Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2019:2417

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-03-2019
Datum publicatie
01-04-2019
Zaaknummer
10/750400-18 en 10/751135-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Witwassen, cocaïne aanwezig hebben en oa. een geladen revolver voorhanden gehad; 9 maanden gevangenistraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummers: 10/750400-18 en 10/751135-18

Datum uitspraak: 6 maart 2019

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] (Albanië),

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel, Ter Apelervenen 10 te

Ter Apel.

Raadsman mr. P.J. Silvis, advocaat te Schiedam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 februari 2019.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zijn gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H. van Galen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4 De verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 3, 4, 5 en 6. Volgens de raadsman kan feit 2 worden bewezen verklaard. Verder heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Vrijspraak feit 4

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om feit 4 bewezen te kunnen verklaren.

Het betreffende vuurwapen met de bijbehorende munitie is aangetroffen in een sporttas in een auto. De sporttas lag in een verborgen ruimte in de auto. Het enkele feit dat de verdachte weleens gebruik heeft gemaakt van de betreffende auto is onvoldoende om aan te nemen dat de verdachte wetenschap had van het wapen en dat het wapen zich in zijn machtssfeer bevond. Dit geldt te meer nu niet is komen vast te staan dat de sporttas eigendom was van de verdachte of dat hij deze gebruikte. Het feit dat er DNA-materiaal van de verdachte is aangetroffen op de zich in het vuurwapen bevinden patroonhouder (gevuld met munitie) maakt dat oordeel niet anders, omdat daaruit niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat de verdachte ook het vuurwapen en de munitie voorhanden heeft gehad. Er valt weliswaar een directe link te leggen tussen de verdachte en de patroonhouder, maar niet zonder meer tussen de (ten laste gelegde) Kalashnikov en de munitie omdat de patroonhouder niet een onlosmakelijk deel daarvan uitmaakt.

Dit betekent dat de verdachte zal worden vrijgesproken voor feit 4.

5.2.

Bewezenverklaring

Feit 2

De verdachte heeft dit feit bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Feiten 1, 3 en 6

Op 15 september 2018 heeft de politie de woning [adres verdachte] te Rotterdam doorzocht. In de woning is de verdachte aangetroffen en aangehouden. Verder zijn in de woning twee op professionele wijze aangebrachte verborgen ruimtes ontdekt. In die ruimtes zijn onder meer de navolgende voorwerpen aangetroffen:

- een geldtelmachine;

- een geldbedrag van € 52.830,00 (feit 1);

- een los patroon;

- een patroonhouder (feit 3).

Verder werd in de woning een doos met .22 munitie aangetroffen (feit 6) en een handelshoeveelheid verdovende middelen, te weten 48,2 gram cocaïne (feit 2).

Uit de verklaring van de eigenaar van voornoemde woning [naam] blijkt dat de verdachte omstreeks september 2017 de betreffende woning is gaan huren en daarvoor huur betaalde. Uit de observaties van de politie blijkt dat de verdachte vanaf augustus 2018 regelmatig de woning binnengaat en verlaat met behulp van een sleutel en dat hij gebruik maakt van de bijhorende parkeergarage en het parkeerplein. Er worden verschillende auto’s gezien die het bij de woningen [straatnaam] [huisnummers] behorende afgesloten parkeerterrein oprijden en kort daarop weer wegrijden. Een buurman verklaart dat verschillende auto’s met buitenlandse kentekens kort in de inpandige garage van de woning geparkeerd worden en vervolgens weer wegrijden. Verder is uit observaties gebleken dat de verdachte een zogenaamde PGP-telefoon in zijn bezit had en dat hij een auto met daarin twee personen uitgeleide heeft gedaan uit zijn parkeergarage. De politie heeft deze auto onderschept en heeft vervolgens in een verborgen ruimte in de auto twee geldpakketten van elk € 10.000,00 aangetroffen.

Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden - in onderlinge samenhang bezien – en gelet op het feit dat de verdachte geen enkele verklaring heeft willen geven - terwijl gelet op alle genoemde belastende feiten en omstandigheden wel een concrete en verifieerbare verklaring vereist is - kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat de verdachten wist dat de genoemde voorwerpen zich in de woning bevonden en dat hij over deze voorwerpen kon beschikken.

Dit betekent dat de feiten bewezen zijn.

Feit 5

Op 21 september 2018 heeft de politie een auto (Volvo S80) doorzocht. In een verborgen ruimte in de auto is een sporttas aangetroffen en in die sporttas is de betreffende revolver met bijhorende munitie aangetroffen. Uit observaties en een verklaring van de getuige [naam getuige] blijkt dat de verdachte met enige regelmaat gebruik heeft gemaakt heeft van deze auto. Bovendien is op het vuurwapen DNA-materiaal van de verdachte aangetroffen, waarmee dus een directe link valt te leggen tussen verdachte en dit vuurwapen.

Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden - in onderlinge samenhang bezien – kan de rechtbank bij gebreke van een andersluidende verklaring voor het bovenstaande niet anders concluderen dan dat de verdachte in de tenlastegelegde periode de beschikkingsmacht moet hebben gehad over het vuurwapen en de bijbehorende munitie en dat hij deze derhalve voorhanden heeft gehad. Verdachte heeft geen enkele verklaring willen geven - terwijl gelet op alle genoemde belastende feiten en omstandigheden wel een concrete en verifieerbare verklaring vereist is.

Dit betekent dat het feit bewezen is.

5.3.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

(parketnummer 10/750400-18)

1.

hij op 15 september 2018, te Rotterdam,

een voorwerp, te weten een geldbedrag van 52,830 euro,

voorhanden gehad,

terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2.

hij op 15 september 2018 te Rotterdam

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 48,2 gram van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I ;

3.

hij op 15 september 2018 te Rotterdam

een wapen van categorie III, onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten

een onderdeel van een wapen, zijnde 1 patroonhouder (voorzien van patronen)

voorhanden heeft gehad;

(parketnummer 10/751135-18)

5.

hij gedurende één of meer tijdstippen in de periode van 1 december 2013 tot en met 15 september 2018, te gemeente Rotterdam

een wapen van categorie III, onder 1º van de Wet wapens en munitie, te

weten een revolver, van het merk Ruger, type SP101, kaliber .357 Magnum,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver

en

(daarbij behorende) munitie in de zin van artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2,

lid 2, categorie III, van de Wet wapens en munitie, te weten

-5 kogelpatronen, kaliber .38 spec (zich bevindende

in de cilinder van het vuurwapen)

voorhanden heeft gehad;

6.

hij op 15 september 2018 in een pand aan de [adres verdachte] te

Rotterdam,

munitie in de zin van artikel 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te

weten munitie als bedoeld in artikel 2, lid 2 van die wet van Categorie III te

weten:

- een kogelpatroon, kaliber 9mm, en

- negenendertig kogelpatronen, kaliber .22,

merk Dynamit Nobel Short, en voorzien van bodemstempel 'R',

voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

6 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. WITWASSEN;

2. OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 2, ONDER C, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD;

3. HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE;

5. HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III

en

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE;

6. HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering straffen en maatregel

8.1.

Algemene overweging

De straffen en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feiten waarop de straffen en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een aanzienlijk geldbedrag, heeft een handelshoeveelheid cocaïne aanwezig gehad en heeft een geladen revolver, 40 kogelpatronen en een patroonhouder voorhanden gehad.

Dit zijn stuk voor stuk ernstige strafbare feiten. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. Bovendien vormt het een aantasting van de legale economie en is het, mede vanwege de ondermijnende invloed ervan op het legale handelsverkeer, een bedreiging voor de samenleving.

Harddrugs zijn zeer schadelijk voor de gezondheid. Bovendien is het algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen een onaanvaardbaar gevaar oplevert voor de volksgezondheid in het algemeen en dat dit direct en indirect oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. De verdachte heeft door zijn handelen aangezet tot het in standhouden en verder uitbreiden van de hieraan verwante maatschappelijke problemen. Hier moet dan ook streng en consequent tegen worden opgetreden.

Het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen zorgt in de samenleving niet alleen voor gevoelens van angst en onveiligheid maar wordt ook als schokkend ervaren en wordt daardoor ook ten sterkste afgekeurd. Tegen wapenbezit dient dan ook streng te worden opgetreden.

8.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 februari 2019 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

9 In beslag genomen voorwerpen

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen het navolgende gevorderd:

  • -

    verbeurdverklaring van het geldbedrag (€ 52.830,00) en de auto (Volvo S80);

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de wapens, de wapenonderdelen en de munitie.

9.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de inbeslaggenomen voorwerpen.

9.3.

Beoordeling

In het strafdossier bevindt zich een lijst van inbeslaggenomen voorwerpen gedateerd 20 februari 2019 waarop de navolgende voorwerpen staan vermeld:

1. een geldbedrag van € 52.830,00 (G5676495);

2. een magazijn ( [beslagnummer 2] );

3. een gsm Apple Iphone ( [beslagnummer 4] );

4. een stuk munitie 9 mm ( [beslagnummer 3] ) (vernietigen 21 januari 2019)

5. een gsm, kleur zwart, BQ ( [beslagnummer 5] );

6. een telmachine Pro Pro 40 mix ( [beslagnummer 1] ).

Ter zitting heeft de officier van justitie tevens medegedeeld dat een beslissing dient te worden genomen over de in beslag genomen auto (Volvo S80). In het dossier blijkt van de inbeslagname van dit voertuig. De tenaamgestelde heeft reeds afstand gedaan van de auto. Uit de verklaring van de tenaamgestelde blijkt dat een ander de rechthebbende is tot de auto. Nu niet vastgesteld kan worden aan wie dit voertuig toebehoort en feit 5 met betrekking tot dit voertuig is begaan, zal de auto verbeurdverklaard worden.

Het inbeslaggenomen geldbedrag (1.) en de telmachine (6.) zullen verbeurd verklaard worden nu deze aan de verdachte toebehoren en feit 1 met betrekking tot deze voorwerpen is begaan.

De in deze zaak inbeslaggenomen vuurwapens, munitie en onderdelen daarvan, waaronder het inbeslaggenomen magazijn (2.) zullen worden onttrokken aan het verkeer omdat deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang, deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit, dan wel de feiten waarvan hij werd verdacht zijn aangetroffen en deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

Ten aanzien van de beide inbeslaggenomen telefoons (3. en 5.) zal de rechtbank de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten nu op grond van het strafdossier niet kan vastgesteld onder wie zij in beslag zijn genomen en wie aldus als rechthebbende kan worden aangemerkt.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen )maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1: een geldbedrag van € 52.830,00 en een

telmachine ( [beslagnummer 1] ) en voor feit 5: een Volvo S80 (kenteken [kentekennummer] );

- verklaart onttrokken aan het verkeer: de in deze zaak inbeslaggenomen vuurwapens, munitie en onderdelen daarvan, waaronder een magazijn ( [beslagnummer 2] ) en munitie ( [beslagnummer 3] );

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: een gsm Apple iPhone ( [beslagnummer 4] ) en een gsm, kleur zwart, BQ ( [beslagnummer 5] ).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

mr. W.J.M. Diekman en mr. A.A.T. Werner, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

(parketnummer 10/750400-18)

1.

hij op of omstreeks 15 september 2018, te Rotterdam,

althans in Nederland,

een voorwerp, te weten een geldbedrag van 52,830 euro, heeft verworven,

voorhanden gehad,

overgedragen en/of omgezet, en/of

van een voorwerp, te weten een geldbedrag van 52.830 gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2.

hij op of omstreeks 15 september 2018 te Rotterdam

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 48,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 15 september 2018 te Rotterdam

een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

een onderdeel van een wapen, zijnde

1. patroonhouder (voorzien van patronen)

voorhanden heeft gehad;

(parketnummer 10/751135-18)

4.

hij gedurende één of meer tijdstippen in de periode van 1 december 2013 tot en met 15 september 2018, te gemeente Rotterdam, althans in Nederland,

een wapen van categorie II, onder 3, te weten een ingekort automatisch geweer,

van het merk Kalashnikov,

type AKM (AK-47 modified), kaliber 7.65x39 mm

zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het

dragen niet of minder zichtbaar was

en/of

(daarbij horende) munitie in de zin van artikel 1 onder 4,

gelet op artikel 2, lid 2, categorie III, van de Wet wapens en munitie, te

weten

-16, althans één of meer, kogelpatro(o)n(en) , kaliber 7.62x39mm (zich

bevindende in het patroonmagazijn van het vuurwapen)

voorhanden heeft gehad;

5.

hij gedurende één of meer tijdstippen in de periode van 1 december 2013 tot en met 15 september 2018, te gemeente Rotterdam

een wapen van categorie III, onder l van de Wet wapens en munitie, te

weten een revolver, van het merk Ruger, type SP101, kaliber .357 Magnum,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver

en/of

(daarbij behorende) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2,

lid 2, categorie III, van de Wet Wapens en munitie, te weten

-5, althans één of meer, kogelpatro(o)n(en), kaliber .38 spec (zich bevindende

in de cilinder van het vuurwapen)

voorhanden heeft gehad;

6.

hij op of omstreeks 15 september 2018 in een pand aan de [adres verdachte] te

Rotterdam,

munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie, te

weten munitie als bedoeld in artikel 2, lid 2 van die wet van Categorie III te

weten:

- een kogelpatroon, kaliber 9mm, en/of

- negenendertig, althans één of meerdere, kogelpatro(o)n(en), kaliber .22,

merk Dynamit Nobel Short, en voorzien van bodemstempel 'R',

voorhanden heeft gehad.