Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2832

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-03-2019
Datum publicatie
11-04-2019
Zaaknummer
10/170795-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mishandeling door het toedienen van een voor de gezondheid schadelijke stof en artikel 1 van de Wegenverkeerswet. Vrijspraak van de primair ten laste gelegde poging doodslag en subsidiair ten laste gelegde poging zware mishandeling.

Veroordeelde heeft zijn moeder een hoeveelheid Olanzapine toegediend door deze aan haar koffie toe te voegen en is vervolgens naar Duitsland gereden met haar auto, zonder haar toestemming. Het feit kan de verdachte in sterk verminderde mate worden toegerekend.

Straf: een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/170795-18

Datum uitspraak: 25 maart 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

(voorheen) ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd

in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, locatie PPC Scheveningen,

raadsman mr. D.C.E. Timmermans, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 maart 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis van de officier van justitie

De officier van justitie mr. P. Wijnands heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en het onder 2 primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname, forensisch begeleid wonen en opname in een zorginstelling. De officier van justitie heeft gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Feit 1

Primair en subsidiair ten laste gelegde

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, omdat niet is bewezen dat de verdachte het opzet had, ook niet in de vorm van voorwaardelijk opzet, om zijn moeder van het leven te beroven of haar zwaar letsel toe te brengen. De verdachte zal daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.

Meer subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het meer subsidiair ten laste gelegde wel bewezen kan worden verklaard, namelijk dat de verdachte zijn moeder met voorbedachten rade heeft mishandeld. Met mishandeling wordt gelijkgesteld een opzettelijke benadeling van de gezondheid. Gelet op de klachten die de moeder van de verdachte heeft ondervonden, is zodanige benadeling hier aan de orde.

De officier van justitie en de verdediging zijn ook de mening toegedaan dat sprake is van mishandeling met voorbedachten rade. De rechtbank overweegt hierbij nog het volgende.

Van voorbedachten rade is sprake wanneer een moment voor kalm beraad voorgaand aan de uitvoering van een voornemen heeft bestaan. Het handelen van de verdachte moet het gevolg zijn van een tevoren door hem genomen besluit, waarbij hij tussen het nemen van dit besluit en de uitvoering hiervan de gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen daarvan na te denken. Niet zozeer van belang is dat de verdachte zich daadwerkelijk heeft beraden; het gaat er om dat hij hiervoor tijd en gelegenheid had. Door de Hoge Raad is bepaald dat een psychotisch ziektebeeld voorbedachten rade niet uitsluit.

De verdachte heeft verklaard dat er na zijn terugkeer uit Spanje op 17 augustus 2018, tussen zijn moeder en hem steeds een gespannen sfeer hing, met name door discussies over zijn medicatie Olanzapine. De verdachte wilde die niet gebruiken, terwijl zijn moeder aandrong op inname. Dit ergerde hem en hij wilde haar laten ervaren wat hij zelf ervaart door deze medicatie; onder meer dat hij daardoor slaperig door het leven gaat.

Door de verdachte is voorts verklaard dat hij op 26 augustus in eerste instantie van plan was Olanzapine in water op te lossen en dit aan zijn moeder aan te bieden. Toen het medicijn niet goed oploste en in het water klonterde, heeft hij ervoor gekozen deze substantie weg te gooien en het nog een keer met koffie te proberen. Dit werkte wel en hij heeft de koffie aan zijn moeder aangeboden, die dit vervolgens opdronk. Uit het dossier blijkt niet hoeveel de verdachte precies in de koffie heeft opgelost, maar volgens zijn eigen verklaringen is dit tussen 50 en 100 mg geweest. De verdachte heeft ook verklaard dat hij zelf wel eens een vergelijkbare hoeveelheid Olanzapine heeft ingenomen en dat hij verwachtte dat zijn moeder er tot twee dagen van zou slapen.

Uit deze gang van zaken blijkt dat de verdachte het besluit heeft genomen om zijn moeder heimelijk Olanzapine te geven en dat hij tijd heeft gehad om over het door hem genomen besluit en de gevolgen daarvan na te denken. De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake was van een mishandeling met voorbedachten rade. De omstandigheid dat sprake was van psychotische belevingen, veroorzaakt door schizofrenie, levert onvoldoende contra-indicatie op om tot een ander oordeel te komen.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

4.2.

