Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2915

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-03-2019
Datum publicatie
15-04-2019
Zaaknummer
10/993042-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

de veroordeelde, boekhouder van uitzendbureau [naam uitzendbureau] heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door het opmaken van valse kwitanties en daarmee van een valse boekhouding: op deze kwitanties is namelijk vermeld dat er contante loonbetalingen plaats hebben gevonden terwijl daar in werkelijkheid geen sprake van was. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/993042-17

Datum uitspraak: 21 maart 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte]

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Marokko) [geboortedatum verdachte] ,

wonende op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. M.D. Winter, advocaat te Den Haag.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 6 juli 2018 en 7 maart 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.C. Schaafsma heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest,

  • -

    ontzetting van de verdachte van de uitoefening van het beroep van boekhouder voor de duur van 2 jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

Onder verwijzing naar het op schrift gestelde pleidooi is aangevoerd dat dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen van vervalsen van de kwitanties en het opnemen van deze kwitanties in de bedrijfsadministratie. De verklaringen die door de getuigen zijn afgelegd zijn onbegrijpelijk en onbetrouwbaar. Daarnaast kan niet worden bewezen dat de verdachte enig oogmerk heeft gehad om de bedragen op de kwitanties valselijk te vermelden. De verdachte wist niet dat de kasbedragen op de kwitanties niet aan de betrokkenen zijn uitbetaald, mede omdat structureel tussentijds contante voorschotten werden verstrekt. Als laatste is aangevoerd dat er geen sprake is van het medeplegen van het ten laste gelegde omdat de verdachte geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de ten laste gelegde gedragingen.

4.1.2.

Beoordeling

De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten. De verdachte was als boekhouder betrokken bij het houden van de salarisadministratie van het uitzendbureau [naam bedrijf] (verder: [naam bedrijf] ). Samen met medeverdachte [naam medeverdachte] , indirect bestuurder en feitelijk leidinggevende van [naam bedrijf] , zorgde de verdachte ervoor dat het salaris werd uitbetaald aan de werknemers van [naam bedrijf] , waaronder de gehoorde getuigen [naam getuige 1] , [naam getuige 2] , [naam getuige 3] , [naam getuige 4] , [naam getuige 5] en [naam getuige 6] .

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met de medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan het opmaken van de valse kwitanties en het opnemen van deze kwitanties in de bedrijfsadministratie.

Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde kwitanties zijn de zes hierboven genoemde getuigen gehoord. Zij verklaren in grote lijnen eensluidend over de gang van zaken rondom het uitbetalen van hun salaris. Zij verklaren onder meer het volgende. Elke vier weken moesten zij naar het kantoor van [naam bedrijf] komen voor hun salarisbetaling. Daar waren de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] aanwezig. De verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] werkten samen bij het controleren van de uren en het overmaken van het salaris. Om het salaris daadwerkelijk te ontvangen moesten de getuigen een kwitantie ondertekenen. [naam medeverdachte] berekende ter plekke het loon. Vervolgens werd door de verdachte op de kwitantie onder het kopje “bank” een bedrag ingevuld. Op het moment dat de getuigen de kwitanties ondertekende, waren onder de kopjes “kas” en “totaal periode” nog geen bedragen ingevuld. De getuigen verklaren allen eensluidend dat zij de op de kwitanties genoemde contante bedragen niet hebben ontvangen. Diverse getuigen verklaren dat het salaris dat zij ontvingen het netto-uurloon betrof maal het aantal gewerkte uren. Dit salaris werd altijd via de bank overgemaakt. Diverse getuigen verklaren bovendien dat zij geen vakantiegeld ontvingen en niet werden doorbetaald gedurende hun vakantie. Ook ontvingen zij geen loonstroken, tenzij zij deze voor een specifiek doel opvroegen. Omdat de getuigen voor het grootste deel hetzelfde verklaren over de salarisbetalingen vindt de rechtbank, anders dan de verdediging, de verklaringen niet tegenstrijdig en juist wel begrijpelijk en betrouwbaar. De door de getuigen geschetste gang van zaken wordt ook bevestigd door het filmpje dat door getuige Janowski is gemaakt. Daarbij valt nog in het bijzonder op te merken dat de getuige het horloge waarmee het filmpje is gemaakt juist heeft aangeschaft teneinde de door hem en de andere getuigen geschetste gang van zaken bij de uitbetaling vast te leggen.

Op de kwitanties die in de bedrijfsadministratie zijn aangetroffen staat niet alleen het bedrag onder “bank” vermeld, maar zijn ook bedragen onder “kas” en “totaal periode” ingevuld. Uit onderzoek naar deze kwitanties blijkt dat het bedrag onder “kas” in een groot aantal gevallen met andere inkt is genoteerd dan het bedrag onder “bank”. Dit is goed te verklaren indien de bedragen onder “kas” inderdaad, zoals de getuigen verklaren, niet werden ingevuld in hun bijzijn maar op een later moment.

