Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2827

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-03-2019
Datum publicatie
15-04-2019
Zaaknummer
Parketnummer TUL: 10/702104-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bijzondere voorwaarden verwijtbaar niet nageleefd. TUL in afwachting van plaatsing in behandelkliniek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer TUL: 10/702104-16

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in de zaak tegen de veroordeelde

[naam veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,
preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan,

raadsman mr. W. van der Voet, advocaat te Rotterdam.

Vordering

Op 8 februari 2019 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam d.d. 21 november 2018 aan de veroordeelde in voorwaardelijke vorm opgelegde strafdeel.

Bij de vordering is overgelegd het rapport d.d. 5 februari 2019 van Tactus Verslavingszorg, afdeling reclassering.

Feiten

Bij voornoemd vonnis, dat onherroepelijk is geworden, is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest. Daarbij is met vaststelling van een proeftijd van 3 jaren bepaald dat een gedeelte van deze straf, groot 6 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de veroordeelde de gestelde algemene en bijzondere voorwaarden niet naleeft. Als bijzondere voorwaarden zijn onder meer gesteld:

- de veroordeelde zal zich onthouden van het gebruik van verdovende middelen en

alcohol, onder de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te

werken aan urineonderzoek, gedurende de duur van de proeftijd;

- de veroordeelde zal zich klinisch laten behandelen voor zijn verslavingsproblematiek in de Piet Roordakliniek te Zutphen en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling worden gegeven, gedurende een periode van (in totaal() maximaal een jaar, of zoveel korter als de (geneesheer-)directeur van die instelling in overleg met de reclassering verantwoord vindt.

Op 7 februari 2019 is de veroordeelde op de voet van artikel 14fa, eerste lid, Wetboek van Strafrecht aangehouden. De rechter-commissaris in deze rechtbank heeft op vordering van de officier van justitie de voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde vrijheidsstraf bevolen.

Procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 6 maart 2019. De officier van justitie mr. L.H.M. de Jager-Huiskens, de veroordeelde en de raadsman zijn gehoord.

Voorts is als getuige gehoord, [naam getuige] als reclasseringswerker verbonden aan voornoemde reclasseringsinstelling.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft op de terechtzitting geconcludeerd dat in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van het gehele voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf een gedeelte van drie maanden ten uitvoer wordt gelegd.

Standpunt veroordeelde

De veroordeelde en zijn raadsman hebben op de terechtzitting zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen en subsidiair de vordering toe te wijzen voor de duur van twee maanden. De veroordeelde verbleef in de Piet Roordakliniek in verband met verslavingsproblematiek. Hij was zodanig gemotiveerd om mee te werken aan zijn behandeling dat hij daardoor te snel vrijheden heeft verkregen. Dit werkte zijn terugval in de hand. De veroordeelde heeft er desondanks op aangedrongen hem wederom op te nemen in de Piet Roordakliniek en de reclassering staat daar achter. Hij kan thuis bij zijn ouders verblijven totdat er weer plek is in de Piet Roordakliniek.

Gegrondheid vordering

Het rapport van de reclassering houdt onder meer het volgende in.

De veroordeelde heeft de eerste fase van zijn behandeling in de Piet Roordakliniek naar ieders tevredenheid doorlopen. Daarna volgde een periode van terugval in middelengebruik op 23 december 2018 en op 4 februari 2019. Hij heeft zich daarbij ook niet gehouden aan de verlofregels van de kliniek. De kans op terugval in middelengebruik wordt daarom als groot ingeschat. Omdat de veroordeelde zich ervoor schaamt als hij een terugval heeft, zal hij zich naar verwachting onttrekken aan toezicht en voorwaarden.

De getuige [naam getuige] , reclasseringswerker heeft op de terechtzitting verklaard dat de veroordeelde opnieuw is aangemeld bij de Piet Roordakliniek omdat een opname met behandeling aldaar te verkiezen is boven detentie. Bovendien is het risico dat de veroordeelde wederom terugvalt in middelengebruik heel groot bij een verblijf van hem in de regio Rotterdam. Aangezien er een wachttijd geldt van drie maanden, is hij aangemeld voor een klinische opname bij Cadans, totdat er weer plek is in de Piet Roordakliniek. Naar het zich laat aanzien heeft de veroordeelde in die kliniek te snel te veel vrijheden gekregen.

De veroordeelde heeft op de terechtzitting verklaard dat hij graag weer wil worden opgenomen in de Piet Roordakliniek om te werken aan zijn herstel. Hij beseft nu dat het zijn laatste kans is. Juist omdat ik zo gemotiveerd was heb ik te snel te veel vrijheden gekregen, waardoor ik ben teruggevallen in gebruik, aldus veroordeelde.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de veroordeelde de hierboven vermelde bijzondere voorwaarden verwijtbaar niet heeft nageleefd. Er is daarom aanleiding om de tenuitvoerlegging te gelasten van het aan de veroordeelde in voorwaardelijke vorm opgelegde strafdeel. Aan de andere kant is het van belang dat de veroordeelde wederom wordt opgenomen en behandeld in de Piet Roordakliniek teneinde het risico op een terugval in middelengebruik en daarmee het plegen van strafbare feiten terug te brengen.

De op de zitting gewijzigde vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel van drie maanden is echter te beperkt, aangezien de veroordeelde eerst op een termijn van vier maanden in de kliniek kan worden geplaatst. Om ervoor te zorgen dat de tenuitvoerlegging zo veel mogelijk aansluit bij plaatsing van de veroordeelde in de Piet Roordakliniek, zal de tenuitvoerlegging voor de duur van vier maanden worden gelast. Gelet op het herhalingsgevaar acht de rechtbank een verblijf buiten, in afwachting van de plaatsing, niet aan de orde.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte, te weten vier maanden, van de bij voormeld vonnis aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Deze beslissing is genomen door mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter,

en mrs. J. van Dort en L. Prins, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 maart 2019.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.