Feit 2

Standpunt van de officier van justitie

Door de auto van zijn moeder weg te nemen en daarmee naar Duitsland te rijden, heeft de verdachte over dit voertuig beschikt en deze aan de feitelijke heerschappij van zijn moeder onttrokken. Het primair ten laste gelegde kan worden bewezenverklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft de auto van zijn moeder niet weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Hij heeft wel van het voertuig opzettelijk en wederrechtelijk gebruik gemaakt. Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij het adres waar hij de auto heeft achtergelaten nog wel zou doorgeven, zodat iemand de auto zou kunnen ophalen.

Beoordeling door de rechtbank

Om diefstal bewezen te kunnen achten dient sprake te zijn geweest van het oogmerk bij de verdachte om zich de auto toe te eigenen. Wat de verdachte volgens zijn eigen verklaring wilde was zo ver mogelijk wegrijden, om te vluchten van de situatie. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de wil van de verdachte was gericht op het gebruik van de auto, niet op toe-eigening. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte die bedoeling heeft gehad en daarmee ook niet dat de verdachte het oogmerk had de auto van zijn moeder te stelen. De verdachte heeft wel opzettelijk en wederrechtelijk van de auto gebruik gemaakt op de weg. Dit is joyriding in de zin van artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994.

Conclusie

Niet bewezen is dat de verdachte de onder 2 primair ten laste gelegde diefstal heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Wel bewezen is dat de verdachte de onder 2 subsidiair ten laste gelegde joyriding heeft begaan.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair en het onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

meer subsidiair:

hij op 26 augustus te Papendrecht

met voorbedachten rade

zijn moeder, [naam slachtoffer] , heeft mishandeld door

het toedienen van een voor de gezondheid schadelijke stof,

te weten door een hoeveelheid Olanzapine in/door een kop koffie te

mengen en vervolgens die koffie aan [naam slachtoffer] te geven;

2.

subsidiair:

hij te Papendrecht en Duitsland op 26 augustus 2018 opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig,

(Volkswagen Fox, kenteken: [kentekennummer] ), toebehorende aan [naam slachtoffer] ,

als bestuurder

heeft gebruikt op de weg, te weten de [adres verdachte] enmeerdere (andere) (snel)weg(en) in Nederland en Duitsland;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. mishandeling gepleegd met voorbedachten rade begaan tegen zijn moeder, terwijl het misdrijf wordt gepleegd door toediening van een voor de gezondheid schadelijke stof, en

2 overtreding van artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

Op 26 augustus 2018 heeft de verdachte een hoeveelheid Olanzapine aan zijn moeder gegeven. Dit is een stof die de gezondheid kan schaden. Er is niet komen vast te staan wat de exacte toegediende hoeveelheid was. Uit de verklaringen van de verdachte is wel duidelijk geworden dat dit een hogere dosis was dan door artsen aan hemzelf is voorgeschreven.

De verdachte heeft verklaard dit medicijn aan zijn moeder te hebben gegeven omdat hij gefrustreerd was over het feit dat zij druk op hem uitoefent om zijn medicatie te nemen. Hij ervaart zelf daarvan vervelende bijwerkingen en hij vond dat zijn moeder ook maar eens moest ervaren hoe dat voelt. Met dit idee heeft de verdachte een hoeveelheid Olanzapine in de koffie van zijn moeder gedaan en dit aan haar gegeven. Zijn moeder is onwel geworden en heel bang. Zij is in het ziekenhuis gedurende twee dagen ter observatie opgenomen geweest.