Uit het bovenstaande volgt dat de in de tenlastelegging genoemde kwitanties vervalst zijn omdat daarop in strijd met de waarheid vermeld is dat de betreffende werknemers een kopie loonstrook ontvingen en het bijbehorende salaris, deels contant en deels per bank. In werkelijkheid ontvingen de werknemers slechts een deel van het op de loonstrook vermelde salaris, ontvingen zij niet de op de kwitanties vermelde kasbetalingen en werd ook niet steeds een kopie loonstrook overhandigd. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de getuigen de onder “kas” vermelde bedragen al eerder contant als voorschot hadden ontvangen, zoals de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte] hebben aangevoerd. Dit voor het eerst ter zitting ingenomen standpunt is immers niet onderbouwd en strookt niet met wat de getuigen hebben verklaard.

Ook kan worden bewezen dat dat bedrijfsadministratie van [naam bedrijf] vals is. De kwitanties met bedragen vermeld onder “kas” en “totaal periode” en loonstroken zijn immers aangetroffen in de inbeslaggenomen administratie. Op de kwitanties staat vermeld dat de werknemer door ondertekening verklaart het salaris zoals vermeld op de loonstroken te hebben ontvangen. Daaruit leidt de rechtbank af dat de kwitanties bedoeld zijn om te bewijzen dat de bedrijfsvoering van [naam bedrijf] op orde is, terwijl de werknemers in feite minder geld ontvingen dan waar zij volgens de loonstroken recht op hadden.

De rechtbank is ook van oordeel dat er sprake is van medeplegen. Alle getuigen verklaren namelijk dat de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] aanwezig waren bij het opstellen van de kwitanties. De medeverdachte [naam medeverdachte] zou de netto-loonafspraken met de getuigen hebben gemaakt en hij was degene die op de dag van uitbetaling de uren controleerde. De medeverdachte [naam medeverdachte] gaf vervolgens het bedrag dat per bank moest worden overgemaakt door aan de verdachte. De verdachte schreef het bedrag onder “bank” op de kwitanties, maakte de kopieën van de kwitanties en maakte de digitale overboeking in orde. Uit het documentonderzoek volgt dat de kwitanties vervolgens werden aangevuld met de bedragen vermeld onder “kas” en “totaal periode”, veelal door dezelfde persoon die eerder de bedragen onder “bank” had genoteerd (de verdachte). De loonstroken en aangevulde kwitanties werden vervolgens door de verdachte opgenomen in de bedrijfsadministratie. Dit leidt tot de conclusie dat de verdachte als boekhouder van [naam bedrijf] , de medeverdachte als (indirect) bestuurder en feitelijk leidinggevende van [naam bedrijf] , en deze vennootschappen bewust en nauw hebben samengewerkt bij het valselijk opmaken van de kwitanties en de bedrijfsadministratie. De verdachte heeft daaraan een substantiële materiële bijdrage geleverd. Dat de verdachte niet zou hebben geweten dat de op de kwitanties vermelde kasbedragen niet aan de werknemers werden uitbetaald, acht de rechtbank op grond van het voorgaande en mede gelet op zijn functie als boekhouder, niet aannemelijk.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde valsheid in geschrift.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Hij in de periode 1 januari 2015 tot en met 4 april 2017, te Honselersdijk en Naaldwijk, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, A. kwitanties van [naam bedrijf] te weten:

- een kwitantie van de betaling van salaris over de periode 10-2015 aan [naam getuige 1] (DOC-003-08); en

- een kwitantie van de betaling van salaris over de periode 09-2015 aan [naam getuige 2] en [naam getuige 3] (DOC-004-10); en

een kwitantie van de betaling van salaris over de periode 01-2015 aan [naam getuige 4] (DOC-010-02); en

- een kwitantie van de betaling van salaris over de periode OA-2016 aan [naam getuige 5] (DOC-009-035); en

- een kwitantie van de betaling van salaris over de periode 07-2015 aan [naam getuige 6] (DOC-013-15)

en

B. de bedrijfsadministratie van [naam bedrijf] ,

telkens zijnde een geschrift bestemd tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders, telkens in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –

op genoemde kwitanties vermeld dat de op de kwitanties vermelde personen een kopie loonstrook en bijbehorend salaris over die periode hebben ontvangen, en op genoemde kwitanties loon betalingen per kas vermeld en vervolgens genoemde kwitanties opgenomen in de bedrijfsadministratie van [naam bedrijf] , zulks terwijl in werkelijkheid geen kopie van de loonstroken aan de op die kwitanties vermelde personen is verstrekt en niet een salaris gelijk aan het salaris op de loonstroken is uitbetaald en niet het geldbedrag per kas is uitbetaald zoals vermeld op de genoemde kwitanties, zulks met het oogmerk deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

- Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich als boekhouder welbewust, structureel schuldig gemaakt aan fraude waarbij hij en zijn medeverdachten mensen uit onder meer Oost-Europa in Nederland te werk stelden en hen onder het minimumloon lieten werken. Dit probeerden zij te verhullen door hen deels lege kwitanties te laten tekenen. De daarop vermelde bedragen werden later aangevuld, zodat het leek alsof de werknemers hadden getekend voor ontvangst van het later vermelde bedrag en het in hun loonstroken vermelde salaris. In werkelijkheid ontvingen zij daar slechts een deel van. Het verschil tussen het op de loonstroken vermelde salaris en het daadwerkelijk betaalde salaris kwam aan de verdachte en zijn medeverdachten ten goede.

