2019.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij,

op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 januari 2017 tot en

met 24 augustus 2017 te Zwijndrecht en/of Capelle aan den IJssel en/of St.

Willebrord, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(van) (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van (in totaal) EUR

39.500, in elk geval enig geldbedrag,

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen/verhuld en/of heeft

verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die

voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie dat/die

voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad, en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven en/of omgezet en/of overgedragen

en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt

door dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en):

1) contant op zijn bankrekening(en) te (laten) storten, althans daarop te ontvangen (twee geldbedragen van telkens EUR 14.500,-) en/of

2) op zijn bankrekening(en) over te (laten) boeken, althans daarop te ontvangen (een geldbedrag van EUR 5.000,- en/of een geldbedrag van EUR 2.500,- en/of een geldbedrag van EUR 3.000,-) en/of

3) (al dan niet vervolgens) over te (laten) boeken op/naar de bankrekening(en) van [naam autobedrijf] (ter financiering van een auto, merk Range Rover, gekentekend [kentekennummer] ) een geldbedrag van EUR 10.000,- en/of een geldbedrag van EUR 15.000,- en/of een geldbedrag van EUR 9.500,- en/of een geldbedrag van € 5.000,-)

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)

vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en)/geldbedrag(en) - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.