De rechtbank verwijt de verdachte dat hij zijn moeder in deze situatie heeft gebracht. Een en ander is voor een belangrijk deel toe te rekenen aan de omstandigheid dat hij zijn medicijnen niet innam in de onderhavige periode. Enerzijds valt het te begrijpen dat de verdachte last heeft van de bijwerkingen van de medicatie en dat het moeilijk voor hem is zijn ziekte te accepteren. Anderzijds; de verdachte weet uit het verleden dat wanneer hij stopt met zijn medicatie, zijn psychische gesteldheid achteruit gaat en hij door agressief gedrag de fout in gaat. Het lukt de verdachte tot op heden niet om intrinsiek te beseffen dat de noodzaak tot het innemen van medicijnen een onderdeel van zijn leven is en zal blijven. De hierna te noemen deskundigen benadrukken ook die noodzaak.

Toen de verdachte door had dat zijn gedrag consequenties voor hem zou hebben, raakte hij naar eigen zeggen in paniek en is hij met de auto van zijn moeder naar Duitsland gevlucht, tot hij niet meer verder kon.

De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij iemand die het beste met hem voor had, zijn eigen moeder, heeft mishandeld. Toen hij zag dat zijn gedrag consequenties voor hem zou kunnen hebben, heeft de verdachte zich niet om haar bekommerd en heeft hij alleen voor zichzelf gekozen door te vluchten in haar auto, zonder haar toestemming en zonder rijbewijs.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 november 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet recentelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad wordt daarom niet als strafverzwarend gezien.

7.3.2.

Rapportages

Psychiater dr. B.A. Blansjaar heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 oktober 2018. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Differentiaal diagnostische overwegingen

De bevindingen van het onderzoek en de beschikbare gegevens bevestigen de eerder bij de onderzochte gestelde diagnose schizofrenie. De primair psychotische stoornis van de onderzochte heeft waarschijnlijk een ernstiger beloop gehad door zijn stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol.

Forensisch psychiatrische beschouwing

De onderzochte heeft bij de verhoren en in het onderzoek min of meer gelijkluidend verklaard dat hij zijn moeder medicijnen in haar koffie heeft gegeven omdat hij haar de effecten hiervan wilde laten ervaren. Hij moest deze medicijnen op haar aandrang steeds nemen. Gezien de bevindingen van het onderzoek en de gegevens van de beschikbare stukken, kwam zijn irritatie daarover en zijn vijandigheid ten opzichte van zijn moeder voort uit psychotische belevingen tijdens een ziekte-episode die is veroorzaakt door schizofrenie en mogelijk uitgelokt en verergerd door gebruik van alcohol en cannabis. Door beperkingen ten gevolge van zijn schizofrenie is de onderzochte niet goed in staat zich te verzetten tegen zijn afhankelijkheid van alcohol en cannabis. Wel kan hem zijn medicatie-ontrouw voorafgaand aan het ten laste gelegde enigermate worden aangerekend, omdat hij door eerdere ervaringen wist of in ieder geval had kunnen weten dat zonder medicatie zijn risico op psychotische ontregeling met ziekelijke achterdocht, achtervolgingswaan en agressief gedrag veel groter is. De recidivekans wordt als matig verhoogd ingeschat.

Geadviseerd wordt de onderzochte het ten laste gelegde slechts in beperkte mate toe te rekenen; er is sprake geweest van (sterk) verminderde toerekenbaarheid. De kans op herhaling van soortgelijke en andere strafbare feiten kan worden beperkt door klinische behandeling van de schizofrenie en de stoornis in het gebruik van middelen van de onderzochte, in een gesloten forensische setting, gevolg door resocialisatie naar begeleid wonen met ambulante nazorg.

Geadviseerd wordt de onderzochte door bijzondere voorwaarden bij een grotendeels voorwaardelijke straf te verplichten mee te werken aan klinische behandeling in een Forensisch Psychiatrische Afdeling en aan resocialisatie naar begeleid wonen, met ambulante nazorg onder toezicht van de reclassering. Plaatsing van de onderzochte in de Forensisch Psychiatrische Afdeling van GGZ Parnassia te Den Haag verdient de voorkeur gezien zijn eerder goed verlopen behandeling daar.

Psycholoog M.H. de Groot heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 29 oktober 2018. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Forensisch psychologische beschouwing

Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde was er bij de onderzochte sprake van schizofrenie, een stoornis in het gebruik van alcohol en een stoornis in het gebruik van cannabis. Deze stoornissen beïnvloedden de gedragskeuzes en gedragingen van de onderzochte ten tijde van het ten laste gelegde.