De slachtoffers zijn de Nederlandse taal niet machtig en kennen de Nederlandse regels omtrent loonbetaling niet. Deze mensen waren afhankelijk van het werk dat zij via het uitzendbureau, [naam bedrijf] , kregen. De verdachte en zijn medeverdachten hebben misbruik gemaakt van deze afhankelijkheidsrelatie. Zij hebben zo gehandeld om zelf direct financieel voordeel te behalen. Daarnaast heeft de verdachte door het opnemen van valse documenten in de bedrijfsadministratie schade toegebracht aan het vertrouwen dat het maatschappelijk verkeer in een dergelijke administratie, die bijvoorbeeld wordt gebruikt tegenover de belastingdienst, moet kunnen stellen.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 mei 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van de feiten is het opleggen van een gevangenisstraf passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Daar komt bij dat de verdachte in zijn hoedanigheid van boekhouder zich schuldig heeft gemaakt aan het frauduleus opstellen van valse kwitanties en een valse bedrijfsadministratie. Juist van een boekhouder moet kunnen worden verwacht dat hij zich niet inlaat met dergelijke praktijken. Naast het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vindt de rechtbank het door de officier van justitie geëiste beroepsverbod dan ook passend en geboden. Gelet op het bepaalde bij art. 31, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafrecht verstaat de rechtbank de eis van de officier van justitie aldus dat aan verdachte een verbod voor de duur van 2 jaar en 9 maanden wordt opgelegd.

De verdediging heeft ten aanzien van de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf nog opgemerkt dat deze gebaseerd zou zijn op bewezenverklaring van alle beweerdelijk vals opgemaakte kwitanties, terwijl in de tenlastelegging slechts vijf kwitanties zijn opgenomen. Dit verweer ziet eraan voorbij dat aan verdachte onder B het valselijk opmaken van de (gehele) bedrijfsadministratie van [naam bedrijf] wordt verweten.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 28, 31, 47, 57, 225 en 235 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;

legt als bijkomende straf op aan de verdachte

- ontzetting van de uitoefening van het beroep van boekhouder voor de duur van 2 (twee) jaren en 9 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. G.A. Bouter-Rijksen en C.G.E. Prenger, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.J. van der Putte, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 maart 2019.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Hij in of omstreeks de periode 1 januari 2015 tot en met 4 april 2017, te Honselersdijk en/of Naaldwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, althans eenmaal,

A. een of meer kwitantie(s) van [naam bedrijf] te weten: '

- een kwitantie van de betaling van salaris over de periode 10-2015 aan [naam getuige 1] (DOC-003-22); en/of

- een kwitantie van de betaling van salaris over de periode 09-2015 aan [naam getuige 2] en/of [naam getuige 3] (DOC-004-10); en/of

een kwitantie van de betaling van salaris over de periode 01-2015 aan [naam getuige 4] (DOC-010-02); en/of

- een kwitantie van de betaling van salaris over de periode OA-2016 aan [naam getuige 5] (DOC-009-035); en/of

een kwitantie van de betaling van salaris over de periode 07-2015 aan [naam getuige 6] (DOC-013-15)

en/of

B. de bedrijfsadministratie van [naam bedrijf] , (telkens) zijnde een geschrift bestemd tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven -

Op genoemde kwitantie(s) vermeld en/of laten vermelden en/of doen vermelden dat de op de kwitantie(s) vermelde perso(o)n(en) een kopie loonstrook en bijbehorend salaris over die periode heeft/hebben ontvangen, en/of op genoemde )kwitantie(s) (een) (loon) betaling (en) per kas vermeld en/of laten vermelden en/of doen vermelden, en/of (vervolgens) genoemde kwitantie(s) opgenomen en/of laten opnemen en/of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [naam bedrijf] , zulks terwijl in werkelijkheid geen kopie van de loonstro(o)k(en) aan de op die kwitantie{s) vermelde perso(o)n(en) is verstrekt en/of niet een salaris gelijk aan het salaris op de loonstro(o)k(en) is uitbetaald en/of niet het geldbedrag per kas is uitbetaald zoals vermeld op de genoemde kwitantie(s), zulks met het oogmerk dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken.