Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2451

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-03-2019
Datum publicatie
01-04-2019
Zaaknummer
10/691051-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot verkrachting; 16 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk proeftijd 3 jaar en vrijheidsbeperkende maatregel gedurende 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/691051-18

Datum uitspraak: 21 maart 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] te [woonplaats verdachte] ,

feitelijk verblijvende op het adres: [verblijfadres verdachte] te [verblijfplaats verdachte] .

Raadsman mr. M. Claassen, advocaat te Schiedam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 maart 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder primair ten laste gelegde feit;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandelverplichting alsmede oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht - dadelijk uitvoerbaar - voor de duur van 2 jaar, inhoudende een contactverbod met [naam slachtoffer] en een locatieverbod (inhoudende het niet ophouden in de onmiddellijke omgeving van de Groene Hilledijk te Rotterdam), met toepassing van vervangende hechtenis van 1 week per overtreding, met een maximum van 6 maanden hechtenis, voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan;

  • -

    opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

4 De verdediging

De raadsman heeft algehele vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en heeft daarnaast een strafmaatverweer gevoerd.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Bewijswaardering

5.1.1.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft gesteld dat op basis van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen het scenario van de verdachte (kort samengevat: dat de verdachte door aangeefster is uitgenodigd in haar woning en dat er met wederzijds goedvinden seks zou plaatsvinden waarna aangeefster echter van mening is veranderd) het meest waarschijnlijk en meest logisch is. Schaamte zou een reden kunnen zijn dat de aangeefster daar niet eerlijk over is. Alle bewijsmiddelen zijn afgeleid van één verklaring. Verder heeft de raadsman betoogd dat het scenario van aangeefster onbetrouwbaar is omdat haar verklaringen tegenstrijdigheden bevatten.

5.1.2.

Beoordeling

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen blijkt dat de verklaringen van aangeefster worden ondersteund door hetgeen de getuige [naam getuige] heeft gehoord ten tijde van het feit. Zij hoorde aangeefster roepen: “ [naam 1] , [naam 1] , rennen, rennen, ze zijn mij aan het verkrachten, ze zijn mij aan het doden.”

Vervolgens heeft [naam 2] , haar toenmalige partner, gebeld en gevraagd om de politie te bellen. [naam 2] verklaart dat hij [naam 1] hoort zeggen “Bel de politie, snel, bel de politie. Er is een man hier binnengedrongen en die probeert [naam slachtoffer] te verkrachten.”

Dit komt overeen met hetgeen aangeefster heeft verklaard en zegt te hebben ervaren tijdens het feit. Daarnaast past de wijze waarop de verbalisanten aangeefster en de verdachte in de woning hebben aangetroffen bij de feitelijkheden zoals die volgens aangeefster en voornoemde getuige [naam getuige] hebben plaatsgevonden. Bovendien vindt het door de verdediging geschetste scenario, waaronder het ‘wenken’, de uitnodiging of de stelling dat aangeefster en verdachte al meerdere malen seks hadden gehad, geen enkele steun in het dossier.

Dat de eerste verklaring van aangeefster, afgelegd in haar woning onmiddellijk na het feit, niet volledig overeenkomt met haar latere verklaringen is naar het oordeel van de rechtbank te verklaren uit de emotionele situatie waarin aangeefster zich op dat moment bevond en valt verder te verklaren uit de taalbarrière die er was tussen de politie en aangeefster tijdens dit eerste contact. Naderhand is aangeefster meermalen met behulp van een tolk gehoord en tijdens die verhoren heeft zij steeds op belangrijke punten eensluidend verklaard.

De rechtbank verwerpt het verweer.

5.1.3.

Conclusie

Dit betekent dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden.

5.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 09 april 2018 te Rotterdam

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om

door geweld en (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en door bedreiging met

geweld en bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer]

, te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

(meermalen)

- ( onverhoeds) haar woning heeft betreden en

- haar richting een slaapkamer heeft geduwd en

- tegen haar heeft gezegd:

* "Trek je kleren uit, hoer!" en

* "Mijn puta!" en

* "Ik ga je (hard) neuken!" en

* "Blijf rustig anders ga ik je slaan!" en

* welke positie zij in moest nemen en

* "Ga liggen!",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking, en

- aan haar kleding heeft getrokken en haar kleding heeft uitgetrokken en

- haar (met kracht) bij haar keel en hals en schouder(s) heeft

vastgepakt en vastgehouden en haar (vervolgens) op een bed heeft

geduwd en

- op haar is gaan en/of blijven liggen en

- haar arm(en) en/of buik en/of bil(len) heeft betast en

- zijn (ontblote) penis tegen haar schaamstreek heeft geplaatst/geduwd.

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

Het bewezen feit levert op:

POGING TOT VERKRACHTING.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering straf en maatregel

8.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feit waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte is onverhoeds de woning van het slachtoffer binnen gegaan, heeft het slachtoffer naar de slaapkamer geduwd en heeft aldaar geprobeerd haar te verkrachten.

Het hoeft geen betoog dat de verdachte een bijzonder ingrijpend misdrijf heeft gepleegd. Met het plegen van een dergelijk feit heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort misdrijven vaak langdurige en ernstige schade toebrengt aan de geestelijke gezondheid van een slachtoffer.

8.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

8.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 februari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

8.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland te Rotterdam heeft rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd 13 april 2018, 6 juni 2018 en 8 januari 2019. Verder heeft het NIFP op 8 mei 2018 gerapporteerd over de verdachte. De rechtbank heeft acht geslagen op de rapporten.

Psychiater drs. A. Banaei Kashani heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 30 december 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ook ten tijde van het ten laste gelegde was dit het geval. De verdachte is een ontkennende verdachte.

Het risico op herhaling van een zedendelict is over algemeen hoog bij de verdachte. Er zijn nauwelijks beschermende factoren. De verdachte zegt dat hij gesteund wordt door zijn familie maar rapporteur heeft daar onvoldoende zicht op. De verdachte is bekend met het gebruik van cannabis en er zijn aanwijzingen voor seksuele preoccupatie. Daarnaast heeft hij nu geen woning meer en heeft hij veel schulden. Deze factoren en condities beïnvloeden elkaar in negatieve zin.

Vanwege het ontkennen van het ten laste gelegde door de verdachte en daardoor het ontbreken van een verband tussen de diagnose en het ten laste gelegde kan rapporteur geen juridisch kader adviseren. Vanuit zorgoogpunt wil rapporteur wel haar zorgen uiten rondom de persoon van de verdachte. Hij is al vaker in contact gekomen met politie en justitie en er is bij hem sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Hoewel hij aangeeft dat hij zijn best doet om een ‘normaal leven’ te leiden, komt hij nu toch weer in aanraking met de rechterlijke macht. Voor het tot stand komen van dit rapport heeft de verdachte geen volledige openheid van zaken gegeven, waardoor de diagnostiek mogelijk onvolledig is. Vanwege de persoonlijkheidspathologie en de verslaving van cannabis in het verleden is het vanuit zorgoogpunt belangrijk dat de verdachte in zorg komt bij een forensische polikliniek. Begeleiding bij het opnieuw vinden van een woning en het opstarten van zijn werk is ook noodzakelijk om te voorkomen dat hij weer terugvalt in crimineel gedrag.

Klinisch psycholoog drs. R.K.F. Lemmens heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 2 januari 2019. Dit rapport houdt het volgende in.

Hoewel de verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek is dit niet helemaal volledig uitgevoerd kunnen worden. De verdachte gaf geen toestemming om zijn ouders te interviewen, zijn beste vriend kon niet worden bereikt en informatie van Het Dok werd niet ontvangen. Toch acht onderzoeker de voorhanden informatie voldoende om de onderstaande vragen deels te kunnen beantwoorden.

De verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken.

Ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten waren de genoemde stoornissen/gebreken aanwezig en actueel.

De verdachte ontkent. Het is voor onderzoeker dan ook niet mogelijk om uitspraken te doen over een eventueel doorwerken van de geconstateerde persoonlijkheidsstoornis in het ten laste gelegde.

Op basis van een semigestructureerde taxatie kan het risico op recidive van een zedendelict als hoog worden ingeschat. De verdachte beschikt over een laaggemiddelde intelligentie.

Hij is weinig tot niet gemotiveerd tot hulp/begeleiding. Hij heeft geen stabiele dagbesteding. Zijn sociale systeem is beperkt. Deze factoren en condities versterken elkaar in negatieve zin.

Ten einde het recidivegevaar te kunnen beperken lijkt reclasseringstoezicht en behandeling/begeleiding bij een forensische polikliniek, vanuit zorgoogpunt, aangewezen.

Deze maatregelen zouden als bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijk strafdeel kunnen worden opgelegd. De behandeling zou zich met name moeten richten op de seksualiteitsbeleving van de verdachte.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Op basis van de oriëntatiepunten zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) is het uitgangspunt voor een voltooide verkrachting een gevangenisstraf voor de duur van tenminste 24 maanden. Omdat er in deze zaak sprake is van een poging zal de rechtbank als uitgangspunt hanteren een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.

De rechtbank is met voornoemde gedragsdeskundigen en de reclassering van oordeel dat het van belang is dat de verdachte na zijn detentie zal worden behandeld, begeleid en ondersteund om te trachten recidive in de toekomst te voorkomen. Om deze behandeling en begeleiding mogelijk te maken zal de rechtbank een gedeelte van de gevangenisstraf, te weten 4 maanden, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van drie jaar, en daaraan de bijzondere voorwaarden verbinden dat de verdachte zich gedurende de proeftijd moet melden bij de reclassering en zich zal houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, dit alles zo lang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht. De verdachte dient daarnaast mee te werken aan een ambulant zedendaderbehandeltraject bij Het Dok, De Waag of een soortgelijke door de reclassering van te stellen forensische polikliniek.

Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan de verdachte eveneens de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren opgelegd, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod met betrekking tot het woonadres van het slachtoffer. Voor het geval dat de verdachte zich niet aan het contactverbod houdt, zal de rechtbank vervangende hechtenis bepalen voor de duur van 1 (één) week per overtreding, met een maximum van 6 (zes) maanden.

Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens het slachtoffer, wordt bevolen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

De schorsing van de voorlopige hechtenis zal gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf worden opgeheven.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 45 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, Marconistraat 2 te Rotterdam, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen bij forensische polikliniek Het Dok dan wel De Waag, of een andere soortgelijke door de reclassering vast te stellen forensische kliniek, voor het deelnemen aan het zedendaderbehandeltraject gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering in overleg met de kliniek verantwoord vindt;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van 2 (twee) jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

1. zich niet op te houden in de onmiddellijke omgeving van de Groene Hilledijk te Rotterdam, gedurende de proeftijd;

2. zich te onthouden van direct of indirect contact met [naam slachtoffer] , gedurende de proeftijd;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 1 (één) week, met een totale duur van ten hoogste zes maanden; toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de maatregel niet op;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Hello, voorzitter,

mr. A.M. van der Leeden en mr. T. van den Akker, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 09 april 2018 te Rotterdam

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met

geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer]

, te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

(meermalen)

- ( onverhoeds) haar woning heeft betreden en/of

- haar richting een slaapkamer heeft geduwd en/of

- tegen haar heeft gezegd:

* "Trek je kleren uit, hoer!" en/of

* "Mijn puta!" en/of

* "Ik ga je (hard) neuken!" en/of

* "Blijf rustig anders ga ik je slaan!" en/of

* welke positie zij in moest nemen en/of

* "Ga liggen!",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking, en/of

- aan haar kleding heeft getrokken en/of haar kleding heeft uitgetrokken en/of

- haar (met kracht) bij haar keel en/of hals en/of schouder(s) heeft

vastgepakt en/of vastgehouden en/of haar (vervolgens) op een bed heeft

geduwd en/of

- op haar is gaan en/of blijven liggen en/of

- haar arm(en) en/of buik en/of bil(len) heeft betast en/of

- zijn (ontblote) penis tegen haar schaamstreek heeft geplaatst/geduwd.

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 09 april 2018 te Rotterdam

door geweld en/of (een) andere fcitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

[naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

namelijk het (meermalen)

- betasten van haar buik en/of billen en/of

- plaatsen/duwen van zijn (ontblote) penis tegen haar schaamstreek.

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld

en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit

het (meermalen)

- ( onverhoeds) betreden van haar woning en/of

- duwen tegen haar lichaam richting een slaapkamer en/of

- tegen haar zeggen:

* "Trek je kleren uit, hoer!" en/of

* "Mijn puta!" en/of

* "Ik ga je (hard) neuken!" en/of

* "Blijf rustig anders ga ik je slaan!" en/of

* welke positie zij in moest nemen en/of

* "Ga liggen!",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking, en/of

- trekken aan en/of uittrekken van haar kleding en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van/bij haar keel en/of hals en/of

schouder(s) en/of (vervolgens) duwen tegen haar lichaam (waardoor en/of

nadat zij op het bed terechtkwam) en/of

- op haar gaan en/blijven liggen.