De rapporteur adviseert de ten laste gelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen.

Zorgprognose en beïnvloedingsmogelijkheden

De kans op recidive voor soortgelijke feiten wordt momenteel als matig tot verhoogd omschreven. Deze kans kan naar de mening van de rapporteur verlaagd worden door de psychiatrische behandeling die hij momenteel in het PPC krijgt te continueren via klinische behandeling elders, met voldoende beveiliging. Ten tijde van het onderzoek blijkt de ernst van de psychose wel af te nemen, maar deze is nog niet verdwenen. Van belang is dat de onderzochte nog beter leert accepteren dat hij anti-psychotische medicatie blijft gebruiken, ook in tijden waarin hij meent dat het goed met hem gaat. Dit kan onder meer gebeuren door psycho-educatie. In de resocialisatie fase kan toegewerkt worden naar ontslag, waarbij er zo mogelijk voorzieningen met betrekking tot het wonen gerealiseerd dienen te worden, zo mogelijk in een beschermde of begeleide woonvorm.

Geadviseerd wordt betrokkene de gelegenheid te geven de psychiatrische behandeling te laten continueren in een psychiatrische instelling, bij voorkeur in eerste instantie op een FPA (Forensisch-Psychiatrische Afdeling), waar de behandelsituatie voldoende beveiliging biedt. In een later stadium van de behandeling kan betrokkene eventueel overgeplaatst worden naar een reguliere behandelafdeling, maar er kan ook toegewerkt worden naar ambulante vervolgbehandeling. De klinische behandeling kan in eerste instantie heel goed plaatsvinden in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel, met toezicht van de reclassering.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 november 2018. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Advies

De reclassering conformeert zich aan het advies van de beide Pro Justitia rapporteurs. De bijzondere voorwaarden en de invulling daarvan zijn besproken met en mede tot stand gekomen na overleg met de heer Blansjaar, rapporterend psychiater.

Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:

  • -

    meldplicht bij de reclassering;

  • -

    opname in zorginstelling Fivoor FPA of een soortgelijke zorginstelling;

  • -

    ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname) bij GGZ Fivoor of een soortgelijke zorgverlener;

  • -

    begeleid wonen of maatschappelijke opvang. De reclassering wil bij deze bijzondere voorwaarde benadrukken dat de nader te indiceren instelling een instelling betreft waarvoor een forensisch kader geldt. In een dergelijke woonvorm geldt dat er binnen een omgeving van steun en structuur in verschillende fasen wordt toegewerkt naar het ontwikkelen van zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de cliënt. Naast het naleven van de huisregels, wordt er op toegezien dat de cliënt zich aan de bijzondere voorwaarden houdt.

Geadviseerd wordt om de dadelijke uitvoerbaarheid van de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht te bevelen. De kans is aanwezig dat de betrokkene opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen – of gevaar veroorzaakt voor – de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusies van de psychiater en de psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook op de zitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over. De verdachte wordt in sterk verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in min of meer soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank vindt de aard van de onderhavige mishandeling, gelet op de risico's, zeer ernstig. In het NFI-rapport van 5 maart 2019 staat dat een overdosering Olanzapine onder andere kan leiden tot versnelde hartslag, spraakstoornis, bewegingsstoornissen en verminderd bewustzijn, variërend van sedatie tot coma. Dodelijke afloop is gemeld na acute overdosis vanaf 450 mg.

De verdachte heeft op de zitting gesproken van een 'gecalculeerd risico' bij het laten innemen van Olanzapine door zijn moeder, maar hij heeft ook aangegeven dat er wel degelijk een risico was en dat hij niet heeft stilgestaan bij de combinatie met haar eigen medicatie. Uit het NFI-rapport van 26 februari 2019 volgt dat effecten versterkt kunnen worden door die eigen medicatie.

De verdachte heeft daarom met vuur gespeeld, maar gelukkig zijn de gevolgen voor de gezondheid van zijn moeder beperkt gebleven, Bij het handelen van de verdachte past een gevangenisstraf van flinke duur.

Daar tegenover staat dat dit handelen de verdachte in sterk verminderde mate kan worden toegerekend. Dit werkt straf verlagend. De rechtbank laat de verminderde toerekenbaarheid sterker straf verlagend meewegen dan de officier van justitie in haar eis heeft gedaan.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij zich kan vinden in de voorwaarden die in het rapport van de reclassering zijn genoemd.

De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte – zonder adequate behandeling – wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Er is sprake van een eerder ernstig incident, in 2009, en van een gebrekkig ziekte-inzicht, met name met betrekking tot de noodzaak van het innemen van medicatie, waar de verdachte ook op de zitting blijk van heeft gegeven.

De rechtbank zal om die reden de op te leggen bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren. Ook ziet de rechtbank aanleiding aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd voor de duur van 5 jaren te verbinden. Met een proeftijd van een dergelijke duur heeft de verdachte de tijd om de verschillende fasen van behandeling en resocialisatie te doorlopen. De rechtbank acht het van belang dat de laatste fase, waarin de verdachte grotere zelfstandigheid krijgt, ruim binnen de proeftijd en daarmee met toezicht van de reclassering plaatsvindt.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder de verdachte in beslag genomen laptop en telefoon terug te geven aan de verdachte.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen geen standpunt ingenomen.

8.3.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen laptop en telefoon zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 301 en 304 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van de Wegenverkeerswet.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 meer subsidiair en onder 2 subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 5 (vijf) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  1. de veroordeelde meldt zich bij Reclassering Nederland in de woonplaats waar hij op dat moment verblijft. Hij blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;

  2. de veroordeelde laat zich opnemen in Fivoor FPA of een soortgelijke instelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

  3. de veroordeelde laat zich behandelen door GGZ Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start volgend op de beëindiging van de klinische behandeling. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij bijvoorbeeld terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrisch toestandsbeeld, ontstaat een grote kans op risicovolle situaties. Op dat moment kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname (crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek). Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de betrokkene zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

  4. de veroordeelde verblijft in een nog nader te indiceren instelling met forensisch kader voor beschermd of begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan verdachte van de laptop en de telefoon.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,

en mrs. P. Putters en W.J.M. Diekman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.R. Moraal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 26 augustus 2018 te Papendrecht

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[naam slachtoffer]

opzettelijk en met voorbedachten rade,

althans opzettelijk, van het leven te beroven,

een hoeveelheid van (ongeveer) 200 milligram Olanzapine, althans een

geneesmiddel, in elk geval een hoeveelheid Olanzapine, althans een

geneesmiddel, in/door een kop koffie heeft gemengd en/of (vervolgens)

deze kop koffie aan die [naam slachtoffer] heeft gegeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 26 augustus 2018 te Papendrecht

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [naam slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

een hoeveelheid van (ongeveer) 200 milligram Olanzapine, althans een

geneesmiddel, in elk geval een hoeveelheid Olanzapine, althans een

geneesmiddel, in/door een kop koffie heeft gemengd en/of (vervolgens)

deze kop koffie aan die [naam slachtoffer] heeft gegeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 26 augustus te Papendrecht

met voorbedachten rade

zijn moeder, [naam slachtoffer] , heeft mishandeld door

het toedienen van een voor het leven of de gezondheid schadelijke stof,

te weten door een hoeveelheid Olanzapine in/door een kop koffie te

mengen en (vervolgens) die koffie aan [naam slachtoffer] te geven;

2.

hij op of omstreeks 26 augustus 2018 te Papendrecht

een auto (Volkswagen Fox, [kentekennummer] ), in elk geval enig goed, dat geheel

of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer] ,

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van een niet voor zijn gebruik bestemde en aldus valse sleutel;

subsidiair

hij te Papendrecht, in elk geval in Nederland, en/of Duitsland op of

omstreeks 26 augustus 2018 opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig,

(Volkswagen fox, kenteken: [kentekennummer] ), toebehorende aan [naam slachtoffer] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, als bestuurder

heeft gebruikt op de weg, te weten de [adres verdachte] en/of een of

meerdere (andere) (snel)weg(en) in Nederland en/of Duitsland;